Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0092

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
21-12-2000
Datum publicatie
23-05-2002
Zaaknummer
WAHV 00-00189
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 11, geldigheid: 2000-12-21
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 00/00189

21 december 2000

CJIB 28986292

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Amersfoort

van 12 juli 2000

betreffende

[betrokkene] (het hof leest: anders)

(hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep. Hierbij is verzocht om een behandeling ter zitting.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld ter zitting van 7 december 2000. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr I. Verkerk. De betrokkene is niet verschenen.

3. Beoordeling

Bij brieven van 22 februari 2000 en 15 mei 2000 heeft de officier van justitie aan de betrokkene medegedeeld, dat hij binnen twee weken na de verzending van de mededeling zekerheid dient te stellen.

3.1. De kantonrechter heeft, uitgaande van zijn - in hoger beroep niet bestreden - vaststelling dat de betrokkene niet binnen de hem gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en dat de betrokkene evenmin binnen een nader gestelde termijn dit verzuim heeft hersteld, het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard.

3.2. De betrokkene voert aan, dat hij de brief van 15 mei 2000 niet heeft ontvangen.

3.3. Bij de stukken van het geding bevinden zich afschriften van de twee in r.o. 3.1. genoemde mededelingen omtrent de zekerheidstelling. Beide brieven zijn gericht aan de betrokkene met als adres het door hem in zijn beroepschrift aan de kantonrechter opgegeven adres, te weten [adres]. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat niet blijkt dat (een van) de brieven als onbestelbaar (is) zijn teruggezonden en dat de stukken ook overigens niets inhouden waaruit kan volgen dat deze brieven de betrokkene niet hebben bereikt, gaat het hof ervan uit dat de betrokkene beide brieven heeft ontvangen.

3.4. De betrokkene voert voorts aan, dat hij een lage uitkering geniet en daarom financieel niet in staat is om zekerheid te stellen.

3.5. Door de betrokkene zijn geen gegevens met betrekking tot zijn financiële situatie overgelegd. Ook overigens zijn van de zijde van de betrokkene geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit kan worden afgeleid dat hij financieel niet in staat is om zekerheid te stellen. Naar het oordeel van het hof heeft de betrokkene daarom niet aannemelijk gemaakt, dat hij geen zekerheid kan voldoen.

3.6. Uit het vorenoverwogene volgt, dat de kantonrechter het beroep van de betrokkene terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De bestreden beslissing dient derhalve te worden bevestigd.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 december 2000.