Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0090

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
21-12-2000
Datum publicatie
23-05-2002
Zaaknummer
WAHV 00-00118
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 26, geldigheid: 2000-12-21
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 26a, geldigheid: 2000-12-21
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 00/00118

21 december 2000

CJIB 24058593

Gerechtshof te Leeuwarden

Beschikking

op het hoger beroep tegen de beschikking

van de kantonrechter te Hilversum

van 28 januari 2000

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beschikking van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het verzet van de betrokkene tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op 16 juni 1999 uitgevaardigd dwangbevel ongegrond verklaard. De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld ter zitting van 7 december 2000. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr I. Verkerk. De betrokkene is niet verschenen.

3. Beoordeling

3.1. Blijkens een daarop gestelde aantekening is de mededeling van de beschikking van het kantongerecht op 1 februari 2000 verzonden. Het beroepschrift is per faxbericht d.d. 20 maart 2000 aan het kantongerecht gezonden en blijkens de gedingstukken op deze datum ter griffie ontvangen. Dit beroepschrift is derhalve niet ter griffie van het kantongerecht ingediend binnen de in art. 26a, eerste lid, WAHV voorgeschreven termijn van twee weken na de verzending van de mededeling van de beschikking van het kantongerecht.

3.2. De betrokkene stelt zich op het standpunt, dat hij reeds bij brief van 10 februari 2000, als bijlage gevoegd bij het faxbericht van 20 maart 2000, en derhalve tijdig hoger beroep heeft ingesteld.

3.3. Het hof is van oordeel, dat het op de weg van de betrokkene ligt om aan te tonen, dat de brief van 10 februari 2000 binnen de beroepstermijn bij de griffie van het kantongerecht is ontvangen. Betrokkene is daarin niet geslaagd. Buiten de door hemzelf aangebrachte datering van laatstbedoelde brief heeft hij geen enkele aanwijzing verschaft dat de brief binnen de beroepstermijn ter griffie van het kantongerecht is ontvangen, terwijl bovendien het dossier - anders dan ten aanzien van het door betrokkene bij het kantongerecht ingediende verzetschrift het geval is - geen afschrift bevat van een ontvangstbevestiging van bedoelde brief. Betrokkene moet in het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Deze beschikking is gegeven door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 december 2000.