Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2021:747

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
04-05-2021
Datum publicatie
11-05-2021
Zaaknummer
200.272.731/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Cessie in het kader van factorovereenkomst. Tegenvordering op cedent. Afstand van vorderingsrecht alleen door schuldeiser (art. 6:160 BW). Beroep op verrekening; dezelfde rechtsverhouding (art. 6:130 BW). Vordering tot schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer: 200.272.731/01

Zaaknummer rechtbank: C/10/573316 / HA ZA 19-401

Arrest van 4 mei 2021 (bij vervroeging)

inzake

CS Factoring B.V.,

gevestigd te Obdam,

appellante,

hierna te noemen: CS,

advocaat: mr. W.M. Bond-Stroek te Amsterdam,

tegen

Game World B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

geïntimeerde,

hierna te noemen: Game World,

advocaat: mr. L. Hennink te Rotterdam.

Het geding

Bij exploot van 23 december 2019 is CS in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam van 4 december 2019 (hierna: het bestreden vonnis).

Bij memorie van grieven (met producties) heeft CS één grief tegen het bestreden vonnis aangevoerd.

Bij memorie van antwoord (met producties) heeft Game World de grief bestreden.

Op 16 maart 2021 heeft een mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. Partijen hebben de zaak doen bepleiten door hun advocaten aan de hand van pleitnotities, die tot de gedingstukken behoren. Bij die gelegenheid hebben beide partijen nog producties in het geding gebracht. Vervolgens is arrest gevraagd.

De beoordeling

Feiten

1. De in het bestreden vonnis onder 2 vastgestelde feiten zijn in hoger beroep niet bestreden, zodat ook het hof daarvan zal uitgaan. Het gaat in deze zaak om het volgende.

1.1.

CS is een factoringmaatschappij en heeft op 30 januari 2017 een factorovereenkomst (hierna: de ‘overeenkomst’) gesloten met Bliek Retail Services B.V. (hierna: ‘Bliek’).

1.2.

Game World is een groothandel in, onder meer, speelgoed. Bliek heeft zaken (speelgoed en spellen) verkocht aan Game World.

1.3.

Op grond van de overeenkomst heeft Bliek haar bestaande en toekomstige

handelsvorderingen op Game World aan CS gecedeerd. Van deze cessie is bij akte van 14 maart 2017 aan Game World mededeling gedaan. Game World heeft op de mededeling de volgende tekst toegevoegd:

‘Deze cessie is getekend onder voorbehoud van het recht op verrekening van manco’s, prijsverschillen, schade en retouren, waarvoor creditnota reeds is verstrekt of verstrekt dient te worden.’

1.4.

Artikel 7 van de overeenkomst luidt:

Disputen en creditering

-1 Verkoper [Bliek; hof] is verplicht CS Factoring direct te informeren over klachten en bezwaren van debiteuren ten aanzien van hetgeen met de aan CS Factoring overgedragen facturen aan hen in rekening is gebracht (...).

-2 Verkoper is gehouden CS Factoring onmiddellijk in kennis te stellen van alle

eventuele crediteringen aan debiteuren waarop CS Factoring Vorderingen van Verkoper heeft gekocht, door toezending aan CS Factoring van de desbetreffende creditfactuur in origineel en in kopie in tweevoud en voorzien van de in artikel 6 lid 1 genoemde cessietekst.

-3 Het bedrag van de in artikel 7 lid 2 genoemde creditfactuur dient direct door Verkoper aan CS Factoring te worden terugbetaald.’

1.5.

In een e-mail van 2 augustus 2017 heeft CS ( [naam 1] ) aan Game World ( [naam 2] ) bericht:

‘Zijn de creditnota’s inmiddels akkoord bevonden? Wanneer kunnen wij de betalingen verwachten?’

Hierop heeft Game World CS geantwoord:

‘Ik begrijp uit jouw mail dat [bestuurder Bliek] helaas niets heeft laten weten aan jou. Creditnota’s zijn niet akkoord.’

