Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0052

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
29-09-2000
Datum publicatie
05-07-2002
Zaaknummer
WAHV 00-00139
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 20d
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 26
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 26a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 00/00139

29 september 2000

CJIB 24334529

Gerechtshof te Leeuwarden

Beschikking

op het hoger beroep tegen de beschikking

van de kantonrechter te Hoorn

van 26 januari 2000

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het verzet van de betrokkene tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op 30 juli 1999 verzonden kennisgeving van verhaal niet-ontvankelijk verklaard. De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld ter zitting van 18 september 2000. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr Van der Hoek. De betrokkene is verschenen bij gemachtigde, te weten G.P. Kwakernaat.

3. Beoordeling

3.1. De kantonrechter heeft aan zijn beslissing als motivering ten grondslag gelegd - kort gezegd - dat de betrokkene geen griffierecht heeft voldaan, hoewel zij door de griffier in de gelegenheid is gesteld om dit verzuim te herstellen.

3.2. Ter ’s hofs terechtzitting heeft de gemachtigde van de betrokkene een stortingsbewijs overgelegd, waaruit blijkt dat op 23 september 1999 ƒ 170,= is gestort onder vermelding van 'Verzet'.

3.3. De gemachtigde van betrokkene heeft ter ’s hofs terechtzitting verzocht de zaak zo spoedig mogelijk tot een einde te brengen.

3.4. Gelet op het onder 3.2 overwogene is het hof van oordeel dat de bestreden beslissing niet in stand kan blijven en derhalve dient te worden vernietigd. Gezien het verzoek van de gemachtigde van de betrokkene zal het hof de zaak om redenen van doelmatigheid niet terugwijzen naar het kantongerecht, maar doen wat de kantonrechter had behoren te doen.

3.5. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van ƒ 90,= opgelegd ter zake van 'parkeren in strijd met parkeerverbod op plaats voor laden en lossen (bord E7)', welke gedraging zou zijn verricht op 3 december 1998 op de Czarinastraat in de gemeente Zaanstad.

3.6. Aangezien geen betaling van de opgelegde sanctie heeft plaatsgevonden, heeft de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op 30 juli 1999 een kennisgeving van verhaal verzonden.

3.7. Bij brief van 3 augustus 1999 heeft de betrokkene bezwaar gemaakt tegen het verhaal, welk bezwaar door het kantongerecht is aangemerkt als verzet.

3.8. In haar verzetschrift maakt de betrokkene bezwaren kenbaar tegen de oplegging van de initiële sanctie, terwijl artikel 27, zesde lid, WAHV in verbinding met artikel 26, derde lid, van de WAHV bepaalt, dat het verzet niet gericht kan zijn tegen de beslissing waarbij de administratieve sanctie werd opgelegd.

3.9. Nu betrokkene, noch in haar beroepschrift bij het hof, noch ter zitting gronden heeft aangevoerd waarom de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden niet tot verhaal had mogen overgaan en het hof ook ambtshalve geen gronden als bovenbedoeld aanwezig acht, zal het verzet ongegrond worden verklaard.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beschikking van de kantonrechter;

verklaart het verzet ongegrond.

Deze beschikking is gegeven door mr Dijkstra, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Vlietstra, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 29 september 2000.