Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2021:873

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
12-05-2021
Datum publicatie
12-05-2021
Zaaknummer
2200022018
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2017:10247, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor het voorhanden hebben van meerdere wapens en munitie, het in groepsverband binnen een periode van twee weken plegen van drie wederrechtelijke vrijheidsbenemingen, een poging tot doodslag, mishandelingen en gekwalificeerde diefstallen, waaronder twee diefstallen in vereniging met geweld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2021-0416
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-000220-18

Parketnummers: 10-700668-16, 10-701264-16, 10-662062-17,

10-741338-15 (TUL), 22-005494-13 (TUL)

Datum uitspraak: 12 mei 2021

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 20 december 2017 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,

thans gedetineerd in PI Krimpen aan den IJssel te Krimpen aan den IJssel.

1 Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

2 Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 10 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 11 primair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van

12 jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts is een beslissing genomen omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen en omtrent de vorderingen tot tenuitvoerlegging van voorwaardelijk opgelegde straffen, één en ander als nader in het vonnis waarvan beroep omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

3 Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is in eerste aanleg vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 10 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en mitsdien mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak ten aanzien van het onder 10 tenlastegelegde.

4 Tenlastelegging

Ter terechtzitting in eerste aanleg zijn de bij inleidende dagvaardingen aan de verdachte tenlastegelegde feiten gevoegd. Omwille van de leesbaarheid van dit arrest zijn in het navolgende de tenlastegelegde feiten doorgenummerd.

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg, en voor zover inhoudelijk aan het oordeel van het hof onderworpen - tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 10-700668-16:
1.
[zaak Wiel]

hij, op of omstreeks 09 december 2016 te Rotterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon genaamd [slachtoffer 1] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een vuurwapen een of meer kogels heeft afgevuurd in de richting van de rug, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.
[zaak Wiel]

hij, op of omstreeks 09 december 2016 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer sleutels en/of een jas (merk Canada Goose) en/of 350 euro en/of een paspoort en/of een telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- meenemen van die [slachtoffer 1] in een auto en/of rondrijden met die [slachtoffer 1] en/of

- die [slachtoffer 1] de woorden toevoegen: "Jij verbergt iets!" en/of "Je moet geld en/of 40.000 en/of 50.000 euro regelen" en/of "We houden je vast totdat je familie geld heeft geregeld", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of

- slaan van die [slachtoffer 1] met een kolf van een vuurwapen, althans een voorwerp, en/of

- uitschelden van die [slachtoffer 1] en/of

- spugen naar die [slachtoffer 1] en/of

- ( meermalen) die [slachtoffer 1] (op/tegen het hoofd) slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen en/of

- in het kruis van die [slachtoffer 1] schoppen en/of trappen en/of

- een of meer vuurwapens, althans op vuurwapens gelijkende voorwerpen, aan die [slachtoffer 1] tonen en/of

- in de nabijheid van die [slachtoffer 1] zeggen: "Moet ik hem schieten?" en/of "Nee, dat verdient hij niet, hij krijgt er straks een kogel door zijn kop", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of

- die [slachtoffer 1] meenemen naar een portiek/woning;

3.
[zaak Wiel]

hij, op of omstreeks 09 december 2016 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, (met het oogmerk (een) ander(en), te weten familie van die [slachtoffer 1], te dwingen iets te doen of niet te doen), immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 1] meegenomen in een auto en/of met die [slachtoffer 1] rondgereden en/of

- die [slachtoffer 1] de woorden toegevoegd: "Jij verbergt iets!" en/of "Je moet geld en/of 40.000 en/of 50.000 euro regelen" en/of "We houden je vast totdat je familie geld heeft geregeld", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of

- die [slachtoffer 1] met een kolf van een vuurwapen, althans een voorwerp, geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] uitgescholden en/of

- naar die [slachtoffer 1] gespuugd en/of

- ( meermalen) die [slachtoffer 1] (op/tegen het hoofd) geslagen en/of gestompt en/of

- in het kruis van die [slachtoffer 1] geschopt en/of getrapt en/of

- een of meer vuurwapens, althans op vuurwapens gelijkende voorwerpen, aan die [slachtoffer 1] getoond en/of

- in de nabijheid van die [slachtoffer 1] gezegd: "Moet ik hem schieten?" en/of "Nee, dat verdient hij niet, hij krijgt er straks een kogel door zijn kop", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of

- die [slachtoffer 1] meegenomen naar een portiek/woning;


4.
[zaak hotel]

hij, op of omstreeks 09 december 2016 te Berg en Terblijt, gemeente Valkenburg aan de Geul en/of Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 van categorie III onder sub 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder sub 3 van die wet in de vorm van een pistool van het merk/type CZ 75-D, kaliber 9x19 mm, en/of bijbehorende munitie, voorhanden heeft gehad;


Zaak met parketnummer 10-701264-16 (gevoegd):
5.
[parketnummer 10/701264-16]

hij, op of omstreeks 24 september 2016 en/of 25 september 2016 te Rotterdam, alleen, althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en), een vuurwapen van categorie III onder 1º, in de vorm van een pistool, te weten een pistool, merk/type: Glock 17, kaliber: 9 x19mm, en/of (voor dat pistool geschikte) munitie van categorie III, te weten een aantal (16 stuks) kogelpatronen, voorhanden heeft gehad;

6.
[zaak Wet]

hij, op of omstreeks 29 november 2016 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededader(s)

- met die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] afgesproken naar een woning aan de [adres 1] te komen en/of

- in die woning een of meer (vuur)wapens doorgeladen en/of

- een of meer (vuur)wapens en/of messen en/of een (klauw)hamer en/of een (vlees)vork getoond aan die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

- zijn/hun, verdachtes, gezichten afgeschermd met bivakmutsen en/of capuchons en/of doeken en/of

- ( meermalen) die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] in het gezicht en/of tegen het hoofd en/of tegen het lichaam geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] de woorden toegevoegd: "Op de grond liggen. Liggen!", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of (vervolgens) die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] op en/of over de grond getrokken en/of gesleept en/of

- het gezicht en/of hoofd van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] met een capuchon en/of theedoek afgedekt en/of

- de handen en/of enkels van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (met veters en/of tyraps) vastgebonden en/of

- met een (klauw)hamer die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] op een oog geslagen en/of

- met een (vlees)vork in het dijbeen van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] geprikt en/of gestoken en/of

- met een mes in de arm van die [slachtoffer 2] en of [slachtoffer 3] gesneden en/of

- een of meer sigaretten op de billen van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] uitgedrukt en/of as van een of meer sigaretten op de billen van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] afgetikt en/of

- op de rug van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] gestaan en/of

- ( meermalen) met een zweep en/of een kabel en/of riem die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] geslagen en/of

- de broek en/of het boxershort van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] naar beneden getrokken en/of (vervolgens) foto's gemaakt van de billen van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

- in de nabijheid van die [slachtoffer 3] gezegd: "Houd zijn kont open", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of (vervolgens) een wc-borstel in de kont van die [slachtoffer 3] geduwd en/of

- een of meer (vuur)wapens op de slapen van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] gezet en/of met die (vuur)wapens over het gezicht van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] geaaid en/of met een of meer (vuur)wapens tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] geslagen en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] gedreigd zijn/hun moeder en/of vriendin en/of familie te zullen vermoorden en/of open te zullen snijden en/of

- in de nabijheid van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] gezegd: "Ga hem voor mij neerschieten, bewijs jezelf, schiet hem voor mij dood, ik zorg voor je familie als je vast komt te zitten" en/of "Ik doe het broer, ik doe het", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of

