Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2021:888

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
20-04-2021
Datum publicatie
25-05-2021
Zaaknummer
200.258.953/01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2019:2004, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geschil over declaraties, hoogte van het redelijk loon niet overeengekomen, bepaling van het redelijk loon

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.258.953/01

Rolnummer rechtbank : 7295190/18-23753

arrest van 20 april 2021

inzake

JV & PARTNERS ACCOUNTANTS EN BELASTINGADVISEURS B.V. , h.o.d.n. [handelsnaam],

gevestigd te Rotterdam,

appellante,

hierna te noemen: “JV” ,

advocaat: mr. J.H. Pelle te Den Haag,

tegen

1. 33 ASSET MANAGEMENT B.V.,

2. 33 FOREST CAPITAL B.V.,

3. 33 FOREST CAPITAL COÖPERATIEF U.A.,

4. TEAM ASSET MANAGEMENT B.V.,

5. CORRENCY B.V.,

6. 33 INVESTMENTS B.V.,

7. CFE CAPITAL B.V.,

8. BOGART SPIRITS INVESTMENTS B.V.,

alle gevestigd te Den Haag,

geïntimeerden,

hierna te noemen: “33 Asset Management c.s.”,

advocaat: mr. D.J.Q. Oostenbroek te Den Haag.

Waar gaat deze zaak over?

1. JV heeft als accountant werkzaamheden uitgevoerd voor 33 Asset Management c.s. De facturen van JV vielen voor 33 Asset Management c.s. veel hoger uit dan verwacht. De vraag is of 33 Asset Management c.s. de facturen volledig moeten betalen.

Het verdere verloop van het geding

2. Voor het verloop van de procedure tot aan 11 juni 2019 verwijst het hof naar zijn tussenarrest van die datum. Bij dat arrest werd een comparitie van partijen gelast. Deze comparitie heeft op 5 september 2019 plaatsgevonden. Bij memorie van grieven (met producties) heeft JV 3 grieven tegen het vonnis van 6 maart 2019 van de rechtbank aangevoerd. Bij akte van 14 januari 2020 heeft JV productie 5 opnieuw overgelegd. 33 Asset Management c.s. hebben de grieven bij memorie van antwoord bestreden. Bij akte van 24 februari 2020 hebben 33 Asset Management c.s. aanvullende producties overgelegd. Bij akte van 24 maart 2020 heeft JV hierop gereageerd. Tot slot is arrest bepaald.

De feiten

3. De feiten die de rechtbank heeft vastgesteld in de overwegingen 2.1 tot en met 2.6 van het vonnis zijn niet in geschil. Ook het hof zal uitgaan van die feiten. Het gaat in deze zaak om het volgende.

- Op enig moment in 2014 bestond een achterstand in de door de toenmalige accountant van 33 Asset Management c.s. voor deze vennootschappen uitgevoerde boekhoudkundige en fiscale werkzaamheden. Om die reden wilde de heer P. [bestuurder 'Asset'], (indirect) bestuurder van 33 Asset Management c.s., naar een andere accountant overstappen. In dit kader heeft tussen de heer [bestuurder JV], namens JV, en [bestuurder 'Asset'] een oriënterend gesprek plaatsgevonden.

- In navolging op dit gesprek hebben partijen e-mailcontact gehad. Bij emailbericht van 18 april 2014 heeft [bestuurder JV] aan [bestuurder 'Asset'] onder meer het volgende te kennen gegeven:

Re: Proposal Accounting and related services

Based upon financial statements, supplied by [voormalig accountant], we can not have an overall view of the expected cost for our services.

We mention the following;

1. Some companies have a closing date not at December 31

2. There is an intercompany financing structure (current accounts and loans) in all B.V's

3. Most of the companies do not have turnover or profit, only charges

4. Annual accounts are not up date supplied at the Chamber of Commerce and/or adapted by the general meeting of shareholders

5. The documents of [voormalig accountant] are not standard and not at a required level in according to Dutch law and principles for financial statements; reporting in Dutch language

6. We had no view in the booking documents, details and/or quantity

7. Part of the company structure is not in charge; you mentioned that Bogart Spirits Investments B.V. is out of use, but is still registrated at the Chamber of Commerce and also in the accounts of its shareholders.

Most of these items can only solved, managed and/or discussed after full information and relevant documents, company’s mission a.s.o.

