Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0071

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
22-11-2000
Datum publicatie
07-06-2002
Zaaknummer
WAHV 00-00258
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 6:7
Algemene wet bestuursrecht 6:8
Algemene wet bestuursrecht 6:11
Algemene wet bestuursrecht 6:24
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 00/00258

22 november 2000

CJIB 24721843

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Lelystad

van 2 maart 2000

betreffende

[betrokkene], (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats],

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Zwolle ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Ingevolge het in art. 14, eerste lid, WAHV in verbinding met het in de art. 6:24, 6:7 en 6:8 Awb bepaalde dient het hoger beroep te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop een afschrift van de bestreden beslissing aan de betrokkene is toegezonden.

3.2. Het beroepschrift is gedateerd 21 juli 2000 en het is blijkens een daarop gesteld stempel op 24 juli 2000 ter griffie van het kantongerecht ingekomen. Aangezien de bestreden beslissing blijkens een daarop gestelde aantekening op 6 maart 2000 aan de betrokkene is toegezonden, is het beroepschrift derhalve niet tijdig ingediend.

3.3. Ingevolge art. 6:11 Awb blijft niet-ontvankelijkverklaring ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

3.4. De betrokkene heeft aangevoerd, dat de kantonrechter op 18 juli 2000 in een vergelijkbare zaak het beroep gegrond heeft verklaard en dat daarom eerst na afloop ven de termijn van zes weken beroep is ingesteld.

3.5. De door de betrokkene aangevoerde omstandigheid brengt echter niet mee, dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de betrokkene in verzuim is geweest, zodat de betrokkene in het hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 22 november 2000.