- een telefoon aan het oor van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] gehouden en/of die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] gedwongen te zeggen: "Sorry nee, ik ga terug betalen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- de portemonnee en/of telefoon van die [slachtoffer 2] afgepakt en/of die [slachtoffer 3] zijn autosleutels en/of telefoon laten afgeven en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] de woorden toegevoegd: "Je weet waar het over gaat, je weet dat het om die sieraden gaat, je weet dat het over die inbraak gaat" en/of "We gaan je vermoorden als je aangifte gaat doen" en/of "Je moet je bek houden", en/of "Je moet 40.000 en/of 10.000 euro, althans veel geld, betalen" en/of "Waar gaan jullie de 10.000 euro vandaan halen?" en/of "Waar zijn de sieraden?", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

7.
[zaak Wet]

hij, op of omstreeks 29 november 2016 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee en/of een telefoon (Samsung S7), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], en/of een telefoon (merk Iphone), in elk geval enig goed, toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- in de nabijheid van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] een of meer (vuur)wapens doorladen en/of

- een of meer (vuur)wapens en/of messen en/of een (klauw)hamer en/of een (vlees)vork tonen aan die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

- zijn/hun, verdachtes, gezichten afschermen met bivakmutsen en/of capuchons en/of doeken en/of

- ( meermalen) die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] in het gezicht en/of tegen het hoofd en/of tegen het lichaam slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] de woorden toevoegen: "Op de grond liggen. Liggen!", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of (vervolgens) die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] op en/of over de grond trekken en/of slepen en/of

- het gezicht en/of hoofd van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] met een capuchon en/of theedoek afdekken en/of

- de handen en/of enkels van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (met veters en/of tyraps) vastbinden en/of

- met een (klauw)hamer die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] op een oog en/of het lichaam slaan en/of

- met een (vlees)vork in het dijbeen van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] prikken en/of steken en/of

- met een mes in de arm van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] snijden en/of

- een of meer sigaretten op de billen van die [slachtoffer 2] uitdrukken en/of as van een of meer sigaretten op de billen van die [slachtoffer 2] aftikken en/of

- op de rug van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] staan en/of

- ( meermalen) met een zweep en/of een kabel en/of riem die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] slaan en/of

- de broek en/of het boxershort van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] naar beneden trekken en/of (vervolgens) foto's maken van de billen van die [slachtoffer 2] en/of

- een wc-borstel in de kont van die [slachtoffer 3] te duwen en/of

- een of meer (vuur)wapens op de slapen van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] zetten en/of met die (vuur)wapens over het gezicht van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] aaien en/of met een of meer (vuur)wapens tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] slaan en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] dreigen zijn moeder en/of vriendin en/of familie te zullen vermoorden en/of open te zullen snijden en/of

- in de nabijheid van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] zeggen: "Ga hem voor mij neerschieten, bewijs jezelf, schiet hem voor mij dood, ik zorg voor je familie als je vast komt te zitten" en/of "Ik doe het broer, ik doe het", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of

- een telefoon aan het oor van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] houden en/of die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] dwingen te zeggen: "Sorry nee, ik ga terug betalen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] de woorden toevoegen: "Je weet waar het over gaat, je weet dat het om die sieraden gaat, je weet dat het over die inbraak gaat" en/of "We gaan je vermoorden als je aangifte gaat doen" en/of "Je moet je bek houden", en/of "Je moet 40.000 en/of 10.000 euro, althans veel geld, betalen" en/of "Waar gaan jullie de 10.000 euro vandaan halen?" en/of "Waar zijn de sieraden?", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

8.
[zaak Wet]

hij, op of omstreeks 29 november 2016 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

[slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft mishandeld door:

- ( meermalen) die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] in het gezicht en/of tegen het hoofd en/of tegen het lichaam te slaan en/of te stompen en/of te schoppen en/of te trappen en/of

- met een (klauw)hamer die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] op een oog en of het lichaam te slaan en/of

- met een (vlees)vork in het dijbeen van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te prikken en/of te steken en/of

- met een mes in de arm van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te snijden en/of

- een of meer sigaretten op de billen van die [slachtoffer 2] uit te drukken en/of

- op de rug van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te staan en/of

- ( meermalen) met een zweep en/of een kabel en/of riem die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te slaan en/of

- een wc-borstel in de kont van die [slachtoffer 3] te duwen en/of

- met een of meer (vuur)wapens tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] te slaan;

Zaak met parketnummer 10-662062-17 (gevoegd):

9.
[zaak Berm]

hij, in of omstreeks de periode van 26 november 2016 tot en met 27 november 2016 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 4] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 4] vastgepakt en/of

- die [slachtoffer 4] op een stoel en/of de grond geduwd en/of

- die [slachtoffer 4] de woorden toegevoegd: "Nu gaan we je vastbinden in je eigen huis" en/of "Blijf naar de grond kijken" en/of "Hoeveel geld heb je op je rekening? " en/of "Wat is je pincode?", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of

- een laken over het hoofd van die [slachtoffer 4] gelegd en/of

- de polsen/handen en/of voeten van die [slachtoffer 4] met (een) (TV-/USB-)kabel(s) vastgebonden en/of

- het hoofd van die [slachtoffer 4] naar de grond en/of tegen de muur geduwd en/of

- een (vuur)wapen in de nabijheid van die [slachtoffer 4] doorgeladen en/of

- een (vuur)wapen op het hoofd van die [slachtoffer 4] geduwd en/of gehouden en/of

- met een (vuur)wapen in/tegen het gezicht van die [slachtoffer 4] geslagen en/of

- twee bankpassen en/of 60 euro van die [slachtoffer 4] gepakt;

11.
[zaak Berm]

hij, op of omstreeks 27 november 2016 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen (in totaal) 980 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededaders, zulks nadat hij, verdachte, en/of zijn mededaders dat weg te nemen geld onder zijn/hun bereik had(den) gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door te pinnen met een bankpas (van die [slachtoffer 4]) waartoe hij, verdachte, en/of zijn mededaders niet gerechtigd was/waren;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer onbekend gebleven personen, op of omstreeks 27 november 2016 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen (in totaal) 980 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededaders, zulks nadat hij, verdachte, en/of zijn mededaders dat weg te nemen geld onder zijn/hun bereik had(den) gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door te pinnen met een bankpas (van die [slachtoffer 4]) waartoe hij, verdachte, en/of zijn mededaders niet gerechtigd was/waren, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 26 november 2016 tot en met 27 november 2016 te Rotterdam opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door die [slachtoffer 4] vast te binden en/of te bedreigen (met een vuurwapen) en/of bovengenoemde bankpas te pakken en/of (vervolgens) aan die [slachtoffer 4] zijn bijbehorende pincode te vragen.

5 Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 11 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 jaren en 5 maanden, met aftrek van voorarrest.