We expect to spent time to take over the papers from [voormalig accountant] and to interpret (also fiscal) these things from the past to the future.

Taking into account the aforegoing, we propose to start working from the [voormalig accountant] work, actualise and clear up all problems, including the year end closing and presention financial statement in accordance with Dutch company law and regulations.

This means:

Investigation start up

Clearing and cleaning history and/or short comings or items to fullfill

Closing the current year(s), preparing the Report (draft) with financial statements(…) and tax bills

Meeting(s) to come to an agreement that satisfies both parties

For work efficiency and total view our scope is to include Bogart Spirits Investments B.V. and 33 Forest Capital U.A./B.V.

Fees for our services at hours spent and hourly rate of the employee in charge

Salary calculations only for CFE Capital

Fee billing per company including charging (partition) not individual accountable total group activities. (…)”

- Bij e-mailbericht van dezelfde dag heeft [bestuurder 'Asset'] daarop als volgt geantwoord:

“(…) The suggested structure of work is fine but I appreciate if you can give me a price expectation so we can proceed. (…)”

- Bij e-mailbericht van 19 april 2014 heeft [bestuurder JV] [bestuurder 'Asset'] onder meer het volgende te kennen gegeven:

“(…) For the moment, there is no hand over of all bookkeeping documents and files by [voormalig accountant]. In general it takes place, after you made a final decision to change the assignment to our office. Based upon the year-end statements (mostly 2012, so not actual), received from [voormalig accountant], it seems that the highest quantity of bookkeeping is in 33 Asset Management B.V.

Therefore it is difficult to give price expectation, but to proceed the following:

1. t/m 2. (…)

3. We visit [voormalig accountant] at her office location and take over all (original and copy) bookkeeping vouchers and files from the past up to now.

4. After that we give a price expectation.

Without bookkeeping vouchers and files our price expectation lies about EURO 10.000/EURO 20.000 a year excluding VAT, but the problem is, that this (rough) amount might be too low or too high and it also depends on your expectation of our effort and honestly we feel not convenient with that kind of proposal. (…)”

- Bij e-mailbericht van dezelfde dag heeft [bestuurder 'Asset'] daarop als volgt geantwoord:

“(…) Lets move forward with you taking over our accounting. We will pick up the documents and bring them to you, so work can start. (…)”

- Bij factuur van 5 maart 2015 heeft JV 33 Asset Management c.s. € 8.498,74 in rekening gebracht voor verrichte werkzaamheden gedurende de periode van maart tot en met december 2014. Deze factuur is betaald.

- Met ingang van 1 september 2016 heeft [bestuurder JV] JV verkocht aan de [huidige accountant]. Het accountantskantoor [huidige accountant] is vervolgens, al dan niet onder de naam van JV, voor 33 Asset Management c.s. boekhoudkundige en fiscale werkzaamheden gaan verrichten.

- Bij facturen van 19 februari 2018 heeft JV aan 33 Asset Management c.s. bedragen in rekening gebracht tot een totaal van € 67.760 inclusief BTW voor werkzaamheden verricht in de periode 1 januari 2015 tot en met 31 augustus 2016. 33 Asset Management c.s. hebben deze facturen niet betaald, ook niet nadat JV hen daartoe heeft gemaand.

De vordering en het verloop van de procedure bij de rechtbank

4.1

JV heeft in eerste aanleg – samengevat – gevorderd om de geïntimeerden te veroordelen tot betaling van de volgende bedragen, een en ander vermeerderd met de wettelijke handelsrente:

  • -

    33 Asset Management B.V.: € 24.532,75,

  • -

    33 Forest Capital B.V.: € 19.541,50,

  • -

    33 Forest Capital Coöperatief U.A.: € 2.541,

  • -

    Team Asset Management B.V: € 2.087,25,

  • -

    Corrency B.V.: € 3.781,25,

  • -

    33 Investments B.V.: € 2.208,25,

  • -

    CFE Capital B.V.: € 10.587,50 en

  • -

    Bogart Spirits Investments B.V.: € 2.480,50.

