Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0088

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
20-12-2000
Datum publicatie
23-05-2002
Zaaknummer
WAHV 00-00271
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 6:7, geldigheid: 2000-12-20
Algemene wet bestuursrecht 6:8, geldigheid: 2000-12-20
Algemene wet bestuursrecht 6:9, geldigheid: 2000-12-20
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 00/00271

20 december 2000

CJIB 22739702

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Rotterdam

van 12 mei 2000

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Ingevolge het in art. 14, eerste lid, WAHV in verbinding met de artt. 6:24, 6:7 en 6:8 Awb bepaalde dient het hoger beroep te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop een afschrift van de bestreden beslissing aan de betrokkene is toegezonden.

3.2. Het beroepschrift is gedateerd 22 juli 2000 (het hof leest: 22 juni 2000) en het is blijkens het daarop geplaatste stempel op 7 juli 2000 ter griffie van het kantongerecht ontvangen. Aangezien de bestreden beslissing blijkens een daarop gestelde aantekening op 16 mei 2000 aan de betrokkene is toegezonden en de termijn voor het hoger beroep derhalve liep tot en met 27 juni 2000, is het beroepschrift niet tijdig ingediend.

3.3. Betrokkene stelt, dat hij het beroepschrift wel binnen de beroepstermijn ter post heeft bezorgd. Ook al zou dit juist zijn, dan doet dit -gelet op het bepaalde in art. 6:9, lid 2 Awb- aan het vorenoverwogene niet af. Het beroepschrift is immers niet binnen een week na afloop van de termijn ontvangen.

3.4. Betrokkene dient derhalve in het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van Meester als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 december 2000.