Bij e-mail van dezelfde dag heeft CS aan [bestuurder Bliek] (hierna: ‘ [bestuurder Bliek] ’), de bestuurder van Bliek, bericht:

‘Van [naam 2] hebben wij zojuist begrepen dat de creditnota’s niet akkoord zijn en dat er daardoor nog niets wordt betaald. Wat is inmiddels de stand van zaken met
betrekking tot de nieuwe creditnota’s zijn deze al gestuurd naar Game World? Zo
lang de creditnota’s nog niet akkoord zijn gegeven door Game World kunnen wij geen nieuwe facturen aankopen.’

1.6.

Op 9 december 2017 is door [aandeelhouder CS] (hierna: ‘ [aandeelhouder CS] ’), aandeelhouder van CS, aan [bestuurder Bliek] een e-mail gestuurd naar aanleiding van een bespreking op 7 december 2017. De e-mail is een aantal keren heen en weer gestuurd waarbij op elkaar is gereageerd. [aandeelhouder CS] heeft in deze e-mail onder meer geschreven:

‘En zo zijn er ettelijke maanden verstreken waarbij Bliek steeds aangaf dat goederen onderweg waren of reeds verstuurd waren en Game World zat te wachten op goederen maar niets ontving.’

[bestuurder Bliek] heeft daarop gereageerd:

‘Niet correct, er zijn een aantal dingen misgegaan en die hebben we getracht te

herstellen dat is normaal.’

[aandeelhouder CS] heeft op zijn beurt als reactie daarop geschreven:

‘Alleen werd CS Factoring onvoldoende gekend in het herstel waardoor niet duidelijk is wie de aangekochte vordering moet betalen, GW omdat alsnog goederen zijn geleverd? Of Bliek omdat is gecrediteerd? Of beide omdat een deel is gecrediteerd?’

[aandeelhouder CS] heeft verder in deze e-mail bericht:

‘Vreemd aan deze gang van zaken is de datering van de creditnota’s. (...) De creditnota’s hebben echter exact dezelfde datum als de facturen. Alsof alles op dezelfde dag is geschied. CS Factoring begreep dit niet maar u legde ons uit dat dat te maken had met BTW.’

Hierop heeft [bestuurder Bliek] gereageerd:

‘De creditfacturen zijn later gemaakt, echter onze administratie heeft ze op dezelfde dag gecrediteerd, dat is niet correct gegaan en dat was een fout de creditnota’s zijn echter pas later gemaakt en verstrekt anders waren ze ook al eerder in het bezit van GW geweest.’

1.7.

Bliek is op 9 april 2019 in staat van faillissement verklaard.

De procedure in eerste aanleg

2. In eerste aanleg heeft CS betaling gevorderd van € 924.457,10 vermeerderd met rente en (beslag)kosten. Aan haar vordering heeft CS ten grondslag gelegd dat Game World op grond van de cessie gehouden is de facturen van Bliek aan CS te betalen tot het gevorderde bedrag.

3. Bij het bestreden vonnis heeft de rechtbank de vordering afgewezen en CS in de kosten veroordeeld. Zij heeft daartoe overwogen:

‘4.1. Tussen partijen is niet in geschil dat de door Bliek aan Game World verzonden facturen uit hoofde van de overeenkomst door Bliek aan CS Factoring zijn gecedeerd en deze daarom in beginsel (behoudens bijzonderheden, zoals in deze procedure door Game World aangevoerd) door Game World aan CS Factoring voldaan moeten worden.

4.2.

Tussen partijen is evenmin in geschil dat de door Game World overgelegde creditnota’s het gehele in hoofdsom gevorderde bedrag betreffen. CS Factoring heeft echter de geldigheid van die creditnota’s betwist.

4.3.

De rechtbank stelt vast dat in de overeenkomst geen verplichting is opgenomen op grond waarvan Bliek (voorafgaand) goedkeuring zou moeten vragen van CS Factoring, voor het doen van enige creditering, of het verzenden van een creditnota. Artikel 7 van de overeenkomst, dat het onderwerp creditering betreft, bevat niet meer dan een verplichting voor Bliek om CS Factoring onmiddellijk van eventuele crediteringen in kennis te stellen.

