Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2000:AE9993

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
25-10-2000
Datum publicatie
08-08-2006
Zaaknummer
0000281
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoekster vangt voor de tweede maal in twee instanties bot.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Het gerechtshof te Leeuwarden

arrest gewezen inzake

X.

wonende te P.,

appellante,

hierna te noemen: X.

toevoeging

procureur mr. P.R. van den Elst

advocaat mr. G.B. de Jong.

Het geding in eerste aanleg

Bij vonnis van 15 september 2000 heeft de rechtbank te Assen het verzoek van X. tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen.

Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 20 september 2000, heeft X. het hof verzocht voormeld vonnis te vernietigen en alsnog te bepalen dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden toegewezen.

Ter terchtzitting van 19 oktober 2000 is de zaak behandeld.

De beoordeling

De rechtbank heeft het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen omdat de rechtbank van oordeel is dat de persoonlijke omstandigheden die X. naar voren brengt niet opwegen tegen het feit dat X. niet te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan van de schulden jegens de gemeente Soest en Postbank. Deze laatste omstandigheden zijn ook redenen geweest voor het hof om bij arrest van 1 december 1999 X. niet toe te laten tot de schuldsaneringsregeling.

X. komt op tegen dit oordeel en stelt dat er thans gronden zijn haar toe te laten tot de schuldsaneringsregeling. X. voert hiertoe aan dat zij, sinds zij in Hoogeveen woont, de hulp van het Riagg, de Kredietbank en het maatschappelijk werk heeft ingeroepen, dat zij alle afspraken met deze instellingen keurig nakomt en voorts aan alle betalingsverplichtingen voldoet. Voorts wijst X. op het tijdsverloop van de schulden. Tot slot stelt X. dat (het voortduren van) de financiƫle problemen haar belemmeren in het oplossen van haar psychische problemen en in de zorg voor haar kinderen.

Het hof stelt voorop dat het prijzenswaardig is dat X. hulp heeft gezocht bij het oplossen van haar (psychische) problemen en er zodoende blijk van geeft de verantwoordelijkheid van haar leven niet te willen ontlopen. Dit brengt, naar het oordeel van het hof, evenwel niet zonder meer mee dat X. thans ook in staat en onvoldoende gemotiveerd moet worden geacht tot een financieel opzicht verantwoord handelen, in die zin dat zij (gedurende de schuldsaneringsregeling) in staat is om haar financiƫle verplichtingen naar behoren na te komen. Zo blijkt, onder meer uit de verklaring van de Gemeentelijke Kredietbank van 5 september 2000, niet of en in hoeverre de schuldensituatie van X. zich heeft gestabiliseerd en of de aflossingscapaciteit die in die verklaring wordt vermeld, wordt aangewend voor aflossing van schulden. Voorts is gesteld noch gebleken dat X. ook maar enig initiatief heeft ontplooid om zich door middel van arbeid inkomen te verwerven - al was het maar van bescheiden omvang - waarmee zij haar schuldeneisers tegemoet kan komen. Zo is evenmin gebleken of zij zich heeft ingeschreven bij het Arbeidsbureau. Daarnaast komt de namens haar gemaakte opmerking ter zitting dat het niet erg motiveert wanneer mevrouw, hetgeen zij van eventueel inkomen uit arbeid mag behouden, aan de crediteuren, met name de gemeente Soest, dient af te dragen.

Gelet op de hiervoor omschreven twijfels over het antwoord op de vraag of X. in staat en onvoldoende gemotiveerd is om financieel opzicht verantwoord te kunnen handelen alsmede gelet op de aard en de omvang van de schulden en het bescheiden tijdsverloop sedert het ontstaan ervan en de verwijtbaarheid ten aanzien van het ontstaan van de verschillende schulden zoals bij arrest van 1 december 199 overwogen, is het hof van oordeel dat de door X. aangevoerde omstandigheden niet meebrengen dat X. tot de schuldsaneringsregeling dient te worden toegelaten.

Slotsom

Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd.

De beslissing

Het gerechtshof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep.

Aldus gewezen door mrs. Wachter, voorzitter, Bloem en Bunjes, raden, en uitgesproken door mr. Streppel, fungerend-president lid een enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van Mellink als waarnemend griffier ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 25 oktober 2000.