4.2

Aan haar vorderingen legt JV ten grondslag dat zij in opdracht van 33 Asset Management c.s. in de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 augustus 2016 als accountant werkzaamheden voor 33 Asset Management c.s. heeft verricht. Daarvoor heeft zij in totaal € 56.000 te vermeerderen met 21% BTW aan loon in rekening gebracht (€ 56.000 + € 11.760 = € 67.760). Deze facturen hebben 33 Asset Management c.s. niet betaald. Het hof zal bij de hiernavolgende beoordeling spreken over de bedragen exclusief BTW, en pas aan het slot van het arrest rekening houden met de door JV gevorderde BTW.

4.3

De rechtbank heeft de vorderingen van JV gedeeltelijk toegewezen. De rechtbank was van oordeel dat niet was komen vast te staan dat de door JV gefactureerde werkzaamheden deel uitmaakten van de tussen partijen geldende overeenkomsten van opdracht. Wel was komen vast te staan dat JV in de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 augustus 2016 werkzaamheden voor 33 Asset Management c.s. heeft verricht, zodat 33 Asset Management c.s. daarover een redelijk loon verschuldigd zijn. De rechtbank heeft dit redelijk loon vastgesteld op € 25.000 exclusief BTW, en de afzonderlijke vennootschappen veroordeeld om hun aandeel naar rato aan JV te betalen, vermeerderd met de wettelijke handelsrente. In hoger beroep vordert JV dat haar vorderingen alsnog worden toegewezen. 33 Asset Management c.s. hebben geconcludeerd tot bekrachtiging van het vonnis.

Beoordeling van het hoger beroep

De omvang van de opdracht aan JV

5.1

De eerste grief van JV richt zich tegen het oordeel van de rechtbank dat het niet is komen vast te staan dat de door JV in rekening gebrachte werkzaamheden onderdeel waren van de tussen partijen geldende overeenkomsten van opdracht. Dit bezwaar is terecht voorgesteld.

5.2

Het is in beginsel aan JV om te bewijzen dat 33 Asset Management c.s. opdracht hebben gegeven voor de in rekening gebrachte werkzaamheden. Partijen zijn het er over eens dat 33 Asset Management c.s. op 19 april 2014 aan JV opdracht hebben gegeven de boekhouding van 33 Asset Management c.s. over te nemen, en de bij eerdere accountant ontstane achterstanden weg te werken. JV en 33 Asset Management c.s. verschillen van mening over de vraag of de gefactureerde werkzaamheden onder deze overeenkomst van opdracht vallen. JV stelt dat dit gedeeltelijk het geval is. Voor het overige gedeelte heeft 33 Asset Management c.s. aanvullende (deel)opdrachten verstrekt. 33 Asset Management c.s. betwisten dat zij opdracht hebben gegeven voor de gefactureerde werkzaamheden, want zij hebben slechts opdracht verstrekt voor werkzaamheden tot een bedrag van € 10.000 tot € 20.000 exclusief BTW per jaar, zoals door JV in haar e-mail van 19 april 2014 als richtprijs was vermeld.

5.3

Uit de met bijlagen onderbouwde facturen van JV blijkt globaal welke werkzaamheden zij ten behoeve van welke vennootschap heeft verricht. Daarnaast heeft JV een gedetailleerde verantwoording van de gemaakte uren overgelegd, waarin kort is weergegeven aan welke taak de gefactureerde uren zijn besteed. 33 Asset Management c.s. hebben voor geen van de op de facturen vermelde werkzaamheden betwist dat zij daar opdracht voor hebben gegeven. Integendeel, 33 Asset Management c.s. stellen dat alle door JV uitgevoerde werkzaamheden, ook de werkzaamheden waarvan JV stelt dat het meerwerk betreft, vallen onder de algemene werkzaamheden die van een accountant mogen worden verwacht. De betwisting van 33 Asset Management c.s. wordt daarom door het hof als onvoldoende specifiek gepasseerd. Het hof zal er daarom hierna vanuit gaan dat 33 Asset Management c.s. voor alle bij de facturen van 19 februari 2018 gedeclareerde werkzaamheden opdracht hebben gegeven.

Zijn partijen de hoogte van het loon overeengekomen?

