Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2021:750

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
23-04-2021
Datum publicatie
23-04-2021
Zaaknummer
2200078915
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Medeplegen van afpersing met geweld (317 Sr) en bedreiging met brandstichting (285 Sr). Afpersing door dreigen met geweld (brandstichting) van een clubhuis van een motorclub door leden van een andere motorclub.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-000789-15

Parketnummer: 09-857118-13

Datum uitspraak: 23 april 2021

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 13 februari 2015 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1978,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 primair eerste en tweede cumulatief/alternatief en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voorts is beslist omtrent in beslag genomen voorwerpen als nader in het vonnis vermeld.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 11 januari 2013 tot en met 20 februari 2013 te Leiden tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld en/of brandstichting [slachtoffer] en/of een of meer ander(e) (aspirant) lid/leden van motorclub [motorclub 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een clubhuis/pand, gelegen op of aan de [straatnaam] en/of een sleutel van dat/een clubhuis/pand, gelegen op of aan de [straatnaam], in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of motorclub [motorclub 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

(op 11 januari 2013:)

- creëren van een dreigende/intimiderende situatie voor die [slachtoffer] en/of een of meer ander(e) (aspirant) lid/leden van motorclub [motorclub 1] door onverwacht met een groot aantal personen, gekleed in "full colors" (motorkleding) van de "[motorclub 2]" dat clubhuis/pand van motorclub [motorclub 1] binnen te gaan en/of

- bewaken en/of afschermen en/of blokkeren van de deur van dat clubhuis/pand en/of

- rondom verspreid in dat clubhuis/pand met de ruggen tegen de wand(en) te gaan staan en/of

- die [slachtoffer] en/of twee andere leden van motorclub [motorclub 1] apart te nemen en/of af te schermen van de overige aanwezigen en/of

- met een grote overmacht van personen om die [slachtoffer] en/of twee andere leden van motorclub [motorclub 1] te gaan staan, althans die [slachtoffer] en/of die twee andere leden van motorclub [motorclub 1] van de overige aanwezigen te scheiden en/of af te schermen en/of een cordon rondom die [slachtoffer] en/of die twee andere personen te vormen en/of

- die [slachtoffer] en/of een of meer andere aanwezig(e) (aspirant) lid/leden van motorclub [motorclub 1] op dreigende/dwingende toon mede te delen dat zij lid moesten worden van motorclub [motorclub 2] want anders zou hun clubhuis/pand afgefakkeld worden en/of

(op 18 januari 2013:)

- een/de sticker(s) van motorclub [motorclub 3], bevestigd op een deur van dat clubgebouw/pand, te verwijderen en/of

- plaatsen van een nieuw/ander slot op dat clubhuis/pand en/of

- creëren van een dreigende/intimiderende situatie voor die [slachtoffer] en/of een of meer ander(e) (aspirant) lid/leden van motorclub [motorclub 1] door onverwacht met een groot aantal personen, gekleed in "full colors" (motorkleding) van de "[motorclub 2]" naar dat clubhuis/pand van motorclub [motorclub 1] te gaan en/of

- die [slachtoffer] apart te nemen en/of af te schermen, althans een ander (aspirant) lid van motorclub [motorclub 1] dat dit clubhuis/pand binnen wilde gaan, tegen te houden en/of

- op dreigende/dwingende toon die [slachtoffer] mede te delen (zakelijk weergegeven) dat zij net in Heiloo een vergadering van 8 motorclubs hebben gehad, dat Zuid Holland aan de [motorclub 2] is toegekend, dat [motorclub 1] daar ook onder valt, dat het clubhuis/pand van [motorclub 1] nu dus van [motorclub 2] is en dat die [slachtoffer] de sleutel van het clubhuis/pand moet inleveren en/of dat de [motorclub 2] het over zou nemen en dat die [slachtoffer] zich bij die [motorclub 2] aan kon sluiten, althans woorden van gelijke dreigende/dwingende aard;

en/of

hij op of omstreeks 11 januari 2013 tot en met 20 februari 2013 te Leiden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer] en/of een of meer ander(e) (aspirant) lid/leden van motorclub [motorclub 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling en/of brandstichting, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend

(op 11 januari 2013)

- een dreigende/intimiderende situatie voor die [slachtoffer] en/of een of meer ander(e) (aspirant) lid/leden van motorclub [motorclub 1] creëren door onverwacht met een groot aantal personen, gekleed in "full colors" (motorkleding) van de "[motorclub 2]" het clubhuis/pand van motorclub [motorclub 1] binnen te gaan en/of

- de deur van dat clubhuis/pand bewaakt en/of afschermd en/of geblokkeerd en/of

- rondom verspreid in dat clubhuis/pand met de ruggen tegen de wand(en) gestaan en/of

- die [slachtoffer] en/of twee andere leden van motorclub [motorclub 1] apart genomen en/of afgeschermd van de overige aanwezigen en/of

- met een grote overmacht van personen om die [slachtoffer] en/of twee andere leden van motorclub [motorclub 1] gestaan, althans die [slachtoffer] en/of die twee andere leden van motorclub [motorclub 1] van de overige aanwezigen gescheiden en/of afgeschermd en/of een cordon rondom die [slachtoffer] en/of die twee andere personen gevormd en/of

- die [slachtoffer] en/of een of meer andere aanwezig(e) (aspirant) lid/leden van motorclub [motorclub 1] op dreigende/dwingende toon medegedeeld dat zij lid moesten worden van motorclub [motorclub 2] want anders zou hun clubhuis/pand afgefakkeld worden en/of

(op 18 januari 2013:)

- een/de sticker(s) van motorclub [motorclub 3], bevestigd op een deur van dat clubgebouw/pand, verwijderd en/of

- een nieuw/ander slot op dat clubhuis/pand geplaatst en/of

- een dreigende/intimiderende situatie voor die [slachtoffer] en/of een of meer ander(e) (aspirant) lid/leden van motorclub [motorclub 1] gecreëerd door onverwacht met een groot aantal personen, gekleed in "full colors" (motorkleding) van de "[motorclub 2]" naar dat clubhuis/pand van motorclub [motorclub 1] te gaan en/of

- die [slachtoffer] apart genomen en/of afgeschermd, althans een ander (aspirant) lid van motorclub [motorclub 1] dat dit clubhuis/pand binnen wilde gaan, tegen gehouden en/of

- op dreigende/dwingende toon die [slachtoffer] medegedeeld (zakelijk weergegeven) dat zij net in Heiloo een vergadering van 8 motorclubs hadden gehad, dat Zuid Holland aan de [motorclub 2] was toegekend, dat [motorclub 1] daar ook onder viel, dat het clubhuis/pand van [motorclub 1] nu dus van [motorclub 2] was en dat die [slachtoffer] de sleutel van het clubhuis/pand moest inleveren en/of dat de [motorclub 2] het over zou nemen en dat die [slachtoffer] zich bij die [motorclub 2] aan kon sluiten, althans woorden van gelijke dreigende/dwingende aard;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 11 januari 2013 tot en met 20 februari 2013 te Leiden, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een clubhuis/pand, gelegen op of aan de [straatnaam], heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat clubhuis/pand wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 11 januari 2013 tot en met 20 februari 2013 te Leiden, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk uit de opbrengst van (een) door misdrijf verkregen een clubhuis/pand voordeel heeft getrokken, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk, althans terwijl hij en/of zijn mededader(s) redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed betrof, gebruik gemaakt van dit clubhuis/pand en/of de daarbij behorende voorzieningen;


