Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0060

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
31-10-2000
Datum publicatie
02-07-2002
Zaaknummer
WAHV 00-00119
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 00/00119

31 oktober 2000

CJIB 18525640

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Eindhoven

van 19 april 2000

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te[woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's Hertogenbosch niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep. Bij de nadere toelichting op het beroep is verzocht om een behandeling ter zitting.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld ter zitting van 17 oktober 2000. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr Dijkstra. De betrokkene is niet verschenen.

3. Beoordeling

3.1. De kantonrechter heeft, uitgaande van zijn - in hoger beroep niet bestreden - vaststelling dat de betrokkene niet binnen de in art. 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en dat de betrokkene evenmin binnen een nader gestelde termijn dit verzuim heeft hersteld, het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard.

3.2. De betrokkene heeft zowel bij de kantonrechter als in hoger beroep met een beroep op zijn financiële situatie aangevoerd dat hij niet in staat is het gevraagde bedrag ter zekerheidstelling te betalen en dat hem zodoende de gang naar de onafhankelijke rechter wordt onthouden. Ter staving van die stelling heeft de betrokkene gegevens omtrent zijn financiële positie verstrekt.

3.3. Ervan dient te worden uitgegaan dat een zekerheidstelling ingevolge de WAHV in het algemeen niet in de weg zal staan aan de toegang tot de rechter en dat het bij de huidige stand van zaken ervoor moet worden gehouden dat van een zodanige belemmering in ieder geval geen sprake is in geval van de betrokkene in totaal een zekerheidstelling van ƒ 150,-- is verlangd (te weten zoals in de onderhavige zaak een bedrag van ƒ 50,-- en in de zaak met nummer 00/00120, welke zaak gelijktijdig met deze zaak is behandeld, een bedrag van ƒ 100,--). Ook indien de betrokkene op grond van feiten en omstandigheden een beroep doet op financieel onvermogen zal een bedrag van ƒ 150,-- in het algemeen niet in de weg staan aan toegang tot de rechter.

3.4. Het hof is van oordeel dat de door de betrokkene overgelegde gegevens met betrekking tot zijn financiële situatie niet van dien aard zijn dat in het onderhavige geval gezegd kan worden dat hem de toegang tot de rechter wordt belemmerd, nu de door hem opgegeven kosten basisbehoeften en -voorzieningen betreffen, deze kosten niet aanmerkelijk hoger zijn dan te doen gebruikelijk en de betrokkene voorts niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij aflossing betaalt op de door hem opgegeven schulden. Ook overigens zijn van de zijde van de betrokkene geen feiten of omstandigheden aangevoerd die maken dat hem in het onderhavige geval de toegang tot de onafhankelijke rechter wordt belemmerd.

3.5. Nu uit het vorenoverwogene volgt, dat de kantonrechter het beroep van de betrokkene terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, komt het hof niet toe aan de overige door de betrokkene gevoerde verweren. De bestreden beslissing dient derhalve te worden bevestigd.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Vlietstra, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 31 oktober 2000.