Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0051

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
29-09-2000
Datum publicatie
05-07-2002
Zaaknummer
WAHV 00-00137T
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 6:5
Algemene wet bestuursrecht 6:6
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WAHV 00/00137

29 september 2000

CJIB 30044816

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Rotterdam

van 29 mei 2000

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld ter zitting van 18 september 2000. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr Van der Hoek. De betrokkene is niet verschenen.

3. Beoordeling

3.1. Betrokkene heeft bij brief, waarop als datum van ontvangst door het kantongerecht Rotterdam 14 juni 2000 is aangegeven, hoger beroep ingesteld tegen voornoemde beslissing van de kantonrechter. Als adres van de betrokkene staat in het beroepschrift vermeld: [woonadres]. Het beroepschrift is niet ondertekend.

3.2. Bij brief van 26 juni 2000 heeft de griffier bij het gerechtshof de betrokkene in de gelegenheid gesteld voormeld verzuim te herstellen binnen drie weken na dagtekening van die brief. Als adres van de betrokkene vermeldt de brief: [woonadres]. De griffier bij het gerechtshof heeft deze brief tezamen met de gelijkluidende maar juist geadresseerde brief in de zaak met registratienummer WAHV 00/00138 in één vensterenvelop ter post bezorgd. Het valt niet na te gaan naar welk van beide adressen de verzuimbrieven zijn verzonden.

3.3. De betrokkene heeft het verzuim niet binnen de daarvoor gestelde termijn hersteld.

3.4. Gelet op het hiervoor onder 3.2 overwogene, kan niet worden uitgesloten dat de betrokkene de brief, waarbij hij in de gelegenheid werd gesteld het verzuim te herstellen, niet heeft ontvangen.

3.5. Het vorenoverwogene brengt mee dat de betrokkene alsnog in de gelegenheid dient te worden gesteld het beroepschrift te ondertekenen en zodoende het verzuim te herstellen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

stelt de betrokkene in staat het beroepschrift te ondertekenen binnen drie weken na verzending van deze beslissing.

Dit arrest is gewezen door mr Dijkstra, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Vlietstra, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 29 september 2000.