2.
hij op of omstreeks 26 maart 2013 te Rijnsburg, gemeente Katwijk, althans in het arrondissement Den Haag, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de Kleipettenlaan (nr. 37)) ongeveer 5,9 kilo, althans een (grote) hoeveelheid, van een materiaal bevattende hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd onder aanvulling dan wel wijziging van gronden en met uitzondering van de aan de verdachte in eerste aanleg opgelegde straf.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte, rekening houdende met de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (hierna: EVRM), zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis, waarvan beroep, vernietigen omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair eerste en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 11 januari 2013 tot en met 20 februari 2013 te Leiden tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] en andere leden van motorclub [motorclub 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een clubhuis, gelegen aan de [straatnaam] en een sleutel van dat clubhuis, gelegen aan de [straatnaam], toebehorende aan motorclub [motorclub 1], welke bedreiging met geweld bestond uit het

(11 januari 2013:)

- creëren van een dreigende/intimiderende situatie voor die [slachtoffer] en andere leden van motorclub [motorclub 1] door onverwacht met een groot aantal personen, gekleed in "full colors" (motorkleding) van de "[motorclub 2]" dat clubhuis van motorclub [motorclub 1] binnen te gaan en

- het bewaken en afschermen en blokkeren van de deur van dat clubhuis en

- rondom verspreid in dat clubhuis met de ruggen tegen de wanden te gaan staan en

- met een grote overmacht van personen om die [slachtoffer] en twee andere leden van motorclub [motorclub 1] te gaan staan en

- die [slachtoffer] en andere aanwezige leden van motorclub [motorclub 1] mede te delen dat zij lid moesten worden van motorclub [motorclub 2] want anders zou hun clubhuis afgefakkeld worden en

(18 januari 2013:)

- het plaatsen van een ander slot op dat clubhuis en

- het creëren van een dreigende/intimiderende situatie voor die [slachtoffer] door onverwacht met een aantal personenvan de "[motorclub 2]" naar dat clubhuis van motorclub [motorclub 1] te gaan en

- op dwingende toon die [slachtoffer] mede te delen (zakelijk weergegeven) dat zij net in Heiloo een vergadering van 8 motorclubs hebben gehad, dat Zuid Holland aan de [motorclub 2] is toegekend, dat [motorclub 1] daar ook onder valt, dat het clubhuis van [motorclub 1] nu dus van [motorclub 2] is en dat die [slachtoffer] de sleutel van het clubhuis moet inleveren en dat de [motorclub 2] het over zou nemen en dat die [slachtoffer] zich bij die [motorclub 2] aan kon sluiten, althans woorden van gelijke dwingende aard;

en

hij op of omstreeks 11 januari 2013 te Leiden, tezamen en in vereniging met anderen, [slachtoffer] en een of meer andere leden van motorclub [motorclub 1] heeft bedreigd met brandstichting, immers hebben verdachte en zijn mededaders opzettelijk dreigend

- een dreigende/intimiderende situatie voor die [slachtoffer] en andere leden van motorclub [motorclub 1] gecreërd door onverwacht met een groot aantal personen, gekleed in "full colors" (motorkleding) van de "[motorclub 2]" het clubhuis van motorclub [motorclub 1] binnen te gaan en

- de deur van dat clubhuis bewaakt en afgeschermd en geblokkeerd en

- rondom verspreid in dat clubhuis met de ruggen tegen de wanden gestaan en

- met een grote overmacht van personen om die [slachtoffer] en twee andere leden van motorclub [motorclub 1] gestaan en

- die [slachtoffer] en andere aanwezige leden van motorclub [motorclub 1] op dwingende toon medegedeeld dat zij lid moesten worden van motorclub [motorclub 2] want anders zou hun clubhuis afgefakkeld worden;


2.
hij op 26 maart 2013 te Rijnsburg, gemeente Katwijk, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [straatnaam]) 5,9 kilo hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

Inleiding

De verdachte wordt in deze zaak – verkort en zakelijk weergegeven - ter zake van het onder 1 primair tenlastegelegde verdacht van het al dan niet tezamen met anderen schuldig maken aan afpersing van het clubhuis van motorclub [motorclub 1] en/of de sleutel van dat clubhuis en/of de bedreiging van leden van voornoemde motorclub.

