Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0079

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
06-12-2000
Datum publicatie
07-06-2002
Zaaknummer
WAHV 00-00224
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994 72, geldigheid: 2000-12-06
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9, geldigheid: 2000-12-06
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 00/00224

6 december 2000

CJIB 29322173

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Delft

van 21 juni 2000

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van ƒ 180,= opgelegd ter zake van 'voor het motorrijtuig van 3500 kg of minder is geen keuringsbewijs afgegeven', welke gedraging zou zijn verricht op 28 juli 1999 in de gemeente Delft (registercontrole).

3.2. De betrokkene betwist niet dat hij de gedraging heeft verricht. Wel voert hij met betrekking tot de hem opgelegde sanctie het volgende aan:

a) het betrokken voertuig -een oldtimer- bevond zich in het buitenland (Polen) voor restauratie -welke omstandigheid betrokkene overigens niet met bewijsmiddelen kan staven- en behoefde, omdat het niet op Nederlandse wegen werd gebruikt, niet gekeurd te worden;

b) het kentekenbewijs was bij het voertuig achtergelaten ten behoeve van eventuele identificatie van (de eigenaar van) het voertuig, hetgeen meebracht dat de geldigheid van het voor het betrokken voertuig afgegeven kentekenbewijs niet kon worden geschorst.

Op grond van deze omstandigheden is de betrokkene van oordeel dat de beschikking dient te worden vernietigd, dan wel dat de sanctie voor matiging in aanmerking komt.

3.3. Het hof overweegt met betrekking tot hetgeen door betrokkene is aangevoerd het volgende. De door de betrokkene aangevoerde omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden- zo al aannemelijk geworden- zijn naar het oordeel van het hof niet van dien aard dat zij het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken noch dat de sanctie had behoren te worden gematigd. Deze omstandigheden verminderen niet het verwijt dat de betrokkene wordt gemaakt, te weten overtreding van een voorschrift dat betrekking heeft op de verkeersveiligheid.

3.4. Het hof zal derhalve de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Hiemstra, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 6 december 2000.