Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2021:90

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
12-01-2021
Datum publicatie
26-01-2021
Zaaknummer
200.261.654/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vordering tot betaling van facturen. Ontbinding overeenkomst wegens wanprestatie. Geen verzuim.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer: 200.261.654/01

Zaaknummer rechtbank: 7381917 \ CV EXPL 18-51479

Arrest van 12 januari 2021

in de zaak van

Gastechnisch Installatiebedrijf De Waakvlam B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

appellante,

hierna te noemen: De Waakvlam,

advocaat: mr. W.H.J.W. de Brouwer te Rotterdam,

tegen

&Dutilh B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

geïntimeerde,

hierna te noemen: &Dutilh,

advocaat: mr. J.J.M. Saelman te Amsterdam.

Het verloop van het geding in hoger beroep

1. Het hof verwijst voor het verloop van het geding tot 23 juli 2019 naar zijn arrest van die datum. Bij dat arrest is een comparitie van partijen gelast. De comparitie heeft plaatsgevonden op 29 oktober 2019. Van de comparitie is een proces-verbaal opgemaakt.

Vervolgens heeft De Waakvlam bij memorie van grieven (met producties) twee grieven aangevoerd tegen het door de rechtbank Rotterdam, sector kanton, locatie Rotterdam (hierna: de kantonrechter) tussen partijen gewezen vonnis van 12 april 2019 (hierna: het bestreden vonnis). &Dutilh heeft die grieven bij memorie van antwoord (met producties) bestreden. De Waakvlam heeft daarna een akte genomen, onder overlegging van producties, waarop &Dutilh bij antwoordakte heeft gereageerd. Ten slotte is arrest bepaald.

Beoordeling van het hoger beroep

De feiten

2. Het hof gaat uit van de volgende feiten.

2.1

In 2011 heeft De Waakvlam aan (een rechtsvoorganger van) &Dutilh opdracht gegeven de administratie te verzorgen. De door &Dutilh in opdracht van De Waakvlam verrichte werkzaamheden omvatten de verwerking van de financiële administratie, het doen van de diverse belastingaangiften en het opstellen van de jaarrekeningen.

2.2

Ter zake de voornoemde verrichte werkzaamheden heeft &Dutilh de volgende facturen aan De Waakvlam verzonden:

Datum Factuurnummer Bedrag

29-11-2016 20160720 € 7.799,66

30-05-2017 20170475 € 1.573,00

06-06-2017 20170555 € 90,75

10-07-2017 20170637 € 780,45

15-01-2018 20171135 € 695,75

11-05-2018 180398 € 1.364,28

Subtotaal € 12.303,89

In mindering voldaan € 382,45-/-

Totaal € 11.921,44

2.3

Ondanks herhaalde sommaties en aanmaningen heeft De Waakvlam het hiervoor in 2.2 genoemde bedrag niet aan &Dutilh betaald.

2.4

Eind 2018 heeft De Waakvlam de administratie ondergebracht bij een nieuwe boekhouder, mw. [naam boekhouder] van [naam bedrijf] (hierna: [naam bedrijf] ).

De procedure bij de rechtbank

3.1 &

Dutilh heeft in eerste aanleg – samengevat – gevorderd dat De Waakvlam wordt veroordeeld om aan haar te betalen een bedrag van € 12.815,65, vermeerderd met de wettelijke rente over € 11.921,44 te berekenen vanaf 8 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met veroordeling van De Waakvlam in de kosten van de procedure.

3.2

In het bestreden vonnis heeft de kantonrechter de vordering van &Dutilh toegewezen, met veroordeling van De Waakvlam in de proceskosten. De kantonrechter heeft overwogen dat uitgegaan wordt van de juistheid van de stellingen van &Dutilh en de door haar in het geding gebrachte bescheiden bij gebrek aan een voldoende gemotiveerd verweer nu De Waakvlam niet meer heeft gereageerd op de repliek van &Dutilh en op grond daarvan de gevorderde hoofdsom evenals de gevorderde buitengerechtelijke kosten toegewezen.

De vordering in hoger beroep

4.1

De Waakvlam kan zich met deze beslissing van de kantonrechter niet verenigen. In hoger beroep vordert zij dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen, met veroordeling van &Dutilh in de kosten van beide instanties.

4.2 &

Dutilh heeft bij memorie van antwoord het hof verzocht het bestreden vonnis te bekrachtigen en De Waakvlam te veroordelen in de proceskosten.

De beoordeling van de grieven

5.1

Met grief 1 komt De Waakvlam op tegen de toewijzing van de vordering van &Dutilh tot betaling van de hoofdsom en buitengerechtelijke kosten door de kantonrechter. De Waakvlam legt met deze grief in feite het gehele geschil aan het hof ter beoordeling voor.

5.2

De Waakvlam voert daartoe in hoger beroep een nieuw verweer aan. Zij stelt dat zij niet verplicht is tot betaling van de facturen van &Dutilh omdat &Dutilh (meer en minder) ernstige fouten heeft gemaakt bij het voeren van de boekhouding. Ter onderbouwing van haar stelling heeft De Waakvlam de bevindingen van [naam bedrijf] overgelegd (productie 8), die deze conclusie na boekenonderzoek heeft getrokken. De Waakvlam verwijt &Dutilh dat zij de door De Waakvlam aangeleverde gegevens zonder meer heeft verwerkt hoewel er aanleiding behoorde te zijn om te vermoeden dat er sprake was van onjuistheden, onregelmatigheden en onvolledigheden en dat van &Dutilh verwacht mocht worden dat zij De Waakvlam meer actief met betrekking tot het aanleveren van gegevens zou informeren en bijsturen en De Waakvlam afdoende zou begeleiden en waarschuwen voor eventuele tekortkomingen. Door dat niet te doen heeft &Dutilh niet gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend boekhouder mag worden verwacht en is &Dutilh tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst, dan wel heeft &Dutilh onrechtmatig gehandeld, jegens De Waakvlam. De Waakvlam heeft op basis hiervan de overeenkomst met &Dutilh ontbonden en tevens aanspraak gemaakt op terugbetaling van de op basis van de overeenkomst gemaakte kosten en schadevergoeding, die in een aparte procedure zullen worden gevorderd, aldus steeds De Waakvlam.