De aanleiding voor de tegen de verdachte gerezen verdenking is het volgende geweest.

Op 11 januari 2013 hebben leden van de motorclub [motorclub 2] (hierna: [motorclub 2]) in de avond een onverwacht bezoek gebracht aan leden van motorclub [motorclub 1] in het clubhuis van die motorclub aan de [straatnaam] in Leiden. Een twintig- tot dertigtal leden van [motorclub 2] betrad daarbij, in “full-colors”, het clubhuis van [motorclub 1]. Op dat moment waren ongeveer tien personen (leden en enkele bekenden) in het clubhuis van [motorclub 1] aanwezig. De leden van [motorclub 2] verspreidden zich in het clubhuis en posteerden zich onder meer bij de deur.

Enkele (bestuurs)leden van [motorclub 2] hebben vervolgens met enkele (bestuurs)leden van [motorclub 1] een gesprek gevoerd. Het gesprek vond plaats in een door de leden van [motorclub 2] gecreëerde afgeschermde setting. Door één of meer leden van [motorclub 2] is in dit gesprek tegen (bestuurs)leden van [motorclub 1] gezegd dat zij lid moesten worden van [motorclub 2] en dat anders hun clubhuis zou worden afgefakkeld.

Toen de voorzitter van [motorclub 1] op 18 januari 2013 in de avond (alleen) bij het clubhuis van [motorclub 1] aankwam zag hij dat een aantal leden van [motorclub 2] bij het terrein aanwezig was en er een hangslot op de deur van het clubhuis hing. Aan de voorzitter werd medegedeeld dat er in Heiloo een vergadering van acht motorclubs had plaatsgevonden waarin was besloten dat Zuid-Holland – waar [motorclub 1] onder valt - aan de [motorclub 2] toebehoorde en dat het clubbuis van [motorclub 1] nu van [motorclub 2] was. De voorzitter heeft, na een verzoek daartoe, de sleutel (van het cilinderslot) van het clubhuis afgegeven.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig zijn overgelegde schriftelijke requisitoir op het standpunt gesteld dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde dient te worden veroordeeld.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig haar overgelegde pleitnotities op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder 1 tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.

Oordeel van het hof

Aanwezigheid en rol van de verdachte op 11 januari 2013

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij in de tenlastegelegde periode secretaris was van [motorclub 2].

[Slachtoffer] (destijds voorzitter van [motorclub 1]) heeft verklaard dat hij op 11 januari 2013 in het clubhuis van [motorclub 1] een afgeschermd gesprek heeft gevoerd met het bestuur van [motorclub 2] en dat [verdachte], de secretaris van [motorclub 2], aan dit gesprek deelnam. Ook [getuige 2] heeft bij de politie verklaard over een afgeschermd gesprek waaraan [verdachte], die hij van vroeger kende, heeft deelgenomen.

Dat de verdachte op 11 januari 2013 bij het clubhuis aanwezig was wordt voorts ondersteund door het aanstralen van de nabij het clubhuis gelegen zendmast door de telefoon van de verdachte.

Het hof stelt op grond van voornoemde verklaringen en de zendmastgegevens - in onderling verband en in samenhang bezien - vast dat de verdachte op 11 januari 2013 in het clubhuis van [motorclub 1] aanwezig is geweest en dat hij daar deelnam aan het gesprek met onder meer [slachtoffer] waarin tegen de (bestuurs)leden van [motorclub 1] gezegd is dat zij lid moesten worden van [motorclub 2] en dat anders hun clubhuis in brand zou worden gestoken.

Aanwezigheid en rol van de verdachte op 18 januari 2013

[Slachtoffer] heeft voorts verklaard dat de verdachte samen met een ander bestuurslid op 18 januari 2013 aanwezig was bij het clubhuis van [motorclub 1].

