Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2022:1752

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
23-08-2022
Datum publicatie
13-09-2022
Zaaknummer
2200229921
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens medeplichtigheid aan een woninginbraak, waarbij ook een auto is weggenomen en het aanwezig hebben van MDMA tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren. Vrijspraak medeplegen. Ook moet de verdachte schadevergoedingen betalen aan de benadeelde partijen, waarbij ook de opgevoerde kosten zijn toegewezen van een beveiligingssysteem en een beveiligingsabonnement voor de woning, die na de gepleegde feiten zijn aangeschaft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-002299-21

Parketnummers: 10-101521-21 en 10-089151-21

Datum uitspraak: 23 augustus 2022

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 28 juli 2021 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,

BRP-adres: [adres],

door de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep opgegeven adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 3 en 5 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 primair, 2 primair en 4 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts is de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte opgeheven. Ook is er een beslissing genomen omtrent de in beslag genomen voorwerpen en omtrent de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen, een en ander zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De verdachte is door de rechtbank Rotterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 3 en 5 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissingen tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissingen geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraken.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – voor zover aan het inhoudelijk oordeel van het hof onderworpen - tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 10-101521-21 (dagvaarding I):

1.
hij, op of omstreeks 12 april 2021 te Noordeloos, gemeente Molenlanden, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

  • -

    één of meerdere autosleutel(s) (behorende bij een Volkswagen Beetle) en/of

  • -

    één of meerdere sieradendozen en/of

  • -

    Tupperware met meerdere sieraden en/of

  • -

    één of meerdere zilveren dienblad(en) en/of

  • -

    één of meerdere antieke zilveren lepel(s) en/of

  • -

    twee zilveren antieke lepeldozen en/of

  • -

    een antieke zilveren brei ketting en/of

  • -

    een antieke zilveren portemonnee en/of

  • -

    een zilveren brievenopener en/of

  • -

    één of meerdere zilveren manchetknopen en/of

  • -

    een goudkleurig dameshorloge met biljantjes en/of

  • -

    een zilver/goudkleurig horloge en/of

  • -

    een modern horloge met stalen band en/of

  • -

    een zilveren Davidster hangend aan een zilveren ketting en/of

  • -

    een inhuldigingsmedaille van de politie uit 1980 en/of

  • -

    een ronde zilverkleurige munt met de beeltenis van koningin/prinses Beatrix en/of

  • -

    een gouden armband en/of horloge ketting van de opa van voornoemde [slachtoffer] en/of

  • -

    een gouden halsketting met een grote sluiting en/of

  • -

    een gouden trouwring met een randje witgoed met een briljantje met opdruk 21-10-1988 en/of

  • -

    twee oude gouden trouwringen en/of

  • -

    twee sierringen met briljantjes en/of

  • -

    een gouden zegelring en/of

  • -

    één of meerdere parelkettingen en/of

  • -

    een zilveren dunne ketting en/of een gouden dunne ketting en/of

  • -

    één of meerdere oorbellen en/of

  • -

    een armband daterend uit de kinderjaren van voornoemde [slachtoffer] en/of

  • -

    een gouden ring daterend uit de kinderjaren van voornoemde [slachtoffer],

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de woning en/of plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte] en/of zijn (onbekend gebleven) medeverdachte(n), op of omstreeks 12 april 2021 te Noordeloos, gemeente Molenlanden,

  • -

    één of meerdere autosleutel(s) (behorende bij een Volkswagen Beetle) en/of

  • -

    één of meerdere sieradendozen en/of

  • -

    Tupperware met meerdere sieraden en/of

  • -

    één of meerdere zilveren dienblad(en) en/of

  • -

    één of meerdere antieke zilveren lepel(s) en/of

  • -

    twee zilveren antieke lepeldozen en/of

  • -

    een antieke zilveren brei ketting en/of

  • -

    een antieke zilveren portemonnee en/of

  • -

    een zilveren brievenopener en/of

  • -

    één of meerdere zilveren manchetknopen en/of

  • -

    een goudkleurig dameshorloge met biljantjes en/of

  • -

    een zilver/goudkleurig horloge en/of

  • -

    een modern horloge met stalen band en/of

  • -

    een zilveren Davidster hangend aan een zilveren ketting en/of

  • -

    een inhuldigingsmedaille van de politie uit 1980 en/of

  • -

    een ronde zilverkleurige munt met de beeltenis van koningin/prinses Beatrix en/of

  • -

    een gouden armband en/of horloge ketting van de opa van voornoemde [slachtoffer] en/of