6 Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

7 Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 11 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak met parketnummer 10-700668-16:
1.
[zaak Wiel]

hij, op of omstreeks 09 december 2016 te Rotterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon genaamd [slachtoffer 1] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een vuurwapen een of meer kogels heeft afgevuurd in de richting van de rug, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.
[zaak Wiel]

hij, op of omstreeks 09 december 2016 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer sleutels en/of een jas (merk Canada Goose) en/of 350 euro en/of een paspoort en/of een telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- meenemen van die [slachtoffer 1] in een auto en/of rondrijden met die [slachtoffer 1] en/of

- die [slachtoffer 1] de woorden toevoegen: "Jij verbergt iets!" en/of "Je moet geld en/of 40.000 en/of 50.000 euro regelen" en/of "We houden je vast totdat je familie geld heeft geregeld", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of

- slaan van die [slachtoffer 1] met een kolf van een vuurwapen, althans een voorwerp, en/of

- uitschelden van die [slachtoffer 1] en/of

- spugen naar die [slachtoffer 1] en/of

- (meermalen) die [slachtoffer 1] (op/tegen het hoofd) slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen en/of

- in het kruis van die [slachtoffer 1] schoppen en/of trappen en/of

- een of meer vuurwapens, althans op vuurwapens gelijkende voorwerpen, aan die [slachtoffer 1] tonen en/of

- in de nabijheid van die [slachtoffer 1] zeggen: "Moet ik hem schieten?" en/of "Nee, dat verdient hij niet, hij krijgt er straks een kogel door zijn kop", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of

- die [slachtoffer 1] meenemen naar een portiek/woning;

3.
[zaak Wiel]

hij, op of omstreeks 09 december 2016 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, (met het oogmerk (een) ander(en), te weten familie van die [slachtoffer 1], te dwingen iets te doen of niet te doen), immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 1] meegenomen in een auto en/of met die [slachtoffer 1] rondgereden en/of

- die [slachtoffer 1] de woorden toegevoegd: "Jij verbergt iets!" en/of "Je moet geld en/of 40.000 en/of 50.000 euro regelen" en/of "We houden je vast totdat je familie geld heeft geregeld", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of

- die [slachtoffer 1] met een kolf van een vuurwapen, althans een voorwerp, geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] uitgescholden en/of

- naar die [slachtoffer 1] gespuugd en/of

- (meermalen) die [slachtoffer 1] (op/tegen het hoofd) geslagen en/of gestompt en/of

- in het kruis van die [slachtoffer 1] geschopt en/of getrapt en/of

- een of meer vuurwapens, althans op vuurwapens gelijkende voorwerpen, aan die [slachtoffer 1] getoond en/of

- in de nabijheid van die [slachtoffer 1] gezegd: "Moet ik hem schieten?" en/of "Nee, dat verdient hij niet, hij krijgt er straks een kogel door zijn kop", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of

- die [slachtoffer 1] meegenomen naar een portiek/woning;


4.
[zaak hotel]

hij, op of omstreeks 09 december 2016 te Berg en Terblijt, gemeente Valkenburg aan de Geul en/of Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 van categorie III onder sub 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder sub 3 van die wet in de vorm van een pistool van het merk/type CZ 75-D, kaliber 9x19 mm, en/of bijbehorende munitie, voorhanden heeft gehad;


Zaak met parketnummer 10-701264-16 (gevoegd):
5.
[parketnummer 10/701264-16]

hij, op of omstreeks 24 september 2016 en/of 25 september 2016 te Rotterdam, alleen, althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en), een vuurwapen van categorie III onder 1º, in de vorm van een pistool, te weten een pistool, merk/type: Glock 17, kaliber: 9 x19mm, en/of (voor dat pistool geschikte) munitie van categorie III, te weten een aantal (16 stuks) kogelpatronen, voorhanden heeft gehad;

6.
[zaak Wet]

hij, op of omstreeks 29 november 2016 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededader(s)

- met die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] afgesproken naar een woning aan de [adres 1] te komen en/of

- in die woning een of meer (vuur)wapens doorgeladen en/of

- een of meer (vuur)wapens en/of messen en/of een (klauw)hamer en/of een (vlees)vork getoond aan die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

- zijn/hun, verdachtes, gezichten afgeschermd met bivakmutsen en/of capuchons en/of doeken en/of

- (meermalen) die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] in het gezicht en/of tegen het hoofd en/of tegen het lichaam geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] de woorden toegevoegd: "Op de grond liggen. Liggen!", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of (vervolgens) die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] op en/of over de grond getrokken en/of gesleept en/of

- het gezicht en/of hoofd van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] met een capuchon en/of theedoek afgedekt en/of

- de handen en/of enkels van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (met veters en/of tyraps) vastgebonden en/of

- met een (klauw)hamer die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] op een oog geslagen en/of

- met een (vlees)vork in het dijbeen van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] geprikt en/of gestoken en/of

- met een mes in de arm van die [slachtoffer 2] en of [slachtoffer 3] gesneden en/of

- een of meer sigaretten op de billen van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] uitgedrukt en/of as van een of meer sigaretten op de billen van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] afgetikt en/of

- op de rug van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] gestaan en/of

- ( meermalen) met een zweep en/of een kabel en/of riem die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] geslagen en/of

- de broek en/of de boxershort van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] naar beneden getrokken en/of (vervolgens) foto's gemaakt van de billen van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

- in de nabijheid van die [slachtoffer 3] gezegd: "Houd zijn kont open", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of (vervolgens) een wc-borstel in de kont van die [slachtoffer 3] geduwd en/of

- een of meer (vuur)wapens op de slapen van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] gezet en/of met die een (vuur)wapens over het gezicht van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] geaaid en/of met een of meer (vuur)wapens tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] geslagen en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] gedreigd zijn/hun moeder en/of vriendin en/of familie te zullen vermoorden en/of open te zullen snijden en/of

- in de nabijheid van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] gezegd: "Ga hem voor mij neerschieten, bewijs jezelf, schiet hem voor mij dood, ik zorg voor je familie als je vast komt te zitten" en/of "Ik doe het broer, ik doe het", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of

- een telefoon aan het oor van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] gehouden en/of die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] gedwongen te zeggen: "Sorry neef, ik ga terug betalen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- de portemonnee en/of telefoon van die [slachtoffer 2] afgepakt en/of die [slachtoffer 3] zijn autosleutels en/of telefoon laten afgeven en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] de woorden toegevoegd: "Je weet waar het over gaat, je weet dat het om die sieraden gaat, je weet dat het over die inbraak gaat" en/of "We gaan je vermoorden als je aangifte gaat doen" en/of "Je moet je bek houden", en/of "Je moet 40.000 en/of 10.000 euro, althans veel geld, betalen" en/of "Waar gaan jullie de 10.000 euro vandaan halen?" en/of "Waar zijn de sieraden?", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

7.
[zaak Wet]

hij, op of omstreeks 29 november 2016 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee en/of een telefoon (Samsung S7), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], en/of een telefoon (merk iPhone), in elk geval enig goed, toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- in de nabijheid van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] een of meer (vuur)wapens doorladen en/of

- een of meer (vuur)wapens en/of messen en/of een (klauw)hamer en/of een (vlees)vork getoond aan die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

- zijn/hun, verdachtes, gezichten afgeschermd met bivakmutsen en/of capuchons en/of doeken en/of

- (meermalen) die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] in het gezicht en/of tegen het hoofd en/of tegen het lichaam slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] de woorden toevoegen: "Op de grond liggen. Liggen!", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of (vervolgens) die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] op en/of over de grond trekken en/of slepen en/of

- het gezicht en/of hoofd van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] met een capuchon en/of theedoek afdekken en/of

- de handen en/of enkels van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (met veters en/of tyraps) vastbinden en/of

- met een (klauw)hamer die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] op een oog en/of het lichaam slaan en/of

- met een (vlees)vork in het dijbeen van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] prikken en/of steken en/of

- met een mes in de arm van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] snijden en/of

- een of meer sigaretten op de billen van die [slachtoffer 2] uitdrukken en/of as van een of meer sigaretten op de billen van die [slachtoffer 2] aftikken en/of

- op de rug van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] staan en/of

- ( meermalen) met een zweep en/of een kabel en/of riem die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] slaan en/of

- de broek en/of het boxershort van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] naar beneden trekken en/of (vervolgens) foto's maken van de billen van die [slachtoffer 2] en/of

- een wc-borstel in de kont van die [slachtoffer 3] te duwen en/of

- een of meer (vuur)wapens op de slapen van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] zetten en/of met die een (vuur)wapens over het gezicht van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] aaien en/of met een of meer (vuur)wapens tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] slaan en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] dreigen zijn moeder en/of vriendin en/of familie te zullen vermoorden en/of open te zullen snijden en/of