De aanwezigheid van de verdachte wordt bevestigd door de verklaringen van [getuige 2].

Het hof stelt op grond van voornoemde verklaringen vast dat de verdachte op 18 januari 2013 in en nabij het clubhuis van [motorclub 1] aanwezig is geweest.

Afgifte van de sleutel

Anders dan de raadsvrouw stelt, volgt uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen dat de verklaring van [slachtoffer] niet het enige wettig bewijsmiddel is voor het bewijs van de afgifte van de sleutel van het clubhuis op 18 januari 2013. Ook [getuige 2] verklaart over de afgifte van de sleutel en deze verklaringen worden ook ondersteund door een whatsappbericht van [verdachte] aan [medeverdachte 1]. Overigens merkt het hof op dat de afgifte van de sleutel slechts een onderdeel van het tenlastegelegde feit betreft, terwijl het bewijsminimum van art. 342 lid 2 Sv ziet op het gehele tenlastegelegde feit. De verwijzing door de raadsvrouw in haar pleitnota naar art. 341 lid 4 Sv berust naar het hof aanneemt op een vergissing.

Medeplegen

De verdachte heeft op 11 januari 2013 deelgenomen aan het afgeschermde gesprek in het clubhuis van [motorclub 1], waarin tegen de (bestuurs)leden van [motorclub 1] is gezegd – kort gezegd - dat zij lid moesten worden van [motorclub 2] en dat anders hun clubhuis in brand zou worden gestoken.

Op 18 januari 2013 was de verdachte opnieuw bij het clubhuis van [motorclub 1]. Op dat moment vond in Heiloo een vergadering plaats waarbij werd met leden van andere motorclubs werd gesproken over [motorclub 1]. De medeverdachte – de president van [motorclub 2] – was bij deze vergadering aanwezig en heeft de uitkomst hiervan kort daarop doorgegeven aan de verdachte. Vervolgens heeft de verdachte, ondersteund door andere leden van [motorclub 2], feitelijk de sleutel van [slachtoffer] verkregen.

De verdachte heeft aldus naar het oordeel van het Hof een wezenlijke bijdrage geleverd aan de gezamenlijke uitvoering van de bewezenverklaarde feiten.

Gelet hierop is het hof van oordeel dat de verdachte zodanig bewust en nauw heeft samengewerkt met de medeverdachten dat hij als medepleger kan worden aangemerkt.

Conclusie

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich, samen met anderen, schuldig heeft gemaakt aan de afpersing en bedreiging van de (bestuurs)leden van het clubhuis van [motorclub 1], zoals onder feit 1 primair eerste en tweede cumulatief/alternatief is tenlastegelegd.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 primair eerste en tweede cumulatief/alternatief bewezenverklaarde levert op:

de eendaadse samenloop van:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

en

medeplegen van bedreiging met brandstichting;

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan afpersing en bedreiging met brandstichting. De verdachte is samen met andere [motorclub 2]-leden in “full colors” naar het clubhuis van [motorclub 1] gegaan om deze kwaadschiks over te. Een (groot)aantal leden van [motorclub 2] zijn op twee avonden naar het clubhuis van [motorclub 1] gegaan en hebben aldaar op de bewezenverklaarde wijze een bedreigende/intimiderende situatie gecreëerd jegens de voorzitter en de aanwezige leden van [motorclub 1]. Uit de verklaringen van de voorzitter en de [motorclub 1] leden blijkt dat zij zich geïntimideerd voelde door de plotselinge komst van de [motorclub 2]-leden en de door hen gecreëerde bedreigende situatie en dat de verslagenheid groot was.

Dergelijke feiten brengen niet alleen bij de direct betrokkenen maar hebben ook in de samenleving, met name in de omgeving van Leiden, heftige gevoelens van angst en onveiligheid teweeg gebracht.