5.4

Het hof is van oordeel dat partijen over de hoogte van het door 33 Asset Management c.s. verschuldigde loon geen afspraken hebben gemaakt. In de e-mailwisseling van 18 en 19 april 2014 tussen de heren [bestuurder JV] (JV) en [bestuurder 'Asset'] (33 Asset Management c.s.) stelt [bestuurder JV] weliswaar voor om op uurbasis te gaan werken, maar blijft de hoogte van het uurtarief van de medewerkers van JV in het midden. Ook blijkt uit dezelfde e-mailwisseling dat 33 Asset Management c.s. het vooral belangrijk vonden om afspraken te maken over de totaalprijs. JV heeft in dit verband als prijsverwachting een bedrag genoemd van tussen de € 10.000 en € 20.000 per jaar, maar daarbij het voorbehoud gemaakt dat een en ander afhankelijk was van de kwaliteit van de bij de voormalig accountant aan te treffen boekhouding, en de verwachtingen van 33 Asset Management c.s. over de inspanningen van JV. JV zou, nadat zij alle documenten van de voormalige accountant had ingezien, een nadere prijsinschatting maken. Deze nadere prijsinschatting heeft JV echter nooit gegeven. In deze omstandigheden mocht JV er redelijkerwijs niet vanuit gaan dat 33 Asset Management c.s. ermee akkoord was dat JV een ongelimiteerd aantal uren tegen een voor haar gangbaar uurtarief bij 33 Asset Management c.s. in rekening kon brengen. Dat in de beroepsgroep geen ruimte zou zijn voor vaste prijsafspraken, hetgeen overigens door 33 Asset Management wordt betwist, maakt dit niet anders. Ook uit het feit dat eerdere facturen waar het uurtarief is gehanteerd door 33 Asset Management zijn betaald, maakt niet dat JV daaruit kon afleiden dat tussen partijen overeenstemming bestond over het hanteren van dit uurloon vermenigvuldigd met het aantal door JV gewerkte uren. Van een cliënt kan niet worden verwacht dat hij een factuur bestudeert om te bepalen of hij het eens is met het daarin gehanteerde uurloon. Daarbij komt dat de eerdere facturen veel lager waren dan de facturen waarover onenigheid is ontstaan.

5.5

Indien loon is verschuldigd, maar de hoogte daarvan niet door partijen is bepaald, zijn 33 Asset Management c.s. het op de gebruikelijke wijze berekende loon verschuldigd, of bij gebreke daarvan, een redelijk loon (art. 7:405 BW). Tegen het oordeel van de rechtbank dat 33 Asset Management c.s loon verschuldigd zijn, maar dat de hoogte van dit loon niet op een gebruikelijke wijze kan worden berekend, is geen grief gericht. Ook het hof gaat daarvan uit.

Het redelijk loon

5.6

De rechtbank heeft het redelijk loon van JV vastgesteld op € 25.000 exclusief BTW. De tweede en derde grief van JV richten zich tegen de wijze waarop de rechtbank het redelijk loon heeft vastgesteld. De rechtbank heeft volgens JV ten onrechte aansluiting gezocht bij een kosteninschatting per kalenderjaar, en vervolgens ten onrechte het redelijk loon vastgesteld op het midden van de door JV in haar e-mail van 19 april 2014 genoemde bandbreedte. Het hof zal gelet op de grieven zelfstandig het redelijk loon opnieuw vaststellen, en overweegt hierover het volgende.

5.7

Bij de vaststelling van het redelijk loon heeft het hof alle omstandigheden van het geval meegewogen. Hiervoor acht het hof in deze zaak met name van belang dat JV voorafgaande aan de werkzaamheden op verzoek van 33 Asset Management c.s. een kosteninschatting heeft gemaakt. Deze kosteninschatting vond JV kennelijk toen een redelijk loon voor de door haar voorziene werkzaamheden, en dit loon was klaarblijkelijk ook voor 33 Asset Management c.s. aanvaardbaar. Aangezien JV op deze kosteninschatting ondanks haar toezegging niet meer is teruggekomen, en ook tussentijds geen facturen/kostenoverzicht heeft gestuurd, hebben 33 Asset Management c.s. hierop mogen vertrouwen.