- in de nabijheid van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] zeggen: "Ga hem voor mij neerschieten, bewijs jezelf, schiet hem voor mij dood, ik zorg voor je familie als je vast komt te zitten" en/of "Ik doe het broer, ik doe het", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of

- een telefoon aan het oor van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] houden en/of die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] dwingen te zeggen: "Sorry neef, ik ga terug betalen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] de woorden toevoegen: "Je weet waar het over gaat, je weet dat het om die sieraden gaat, je weet dat het over die inbraak gaat" en/of "We gaan je vermoorden als je aangifte gaat doen" en/of "Je moet je bek houden", en/of "Je moet 40.000 en/of 10.000 euro, althans veel geld, betalen" en/of "Waar gaan jullie de 10.000 euro vandaan halen?" en/of "Waar zijn de sieraden?", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

8.
[zaak Wet]

hij, op of omstreeks 29 november 2016 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

[slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft mishandeld door:

- (meermalen) die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] in het gezicht en/of tegen het hoofd en/of tegen het lichaam te slaan en/of te stompen en/of te schoppen en/of te trappen en/of

- met een (klauw)hamer die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] op een oog en of het lichaam te slaan en/of

- met een (vlees)vork in het dijbeen van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te prikken en/of te steken en/of

- met een mes in de arm van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te snijden en/of

- een of meer sigaretten op de billen van die [slachtoffer 2] uit te drukken en/of

- op de rug van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te staan en/of

- ( meermalen) met een zweep en/of een kabel en/of riem die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te slaan en/of

- een wc-borstel in de kont van die [slachtoffer 3] te duwen en/of

- met een of meer (vuur)wapens tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] te slaan;
Zaak met parketnummer 10-662062-17 (gevoegd):

9.
[zaak Berm]

hij, in of omstreeks de periode van 26 november 2016 tot en met 27 november 2016 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 4] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 4] vastgepakt en/of

- die [slachtoffer 4] op een stoel en/of de grond geduwd en/of

- die [slachtoffer 4] de woorden toegevoegd: "Nu gaan we je vastbinden in je eigen huis" en/of "Blijf naar de grond kijken" en/of "Hoeveel geld heb je op je rekening? " en/of "Wat is je pincode?", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of

- een laken over het hoofd van die [slachtoffer 4] gelegd en/of

- de polsen/handen en/of voeten van die [slachtoffer 4] met (een) (TV-/USB-)kabel(s) vastgebonden en/of

- het hoofd van die [slachtoffer 4] naar de grond en/of tegen de muur geduwd en/of

- een (vuur)wapen in de nabijheid van die [slachtoffer 4] doorgeladen en/of

- een (vuur)wapen op het hoofd van die [slachtoffer 4] geduwd en/of gehouden en/of

- met een (vuur)wapen in/tegen het gezicht van die [slachtoffer 4] geslagen en/of

- twee bankpassen en/of 60 euro van die [slachtoffer 4] gepakt;
11.
[zaak Berm]

hij, op of omstreeks 27 november 2016 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen (in totaal) 980 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededaders, zulks nadat hij, verdachte, en/of zijn mededaders dat weg te nemen geld onder zijn/hun bereik had(den) gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door te pinnen met een bankpas (van die [slachtoffer 4]) waartoe hij, verdachte, en/of zijn mededaders niet gerechtigd was/waren.


Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

8 Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

9 Nadere bewijsoverwegingen

9.1

Ten aanzien van feit 1 tot en met 3 (zaak Wiel)

De raadsman van de verdachte heeft - kort samengevat - betoogd dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte de tenlastegelegde feiten heeft medegepleegd en verder kan niet bewezen worden dat het de verdachte is geweest die in de richting van de aangever heeft geschoten terwijl ook niet kan worden bewezen dat de verdachte opzet heeft gehad op de dood van de aangever.

Anders dan de raadsman heeft betoogd, blijkt naar het oordeel van het hof uit de gebezigde bewijsmiddelen dat de verdachte bedoelde feiten samen en in vereniging met anderen heeft gepleegd, dat hij degene is geweest die schoten heeft afgevuurd in de richting van de aangever

[slachtoffer 1] (verder: [slachtoffer 1]) en ook dat bij de verdachte en zijn mededaders van opzet als bedoeld in het ten laste gelegde onder feit 1 sprake is geweest.

Verdachte en zijn mededaders hebben bewust en nauw samengewerkt bij het plegen van de feiten en ieders aandeel was daarbij van substantiële betekenis.
Kort samengevat blijkt uit die bewijsmiddelen, dat het de verdachte was die als eerste aan [slachtoffer 1] vroeg of hij geld had. De verdachte heeft aan [slachtoffer 1] voorgesteld om met hem en zijn mededaders [medeverdachte 1] (verder: [medeverdachte 1]), [medeverdachte 3] (verder: [medeverdachte 3]) en

[medeverdachte 2] mee te gaan in een auto. De verdachte heeft vervolgens als eerste geweld gebruikt tegen [slachtoffer 1] en geld geëist. Zowel [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] als de verdachte droegen toen een vuurwapen bij zich en ook [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] hebben [slachtoffer 1] bedreigd en mishandeld. Onder deze omstandigheden is de jas van [slachtoffer 1] zonder zijn toestemming weggenomen.

[slachtoffer 1] moest vervolgens mee naar een woning op de bovenste verdieping van een pand in de [straatnaam] in Rotterdam. De verdachte en zijn mededaders gingen mee het pand binnen. [slachtoffer 1], die voor zijn leven vreesde en om hulp heeft geroepen, zag op een gegeven ogenblik kans om te vluchten door [medeverdachte 1] tegen de verdachte aan te duwen en van de bovenste verdieping via het trapgat naar beneden te springen. Tijdens de sprong hoorde hij schoten en toen hij omhoog keek zag hij de verdachte op hem richten.
Onderzoek heeft uitgewezen dat er in dat portiek drie kogels zijn afgevuurd, waarvan één [slachtoffer 1] heeft geraakt.
Het letsel van [slachtoffer 1] als gevolg van de schotverwonding in de borstkas is volgens de verkregen medische informatie aan te merken als potentieel levensbedreigend.

Het hof is van oordeel dat de verdachte ook het schot heeft gelost als gevolg waarvan [slachtoffer 1] ernstig is verwond. Het afvuren van kogels in het trappenhuis van het pand aan de [straatnaam] in Rotterdam in de richting van [slachtoffer 1] terwijl deze vluchtend van de verdachte en zijn mededaders van de bovenste verdieping naar beneden sprong, kan naar zijn uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zijnde zo zeer gericht op de dood van [slachtoffer 1] dat het niet anders kan zijn dan dat het opzet van de verdachte daarop gericht was.

Het hof gaat er van uit dat ook [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] hebben geweten dat de verdachte een wapen bij zich had, al was het maar omdat [slachtoffer 1] door de verdachte met de kolf van een wapen is mishandeld in bijzijn van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1].

Nu de mededaders van de verdachte een substantiële bijdrage hebben geleverd aan de voor [slachtoffer 1] uiterst bedreigende omstandigheden en naar algemene ervaringsregels te verwachten was dat [slachtoffer 1] een poging zou doen om te ontkomen, hebben zij naar het oordeel van het hof bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat er tijdens zijn vlucht gebruik zou worden gemaakt van een vuurwapen waardoor [slachtoffer 1] gedood zou kunnen worden. Daarmee hebben zij naar het oordeel van het hof minst genomen voorwaardelijk opzet gehad op de dood van [slachtoffer 1] en hebben zij het onder feit 1 tenlastegelegde tezamen en in vereniging met de verdachte gepleegd.

