Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:2000:AD8370

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
20-01-2000
Datum publicatie
23-01-2002
Zaaknummer
24-000765-99
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000765-99

Arrest d.d. 20 januari 2000 van het gerechtshof te Leeuwarden, tweede meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank te Leeuwarden d.d. 22 juli 1999 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op 17 november 1962 te Sliven,

Thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande

thans verblijvende in PI De Grittenborgh,

Kinholtsweg 7 7909 CA Hoogeveen

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw,

mr A.G. van der Plas, advocate te Amsterdam.

Het vonnis waarvan beroep.

De arrondissementsrechtbank te Leeuwarden heeft de verdachte bij voormeld vonnis op tegenspraak wegens misdrijven veroordeeld tot straffen en een bijkomende straf als in het vonnis nader omschreven.

Aanwending van het rechtsmiddel.

De verdachte is d.d. 22 juli 1999 op de voorgeschreven wijze en tijdig van voormeld vonnis in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft gelet op het onderzoek ter 's hofs terechtzitting van 10 januari 2000 en op het onderzoek in eerste aanleg als voorgeschreven bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering.

Gehoord zijn:

De advocaat-generaal zowel in haar voordracht van de zaak alsook in haar vordering, de getuige, alsmede de verdachte zo in zijn antwoorden als in de middelen van verdediging door en namens hem aangevoerd.

Geldigheid van de inleidende dagvaarding.

Door de raadsvrouw is ter 's hof terechtzitting aangevoerd dat de dagvaarding nietig moet worden verklaard, nu in de telastelegging feitelijkheden worden opgesomd die buiten Nederland plaatsvonden, terwijl de plaatsaanduiding in het hoofd van de telastelegging zich tot Nederland beperkt.

Het hof overweegt, dat de omstandigheid dat feitelijkheden zijn telastegelegd die hebben plaatsgevonden in het buitenland, niet aan geldigheid van de dagvaarding in de weg staat.

Het hof verwerpt mitsdien dit verweer.

Ontvankelijk van het openbaar ministerie.

De raadsvrouw heeft ter 's hof terechtzitting aangevoerd, dat, op grond van schending van artikel 6 van het EVRM, het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard, nu de politie, op vordering van het openbaar ministerie, de getuige [getuige] heeft gehoord, nadat deze - in bijzijn van de verdediging - door de rechter-commissaris uitvoerig was gehoord, en dat dit horen door de politie ten onrechte is geschied zonder de verdediging uit te nodigen bij dit verhoor aanwezig te zijn.

Het hof stelt vast, dat de getuige [getuige] door de rechter-commissaris, door de rechtbank en door het hof is gehoord in bijzijn van de verdediging en dat bij die verhoren aan de verdediging de gelegenheid is geboden vragen te stellen aan deze getuige.

Het hof is reeds op grond van bovenstaande vaststelling van oordeel dat het horen van de getuige door de politie zonder dat de verdediging daarbij aanwezig was, na het verhoor van de getuige door de rechter-commissaris niet met zich meebrengt dat er ernstige inbreuken zijn gemaakt op de beginselen van een goede procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekort gedaan.

Het hof verwerpt mitsdien het verweer.

De beslissing op het hoger beroep.

Het hof zal het vonnis, waarvan beroep, vernietigen en opnieuw recht doen.

Telastelegging.

Het hof neemt uit het beroepen vonnis over de daar vermelde inhoud van de inleidende dagvaarding, zoals door de eerste rechter verbeterd gelezen.

Bewezenverklaring.