4.4.

CS Factoring heeft over de verplichting van haar goedkeuring desgevraagd ter comparitie verklaard;

‘Op de vraag waarop wordt gebaseerd dat CS goedkeuring zou moeten geven voor creditering, is het antwoord dat een dergelijke goedkeuring inderdaad niet in artikel 7 van de overeenkomst is opgenomen. Het is meer zo dat een creditnota naar CS moet worden opgestuurd en wel onderbouwd moet zijn en als CS daar vragen over heeft, of twijfels, dan informeert zij bij Bliek.’

4.5.

Nog los van de vraag of en in hoeverre het niet nakomen van een dergelijke contractuele verplichting in de relatie Bliek – CS Factoring zou doorwerken in de relatie Bliek – Game World, is de rechtbank van oordeel dat CS Factoring haar stelling dat voor de creditnota’s haar goedkeuring verkregen had moeten worden, in het licht van het voorgaande, onvoldoende heeft gemotiveerd. De rechtbank gaat aan die stelling voorbij.

4.6.

De rechtbank gaat ook voorbij aan de stellingen van CS Factoring dat zij niets van de crediteringen wist en dat er voor die crediteringen geen grondslag was. Gezien het gemotiveerde verweer van Game World, in combinatie met de hiervoor onder 2.5 en 2.6 vastgestelde feiten, heeft CS Factoring deze stellingen onvoldoende gemotiveerd gehandhaafd.

4.7.

Tot slot moet met betrekking tot de creditnota’s de stelling van CS Factoring dat deze niet echt zouden zijn worden beoordeeld. Game World heeft dit gemotiveerd betwist. Ter comparitie heeft CS Factoring verklaard:

“CS stelt niet dat de creditnota’s vals zijn, maar dat ze niet weet of ze echt zijn.”

In het licht van de betwisting door Game World en hetgeen CS Factoring daar zelf ter comparitie over heeft verklaard, is ook deze stelling onvoldoende gemotiveerd door CS Factoring gehandhaafd.

4.8.

Op grond van al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat, bij gebreke van een voldoende gemotiveerde betwisting, vast is komen staan dat ter zake de facturen waarvan CS Factoring in deze procedure betaling vordert, door Bliek aan Game World creditnota’s zijn verstrekt. Als gevolg van deze creditering is de oorspronkelijke vordering van Bliek op Game World teniet gegaan. Daarmee is ook elke betalingsverplichting van Game World aan CS Factoring uit hoofde van diezelfde gecrediteerde facturen tenietgegaan. Aan de kwestie van verrekening komt de rechtbank daardoor niet meer toe. De rechtbank zal de vorderingen van CS Factoring afwijzen.’

De grief

4. De grief is gericht tegen rechtsoverweging 4.8 van het bestreden vonnis.

5. In de toelichting op de grief heeft CS de juistheid dan wel geldigheid van de creditnota’s betwist. In dit verband heeft zij aangevoerd dat Game World de creditnota’s in een erg laat stadium aan CS heeft verstrekt, met summiere inhoud en wisselende opmaak, en dat CS de creditnota’s niet van Bliek heeft ontvangen, wat volgens de overeenkomst wel de bedoeling was. Naar zij heeft gesteld, vermoedt CS dat de creditfacturen niet daadwerkelijk van Bliek afkomstig zijn, dan wel dat deze niet binnen de reguliere administratie van Bliek zijn opgemaakt. De bewijslast van de echtheid van de creditfacturen rust op Game World, aldus CS. Verder heeft CS gesteld dat het beroep op de creditfacturen niet rechtsgeldig is. Volgens haar moet Game World ook de grondslag voor het recht op terugbetaling aantonen en volstaan de creditnota’s daartoe niet. Bliek en Game World zijn in het document waarin mededeling wordt gedaan van de cessie, onder het kopje ‘verklaring debiteur’, overeengekomen dat enkel creditnota’s die betrekking hebben op manco’s, prijsverschillen, schades en/of retouren terzake van door Bliek geleverde zaken in aanmerking komen voor verrekening (rov 1.3). De bewijslast dat daarvan sprake is en dat een recht bestaat op terugbetaling, creditering dan wel verrekening, rust op Game World, aldus CS. Zij heeft in dit verband aangevoerd dat Game World nooit bij haar heeft geklaagd over non-conforme leveringen door Bliek; integendeel: Game World heeft juist meermaals de goede ontvangst van leveranties bevestigd, zoals blijkt uit de overgelegde e-mailcorrespondentie. Zij heeft dan ook sterke vermoedens dat Bliek en Game World hebben samengespannen om haar te benadelen door met creditnota’s te proberen onder betaling uit te komen, aldus CS.