De verweren worden verworpen.

9.2

Ten aanzien van de feiten 6 tot met 8 (zaak Wet)

9.2.1

Betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangevers

De raadsman van de verdachte heeft kort samengevat betoogd dat de verklaringen afgelegd door de aangevers

[slachtoffer 2] (verder: [slachtoffer 2]) en [slachtoffer 3] (verder: [slachtoffer 3]) onbetrouwbaar zijn en niet voor het bewijs kunnen worden gebezigd voor de naar aanleiding van die aangiftes aan de verdachte ten laste gelegde feiten.
Dat er een afspraak zou zijn gemaakt met de aangevers om midden in de nacht trainingspakken te kopen zoals [slachtoffer 2] heeft verklaard, is niet onderzocht door de politie. De belangen van aangevers om belastend te verklaren over de verdachte zijn evenmin onderzocht.
Het heeft er de schijn van dat de aangevers hun verklaringen met betrekking tot de verdachte op elkaar hebben afgestemd. In zijn eerste verklaring noemt [slachtoffer 2] niet de naam van de verdachte maar pas tijdens het verhoor op 12 januari 2017 nadat het opnameapparaat enige tijd was stilgezet, legt [slachtoffer 2] met betrekking tot de verdachte een belastende verklaring af.
Waarom de opname is stopgezet en op wiens verzoek blijkt niet. Misschien zijn er [slachtoffer 2] toezeggingen gedaan? Een en ander is niet te controleren.

Het hof overweegt te dien aanzien naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep als volgt.

Met betrekking tot aangever [slachtoffer 2]:

Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat de verklaringen van aangever [slachtoffer 2] voldoende betrouwbaar zijn om voor het bewijs van de ten laste gelegde feiten te worden gebezigd.
Over de gebeurtenissen die plaats hebben gevonden op 29 november 2016 in de woning in Rotterdam van [medeverdachte 4] (verder: [medeverdachte 4]), heeft [slachtoffer 2] consistent verklaard en de gevolgen van mishandelingen waarover hij heeft verklaard zijn ook waargenomen door de politie.
Bij gelegenheid van zijn verhoor bij de raadsheer-commissaris op 24 september 2019 ook in de zaak van de verdachte, is [slachtoffer 2] uitdrukkelijk gevraagd of hij met [slachtoffer 3] heeft gesproken voordat hij met de politie had gesproken en op die vraag heeft de getuige ontkennend geantwoord. Naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten en omstandigheden gebleken op grond waarvan het hof zou moeten twijfelen aan de juistheid van die verklaring.
Dat beide aangevers hun verklaringen op elkaar hebben afgestemd, is naar het oordeel van het hof niet aannemelijk geworden.

Uit het proces-verbaal van verhoor door de politie van [slachtoffer 2] op 12 januari 2017 blijkt kort samengevat dat het opnameapparaat enige tijd uit is gezet. Door de verbalisanten is daarover gerelateerd, dat dat op verzoek van [slachtoffer 2] is gebeurd. Die gaf aan een dilemma te hebben: wel of niet zeggen. Hij zei te weten wie het was. Hij was bang verder te verklaren uit angst dat men terug zou komen, dat men hem zou pakken en dat men de volgende keer wel zou schieten. Door de verbalisanten is [slachtoffer 2] toen gezegd dat het belangrijk was te vertellen wat hij wist. In de daarop volgende verklaring heeft [slachtoffer 2] belastend verklaard over de verdachte.
Het hof heeft naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting geen aanleiding gevonden om aan het relaas van de verbalisanten te twijfelen en gaat daarom van de juistheid ervan uit.
Duidelijk is op wiens verzoek de opname van het verhoor enige tijd is gestaakt en dat [slachtoffer 2] toen enige toezegging zou zijn gedaan door de verbalisanten is niet aannemelijk geworden. Wel is naar het oordeel van het hof aannemelijk dat [slachtoffer 2] uit angst voor represailles niet eerder heeft durven verklaren over de rol van de verdachte. In dit verband is naar het oordeel van het hof ook van belang dat ook [slachtoffer 3] bij gelegenheid van zijn verhoor door de politie heeft aangegeven bang te zijn voor represailles.

Het hof wijst er ten overvloede op dat de enorme angst voor represailles vanaf het eerste contact tussen [slachtoffer 2] en politieambtenaren evident was, alsook de ontreddering van verdachte op dat moment en als gevolg daarvan de moeite die het de verbalisanten die nacht gekost heeft om de gebeurtenissen min of meer helder te krijgen, zie het proces-verbaal van bevindingen, PL1700-2016387505-2, dossier Wet, blz. 1 tot en met 3.


Het hof heeft overigens geconstateerd dat de raadsman naar de gang van zaken rond het uit zetten van de opnameapparatuur tijdens het verhoor geen vragen heeft laten stellen bij gelegenheid van het verhoor van [slachtoffer 2] op 24 september 2019 in de zaak van de verdachte bij de raadsheer-commissaris.

Met betrekking tot aangever [slachtoffer 3]:


Zoals eerder is overwogen, is naar het oordeel van het hof niet aannemelijk geworden dat beide aangevers hun verklaringen op elkaar hebben afgestemd en naar het oordeel van het hof zijn er geen feiten en omstandigheden gebleken op grond waarvan de verklaring van [slachtoffer 3] als zijnde onbetrouwbaar ter zijde gelegd zouden moeten worden, zoals door de raadsman is betoogd.
[slachtoffer 3] heeft consistent verklaard en ook voor zijn verklaringen over de gebeurtenissen op 29 november 2016 in de woning van [medeverdachte 4] aan de [adres 1] in Rotterdam is voldoende steunbewijs in het dossier te vinden.

Dat door de politie geen nader onderzoek is gedaan naar de afspraak die volgens [slachtoffer 2] zou zijn gemaakt met [medeverdachte 4] om op 29 november 2016 langs te komen, maakt hetgeen hiervoor is overwogen niet anders.
Voor zover de raadsman heeft willen betogen dat er belangen zouden zijn van de aangevers om ten onrechte belastend te verklaren over de verdachte, die niet nader zijn onderzocht in het opsporingsonderzoek, overweegt het hof dat daarvan naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting niet is gebleken.


Het verweer wordt verworpen.

9.2.2

Beperking ondervragingsrecht en art. 6 EVRM

De verdediging heeft verzocht om de belastende verklaringen van aangever [slachtoffer 3] uit te sluiten van het bewijs met betrekking tot de tenlastegelegde feiten 6 t/m 8. Daartoe is een beroep gedaan op de zogeheten ‘Vidgen-jurisprudentie’.1 Het hof begrijpt dit verweer zo, dat de verdediging stelt dat sprake is geweest van een ontoelaatbare beperking van het ondervragingsrecht van de verdediging zoals bedoeld in artikel 6 lid 3 EVRM.

Het hof overweegt als volgt.

Vast staat dat de verdediging in de procedure in hoger beroep heeft verzocht om aangever [slachtoffer 3] te horen als getuige en dat het hof dat verzoek heeft toegewezen. Het hof stelt verder vast dat de raadsheer-commissaris getuige [slachtoffer 3] heeft opgeroepen, dat deze getuige niet is verschenen en dat het de politie vervolgens niet is gelukt om een dagvaarding uit te reiken aan deze getuige omdat de woning op het adres waarop de getuige geregistreerd stond, vermoedelijk onbewoond is terwijl uit het politie-informatiesysteem blijkt dat de getuige onvindbaar is. Omdat [slachtoffer 3] onvindbaar was, was het onaannemelijk dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn kon worden gehoord en is de zaak door het hof inhoudelijk behandeld zonder dat deze getuige a charge is gehoord.

