Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2001:AD5884

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
22-10-2001
Datum publicatie
20-11-2001
Zaaknummer
BK Nr 10/00
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

tweede meervoudige belastingkamer 22 oktober 2001

PROCES-VERBAAL MONDELINGE UITSPRAAK

nummer : 10/00

belanghebbende :X

te : :Z

tegen : het hoofd van de Belastingdienst Ondernemingen Emmen (: de inspecteur)

aangevallen beslissing :uitspraak op bezwaarschrift

belasting : inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen

jaar : 1997

mondelinge behandeling :op 8 oktober 2001 te Leeuwarden door mr Pruiksma, vice-president als voorzitter, mrs Huiskes en Fransen, beiden raadsheer, in tegenwoordigheid van dhr Haarsma als griffier

verschenen : belanghebbende, diens gemachtigde en echtgenote, alsmede de inspecteur

geschilpunten : hoogte gebruikelijk loon

Beslissing:

Het hof

verklaart het beroep gegrond,

vernietigt de uitspraak van de inspecteur,

vermindert de aanslag tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen van f x,

verstaat dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht ad f 60,- aan hem vergoedt,

veroordeelt de inspecteur tot betaling aan belanghebbende van een tegemoetkoming van door belanghebbende gemaakte proceskosten ten bedrage van f 2.230,- en

wijst de Staat der Nederlanden aan als de rechtspersoon die deze kosten heeft te dragen.

De gronden:

1. Belanghebbende is in het onderhavige jaar ongehuwd.

2. In 1994 heeft belanghebbende twee B.V.'s opgericht. Deze besloten vennootschappen vormen een fiscale eenheid in het kader van de vennootschapsbelasting. De voorheen door belanghebbende -in de vorm van een eenmanszaak- gedreven onderneming is ingebracht in A B.V. Belanghebbende is houder van alle aandelen van B B.V., terwijl laatstgenoemde BV houder is van alle aandelen van A B.V. De bedrijfsactiviteiten bestaan -kort gezegd- uit de import van oldtimers en cabriolets en de verkoop van die aangekochte auto's.

3. Belanghebbende was onder meer in het onderhavige jaar in loondienst van B B.V en heeft in dat jaar een salaris genoten van in totaal f 42.729,-. Bovendien werd er in onderhavig jaar arbeid in de onderneming verricht door uitzendkrachten en door de vriendin van belanghebbende. Vanaf het najaar van 1997 was er in het bedrijf ook een magazijnmeester werkzaam. De totale overige personeelskosten bedroegen f 19.374,-.

4. Over 1997 is met de fiscale eenheid een winst behaald van f 428.269,- en een omzet gegenereerd van f 3.658.000,-, terwijl het vermogen per 1 januari 1997 f 1.349.567,- bedroeg.

5. Belanghebbende is -kort gezegd- de mening toegedaan dat ingevolge artikel 12a van de Wet op de Loonbelasting 1964 (: de wet) zijn genoten loon dient te worden gesteld op f 78.000,-.

De inspecteur stelt zich -kort weergegeven- primair op het standpunt dat het in geding zijnde gebruikelijke loon voor belanghebbende ingevolge de zogenaamde winstreductiemethode, waarbij de winstpositie als uitgangspunt wordt genomen waarop in mindering wordt gebracht de toe te rekenen eigen winstbestanddelen, dient te worden gesteld op f 227.500,- (70% van f 325.000,-) en subsidiair dat voor managers van bedrijven met onderhavig(e) winst en vermogen een salaris van f 150.000,-- beslist minimaal is te noemen, zodat het gebruikelijke loon f 105.000,- bedraagt.

6. Op grond van voormeld artikel 12a -voor zover van belang, zakelijk weergegeven- wordt het door werknemers als belanghebbende in een kalenderjaar genoten loon in beginsel gesteld op de zogenaamde WAZ-norm (in 1997 f 78.000,-). Indien evenwel aannemelijk is dat ter zake van soortgelijke dienstbetrekkingen waarbij een aanmerkelijk belang geen rol speelt, in het economische verkeer een hoger loon gebruikelijk is, wordt het loon gesteld op een zodanig bedrag dat het niet meer in belangrijke mate afwijkt van hetgeen gebruikelijk is, met dien verstande dat -indien bij het lichaam of daarmee verbonden lichamen ook andere werknemers in dienst zijn - het niet lager wordt gesteld dan op het hoogste loon van de overige werknemers.

7. Uit de wetsgeschiedenis komt naar voren dat op de inspecteur de bewijslast rust aannemelijk te maken dat ter zake van vorenbedoelde soortgelijke dienstbetrekkingen in het economische verkeer een hoger loon dan de WAZ-norm gebruikelijk is.

8. De inspecteur is er in casu naar het oordeel van het hof niet in geslaagd het op hem rustende bewijs te leveren.

Hij heeft de door hem voorgestane bedragen op geen enkele wijze onderbouwd met of gerelateerd aan -voor het hof te verifiëren- concrete gegevens van soortgelijke dienstbetrekkingen, waarbij te denken valt aan (geanonimiseerde en/of gemiddelde) cijfers uit de branche of statistische gegevens van lonen. Dit klemt te meer nu de inspecteur ter zitting heeft erkend dat er wel een aantal bedrijven bestaan die -tot op zekere hoogte- vergelijkbaar zijn met het onderhavige bedrijf.

9. Het gelijk ligt derhalve aan de kant van belanghebbende. Tussen partijen is alsdan niet in geding dat het belastbare inkomen overeenkomstig het beroepschrift van belanghebbende dient te worden vastgesteld.

10. Er zijn naar het oordeel van het hof termen aanwezig de inspecteur te veroordelen een tegemoetkoming te betalen in de proceskosten die belanghebbende redelijkerwijs in het kader van de onderhavige beroepsprocedure heeft moeten maken, welke kosten het hof vaststelt op f 2.130,- ter zake van kosten van rechtsbijstand en f 100,- voor reiskosten.

Vastgesteld en uitgesproken ter openbare zitting van het hof te Leeuwarden op 22 oktober 2001.

Gedaan door mr. Pruiksma, vice-president en voorzitter, mr. Huiskes en mr. Fransen, raadsheren, in tegenwoordigheid van de griffier Haarsma en ondertekend door voornoemde vice-president en door voornoemde griffier.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.

de griffier de voorzitter van deze kamer

dhr. M. Haarsma mr H.S. Pruiksma

Afschrift aangetekend aan beide partijen

verzonden op: 5 november 2001