Het hof heeft bewezen verklaard dat verdachte

in de periode van 1 oktober 1997 tot en met 15 februari 1999 te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, en te Groningen, in de gemeente Groningen, en te Den Haag, tezamen en in vereniging met anderen, vrouwen, respectievelijk genaamd [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer], door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding tot prostitutie heeft gebracht, bestaande dat bovenomschreven misbruik en/of die handeling van misleiding hieruit dat, verdachte en/of verdachtes mededaders,

a) [slachtoffer]

nadat één van verdachtes mededaders met die [slachtoffer] naar Nederland was gekomen en , het paspoort van die [slachtoffer] onder zich

heeft/hebben gehouden, (een groot deel van) de verdiensten aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) heeft/hebben laten afdragen;

b) [slachtoffer]

nadat door één van verdachtes mededaders tegen die [slachtoffer] was gezegd dat zij in Nederland in de tuinbouw zou kunnen werken, en nadat die [slachtoffer] daarvoor in Nederland was gekomen, tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat die [slachtoffer] in een vitrine moest werken en een vitrine voor die [slachtoffer] heeft/hebben geregeld en (een groot deel van) de verdiensten aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) heeft/hebben laten afdragen;

c) [slachtoffer]

nadat door één van verdachtes mededaders tegen die [slachtoffer] was gezegd dat zij in een uitgaanscentrum in Nederland zou kunnen gaan werken en nadat zij daarvoor naar Nederland was gekomen, het paspoort van die [slachtoffer] onder zich heeft/hebben gehouden en tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat zij in een vitrine zou moeten werken en (een groot deel van) de verdiensten aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) heeft/hebben laten afdragen;

d) [slachtoffer]

nadat verdachte en/of verdachtes mededader(s) die [slachtoffer] van een vals paspoort heeft/hebben voorzien, tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat zij een vitrine moest gaan zoeken en/of (een groot deel van) de verdiensten aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) heeft/hebben laten afdragen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is telastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie.

Hetgeen het hof als bewezen heeft aangenomen levert op het misdrijf:

mensenhandel, door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid.

Het hof acht verdachte te dezer zake strafbaar, nu ten opzichte van hem geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering.

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaren en een geldboete van fl. 50.000,00. Verdachte heeft hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaren en een geldboete van fl. 50.000,00.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich min of meer in georganiseerd verband meermalen schuldig gemaakt aan mensenhandel ten behoeve van raamprostitutie, hetgeen een zo ernstig strafbaar handelen betreft, dat alleen een vrijheidsbenemende straf in aanmerking komt.

Verdachte is gedurende ongeveer anderhalf jaar als organisator opgetreden van het, ten behoeve van de prostitutie, ronselen van tenminste een viertal Bulgaarse vrouwen, onder wie één minderjarige, en het werkzaam houden van die vrouwen in de prostitutie. Dit gebeurde onder valse voorwendselen en met het afnemen van het paspoort van twee van de Bulgaarse vrouwen. De verdiensten van de vrouwen dan wel een groot deel daarvan werden door verdachte en/of zijn mededaders ingehouden, al dan niet onder het doen van beloften die verdiensten in de toekomst alsnog aan de vrouwen ter beschikking te stellen.

Het feit dat verdachte niet eerder is veroordeeld, is ten gunste van verdachte bij de strafbepaling in aanmerking genomen.

Onder deze omstandigheden is een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar gerechtvaardigd.

Toepassing van wetsartikelen.

Het hof heeft gelet op de artikelen 57 en 250 ter van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak.

HET HOF,

RECHTDOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw rechtdoende:

verklaart het verdachte als voormeld telastegelegde bewezen en te kwalificeren als voormeld en verklaart deze feiten en verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van vier jaren;

beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

gelast de teruggave aan verdachte van het navolgende inbeslaggenomen voorwerp:

geldbedrag van f. 2.670,00

voor zover nog niet teruggegeven;

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het navolgende inbeslaggenomen voorwerp:

auto, merk Audi, type A6, kenteken [kenteken];

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is telastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

- Dit arrest -

Dit arrest is aldus gewezen door mrs Vellinga, vice-president, voorzitter, Huisman en Gorter, raden, in tegenwoordigheid van mevrouw mr Bakker als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 januari 2000 door de vice-president mr Vellinga voornoemd.

type: KB