Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0057

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
04-10-2000
Datum publicatie
12-06-2002
Zaaknummer
WAHV 00-00157
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 14
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2000, 184
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 00/00157

4 oktober 2000

CJIB 19342747

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Haarlem

van 12 mei 2000

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats],

voor wie als gemachtigde optreedt mr H.J. Damhoff, wonende te Alphen aan de Rijn.

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft - nadat de Hoge Raad de zaak in zoverre had teruggewezen - het verzoek van de betrokkene tot veroordeling van de Staat der Nederlanden in de kosten in verband met de behandeling bij het kantongerecht gemaakt afgewezen. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

Mr. H.J. Damhoff heeft, als gemachtigde van de betrokkene, tegen de beslissing van de kantonrechter een rechtsmiddel ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan betrokkene is bij beschikking van 13 januari 1998 een sanctie opgelegd van ƒ50,--. Tegen deze beschikking heeft betrokkene beroep ingesteld bij de officier van justitie te Haarlem. Tegen de beslissing van de officier van justitie waarbij het beroep ongegrond is verklaard is door betrokkene beroep ingesteld bij het kantongerecht te Haarlem. De kantonrechter heeft op 13 november 1998 de beslissing van de officier van justitie vernietigd, omdat deze de betrokkene ten onrechte niet in de gelegenheid heeft gesteld te worden gehoord, maar het beroep tegen de initiële sanctie ongegrond verklaard, met matiging van de opgelegde sanctie tot ƒ40,--. Voorts heeft de kantonrechter geen termen aanwezig geacht betrokkene een gevraagde kostenvergoeding toe te schatten.

3.2. De Hoge Raad heeft bij arrest van 4 januari 2000 de bestreden beslissing vernietigd, doch uitsluitend voor zover deze betrekking heeft op het tot kostenveroordeling strekkende verzoek van de betrokkene en de zaak teruggewezen naar het kantongerecht te Haarlem ter behandeling en beslissing in zoverre.

3.3. Onder de door de kantonrechter gegeven beslissing van 12 mei 2000 waartegen het onderhavige beroep is ingesteld, is aangegeven, dat (onder meer) de betrokkene beroep in cassatie kon instellen. Bij de griffie van het kantongerecht is op 6 juni 2000 tijdig namens de betrokkene een beroepschrift in cassatie ingediend. Door de griffier van het kantongerecht zijn de stukken naar het gerechtshof te Leeuwarden gezonden.

3.4. Bij wet van 28 oktober 1999 (Stb. 469), in werking getreden op 1 januari 2000, is de mogelijkheid beroep in cassatie bij de Hoge Raad in te stellen vervangen door hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden. De mogelijkheid van hoger beroep is ingevolge artikel 14 WAHV beperkt: de betrokkene kan - zakelijk weergegeven - slechts dan hoger beroep instellen, wanneer bij de beslissing van de kantonrechter de opgelegde administratieve sanctie meer bedraagt dan ƒ150,-- of wanneer betrokkene niet-ontvankelijk is verklaard, omdat geen of niet tijdig zekerheid zou zijn gesteld.

3.5. Artikel III van de wet van 28 oktober 1999 houdt als overgangsbepaling in:

1. Voor de mogelijkheid om beroep in cassatie in te stellen tegen een uitspraak van de kantonrechter die voor of op de dag van inwerkingtreding van deze wet is gedaan, blijft het recht zoals dat gold voor dat tijdstip van toepassing.

2. Voor de behandeling van het beroep in cassatie dat voor de datum van inwerkingtreding van deze wet is ingesteld, dan wel met toepassing van het eerste lid na de dag van inwerkingtreding is ingesteld, blijft het recht zoals dat gold voor het tijdstip van toepassing.

3.6. In het onderhavige geval doet zich de bijzonderheid voor, dat de beslissing van de kantonrechter op het door de betrokkene ingestelde beroep, gegeven voor de dag van inwerkingtreding van genoemde wet, door de Hoge Raad in hoofdzaak in stand is gelaten en de kantonrechter is opgedragen de zaak slechts ten aanzien van het verzoek tot kostenvergoeding opnieuw te behandelen en te beslissen.

3.7. Nu niet uitgesloten is, dat de overgangsbepaling zo zal moeten worden uitgelegd, dat onder 'uitspraak van de kantonrechter' in dit artikel dient te worden verstaan: de beslissing die op het tegen de beslissing van de officier van justitie ingestelde beroep met betrekking tot de opgelegde administratieve sanctie door de kantonrechter wordt genomen, althans dat een beslissing van de kantonrechter ten gevolge van een verwijzingsbeslissing van de Hoge Raad als in casu niet als afzonderlijke uitspraak van de kantonrechter in de zin van de overgangsbepaling moet worden verstaan, zal het hof het beroep in cassatie, - temeer nu de bij de eerdere beslissing bepaalde administratieve sanctie meebrengt, dat het hoger beroep ingevolge artikel 14, eerste lid, WAHV niet zou kunnen worden ontvangen -, niet verstaan als hoger beroep, maar de stukken ten fine van behandeling en afdoening in cassatie verzenden naar de griffier van de Hoge Raad.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

stelt het beroepschrift, alsmede de op de zaak betrekking hebbende stukken in handen van de griffier van de Hoge Raad der Nederlanden ten fine van behandeling van de zaak in cassatie.

Dit arrest is gewezen door mrs Dijkstra, vice-president, als voorzitter, Vellinga, vice-president en Kalsbeek, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr Vlietstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 4 oktober 2000.