Behoorlijke en effectieve mogelijkheid tot ondervraging?

De verdediging heeft aangevoerd dat mensen die moeten getuigen bij het hof door de politie benaderd worden, waarbij de politie meedeelt dat als die getuige niet verschijnt, er niets aan de hand is en de zaak gewoon doorgaat. De getuige wordt kennelijk in sommige gevallen geadviseerd niet te verschijnen, aldus de verdediging.

Het hof is van oordeel dat het niet aannemelijk is geworden dat deze situatie zich in deze zaak heeft voorgedaan. Het dossier bevat daarvoor geen enkel aanknopingspunt. Evenwel stelt het hof met de verdediging vast dat er – omdat de getuige onvindbaar was - geen sprake is geweest van een behoorlijke en effectieve mogelijkheid tot ondervraging door de verdediging, ondanks het initiatief daartoe. De vraag rijst daarmee of deze beperking in het ondervragingsrecht in de onderhavige zaak een ontoelaatbare beperking van de verdedigingsrechten oplevert, ten gevolge waarvan niet meer sprake zou zijn van een eerlijk proces wanneer het hof deze verklaring voor het bewijs zou bezigen.

Goede reden dat de getuige niet door de verdediging ondervraagd kon worden?

Het hof is van oordeel dat de hiervoor vermelde omstandigheden voldoende verduidelijken dat en waarom de getuige [slachtoffer 3] niet ter terechtzitting in hoger beroep als getuige is gehoord. Het hof beschouwt deze redenen gezamenlijk als een goede reden als zo-even bedoeld. Dat betreft het ontbreken van recente adresgegevens en het onvindbaar zijn van de getuige waardoor het onaannemelijk is dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn kan worden gehoord.

Sole and decisive?

De vraag die vervolgens beantwoord moet worden, is of de verklaring van [slachtoffer 3] als ‘sole and decisive’ bewijs dient te worden beschouwd. Voor de beoordeling hiervan is van doorslaggevend belang in hoeverre de verklaring van [slachtoffer 3] steun vindt in andere bewijsmiddelen. Dat steunbewijs moet - zo luidt de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad op dit punt - betrekking hebben op die onderdelen van de hem belastende verklaring die de verdachte betwist. Of dat steunbewijs aanwezig is, wordt mede bepaald door het gewicht van het steunbewijs in het licht van de bewijsvoering als geheel.

Het hof overweegt hiertoe als volgt.

Het standpunt van de verdediging is dat er geen veroordeling kan volgen omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. Het hof begrijpt het verweer van de verdediging aldus dat de betrokkenheid van de verdachte bij deze feiten onvoldoende kan blijken.

Anders dan de verdediging wijst het hof op de volgende bewijsmiddelen waaruit de betrokkenheid van de verdachte blijkt.

a. Aangever [slachtoffer 2] heeft onder meer verklaard dat hij van aangever [slachtoffer 3] heeft gehoord dat een van de jongens ‘de baas’ [verdachte] heet, een jongen met wie a [slachtoffer 3] gedetineerd heeft gezeten.2 De politie heeft vastgesteld dat de verdachte tegelijkertijd met [slachtoffer 3] gedetineerd heeft gezeten in PI Rotterdam de Schie.3

Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat de feiten hebben plaatsgevonden in een woning op het adres [adres 1] te Rotterdam. De politie heeft een bij die woning behorende vuilcontainer doorzocht en daarin bonnetjes aangetroffen. Deze bonnetjes zijn gebruikt bij het opwaarderen van het telefoonnummer [telefoonnummer 1]. Tevens bleek dat deze opwaardeerbonnen negen dagen voordat het delict is gepleegd, zijn aangeschaft bij een benzinestation, van welk moment beelden zijn opgenomen in het dossier. Te zien is dat twee personen bij de aanschaf betrokken zijn. De persoon die de bonnen aanschaft, toont volgens de politie veel gelijkenis met de verdachte. De tweede persoon die erbij aanwezig was, toont volgens de politie veel gelijkenis met een persoon genaamd [medeverdachte 4], geboren [geboortedatum].4 Het hof heeft deze feiten en omstandigheden bezien in samenhang met het volgende. Het telefoonnummer dat in gebruik was bij de verdachte ([telefoonnummer 2])5 straalde ten tijde van het delict zendmasten aan in de omgeving van de plaats delict. Tevens is gebleken dat er contact werd gelegd met het telefoonnummer [telefoonnummer 1], het nummer dat is opgewaardeerd met de bonnetjes die zijn gekocht bij genoemd benzinestation.6 Dat telefoonnummer was in gebruik bij verdachte [medeverdachte 3].7 Het hof leidt hieruit het volgende af. De verdachte stond kort voor dan wel ten tijde van het delict op enige wijze in contact met zowel [medeverdachte 4] als [medeverdachte 3]. Omtrent [medeverdachte 4] blijkt uit de bewijsmiddelen dat deze de aangevers naar de woning gelokt heeft. Omtrent [medeverdachte 3] is bekend dat hij gedetineerd was toen genoemd telefonisch contact tussen hem en de verdachte tot stand kwam. De telefoon die [medeverdachte 3] in de PI gebruikte, was opgewaardeerd met bonnetjes die door de verdachte aangeschaft zijn bij het benzinestation. Voorts blijkt uit de verklaring van [slachtoffer 2] dat [medeverdachte 3] degene is wiens naam genoemd werd op de beschuldiging dat [slachtoffer 2] bij hem had ingebroken. Volgens [slachtoffer 2] betreft degene die dat heeft gezegd, de persoon die hij in zijn verklaring ‘de baas’ noemt en is [medeverdachte 3] degene met wie hij tijdens het delict een telefoongesprek moest voeren. Over de identiteit van de verdachte en diens betrokkenheid bij de feiten zoals uiteengezet door aangever [slachtoffer 2] kan in het licht van deze bewijsmiddelen – in hun onderlinge samenhang bezien - dan ook geen enkele twijfel bestaan.

Het hof acht het steunbewijs in het licht van de bewijsvoering als geheel behalve betrouwbaar ook van voldoende gewicht. Het hof verwijst voor zijn overwegingen over de betrouwbaarheid van de aangifte van [slachtoffer 2] nog naar de afzonderlijke overwegingen die daaraan in dit arrest zijn gewijd. Het hof merkt tenslotte nog op dat de verdediging in hoger beroep in de gelegenheid is geweest om aangever [slachtoffer 2] ten overstaan van een rechter (de raadsheer-commissaris) te ondervragen.

De verklaring van aangever [slachtoffer 3] levert dus geen sole and decisive-bewijs op. Het heeft de verdediging, de gehele procedure overziend, ook niet ontbroken aan voldoende instrumenten om te komen tot een behoorlijke en effectieve verdediging als bedoeld in art. 6 EVRM. Alles overziende, waaronder ook hetgeen hierna besproken wordt, voldoet de procedure als geheel aan de door het EVRM gestelde eisen.

Bij repliek heeft de advocaat-generaal een voorwaardelijk verzoek tot het horen van de getuige [slachtoffer 3] geformuleerd. Het hof stelt vast dat aan de voorwaarde waaronder het verzoek is gedaan niet is voldaan. Het verzoek zal om die reden niet verder besproken worden.

Het verweer wordt verworpen.

9.2.3

Medeplegen

De raadsman heeft voorts kort samengevat betoogd dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte de feiten heeft medegepleegd. Er zijn volgens de raadsman geen bewijsmiddelen die de verdachte op het plaats delict brengen en camerabeelden en zendmast ontbreken.