5.8

Het hof neemt het oordeel van de rechtbank over dat het hier om een kosteninschatting per kalenderjaar gaat, en maakt de overwegingen van de rechtbank tot de zijne. In het normale spraakgebruik wordt met een “year” een kalenderjaar bedoeld. Het had, voor zover JV de bedoeling had om van het gangbare begrip af te wijken, voor de hand gelegen dat zij dit duidelijk in het e-mailbericht tot uitdrukking had gebracht. JV heeft ter onderbouwing van haar standpunt in hoger beroep nog aangevoerd dat het in de branche gebruikelijk is om prijsafspraken per boekjaar te maken. Het hof gaat hieraan voorbij. Al zou een dergelijk gebruik bestaan, dan hoefden 33 Asset Management c.s. op basis van de bewoordingen van de e-mail redelijkerwijs niet te verwachten dat zij tussen de € 10.000 en € 20.000 zouden moeten betalen voor ieder boekjaar waar nog afrondende werkzaamheden voor moesten worden verricht. Aan het onderscheid tussen boekjaar en kalenderjaar komt, zoals ook volgt uit de stellingen van JV, verder geen betekenis toe.

5.9

Het hof overweegt dat uit de e-mailwisseling van 18 en 19 april 2014 volgt dat JV er mee bekend was dat er sprake was van een achterstand in de boekhouding, en dat zij daarmee bij het maken van de kosteninschatting rekening heeft gehouden. JV heeft weliswaar een voorbehoud gemaakt dat, afhankelijk van de staat van de boekhouding, de daadwerkelijke totaalprijs fors hoger zou kunnen uitvallen, maar JV is nooit meer op dit voorbehoud teruggekomen. JV heeft in deze procedure evenmin voldoende concreet toegelicht waarom de inhaalslag die zij heeft moeten maken veel meer werk met zich bracht dan waar zij bij aanvang van de opdracht redelijkerwijs op bedacht had kunnen zijn. JV stelt in de memorie van grieven weliswaar dat zij geen rekening heeft gehouden met het herstellen van een verzuim in de afdracht van de omzetbelasting, maar dit voorbeeld is op zichzelf onvoldoende om de forse kostenoverschrijding te rechtvaardigen, en JV heeft geen andere voorbeelden aangedragen.

5.10

Ook is JV er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat de opdracht in maart 2016 meer omvattend is geworden omdat zij ook opdracht kreeg tot de maandelijkse salarisverwerking van CFE Capital. Uit de e-mailwisseling van 18 en 19 april 2014 volgt juist dat JV er reeds rekening mee hield dat zij de salarisverwerking voor CFE Capital moest gaan verzorgen (“Salary calculations only for CFE Capital”). Het valt daarom zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet in te zien op welke wijze de aanvankelijke opdracht zou zijn uitgebreid.

5.11

Ten slotte stelt JV dat 33 Asset Management c.s. opdracht hebben gegeven tot het uitvoeren van aanvullende werkzaamheden of het geven van advies. JV heeft bij de memorie van grieven als productie 5 een overzicht van het meerwerk en de daarbij behorende correspondentie overgelegd. 33 Asset Management c.s. betwisten dat sprake was van meerwerk. Volgens 33 Asset Management c.s. vallen deze werkzaamheden binnen de gebruikelijke werkzaamheden die een accountant normaliter verricht, en daarmee onder de omvang van de aanvankelijke opdracht. Het hof is van oordeel dat uit de door JV overgelegde stukken niet kan worden afgeleid dat 33 Asset Management c.s. een aanvullende opdracht aan JV hebben gegeven waarvan zij hadden moeten begrijpen dat deze niet viel onder de gebruikelijke werkzaamheden waarop de door JV gegeven kosteninschatting zag. JV heeft haar daarop ook niet gewezen. Het hof ziet om die reden geen aanleiding om hiervoor een extra bedrag toe te kennen.

5.12

Voor de hoogte van het redelijk loon acht het hof verder van belang dat uit de stukken blijkt dat 33 Asset Management c.s. (naar verwachting) aan hun huidige accountant [huidige accountant] over 2017 en 2018 een bedrag van € 16.400 aan loon per boekjaar verschuldigd zijn. Het hof ziet in de stellingen van JV geen aanleiding om aan de juistheid van die bedragen te twijfelen. Het redelijk loon van JV op jaarbasis behoort, naar het oordeel van het hof, in de relevante periode echter wel hoger te zijn dan het loon van [huidige accountant]. Bij aanvang van de werkzaamheden van JV was er immers sprake van een achterstand in de boekhouding. JV heeft onweersproken gesteld dat zij pas in 2015 is begonnen met het wegwerken van de achterstanden, omdat de voormalige accountant, door persoonlijke omstandigheden, niet eerder in staat was om volledige medewerking aan een soepele overdracht te verlenen. Uit de stukken blijkt niet dat [huidige accountant] een vergelijkbare inhaalslag heeft moeten maken. Het hof gaat voorbij aan de stelling van 33 Asset Management c.s. dat JV een deel van de aan haar opgedragen werkzaamheden niet of onzorgvuldig zou hebben verricht. 33 Asset Management c.s. hebben dit naar het oordeel van het hof onvoldoende toegelicht en onderbouwd.