Voorts heeft de verdachte 5,9 kilogram hennep aanwezig gehad. De ongecontroleerde beschikbaarheid van hennep schaadt de volksgezondheid en werkt verspreiding en de handel in hennep in de hand. Dit leidt veelal, direct en indirect, tot vele vormen van criminaliteit.

De ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die feiten zijn gepleegd rechtvaardigen naar het oordeel van het hof in beginsel de door de rechtbank opgelegde deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Wanneer voorts in aanmerking wordt genomen dat er sinds het plegen van de feiten geruime tijd is verstreken, de huidige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, alsmede met het gegeven dat de verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 3 maart 2013 niet opnieuw met justitie in aanraking is gekomen voor feiten als de onderhavige, zou naar het oordeel van het hof, nog altijd een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur dan de door de verdachte reeds in voorarrest doorgebrachte tijd een passende en geboden reactie vormen. Ook wanneer zoals in deze zaak het geval is met de toepassing van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht wordt rekening gehouden.

Het hof heeft evenwel geconstateerd dat de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM met ruim vier jaren is overschreden in de procesfase die is gelegen tussen het instellen van het hoger beroep op 19 februari 2015 en het wijzen van onderhavig arrest. Deze overschrijding is niet aan de verdachte toe te rekenen. Het hof heeft ook gelet op de duur van de procedure als geheel, te weten vanaf 26 maart 2013 tot de datum waarop arrest wordt gewezen. Het hof zal deze overschrijding van de redelijke termijn bij de strafoplegging in aanmerking nemen en om die reden volstaan met het opleggen van een gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijk deel bijna gelijk is aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Anders dan de raadsman heeft bepleit is het hof van oordeel dat – mede gelet op de ernst van de feiten – niet kan worden volstaan met toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof zal – alles afwegende – in plaats van de hiervoor genoemde (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur dan de door de verdachte reeds in voorarrest doorgebrachte tijd, een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van hier na te noemen duur opleggen. Het onvoorwaardelijk deel van deze straf zal bijna gelijk zijn aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Beslag

De na te melden inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zoals deze onder 1 en 4 zijn vermeld op de beslaglijst, te weten een revolver met een zwart koffertje en valse FIOD/KLDP visitekaartjes, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zoals deze onder 2 en 9 zijn vermeld op de beslaglijst, te weten in totaal drie vesten ([motorclub 2] hesjes) zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu deze voorwerpen aan de verdachte toebehoren en nu het voorwerpen zijn met behulp waarvan het onder 1 primair eerste en tweede cumulatief/alternatief bewezenverklaarde is begaan.

Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Het hof zal de teruggave gelasten van de onder de verdachte inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten een sealapparaat, weegapparatuur, een geldteller, verpakkingsmateriaal en een inpakmachine, zoals deze onder 3, 5, 6, 7 en 8 zijn vermeld op de beslaglijst.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24, 33, 33a, 36b, 36d, 47, 55, 57, 63, 285, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 primair eerste en tweede cumulatief/alternatief en het onder 2 ten laste gelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair eerste en tweede cumulatief/alternatief en het onder 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 10 (tien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

2: een vest ([motorclub 2] hesje),

9: twee vesten ([motorclub 2] hesje).

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1: een Co2 revolver (GAMO met zwart koffertje) en

4: valse visitekaartjes van de FIOD en KLPD;

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

3: een sealapparaat (Famos F108 TX),

5: een weegapparaat (CAS SW),

6: een geldteller,

7: verpakkingsmateriaal en

8: een inpakmachine (Henkelman Boxer 42).

Dit arrest is gewezen door mr. Th.W.H.E. Schmitz,
mr. I.E. de Vries en mr. E.C. van Veen, in bijzijn van de griffiers mr. C.B. Jans en mr. R. van Eekeres.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 23 april 2021.

Mr. R. van Eekeres is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.