Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2001:AD7635

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
21-12-2001
Datum publicatie
27-12-2001
Zaaknummer
BK 146/01
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK

Nr. 146/01 21 december 2001

Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden, vierde enkelvoudige belastingkamer, op het verzet van X B.V. te Z tegen de uitspraak van de tweede enkelvoudige belastingkamer van 2 maart 2001.

De belastingkamer heeft voormelde uitspraak gedaan op het door belanghebbende ingestelde beroep tegen de uitspraak van de inspecteur van de eenheid douane district Groningen van de Belastingdienst (hierna: de inspecteur), gedaan op hert bezwaarschrift van belanghebbende tegen de hem opgelegde naheffingsaanslag in de BPM met dagtekening 23 oktober 2000.

Ingevolge de artikelen 26, eerste lid en 26c, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen juncto artikel 6:7 en 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht (: Awb) kan hij, die bezwaar heeft tegen een uitspraak van de inspecteur binnen zes weken na de dagtekening van het afschrift van de uitspraak in beroep komen bij de rechter.

Vaststaat dat de uitspraak van de inspecteur is gedagtekend 28 november 2000 en het beroepschrift is ter post bezorgd op 19 februari 2001, derhalve niet binnen zes weken na dagtekening van die uitspraak.

Op grond van die omstandigheid is belanghebbende bij voormelde uitspraak niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep.

Tegen die uitspraak is belanghebbende tijdig in verzet gekomen bij een verzetschrift dat is ingekomen op 3 april 2001.

Belanghebbende is omtrent zijn verzet ter zitting van 27 november 2001, gehouden te Assen, gehoord.

Op grond van artikel 6:11 van de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Belanghebbende heeft in zijn verzetschrift en ter zitting geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden aangenomen dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende in verzuim is geweest als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb. Belanghebbende heeft weliswaar gesteld dat hij reeds op 8 januari 2001 een beroepschrift heeft ingezonden (niet aangetekend). Dit beroepschrift is echter niet binnengekomen bij het hof. Het risico van de door belanghebbende verkozen wijze van verzending ligt bij hem.

Belanghebbende is derhalve terecht niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep.

Op grond van het vorenoverwogene dient te worden beslist als volgt:

Het gerechtshof, uitspraak doende, verklaart het verzet ongegrond.

Aldus vastgesteld op 21 december 2001 door mr. Huiskes, raadsheer, lid van de vierde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van dhr. Gerrits als griffier en ondertekend door voornoemde raadsheer en griffier en op die dag in het openbaar uitgesproken.

Op 27 december 2001 afschrift

aangetekend verzonden aan beide

partijen.

De griffier van het gerechtshof

te Leeuwarden.