Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0068

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
15-11-2000
Datum publicatie
07-06-2002
Zaaknummer
WAHV 00-00250
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994 72
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 12
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 13
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 00/00250

15 november 2000

CJIB 29925317

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Brielle

van 26 juli 2000

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Op 1 januari 2000 is in werking getreden de Wet van 28 oktober 1999 tot wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie en van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, strekkende tot vervanging van de mogelijkheid van beroep in cassatie door de mogelijkheid van hoger beroep, alsmede het aanbrengen van enige andere wijzigingen (Stb. nr. 469). Vanaf voormelde datum kan ingevolge artikel 14, eerste lid, WAHV tegen de beslissing van het kantongerecht hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden, op de in dat artikel vermelde gronden. Derhalve is het openstaande rechtsmiddel tegen de beslissing van het kantongerecht te Brielle van 26 juli 2000 - in tegenstelling tot hetgeen staat vermeld onder die beslissing - hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden. Het hof zal het - kennelijk op grond van de onjuiste informatie onder de beslissing ingestelde - beroep in cassatie dan ook verstaan als hoger beroep.

3.2. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van ƒ 180,= opgelegd ter zake van 'voor het motorrijtuig van 3500 kg of minder is geen keuringsbewijs afgegeven', welke gedraging zou zijn verricht op 25 augustus 1999 in de gemeente Westvoorne (registercontrole).

3.3. Betrokkene betwist niet dat hij de gedraging heeft verricht. Wel voert hij met betrekking tot de hem opgelegde sanctie aan dat de gedraging niet opzettelijk is verricht, maar het gevolg is van drukke werkzaamheden en vakantie, waardoor het voertuig dat in verband met verhuur op betrokkenes naam was gesteld niet tijdig in de handelsvoorraad van betrokkenes eenmansbedrijf is geplaatst maar op naam van betrokkene gesteld is gebleven. Op die grond is de betrokkene van oordeel dat de beschikking dient te worden vernietigd. Voorts heeft de betrokkene gesteld dat de auto inmiddels een keuring heeft ondergaan.

3.4. Met betrekking tot de gevoerde verweren overweegt het hof het volgende. De door de betrokkene aangevoerde omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden zijn naar het oordeel van het hof niet van dien aard dat zij het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken noch dat de sanctie had behoren te worden gematigd. Deze omstandigheden verminderen niet het verwijt dat de betrokkene wordt gemaakt, te weten overtreding van een voorschrift dat betrekking heeft op de verkeersveiligheid.

3.5. Desalniettemin komt de beslissing van het kantongerecht niet voor bevestiging in aanmerking. Bij de stukken van het geding bevindt zich niet een proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter, zodat het er voor moet worden gehouden dat dit niet is opgemaakt. Dit verzuim heeft betrekking op een wezenlijke vorm van de procedure, zodat het nietigheid van het - blijkens de stukken van het geding gehouden - onderzoek ter zitting meebrengt, ook al wordt in de WAHV dit gevolg daaraan niet uitdrukkelijk verbonden.

3.6. Uit het vorenoverwogene volgt dat de bestreden beslissing niet in stand kan blijven en dat het hof met vernietiging van de bestreden beslissing zal doen hetgeen de kantonrechter had behoren te doen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Vlietstra, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 november 2000.