5.13

Het redelijk loon zal daarom worden vastgesteld op het maximum van de kosteninschatting, zijnde een bedrag van € 20.000 exclusief BTW per jaar. Het kan daarbij in het midden blijven hoeveel uren JV precies voor 33 Asset Management c.s. heeft gewerkt, omdat gesteld noch gebleken is dat 33 Asset Management c.s. tussentijds van het aantal gewerkte uren op de hoogte is gesteld en zij redelijkerwijs mocht vertrouwen op de door JV gegeven kosteninschatting. Het hof heeft hiermee ook het in eerste aanleg door 33 Asset Management c.s. gedane beroep op artikel 7:403 BW behandeld. Het redelijk loon van JV over de relevante periode bedraagt aldus € 33.333,33 exclusief BTW ((€20.000/12 maanden) x 20 maanden). Het hof zal dit afronden op € 33.600 exclusief BTW, wat neerkomt op € 40.656 inclusief BTW. Dit komt overeen met 60% van de vordering van JV, die eveneens inclusief BTW is.

Slotsom

5.14

Het voorgaande brengt met zich dat het vonnis van de rechtbank zal worden vernietigd en dat ieder van de afzonderlijke geïntimeerden zal worden veroordeeld om 60% van de vordering van JV te betalen. De wettelijke handelsrente over dit bedrag zal, conform het vonnis van de rechtbank, worden toegewezen zoals gevorderd. Bij deze uitkomst past dat de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat partijen worden veroordeeld om de kosten in beide instanties zelf te dragen. Zowel JV als 33 Asset Management c.s. hebben een algemeen bewijsaanbod gedaan, maar het bewijsaanbod van beide partijen is onvoldoende concreet en te weinig specifiek, zodat het hof er aan voorbij gaat.

Beslissing

Het hof:

- vernietigt het tussen partijen door de rechtbank Den Haag gewezen vonnis van 6 maart 2019;

en opnieuw rechtdoende;

- veroordeelt 33 Asset Management B.V. tot betaling aan JV van een bedrag van € 14.719,65 inclusief BTW, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 16 oktober 2018 tot aan de dag waarop volledig zal zijn betaald;

- veroordeelt 33 Forest Capital B.V. tot betaling aan JV van een bedrag van € 11.724,90 inclusief BTW, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 16 oktober 2018 tot aan de dag waarop volledig zal zijn betaald;

- veroordeelt 33 Forest Capital Coöperatief U.A. tot betaling aan JV van een bedrag van € 1.524,60 inclusief BTW, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 16 oktober 2018 tot aan de dag waarop volledig zal zijn betaald;

- veroordeelt Team Asset Management B.V. tot betaling aan JV van een bedrag van € 1.252,35 inclusief BTW, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 16 oktober 2018 tot aan de dag waarop volledig zal zijn betaald;

- veroordeelt Corrency B.V. tot betaling aan JV van een bedrag van € 2.268,75 inclusief BTW, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 16 oktober 2018 tot aan de dag waarop volledig zal zijn betaald;

- veroordeelt 33 Investments B.V. tot betaling aan JV van een bedrag van € 1.324,95 inclusief BTW, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 16 oktober 2018 tot aan de dag waarop volledig zal zijn betaald;

- veroordeelt CFE Capital B.V. tot betaling aan JV van een bedrag van € 6.352,50 inclusief BTW, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 16 oktober 2018 tot aan de dag waarop volledig zal zijn betaald;

- veroordeelt Bogart Spirits Investments B.V. tot betaling aan JV van een bedrag van € 1.488,30 inclusief BTW, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 16 oktober 2018 tot aan de dag waarop volledig zal zijn betaald;

- compenseert de proceskosten, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, in die zin dat elke partij haar eigen kosten draagt;

- verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.J. Kuipers, J.M.T. van der Hoeven-Oud en D.A. Schreuder, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 april 2021 in aanwezigheid van de griffier.