6. CS heeft in de toelichting op de grief verder aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat zij niet toekomt aan de kwestie van de verrekening, omdat de vordering van CS op Game World teniet is gegaan vanwege de door Bliek aan Game World verstrekte creditnota’s. Volgens haar had de rechtbank het beroep op verrekening moeten toetsen aan artikel 6:127 jo artikel 6:130 BW, waarin de vereisten voor verrekening van vorderingen die onder bijzondere titel zijn overgegaan zijn neergelegd. Aan die vereisten is niet voldaan: Game World heeft nooit een verrekeningsverklaring aan haar verzonden en er is ook geen sprake van dezelfde rechtsverhouding, aldus CS. Bij pleidooi heeft CS met een beroep op artikel 6:160 BW nog aangevoerd dat na overgang van het vorderingsrecht op CS, Bliek niet meer bevoegd was tot creditering van facturen over te gaan, aangezien vanaf dat moment niet Bliek maar CS schuldeiser was en enkel de schuldeiser afstand kan doen van zijn vorderingsrecht.
Geldigheid creditfacturen?

7. In de eerste plaats moet worden beoordeeld of Game World tegenvorderingen op Bliek heeft gekregen, en wel tot het door Game World gestelde bedrag, als gevolg van ondeugdelijke leveringen door Bliek. Game World heeft in dit verband gesteld dat Bliek is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst doordat Bliek vanaf het begin van de contractuele relatie ofwel haar verplichting tot levering in het geheel niet is nagekomen, ofwel ondeugdelijk speelgoed heeft geleverd. Zij heeft hierover geklaagd bij Bliek en Bliek heeft voor niet, dan wel ondeugdelijk geleverd speelgoed aan Game World creditfacturen gestuurd tot een bedrag van € 787.984,98. Ter onderbouwing van deze stellingen heeft Game World de creditfacturen overgelegd. Wat betreft de echtheid en datering van de creditnota’s heeft zij verwezen naar de e-mailwisseling tussen Bliek en Game World van mei tot en met juli 2017 (productie 4 bij inleidende dagvaarding), de e-mail van [aandeelhouder CS] aan [bestuurder Bliek] van 9 december 2017 (productie 9 bij conclusie van antwoord, vgl rov 1.6), de verklaring van [directeur Game World] (hierna: ‘ [directeur Game World] ’), directeur van Game World, en [naam 2] van 17 juni 2019 (productie 7 bij conclusie van antwoord) en de e-mail van [bestuurder Bliek] aan Game World van 2 juni 2020 (productie 35 bij memorie van antwoord). Game World stelt verder dat zij als gevolg van de tekortkomingen van Bliek schade heeft geleden, bestaande in gemiste nettomarge. Hiervoor heeft Bliek haar een creditfactuur gestuurd van € 653.400,--. Wat betreft deze schade heeft Game World verwezen maar de e-mailcorrespondentie tussen haar en Bliek van 10, 15 en 16 augustus en 18 september 2017 (productie 6 bij conclusie van antwoord).

