Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2022:1852

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
22-09-2022
Datum publicatie
23-09-2022
Zaaknummer
1021746422rk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Spaanse vrachtwagenchauffeur alsnog in voorlopige hechtenis en geschorst onder voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

datum beschikking: 22 september 2022

GERECHTSHOF DEN HAAG

meervoudige raadkamer

BESCHIKKING

gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van de officier van justitie in de zaak van de verdachte, genaamd:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Spanje).

Procesgang

De rechtbank Rotterdam heeft in raadkamer bij beschikking van 8 september 2022 de vordering gevangenhouding van de verdachte afgewezen.

Blijkens de akte rechtsmiddel is op 9 september 2022 door het Openbaar Ministerie hoger beroep tegen die beslissing ingesteld.

Het hof heeft dit hoger beroep op 22 september 2022 in raadkamer behandeld.

De verdachte is, behoorlijk opgeroepen zijnde, niet in raadkamer verschenen.

In raadkamer zijn gehoord de gemachtigd advocaat mr. A.S. ten Doesschate en de advocaat-generaal mr. H.H.J. Knol.

Het hof heeft in raadkamer kennisgenomen van de beslissing waarvan beroep en van de stukken die betrekking hebben op de voorlopige hechtenis van de verdachte.

In raadkamer is namens de verdachte bij gelegenheid van de behandeling van het hiervoor bedoelde hoger beroep tevens verzocht om schorsing van de voorlopige hechtenis.

De beoordeling van het hoger beroep

Door de advocaat-generaal is, conform de appelmemorie d.d. 16 september 2022, betoogd dat de rechtbank ten onrechte de voorlopige hechtenis van de verdachte heeft opgeheven omdat er ernstige bezwaren zijn en de recidivegrond aanwezig is. In dat kader is mede gewezen op de stress waarin de verdachte verkeerde, met name gelet op zijn financiële problematiek, terwijl deze problematiek ook nu nog bestaat, alsmede op de aanwezigheid van cocaïne in zijn bloed ten tijde van het feit. De advocaat-generaal heeft voorts betoogd dat het Openbaar Ministerie kan instemmen met schorsing van de voorlopige hechtenis, mits onder voorwaarden.

Het hof stelt ten eerste vast dat aan de orde is artikel 175, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994, in verbinding met het eerste lid van dat artikel. Op grond van artikel 67, eerste lid onder c, van het Wetboek van Strafvordering, is voorlopige hechtenis toegelaten. Het verwijt dat de verdachte wordt gemaakt is dat hij, als chauffeur van een vrachtwagen, op 27 augustus 2022 te Nieuw-Beijerland een ongeval heeft veroorzaakt ten gevolge waarvan zeven personen zijn overleden en een aantal personen (ernstig) gewond is geraakt. Het hof is van oordeel dat de ernstige bezwaren aanwezig zijn, gelet op de resultaten van de toxicologische screening van 29 augustus 2022, waarin een aanwijzing is geconstateerd voor de aanwezigheid van een concentratie cocaïne en een omzettingsproduct in het bloed van de verdachte. De vraag of sprake is geweest van een epileptische aanval bij de verdachte is op dit moment nog onderwerp van onderzoek. Een en ander maakt dat de ernstige bezwaren thans in voldoende mate gegeven zijn.

Het hof is voorts met de advocaat-generaal van oordeel dat er een grond voor voorlopige hechtenis aanwezig is. Daarbij overweegt het hof dat er een ernstig vermoeden is dat verdachte na middelengebruik, waaronder cocaïne, met een vrachtauto is gaan rijden. Het hof betrekt daarbij dat de verdachte vrachtwagenchauffeur is geworden omdat hij door een arbeidsongeval voor zijn eigen beroep arbeidsongeschikt was geworden. Als vrachtwagenchauffeur kon hij in zijn onderhoud en dat van zijn gezin blijven voorzien. Een derde heeft zijn opleiding bekostigd. Het voorgaande leidt tot de vrees dat verdachte wederom een motorrijtuig gaat besturen en hij opnieuw een verkeersongeval zou kunnen veroorzaken en aldus de gezondheid en/of veiligheid van personen in gevaar zou kunnen brengen.

Het hof komt aldus tot het oordeel dat het appel tegen de opheffing van de voorlopige hechtenis moet worden toegewezen.

De beoordeling van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis

In raadkamer is namens de verdachte bij gelegenheid van de behandeling van het hoger beroep om schorsing van zijn voorlopige hechtenis verzocht. Als belang van de verdachte is verwezen naar hetgeen is aangevoerd op de zitting van 8 september 2022.

Het hof komt in het onderhavige geval tot het oordeel dat het persoonlijke belang van de verdachte bij schorsing van de voorlopige hechtenis dient te prevaleren boven het strafvorderlijke belang bij voortduring ervan. Dit brengt mee dat het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt toegewezen.

Beslissing

Het hof:

Wijst het hoger beroep toe en beveelt de gevangenhouding van de verdachte.

Wijst het verzoek om schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte toe, per datum beslissing, 22 september 2022, onder de voorwaarden:

Voorwaarden:

  1. Dat de verdachte, ingeval hij wegens het feit, waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen, tot andere dan vervangende hechtenis mocht worden veroordeeld, zich aan de tenuitvoerlegging daarvan niet zal onttrekken;

  2. Dat de verdachte aan iedere oproeping in deze zaak vanwege justitie of politie gevolg zal geven en aanwezig zal zijn tijdens de inhoudelijke terechtzitting in deze zaak;

  3. Dat de verdachte zich gedurende de schorsing niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken;

  4. Dat de verdachte van iedere adreswijziging tevoren zal kennisgeven aan het Openbaar Ministerie in Spanje en in Nederland;

  5. Dat de verdachte, indien de opheffing van de schorsing mocht worden bevolen, zich niet aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis zal onttrekken;

  6. Dat de verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

  7. Dat de verdachte geen gemotoriseerde/elektrische voertuigen zal besturen.

  8. Dat de verdachte zo nodig mee zal werken aan een reclasseringsrapport en (gedragskundig) onderzoek, behandeling of begeleiding, indien daartoe wordt besloten.

Het hof geeft opdracht dat deze beslissing door het Openbaar Ministerie wordt toegezonden aan Spanje, zijnde de lidstaat van de Europese Unie waar de verdachte zijn vaste woon- of verblijfplaats heeft, conform artikel 5.7.16 eerst en derde lid WvSv. De verdachte is voornemens in Spanje zijn woon- of verblijfplaats te houden.

Deze beschikking is gegeven op 22 september 2022 door

mr. M.P.J.G. Göbbels, voorzitter,

mr. A.J.M. Kaptein en mr. W.B.M. Tomesen, leden,

in bijzijn van mr. D.D.A. Hoyinck, griffier

Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.

………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Den Haag, 22 september 2022

de advocaat-generaal