Het hof stelt voorop dat uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt van een gestructureerd, planmatig en gezamenlijk handelen van een groep mannen ten opzichte van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3].


Zoals eerder overwogen acht het hof de verklaringen van zowel [slachtoffer 2] als [slachtoffer 3] betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs. Beiden hebben belastend verklaard over de verdachte en zijn mededaders en beiden hebben de verdachte aangewezen als degene die de leiding had.
Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt over de rol van de verdachte verder nog het volgende.
De verdachte heeft verschillende keren aan andere aanwezigen gevraagd om [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] dood te schieten. Hij heeft gezegd dat [slachtoffer 2] een bedrag van € 10.000,--/€ 40.000,-- moest betalen, hij heeft tijdens de mishandelingen foto’s en filmpjes gemaakt en hij heeft met een vuurwapen over het gezicht van [slachtoffer 2] ‘geaaid’.
De verdachte heeft een wc-borstel in het achterwerk van [slachtoffer 3] gestopt en de verdachte heeft ook [slachtoffer 3] met een vuurwapen bedreigd.
Onder die omstandigheden zijn eigendommen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] weggenomen.
Verder is – zoals hiervoor overwogen – gebleken dat de verdachte kort voor en tijdens de gebeurtenissen in de woning van [medeverdachte 4] in de nacht van 29 november 2016 in contact heeft gestaan met die [medeverdachte 4] en met [medeverdachte 3], met wie [slachtoffer 2] gedwongen werd een telefoon gesprek te voeren.


De verdachte heeft naar het oordeel van het hof dan ook bewust en nauw samengewerkt met zijn mededaders van de bewezenverklaarde vrijheidsberoving, diefstal met geweld en de mishandelingen en daarbij heeft hij daaraan een zodanig substantiële feitelijke bijdrage geleverd dat van medeplegen van die feiten sprake is.

9.3

Ten aanzien van feit 9 tot en met 11 (zaak Berm)

9.3.1

Betrouwbaarheid van de verklaringen van aangever

De raadsman van de verdachte heeft kort samengevat betoogd, dat de verklaringen afgelegd door aangever

[slachtoffer 4] (verder: [slachtoffer 4]) onbetrouwbaar zijn en niet voor het bewijs kunnen worden gebezigd voor de naar aanleiding van die aangifte aan de verdachte ten laste gelegde feiten.
De belangen die aangever heeft om de verdachte te belasten zijn niet onderzocht, een veroordeling van de verdachte voor deze feiten steunt volgens de raadsman in overwegende mate op de verklaringen van aangever zelf terwijl steunbewijs ontbreekt. Een doktersverklaring van vermeend letsel ontbreekt terwijl niet kan worden vastgesteld wanneer en door wie de pinpas en het contante geld van aangever zijn weggenomen.
De aangever kan niet goed gezien hebben wie wat heeft gedaan en verder heeft hij pas op 5 december 2016 aangifte gedaan van gebeurtenissen die op 27 november 2016 zouden hebben plaatsgevonden.

Het hof overweegt te dien aanzien naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep als volgt.

Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer 4] voldoende betrouwbaar zijn om voor het bewijs van de ten laste gelegde feiten te worden gebezigd. Hij heeft consistent verklaard over de verdachte en zijn mededaders tijdens de gebeurtenissen in zijn woning op 27 november 2016 en zijn verklaring vindt steun in andere wettige bewijsmiddelen. Een beveiligingscamera in de hal van het flatgebouw waar [slachtoffer 4] toen woonde heeft beelden vastgelegd van personen die op 27 november 2016 daar waren. Door een verbalisant is daarop niet alleen de verdachte herkend, maar ook mededaders waarover [slachtoffer 4] heeft verklaard, zijn herkend op die beelden. Verder wordt in de woning van [slachtoffer 4] het behang aangetroffen met daarop de tekst waarover [slachtoffer 4] heeft verklaard en uit de verklaring van [slachtoffer 4] blijkt verder dat hij, ondanks het feit dat er in het begin op enig moment bij herhaling iets over zijn hoofd werd gegooid, toch datgene heeft kunnen zien waarover hij heeft verklaard. Het hof heeft naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting geen aanknopingspunt gevonden om daaraan te twijfelen en neemt daarbij in aanmerking dat de verdachte zelf niet heeft verklaard over de gebeurtenissen in die woning die nacht.

Het enkele feit dat [slachtoffer 4] pas enige dagen na de gebeurtenissen aangifte heeft gedaan en er geen doktersverklaring voorhanden is waaruit het letsel van [slachtoffer 4] blijkt, maakt dat oordeel niet anders. De verklaring van de moeder van [slachtoffer 4] biedt voor deze gang van zaken een voldoende verklaring.
Voor zover de raadsman heeft willen betogen dat [slachtoffer 4] belangen zou hebben om ten onrechte belastend te verklaren over de verdachte, die niet nader zijn onderzocht in het opsporingsonderzoek, overweegt het hof dat daarvan naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting niet is gebleken.

Het verweer wordt verworpen.

9.3.2

Medeplegen

De raadsman heeft voorts kort samengevat betoogd dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte de feiten heeft medegepleegd.

Zoals eerder overwogen, acht het hof de verklaringen van [slachtoffer 4] betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs. Hij heeft belastend verklaard over de verdachte.
Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt over de rol van de verdachte onder meer het volgende.
Ook de verdachte heeft [slachtoffer 4] vastgepakt en heeft geweld tegen hem gebruikt. De verdachte heeft [slachtoffer 4] met een wapen bedreigd en geslagen en de verdachte heeft gevraagd naar goud, geld, het banksaldo en de pincode van [slachtoffer 4].
Onder die omstandigheden is ook contant geld van [slachtoffer 4] weggenomen.
Terwijl mededaders geld van de rekening van [slachtoffer 4] af zijn gaan halen is de verdachte bij [slachtoffer 4] gebleven en heeft hij gecontroleerd of er daadwerkelijk geld van die rekening was afgeschreven.

De verdachte heeft naar het oordeel van het hof dan ook met zijn mededaders bewust en nauw samengewerkt aan de bewezenverklaarde vrijheidsberoving, diefstal met geweld en de diefstal van geld met behulp van de gestolen pinpas. Daarbij heeft hij een zodanig substantiële feitelijke bijdrage geleverd dat naar het oordeel van het hof van medeplegen van die feiten sprake is.

10 Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van poging tot doodslag.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het onder 3 en 9 bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd.

Het onder 4 en 5 bewezenverklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd,

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Het onder 6, 7 en 8 bewezenverklaarde levert op:

de eendaadse samenloop van

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd

en

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd

en

medeplegen van mishandeling, meermalen gepleegd.

Het onder 11 primair bewezenverklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

11 Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

12 Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich samen met anderen binnen een periode van twee weken schuldig gemaakt aan drie wederrechtelijke vrijheidsbenemingen, een poging tot doodslag, mishandelingen en gekwalificeerde diefstallen, waaronder twee diefstallen in vereniging met geweld. Voorts heeft hij zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van meerdere wapens en munitie.

De verdachte heeft samen met anderen in de nacht van 26 op 27 november 2016 een slachtoffer in diens woning vastgehouden, vastgebonden, mishandeld, bedreigd met een vuurwapen en hem gedwongen om geld af te staan. Op enig moment heeft het slachtoffer aan de verdachte onder bedreiging van een vuurwapen zijn pincode gegeven. Anderen hebben vervolgens met de aldus verkregen pincode en de van het slachtoffer weggenomen pinpas geld van zijn rekening opgenomen.

