Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0075

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
06-12-2000
Datum publicatie
07-06-2002
Zaaknummer
WAHV 00-00023
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d, geldigheid: 2000-12-06
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 00/00023

6 december 2000

CJIB 23512155

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Utrecht

van 24 januari 2000

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

Bij tussenarrest van 14 juni 2000 heeft het hof aan de advocaat-generaal opgedragen nadere inlichtingen te verstrekken.

De advocaat-generaal heeft op 12 september 2000 nadere inlichtingen aan het hof doen toekomen. De betrokkene heeft bij brief van 8 oktober 2000 op de door de advocaat-generaal verstrekte informatie gereageerd.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie opgelegd van ƒ 280,-- ter zake van 'overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen (verkeersbord A1); meer dan 30 t/m 35 km per uur', welke gedraging zou zijn verricht op 29 september 1998 op de Liniewaterweg te Utrecht, met een voertuig met het kenteken [nummer1].

3.2. De betrokkene stelt dat de beschikking op grond van onjuiste gegevens tot stand is gekomen. Daartoe voert hij -zakelijk weergegeven- onder meer aan:

1. In de kennisgeving van beschikking en in de inleidende beschikking worden verschillende kentekens genoemd: in de kennisgeving van beschikking [nummer2], in de inleidende beschikking [nummer1].

2. De vermelding van de verbalisant dat er gelijktijdig met betrokkenes voertuig een motorfiets is staande gehouden, is niet juist. Anders dan de verbalisant schrijft kan er dus niet sprake van abusievelijke verwisseling van kentekens.

3. Het motorvoertuig met het kenteken [nummer2] - een personenauto en geen motorfiets - staat zoals blijkt uit het vrijwaringsbewijs sinds 29 augustus 1998 niet meer op mijn naam.

3.3. Op de kennisgeving van beschikking, welke zich bij de stukken van het geding bevindt, staat het kenteken [nummer2] vermeld. Dit kenteken hoort bij een Suzuki personenauto, waarvan het kenteken - blijkens de door betrokkene overgelegde kopie van een vrijwaringsbewijs- tot vrij kort voor de datum van de gedraging in het kentekenregister op naam van betrokkene heeft gestaan.

3.4. Een aanvullend proces-verbaal, d.d. 16 juni 1999 op ambtseed opgemaakt door H.J.H. Slootman, houdt - zakelijk weergegeven - in, dat nadat de bestuurders vertrokken waren werd ontdekt, dat op de kennisgeving van beschikking ten onrechte het kenteken [nummer2] was vermeld, dat dit kenteken het kenteken was van een andere motorfiets, die tegelijk met het voertuig van betrokkene aan de kant is gezet, en dat op het surveillance rapport toen een correctie is toegepast

3.5. Uit door de advocaat-generaal verstrekte informatie van het CJIB blijkt dat het kenteken [nummer2] is opgegeven voor een personenauto van het merk Suzuki en voorts dat een voertuig met dit kenteken niet betrokken is geweest bij enige gedraging in de zin van art. 2 WAHV, verricht op 29 september 1998.

3.6 Gelet op het in r.o. 3.4 en 3.5 overwogene is het hof van oordeel dat de reden voor de beweerdelijke onjuiste vermelding van het kenteken op de kennisgeving van de beschikking aan betrokkene - namelijk dat tegelijk met de betrokkene een bestuurder van een andere motorfiets was aangehouden, waarvan het kenteken ten onrechte op de kennisgeving van de beschikking was vermeld - niet juist kan zijn.

3.7 Bovendien is nog steeds niet duidelijk geworden hoe de verbalisant kennis heeft gekregen van het kenteken [nummer1] en waarop de verbalisant baseert, dat de gedraging is verricht met een voertuig met het kenteken [nummer1].

3.8 Op grond van het vorenwogene is het hof van oordeel dat geredelijk moet worden betwijfeld dat de onderhavige gedraging in al zijn onderdelen is begaan met een voertuig, waarvan het kenteken op naam van betrokkene is gesteld. Hoewel betrokkene niet met zoveel woorden ontkent op 29 september 1998 als bestuurder van een motorvoertuig te zijn aangehouden in verband met overschrijding van de maximumsnelheid en aan hem ter zake een kennisgeving van beschikking is uitgereikt, zijn onvoldoende gegevens voor handen om te bepalen in welke mate hij de maximumsnelheid zou hebben overschreden en dus welke gedraging in de zin van de WAHV hij toen zou hebben verricht.

3.9 Het hof zal derhalve de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen wat de kantonrechter had behoren te doen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 5 juli 1999, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nr. 23512155 de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van art. 11 WAHV tot zekerheid is gesteld aan deze door de griffier van het kantongerecht wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mr Kalsbeek, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr Vlietstra, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 6 december 2000.