Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHLEE:1999:AE9977

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
25-08-1999
Datum publicatie
08-08-2006
Zaaknummer
9900208
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing schuldsanering van in gemeenschap gehuwde echtgenoot brengt afwijzing van de verzoekende echtgenote mee - mits deze niet zelf schuldenaar is?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest in de zaak van

X.

wonende te P., appellante,

hierna te noemen: X.

procureur mr P.R. van den Elst, advocaat mr R.S. Levenga.

Het geding in eerste aanleg

Bij vonnis van 27 juli 1999 heeft de rechtbank te Assen het verzoek van X. tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen.

Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 4 augustus 1999 heeft X., verzocht het vonnis van 27 juli 1999 te vernietigen en opnieuw rechtdoende haar inleidend verzoek alsnog toe te wijzen.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een brief d.d. 27 november 1997 met bijlagen van de curator in het faillissement van -Z. BV aan de rechter-commissaris alsmede een verslag d.d. 3 februari 1998 van de curator in voormeld faillissement.

Ter zitting van 19 augustus 1999 is de zaak behandeld.

De beoordeling

Vaststaande feiten

1. Het volgende staat als niet danwel onvoldoende weersproken vast.

a. X. is in algehele gemeenschap van goederen gehuwd met Y.

b. Uit een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Drenthe blijkt dat Y. vanaf 19 februari 1991 tot 17 september 1996, de dag waarop de rechtbank het faillissement van Z. BV heeft uitgesproken, directeur is geweest van deze besloten vennootschap.

c. Mede ten gevolge van het feit dat Y. zich borg heeft gesteld voor de schulden van voormelde besloten vennootschap heeft hij een schuldenlast opgebouwd van in ieder geval f 1.031.071,07.

d. De rechtbank heeft het verzoek van Y. tot toepassing van de schuldsaneringsregeling bij haar vonnis van 27 juli 1999 afgewezen.

e. Bij arrest van heden heeft het gerechtshof dit vonnis bekrachtigd.

2. De vraag die thans rijst is of X. in aanmerking dient te komen voor toepassing van de schuldsaneringsregeling. Het hof overweegt dienaangaande het volgende.

3. Het hof is - anders dan de rechtbank - van oordeel dat uit de stukken en tijdens het verhandelde ter zitting niet is gebleken van omstandigheden die de conclusie rechtvaardigen dat er gegronde vrees bestaat dat X. zal trachten haar schuldeisers te benadelen dan wel dat aannemelijk is dat X. ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van schulden niet te goeder trouw is geweest.

4. In art. 313 Fw is het in faillissement geldende art. 63 Fw van overeenkomstige toepassing verklaard op de schuldsaneringsregeling. Dit heeft tot gevolg dat - nu partijen in algehele gemeenschap van goederen zijn gehuwd - de schuldsaneringsregeling alle goederen omvat die in de gemeenschap vallen en strekt ten behoeve van alle crediteuren die op de goederen van de gemeenschap verhaal hebben.

5. Nu voor X. de schuldsaneringsregeling niet uitgesproken zal worden, is het hof van oordeel dat het systeem van de wet - zoals verwoord in rechtsoverweging 4 -meebrengt dat het verzoek van E - tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen dient te,worden.

slotsom

6. Het vonnis waarvan beroep dient, met verbetering van de gronden, te worden bekrachtigd.

De beslissing

Het gerechtshof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep.

Aldus gewezen door mrs Boon, voorzitter, Bloem en Slob-Schuit, raden, en uitgesproken door mr Mollema, fungerend-president, lid van een enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van Terhell als waarnemend griffier ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 25 augustus 1999.