Kort daarna, op 29 november 2016, heeft de verdachte met (deels dezelfde) mededaders in de woning van een van hen een ander slachtoffer en diens vriend tegen hun wil vast gehouden. De slachtoffers werden kort na hun aankomst in die woning door gemaskerde en gewapende mannen overvallen, vastgebonden, mishandeld, vernederd en bedreigd met vuurwapens. Volgens de slachtoffers was de verdachte de leider, voorzien van een pistool, en heeft hij een groot aantal van de voor de slachtoffers zeer bedreigende en vernederende handelingen verricht. De verdachte heeft van hen een geldbedrag geëist.

Op 9 december 2016 heeft de verdachte vervolgens samen met (wederom deels dezelfde) mededaders een bekende, die zij in een shisha-lounge waren tegengekomen, uitgenodigd om naar een afterparty elders te gaan. Ze vertrokken met vijf personen, waaronder de verdachte en het slachtoffer, in een auto naar de [wijk]. Daar werd het slachtoffer door de verdachte en anderen mishandeld, bedreigd met vuurwapens en met een vuurwapen in zijn gezicht geslagen. Het slachtoffer moest daarna weer in de auto stappen, die vervolgens naar de wijk [wijk 2] reed. Het slachtoffer werd duidelijk gemaakt dat hij binnen een aantal uren voor een geldbedrag diende te zorgen en dat de verdachte en zijn mededaders hem niet zouden laten gaan voordat er betaald was. In de [straatnaam] werd het slachtoffer gedwongen om een portiek in te gaan en om via het trappenhuis naar een woning op de vierde etage te gaan. Hij heeft daar in doodsangst kans gezien in het trappenhuis naar beneden te springen en te vluchten. Het slachtoffer werd daarop door de verdachte in zijn rug geschoten.

Daarnaast heeft de verdachte zich op verschillende data schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens en het gebruik daarvan zorgt voor gevoelens van onveiligheid en angst in de samenleving.

Voor de genoemde gebeurtenissen geldt dat dit zeer ernstige misdrijven zijn. De verdachte heeft met zijn handelen een grote inbreuk gemaakt op de veiligheid van de daarbij betrokken slachtoffers, op hun lichamelijke integriteit en op hun geestelijk welzijn. De misdrijven getuigen van geen enkel respect voor het welzijn van anderen en zorgen voor grote onrust in de samenleving. Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een langdurige gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft het hof in aanmerking genomen de leidende rol die de verdachte in meerdere zaken

heeft gehad.

Het hof heeft voorts in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 29 maart 2021, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke en andersoortige strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat in beginsel een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 jaren een passende en geboden reactie vormt.

Het hof stelt evenwel vast dat de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden, nu de berechting in hoger beroep niet heeft plaatsgevonden binnen twee jaren, gelet op het feit dat namens de verdachte op

3 januari 2018 hoger beroep is ingesteld en het eindarrest op 12 mei 2021 – te weten circa 3 jaren en 3 maanden later - is gewezen. Het hof zal deze overschrijding verdisconteren in de strafmaat in die zin, dat in plaats van de overwogen gevangenisstraf van 12 jaren, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur zal worden opgelegd.

13 Benadeelde partijen

13.1

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 1]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde, tot een bedrag van € 23.184,89.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot het in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 23.034,89.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 17.524,89, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 3.034,89 materiële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 december 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het hof is voorts van oordeel dat aannemelijk is geworden dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor hoofdelijke toewijzing tot een bedrag van € 10.000,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 december 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Gelet op het voorgaande dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

13.2

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van

€ 13.034,89 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1].

13.3

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 2]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 6, 7 en 8 tenlastegelegde, tot een bedrag van € 11.227,-.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet gevoegd. In hoger beroep is deze vordering derhalve aan de orde tot het in eerste aanleg toegewezen bedrag van

€ 6.028,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering tot een bedrag van € 6.028,- met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 6, 7 en 8 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 november 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het hof is voorts van oordeel dat aannemelijk is geworden dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het onder 6, 7 en 8 bewezenverklaarde. De vordering ter zake van geleden immateriële schade leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor hoofdelijke toewijzing tot het gevorderde bedrag van € 5.000,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf

29 november 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Gelet op het voorgaande dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

13.4

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van

€ 6.028,- aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2].

14 Vorderingen tenuitvoerlegging

14.1

Parketnummer 10-741338-15

Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 22 september 2015, onder parketnummer

10-741338-15, is de verdachte – voor zover hier van belang - veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 weken, met bevel dat die gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg ingediende vordering van het Openbaar Ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet tenuitvoergelegde straf, op grond dat de verdachte de hiervoor bedoelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.

In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers de in de onderhavige strafzaak bewezenverklaarde feiten begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

De vordering van het Openbaar Ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf is derhalve gegrond. Het hof zal daarom de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

14.2

Rolnummer 22-005494-13

Bij arrest van dit gerechtshof van 3 februari 2015, onder rolnummer 22-005494-13, is de verdachte – voor zover hier van belang - veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken, met bevel dat die gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg ingediende vordering van het Openbaar Ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet tenuitvoergelegde straf, op grond dat de verdachte de hiervoor bedoelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.

In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers de in de onderhavige strafzaak bewezenverklaarde feiten begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

De vordering van het Openbaar Ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf is derhalve gegrond. Het hof zal daarom de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

15 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 47, 55, 57, 282, 287, 300, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 10 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover inhoudelijk aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 11 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 11 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 11 (elf) jaren en 6 (zes) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 13.034,89 (dertienduizend vierendertig euro en negenentachtig cent) bestaande uit € 3.034,89 (drieduizend vierendertig euro en negenentachtig cent) materiële schade en € 10.000,- (tienduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1], ter zake van het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 13.034,89 (dertienduizend vierendertig euro en negenentachtig cent) bestaande uit € 3.034,89 (drieduizend vierendertig euro en negenentachtig cent) materiële schade en € 10.000,- (tienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 100 (honderd) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 9 december 2016.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het onder 6, 7 en 8 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 6.028,- (zesduizend achtentwintig euro) bestaande uit € 1.028,- (duizend achtentwintig euro) materiële schade en

€ 5.000,- (vijfduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2], ter zake van het onder 6, 7 en 8 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 6.028,- (zesduizend achtentwintig euro) bestaande uit € 1.028,00 (duizend achtentwintig euro) materiële schade en € 5.000,- (vijfduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 65 (vijfenzestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 29 november 2016.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 22 september 2015, onder parketnummer 10-741338-15, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) weken.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij arrest van dit gerechtshof van 3 februari 2015, onder rolnummer 22-005494-13, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) weken.

Dit arrest is gewezen door mr. I.E. de Vries,

mr. Th.W.H.E. Schmitz en mr. R.J. de Bruijn, in bijzijn van de griffier mr. J. van der Vegte.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 12 mei 2021.

1 EHRM Vidgen-Nederland, nr. 29353/06, 10 juli 2012 alsmede EHRM Keskin-Nederland, EHRM 19 januari 2021.

2 Het proces-verbaal van politie documentcode: 1701121000.AMB d.d. 12 januari 2017 (p. 23-41 van zaaksdossier Wet).

3 Het proces-verbaal van politie documentcode: 1701130900.AMB d.d. 13 januari 2017 (p. 135-147 van zaaksdossier Wet).

4 Proces-verbaal van bevindingen, documentcode 1612111430. AMB (p. 110-118 van zaaksdossier Wet).

5 Proces-verbaal van identificatie gebruiker, documentcode 1701161515.AMB (p. 141 van het algemeen dossier).

6 proces-verbaal van bevindingen, documentcode 1702100B30.AMB (p.151-152 van zaaksdossier Wet).

7 Proces-verbaal van identificatie gebruiker, documentcode 1704061400.AMB (p. 265-266 van het algemeen dossier).