5.3

Het hof oordeelt hierover als volgt. Tussen partijen is niet in geschil dat &Dutilh administratieve werkzaamheden heeft verricht in opdracht van De Waakvlam. Evenmin is in geschil dat &Dutilh hiervoor het in 2.2 genoemde bedrag van € 11.921,44 aan De Waakvlam in rekening heeft gebracht. Van dit gefactureerde bedrag vordert &Dutilh in de onderhavige procedure betaling. Tegen deze vordering tot betaling beroept De Waakvlam zich er thans –in eerste aanleg had zij als verweer gevoerd dat zij de vordering al had voldaan – op dat zij de overeenkomst heeft ontbonden op grond van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door &Dutilh en dat zij daarom niet verplicht is tot betaling van de facturen van &Dutilh.

5.4

Dit verweer kan niet slagen. De bevoegdheid tot ontbinding ontstaat pas wanneer de schuldenaar in verzuim is, tenzij nakoming blijvend of tijdelijk onmogelijk is (artikel 6:265 lid 2 BW). &Dutilh heeft in dit verband aangevoerd dat De Waakvlam haar nooit in gebreke heeft gesteld en dat dit wel had gemoeten nu het mogelijk zou zijn geweest eventuele fouten te herstellen, onder meer met een suppletie aangifte voor wat betreft de BTW. De Waakvlam heeft niet betwist dat het voor &Dutilh mogelijk zou zijn geweest om de eventuele fouten te herstellen. Dit betekent dat De Waakvlam pas bevoegd was de overeenkomst te ontbinden nadat &Dutilh in verzuim was geraakt. Vast staat dat De Waakvlam &Dutilh niet in gebreke heeft gesteld overeenkomstig artikel 6:82 BW. Ook is niet gesteld of gebleken dat &Dutilh op andere wijze in verzuim is geraakt, zodat artikel 6:265 lid 2 BW aan ontbinding van de overeenkomst door De Waakvlam in de weg staat.

5.5

Het verweer faalt ook om de volgende reden. &Dutilh heeft de stelling van De Waakvlam (hiervoor onder 5.2) dat zij is tekortgeschoten in de uitvoering van de overeengekomen werkzaamheden, gemotiveerd betwist. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de gestelde fouten in de boekhouding – genoemd in de bevindingen van [naam bedrijf] (productie 8) – allemaal betrekking hebben op het jaar 2016, terwijl &Dutilh voor het jaar 2016 geen jaarrekening heeft opgemaakt omdat De Waakvlam de daarvoor benodigde stukken, ondanks herhaald verzoek, niet had aangeleverd. Voorts heeft zij aangevoerd dat het gebruikelijk is dat pas nadat de administratieve bescheiden compleet zijn aangeleverd controle plaatsvindt op de juistheid van alle ingeboekte mutaties, zodat &Dutilh zelf eventuele omissies - voor zover daarvan al sprake is - bij het opmaken van de jaarrekening over 2016 zou hebben ontdekt en hersteld. &Dutilh heeft ten slotte verwezen naar verschillende e-mailberichten die zij aan De Waakvlam heeft gestuurd, waarin zij De Waakvlam steeds met toenemende urgentie vraagt om ontbrekende stukken over 2016 aan te leveren, De Waakvlam aanbiedt om mee te helpen de administratie beter te laten verlopen en De Waakvlam waarschuwt voor de gevolgen van het niet tijdig aanleveren van de gevraagde informatie (producties 5 tot en met 11 bij memorie van antwoord). Nu De Waakvlam, in haar reactie op de memorie van antwoord vervat in haar akte met producties, tegen het voorgaande en de door &Dutilh in het geding gebrachte correspondentie met De Waakvlam niets heeft ingebracht, moet ervan worden uitgegaan dat &Dutilh niet de beschikking heeft gekregen over de voor het uitvoeren van haar werkzaamheden benodigde informatie en stukken. In het licht hiervan is de stelling van De Waakvlam dat &Dutilh is tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenissen uit overeenkomst, in het bijzonder dat zij de door De Waakvlam gestelde fouten in de boekhouding heeft gemaakt, onvoldoende onderbouwd. Aan bewijs wordt niet toegekomen. Dit betekent dat er in ieder geval voor De Waakvlam ook geen grond was om de overeenkomst te ontbinden.

5.6

De conclusie is dat grief 1 geen doel treft.

5.7

Gelet op het voorgaande faalt ook grief 2 die is gericht tegen de veroordeling in de proceskosten in eerste aanleg.

6. De slotsom is dat de grieven falen en het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. De Waakvlam zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep.

Beslissing

Het hof:

  • -

    bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam, sector kanton, locatie Rotterdam van 12 april 2019;

  • -

    veroordeelt De Waakvlam in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van &Dutilh tot op heden begroot op € 2.020,- aan griffierecht en € 2.685,- (tarief II, 2,5 punten) aan salaris voor de advocaat.

Dit arrest is gewezen door mrs. G.C. de Heer, C.J. Verduyn en P. Kuipers en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 januari 2021 in aanwezigheid van de griffier.