  • -

    een gouden halsketting met een grote sluiting en/of

  • -

    een gouden trouwring met een randje witgoed met een briljantje met opdruk 21-10-1988 en/of

  • -

    twee oude gouden trouwringen en/of

  • -

    twee sierringen met briljantjes en/of

  • -

    een gouden zegelring en/of

  • -

    één of meerdere parelkettingen en/of

  • -

    een zilveren dunne ketting en/of een gouden dunne ketting en/of

  • -

    één of meerdere oorbellen en/of

  • -

    een armband daterend uit de kinderjaren van voornoemde [slachtoffer] en/of

  • -

    een gouden ring daterend uit de kinderjaren van voornoemde [slachtoffer],

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de woning en/of plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 12 april 2021 te Noordeloos, gemeente Molenlanden, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door die [medeverdachte] en/of diens medeverdachte(n) met een personenauto naar de plek/plaats van de woninginbraak te vervoeren en/of te begeleiden en/of de vlucht van die [medeverdachte] en/of diens medeverdachte(n) mogelijk te maken;

2.
hij, op of omstreeks 12 april 2021 te Noordeloos, gemeente Molenlanden, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een personenauto (merk/type: Volkswagen Beetle), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door de bijbehorende autosleutel(s) van voornoemde auto, dat door verdachte en/of diens mededader uit diefstal is verkregen, onbevoegd te gebruiken;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte] en/of zijn (onbekend gebleven) medeverdachte(n), op of omstreeks 12 april 2021 te Noordeloos, gemeente Molenlanden, een personenauto (merk/type: Volkswagen Beetle, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door de bijbehorende autosleutel(s) van voornoemde auto, dat door verdachte en/of diens mededader uit diefstal is verkregen, onbevoegd te gebruiken,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 12 april 2021 te Noordeloos, gemeente Molenlanden, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door die [medeverdachte] en/of diens medeverdachte(n) met een personenauto naar de plek/plaats van de woninginbraak te vervoeren en/of te begeleiden en/of de vlucht van die [medeverdachte] en/of diens medeverdachte(n) mogelijk te maken;

Zaak met parketnummer 10-089151-21 (dagvaarding II):

4.
hij, op of omstreeks 30 maart 2021 te Gorinchem, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 300,5 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (MDMA), zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak van het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde

Het hof stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

Ook indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.

Het hof is van oordeel dat er wel aanwijzingen zijn voor gedeelde betrokkenheid van de verdachte bij het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde, maar dat op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte niet is komen vast te staan. Het hof kan niet vaststellen dat er sprake is geweest van een gezamenlijke uitvoering. De bijdrage van de verdachte aan het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde komt in de kern neer op het vervoeren van de verdachte [medeverdachte] naar de plaats delict, het op de uitkijk staan en het helpen bij de vlucht. Deze gedragingen plegen doorgaans met medeplichtigheid in verband te worden gebracht. Naar het oordeel van het hof is de bijdrage van de verdachte van onvoldoende gewicht om van medeplegen te kunnen spreken.

Naar het oordeel van het hof is derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair en 2 primair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. subsidiair
[medeverdachte] en/of zijn (onbekend gebleven) medeverdachte(n), op of omstreeks 12 april 2021 te Noordeloos, gemeente Molenlanden,

  • -

    één of meerdere autosleutel(s) (behorende bij een Volkswagen Beetle) en/of

  • -

    één of meerdere sieradendooszen en/of

  • -

    Tupperware met meerdere sieraden en/of

  • -

    één of meerdere zilveren dienblad(en) en/of

  • -

    één of meerdere antieke zilveren lepel(s) en/of

  • -

    twee zilveren antieke lepeldozen en/of

  • -

    een antieke zilveren breiketting en/of

  • -

    een antieke zilveren portemonnee en/of

  • -

    een zilveren brievenopener en/of

  • -

    één of meerdere zilveren manchetknopen en/of

  • -

    een goudkleurig dameshorloge met briljantjes en/of

  • -

    een zilver/goudkleurig horloge en/of

  • -

    een modern horloge met stalen band en/of

  • -

    een zilveren Davidster hangend aan een zilveren ketting en/of

  • -

    een inhuldigingsmedaille van de politie uit 1980 en/of

  • -

    een ronde zilverkleurige munt met de beeltenis van koningin/prinses Beatrix en/of

  • -

    een gouden armband en/of horloge ketting van de opa van voornoemde [slachtoffer] en/of

  • -

    een gouden halsketting met een grote sluiting en/of

  • -

    een gouden trouwring met een randje witgoued met een briljantje met opdruk 21-10-1988 en/of

