Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:1999:AE9988

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
10-11-1999
Datum publicatie
08-08-2006
Zaaknummer
9900278
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGRO:1999:AF0373
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet gebleken dat schuld niet te goeder trouw is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Het gerechtshof te Leeuwarden

Arrest gewezen inzake:

X. , wonende te P.,

appellante,

hierna ook te noemen: X.

procureur mr P.R. van den Elst,

advocaat mr F.L. van Lelyveld.

Het geding in eerste instantie

Bij vonnis van 5 oktober 1999 heeft de rechtbank te Groningen het verzoek van X. om de schuldsaneringsregeling op haar van toepassing te verklaren, afgewezen.

Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 13 oktober 1999, heeft X. verzocht het vonnis van 5 oktober 1999 te vernietigen en opnieuw beslissende de schuldsaneringsregeling alsnog op haar van toepassing te verklaren.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van de overige stukken, waaronder een brief d.d. 19 oktober 1999 van mr van Lelyveld met bijlagen.

Ter zitting van 2 november 1999 is de zaak behandeld.

De beoordeling

Vaststaande feiten

1. X. woont samen met de heer Y.

Zij is niet gehuwd met Y., noch is er sprake van een geregistreerd partnerschap.

Standpunt X.

2. Volgens X. kan de schuldsaneringsregeling op haar van toepassing worden verklaard omdat zij ten aanzien van het ontstaan van de schuld bij de Sociale Dienst te Groningen niet te kwader trouw is geweest.

3. Gelet op het bepaalde in artikel 288 lid 2 aanhef en sub b Fw kan het verzoek om toepassing van de schuldsaneringsregeling worden afgewezen indien aannemelijk is dat de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van schulden niet te goeder trouw is geweest.

4. De vordering van de gemeente Groningen heeft betrekking op in juli en augustus 1994 aan haar en haar toenmalige partner teveel betaalde bijstand ten bedrage van in totaal f l.347,09. De gemeente heeft X. , eerst bij -onjuist geadresseerde- brief d.d. 25 november 1998 geïnformeerd over de schuld.

Bij gelegenheid van de behandeling in hoger beroep is niet gebleken dat X. met betrekking tot het ontstaan van bedoelde schuld aan de gemeente Groningen: niet te goeder trouw is geweest.

5. Gelet op het vorenstaande is in het bepaalde in artikel 288 lid 2 aanhef' en sub b Fw geen grond gelegen voor afwijzing van het verzoek van X. . tot het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.

6. Nu ook overigens niet is gebleken van feiten en omstandigheden, die aan toewijzing van het verzoek van X. in de weg staan, kan ten aanzien van X. de toepassing van de schuldsaneringsregeling worden uitgesproken.

Slotsom

7. Het vorenoverwogene brengt mee dat het vonnis waarvan beroep dient te worden vernietigd en dat opnieuw zal worden beslist als na te melden.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep;

en opnieuw beslissende:

spreekt ten aanzien van X. voornoemd de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit.

Aldus gewezen door mrs Wachter, voorzitter, Drion en Van Eck, raden, en uitgesproken door mr Mollema, fungerendpresident, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van de heer Terhell als waarnemend griffier ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 10 november 1999.