Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0029

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
14-06-2000
Datum publicatie
18-06-2002
Zaaknummer
WAHV 00-00050
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 5, geldigheid: 2000-06-14
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

WAHV 00/00050

14 juni 2000

CJIB 25118811

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te 's-Gravenhage

van 17 februari 2000

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling .

3.1. Aan betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie opgelegd van fl. 180,-- ter zake van "niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht'", welke gedraging zou zijn verricht op 28 januari 1999 om 9.43 uur op de Koningskade/Zuid Hollandlaan te 's-Gravenhage.

3.2. Betrokkene stelt de gedraging niet te hebben verricht. Daartoe voert hij -zakelijk weergegeven- aan,

- dat hij niet de dader is;

- dat zijn auto aan de achterzijde niet rood is, maar zwart;

- dat hij op het tijdstip van de gedraging heeft gewerkt en zijn auto altijd parkeert op het afgesloten parkeerterrein achter het kantoor waar hij werkzaam is;

- dat er vermoedelijk sprake is van kentekenfraude.

Bij het beroepschrift heeft betrokkene een foto gevoegd van de achterzijde van de auto voorzien van het in de beschikking genoemde kenteken en voorts een verklaring namens zijn werkgever waarin onder meer is vermeld dat de datum waarop de gedraging is geconstateerd een normale werkdag is geweest en dat betrokkene die dag niet ziek was en geen verlof genoot en dat betrokkene gedurende werktijden van 8.00 tot 16.30 uur zijn auto parkeert op de bedrijfsparkeerplaats.

3.3. Het hof overweegt met betrekking tot genoemde verweren het volgende:

3.3.1. Het feit dat betrokkene aangeeft niet de dader te zijn, alsmede het feit dat hij aangeeft op de datum van de geconstateerde gedraging te hebben gewerkt en dat hij zijn auto gedurende zijn werktijden normaliter parkeert op de parkeerplaats

voertuig waarvan het kenteken op zijn naam is gesteld de gedraging heeft verricht.

Daaraan doet niet af de door betrokkene overgelegde verklaring namens zijn werkgever, nu daaruit niet valt af te leiden dat op datum en tijdstip van de geconstateerde gedraging dat voertuig ook feitelijk was geparkeerd op het bedrijfsparkeerterrein.

3.3.2. Het gegeven dat de auto van betrokkene aan de achterzijde zwart is doet niet af aan de betrouwbaarheid van de waarneming van de ambtenaar dat er sprake is van een rode auto. Het feit dat de achterzijde van de auto zwart is, sluit

niet uit dat de hoofdkleur rood is. Steun daarvoor kan worden gevonden bij de gegevens opgenomen in het kentekenregister waar ook als kleur van de auto rood is vermeld.

3.3.3. Door betrokkene worden met betrekking tot het vermoeden dat er sprake is van kentekenfraude geen concrete feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit kan volgen dat het voertuig waarmee de gedraging is begaan een ander is dan dat waarvan het kenteken ten name van betrokkene staat geregistreerd in het kentekenregister.

3.4. Uit het vorenoverwogene volgt dat op grond van hetgeen betrokkene heeft aangevoerd niet aannemelijk is geworden dat de geconstateerde gedraging niet is verricht met het voertuig waarvan het kenteken op zijn naam is geregistreerd. Derhalve is het beroep van betrokkene ongegrond en dient de beslissing van de kantonrechter te worden bevestigd.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr Kalsbeek, raadsheer, in tegenwoordigheid van

mr Wijma, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 juni 2000.