  • -

    twee oude gouden trouwringen en/of

  • -

    twee sierringen met briljantjes en/of

  • -

    een gouden zegelring en/of

  • -

    één of meerdere parelkettingen en/of

  • -

    een zilveren dunne ketting en/of een gouden dunne ketting en/of

  • -

    één of meerdere oorbellen en/of

  • -

    een armband daterend uit de kinderjaren van voornoemde [slachtoffer] en/of

  • -

    een gouden ring daterend uit de kinderjaren van voornoemde [slachtoffer],

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele toebehorende aan een ander dan aan [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer], heeft weggenomen met het oogmerk om het deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de woning en/of plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 12 april 2021 te Noordeloos, gemeente Molenlanden, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door die [medeverdachte] en/of diens medeverdachte(n) met een personenauto naar de plek/plaats van de woninginbraak te vervoeren en/of te begeleiden en/of de vlucht van die [medeverdachte] en/of diens medeverdachte(n) mogelijk te maken;

2. subsidiair
[medeverdachte] en/of zijn (onbekend gebleven) medeverdachte(n), op of omstreeks 12 april 2021 te Noordeloos, gemeente Molenlanden, een personenauto (merk/type: Volkswagen Beetle, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten toebehorende aan [slachtoffer], heeft weggenomen met het oogmerk om het deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van hetmisdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door de bijbehorende autosleutel(s) van voornoemde auto, dat die door [medeverdachte] verdachte en/of diens mededader uit diefstal is verkregen, onbevoegd te gebruiken,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 12 april 2021 te Noordeloos, gemeente Molenlanden, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door die [medeverdachte] en/of diens medeverdachte(n) met een personenauto naar de plek/plaats van de woninginbraak te vervoeren en/of te begeleiden en/of de vlucht van die [medeverdachte] en/of diens medeverdachte(n) mogelijk te maken;

4.
hij, op of omstreeks 30 maart 2021 te Gorinchem, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 300,5 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (MDMA), zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde levert op:

medeplichtigheid aan diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het onder 2 subsidiair bewezenverklaarde levert op:

medeplichtigheid aan diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.

Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid bij een woninginbraak en bij diefstal van een auto, met behulp van een autosleutel die ten tijde van de woninginbraak is weggenomen. Diefstallen, en zeker diefstallen uit woningen, zijn feiten die niet alleen overlast en financiële schade met zich brengen, maar ook gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaken bij de slachtoffers, hun omgeving en de maatschappij in het algemeen. Dat het in dit geval niet anders is, blijkt wel uit hetgeen in het schade-onderbouwingsformulier is opgenomen over de psychische gevolgen voor de slachtoffers. Door zijn handelen heeft de verdachte bijgedragen aan de gevolgen voor de slachtoffers.

Voorts heeft de verdachte opzettelijk een behoorlijke hoeveelheid amfetamine aanwezig gehad. Het aanwezig hebben van harddrugs kan een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid vormen en kan daarnaast, direct en/of indirect, tot diverse vormen van (ernstige) criminaliteit leiden. De verdachte heeft door zijn handelen aan deze risico’s bijgedragen.

Het hof heeft ten nadele van de verdachte acht geslagen op een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 4 juli 2022, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van, zij het telkens andersoortige, misdrijven.

Voorts heeft het hof bij het bepalen van de straf acht geslagen op het reclasseringsadvies d.d. 26 mei 2021 van Reclassering Nederland en op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals deze ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gebracht. De verdachte heeft een eigen schildersbedrijf, waarin hij fulltime werkt en woont zelfstandig, samen met zijn vriendin. Gelet hierop en gezien het feit dat de verdachte nooit eerder is veroordeeld ter zake van vermogens- of drugsdelicten en hij na het plegen van de onderhavige feiten – op een snelheidsovertreding na – niet opnieuw met politie of justitie in aanraking is gekomen, acht het hof het niet opportuun dat de verdachte opnieuw gedetineerd raakt. Anders dan de advocaat-generaal zal het hof, mede gelet op de vrijspraak van het medeplegen ter zake van de feiten 1 en 2, aan de verdachte opleggen een taakstraf voor de maximale duur en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf. Deze laatste straf moet de verdachte ervan weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur, een passende en geboden reactie vormen.

