Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2001:AD8525

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
27-11-2001
Datum publicatie
04-06-2002
Zaaknummer
WAHV 01-00415
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 26
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 26a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 01/00415

27 november 2001

CJIB 28006148

Gerechtshof te Leeuwarden

Beschikking

op het hoger beroep tegen de beschikking

van de kantonrechter te Alphen a/d/ Rijn

van 18 mei 2001

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft de betrokkene in zijn verzet tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op 12 juli 2000 uitgevaardigd dwangbevel niet-ontvankelijk verklaard. De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld ter zitting van 13 november 2001. De betrokkene is niet verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr J.G. Brontsema. Na de behandeling ter zitting heeft de voorzitter de zaak ter behandeling verwezen naar de meervoudige kamer.

3. Beoordeling

3.1. Het vierde lid van art. 26 WAHV luidt als volgt: Degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, is een griffierecht verschuldigd. De griffier wijst de indiener van het verzetschrift op de verschuldigdheid van het griffierecht en deelt hem mee dat het verschuldigde bedrag binnen twee weken na de dag van verzending van zijn mededeling dient te zijn bijgeschreven op de rekening van het kantongerecht dan wel ter griffie te zijn gestort. Indien het griffierecht niet binnen deze termijn is bijgeschreven of gestort, wordt het verzet niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

3.2. Een redelijke uitleg deze wetsbepaling brengt mee dat de mededeling van de griffier in dient te houden de wijze waarop en de termijn waarbinnen griffierecht moet worden betaald. Tevens dient voor de betrokkene duidelijk te zijn welk bedrag dient te worden voldaan en dat indien dit bedrag niet wordt betaald het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

3.3. Bij de stukken van het geding bevindt zich de mededeling omtrent het betalen van griffierecht, te weten een brief van 7 augustus 2000 van de griffier van het kantongerecht aan de betrokkene. Die brief kan echter niet worden aangemerkt als een mededeling als bedoeld in art. 26 WAHV, omdat de griffier de aanvang van de termijn waarbinnen de betrokkene het griffierecht dient te betalen stelt op twee weken na de dagtekening van de brief, terwijl dit moet zijn twee weken na de dag van verzending van de brief. Dit brengt mee, dat het in de bestreden beslissing besloten liggend oordeel van de kantonrechter dat is voldaan aan voormeld wettelijk voorschrift niet juist is en dat het beroep dan ook ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard.

3.4. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen.

3.5. Opmerking verdient nog, dat de aard van de onderhavige verzetprocedure meebrengt, zoals ook volgt uit de verschillende in de artikelen 26 en 26a WAHV met het oog daarop gegeven voorschriften, dat op het tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel tijdig gedane verzet op korte termijn wordt beslist. Vorenoverwogene brengt met zich mee dat in beginsel - dat wil zeggen: behoudens bijzondere omstandigheden die een langere periode kunnen rechtvaardigen binnen 18 maanden onherroepelijk op het verzet moet zijn beslist. Overschrijding van deze termijn levert een schending op van beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor een verdere tenuitvoerlegging van het dwangbevel in strijd zou komen met beginselen van behoorlijk bestuur.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de bestreden beschikking en wijst de zaak terug naar het kantongerecht te Alphen a/d/ Rijn ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.

bepaalt dat het door de betrokkene op de voet van art. 26a WAHV ten behoeve van de procedure bij het hof betaalde griffierecht door de griffier van het kantongerecht en het betaalde bedrag aan zekerheid door de advocaat-generaal aan hem worden gerestitueerd.

Deze beschikking is gegeven door mrs Huisman, Vellinga en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr Bennen als griffier en uitgesproken ter openbare zitting.