Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0081

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
13-12-2000
Datum publicatie
07-06-2002
Zaaknummer
WAHV 00-00204
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 11, geldigheid: 2000-12-13
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 00/00204

13 december 2000

CJIB 29545608

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Emmen

van 22 juni 2000

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Assen niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Bij inleidende beschikking is aan de - in Duitsland woonachtige - betrokkene een administratieve sanctie van ƒ60,- opgelegd.

3.2. Tegen de oplegging van die sanctie heeft de betrokkene bij - in de Duitse taal gesteld - beroepschrift beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft de betrokkene bij - eveneens in de Duitse taal gesteld - beroepschrift beroep ingesteld bij de kantonrechter.

3.3. Tot de stukken behoort een tweetal in de Nederlandse taal gestelde brieven van de officier van justitie aan de betrokkene, onderscheidenlijk van 19 april 2000 en 3 mei 2000, waarin de betrokkene wordt gewezen op diens verplichting zekerheid te stellen voor de betaling van de opgelegde sanctie.

3.4. Bij de beoordeling van de bestreden beslissing moet het volgende worden vooropgesteld. De in art. 6 EVRM gestelde eis van een eerlijke berechting brengt mee dat schriftelijke mededelingen van het CJIB, de officier van justitie of de griffier van het kantongerecht, gericht aan een betrokkene van wie moet worden aangenomen dat hij de Nederlandse taal niet voldoende begrijpt en die betrekking hebben op de wettelijke vereisten waaraan moet zijn voldaan wil een door deze op grond van de WAHV ingesteld beroep op de rechter ontvankelijk zijn, moeten worden gedaan in een taal welke die betrokkene redelijkerwijs kan worden geacht te begrijpen.

3.5. In deze zaak moet ervan worden uitgegaan, dat de betrokkene de brieven die van de zijde van de officier van justitie zijn uitgegaan ten tijde van de beslissing van de kantonrechter door onbekendheid met de Nederlandse taal niet heeft begrepen. Nu, naar volgt uit hetgeen hiervoor onder 3.3 uit de stukken is weergegeven, de betrokkene slechts door middel van in de Nederlandse taal gestelde brieven mededeling is gedaan van de verplichting tot zekerheidstelling, vloeit uit hetgeen hiervoor onder 3.4 is overwogen voort, dat de kantonrechter de betrokkene ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het niet stellen van zekerheid. De bestreden beslissing kan derhalve niet in stand blijven.

3.6. De betrokkene heeft het bedrag van de zekerheid inmiddels betaald, en wel -naar hij in zijn beroepschrift schrijft- nadat hij de aan hem gezonden, in de Nederlandse taal gestelde, stukken had laten vertalen. Na terugwijzing van de zaak dient de kantonrechter de zaak op het bestaande beroep verder te behandelen en af te doen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar het kantongerecht te Emmen ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.

Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, in tegenwoordigheid van mr Hiemstra, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 december 2000.