In beslag genomen voorwerpen

Ten aanzien van de in beslag genomen mobiele telefoons zal het hof de teruggave aan de verdachte gelasten, nu het strafvorderlijk belang zich daartegen niet verzet.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 en 2 tenlastegelegde, tot een bedrag van
€ 2.517,60, vermeerderd met de wettelijke rente. Het hof stelt vast dat de schriftelijke vordering tot schadevergoeding die zich in het dossier bevindt, op naam staat van [slachtoffer], maar het hof zal aansluiten bij hetgeen in eerste aanleg door een medewerker van slachtofferhulp naar voren is gebracht. Hieruit blijkt dat [benadeelde partij], de echtgenoot van [slachtoffer], de kosten voor de aanschaf van het alarmsysteem en het abonnement op de meldkamer heeft gevorderd, alsmede een vergoeding voor immateriële schade.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van een gedeelte van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 500,-, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 2.017,60 materiële schade is geleden. Uit het schade-onderbouwingsformulier blijkt dat een volledig alarmsysteem is geïnstalleerd en een beveiligingsabonnement voor de woning is afgesloten.

Uit dat formulier blijkt voorts dat de echtgenote van de benadeelde sinds het delict een onveilig gevoel heeft in haar woning, dat ze bang is dat de verdachten terugkeren naar de woning en er zelfs over nadenkt om te verhuizen. Zij heeft sinds het delict geen waardevolle spullen meer in haar woning. Zij heeft een groot deel van de sieraden weggebracht naar een goud-bus, uit angst dat de verdachten terug zouden komen en wisten wat er te halen viel. Tot op heden is zij uit angst dat er opnieuw wordt ingebroken alert rondom de woning. Ook piekert zij nog regelmatig over het delict, met name over de vrees dat er opnieuw wordt ingebroken en haar partner, die in een rolstoel zit, hierbij aanwezig is. Zij overweegt hierdoor zelfs om te stoppen met werken. Aangezien de gevoelens van onveiligheid in de eigen woning, waarin zij en haar partner al 30 jaar wonen, met de tijd niet minderden, hebben zij en haar man op 3 juni besloten om het alarmsysteem te laten installeren en het beveiligingsabonnement af te sluiten.

Gezien deze onderbouwing is het hof van oordeel dat de kosten van het alarmsysteem en het abonnement op de meldkamer zijn gemaakt als gevolg van de onder 1 subsidiair en 2 subsidiair bewezenverklaarde feiten.

De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat eerder genoemde bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 april 2021 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op. Het hof is van oordeel dat de immateriële schade die is gevorderd - naar het hof verstaat: als gevolg van aantasting in de persoon op andere wijze, in de vorm van geestelijk letsel of anderszins - onvoldoende aannemelijk is geworden. De vordering is onvoldoende met concrete gegevens onderbouwd. Het alsnog in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om zijn vordering afdoende te onderbouwen zou naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren.

Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Gelet op het voorgaande dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van
€ 2.017,60 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente, aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij].

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 en 2 tenlastegelegde, tot een bedrag van € 826,88.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij voldoende onderbouwd dat materiële schade ter grootte van het gevorderde bedrag is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 april 2021 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op. Het hof is van oordeel dat de immateriële schade die is gevorderd - naar het hof verstaat: als gevolg van aantasting in de persoon op andere wijze, in de vorm van geestelijk letsel of anderszins- onvoldoende aannemelijk is geworden. De vordering is onvoldoende met concrete gegevens onderbouwd. Het alsnog in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om zijn vordering afdoende te onderbouwen zou naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren.

Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Gelet op het voorgaande dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 326,88 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente, aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 48, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 3 en 5 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep – voor zover aan het inhoudelijk oordeel van het hof onderworpen - en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair en 4 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

  • -

    Mobiele telefoon (Iphone Zwart) met goednummer [nummer];

  • -

    Mobiele telefoon (Iphone Wit) met goednummer [nummer].

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 2.017,60 (tweeduizend zeventien euro en zestig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij], ter zake van het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van
€ 2.017,60 (tweeduizend zeventien euro en zestig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling van de verdachte, die kan worden toegepast bij niet (volledige) betaling van het genoemde bedrag, op ten hoogste 30 (dertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of de andere hoofdelijk aansprakelijke aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 12 april 2021.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 326,88 (driehonderdzesentwintig euro en achtentachtig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer], ter zake van het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 326,88 (driehonderdzesentwintig euro en achtentachtig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling van de verdachte, die kan worden toegepast bij niet (volledige) betaling van het genoemde bedrag, op ten hoogste 6 (zes) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of de andere hoofdelijk aansprakelijke aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 12 april 2021.

Dit arrest is gewezen door mr. M.J. de Haan-Boerdijk,
mr. A.J.M. Kaptein en mr. W.S. Korteling, in bijzijn van de griffier mr. M.V. Lievers-Roza.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 23 augustus 2022.

mr. W.S. Korteling is buiten staat dit arrest te ondertekenen.