8. Voor zover CS suggereert dat de creditfacturen (door Game World en/of Bliek) valselijk zijn opgemaakt, verwerpt het hof deze beschuldiging. [directeur Game World] en [naam 2] , CFO van Game World, hebben schriftelijk verklaard dat Game World de creditnota’s van Bliek heeft verkregen in verband met incomplete leveringen, retouren en schadevergoeding wegens incomplete leveringen. Dit wordt bevestigd door [bestuurder Bliek] in zijn verklaring bij e-mail van 2 juni 2020. In hun schriftelijke verklaring hebben [directeur Game World] en [naam 2] verder erop gewezen dat zij niet verantwoordelijk zijn voor de (wisselende) lay-out van de door Bliek opgemaakte creditnota’s. In de hiervoor onder 1.6 geciteerde e-mail van [aandeelhouder CS] aan [bestuurder Bliek] , aangevuld met opmerkingen van beiden, heeft [bestuurder Bliek] een uitleg gegeven waarom de creditnota’s van dezelfde datum zijn als de daarmee corresponderende facturen (fout van de administratie). Deze e-mail is mede verstuurd aan [naam 3] en [naam 4] van CS.

9. Anders dan CS meent, kan uit de omstandigheid dat Game World in verschillende, in de periode mei-juli 2017 aan CS verzonden e-mails desgevraagd heeft bericht dat zij goederen (van Bliek) heeft ontvangen en dat zij akkoord is met de facturen, niet worden afgeleid dat Bliek altijd aan haar leveringsverplichtingen heeft voldaan en dat er dus geen aanleiding kan zijn geweest voor het versturen van creditnota’s aan Game World. Van belang is dat Game World erop heeft gewezen dat de bevestiging van de ontvangst van leveranties nog niet impliceert dat er geen manco’s of defecten zijn. Zo heeft zij in haar e-mail van 2 mei 2017 aan CS bericht:
‘Ik heb akkoord gegeven dat goederen bij ons binnen zijn gekomen en dat facturen klopte[n] met het gene wij besteld hebben. Echter moet[en] in het magazijn alle goederen worden gecontroleerd op beschadigingen manco’s juiste levering etc etc. zoals u kunt zien zijn de aantallen enorm, wij betalen alleen aan alle leveranciers als alles klopt.’
Daarbij neemt het hof in aanmerking dat Game World de facturen voor leveringen die wel aan de overeenkomst beantwoordden, aan CS heeft betaald voor een bedrag van € 398.298,72, zoals CS zelf heeft gesteld (inleidende dagvaarding onder 5).
Verder moet worden aangenomen dat CS wel degelijk ervan op de hoogte was dat Game World klachten had over (het uitblijven van) leveringen van Bliek en ook dat Bliek facturen aan Game World had gecrediteerd. Uit de hiervoor onder 1.5 geciteerde e-mail van CS aan Bliek van 2 augustus 2017 blijkt dat CS in ieder geval op die datum ervan op de hoogte was dat Bliek aan Game World creditnota’s had gestuurd. Maar uit de e-mail van Game World aan Bliek van 17 mei 2017, die zij tevens heeft gestuurd aan CS, volgt dat CS ook op die datum al moet hebben geweten dat sprake was van creditfacturen wegens tekortkomingen van Bliek. Daarin bericht Game World:
‘Wij hebben de credit nota ontvangen [bestuurder Bliek] onze dank hiervoor.

Goederen hebben wij kunnen afstemmen en de factuur heb ik voor betaling vrij kunnen geven. In de bijlage vinden jullie de TT van de betaling van factuur minus creditnota aan CS Factoring. We hopen dat volgende week de laatste issues zijn opgelost.’

Uit de e-mail van Game World aan Bliek én aan CS van 27 juli 2017, in antwoord op de e-mail van Bliek van dezelfde datum, met als onderwerp ‘Oplossen probleem Backorders en facturen’ blijkt dat al langere tijd sprake was van manco’s, schade, defecten en prijsverschillen en voorts van een achterstand in het opmaken van (een) creditnota(‘s) en het uitblijven van leveringen door Bliek. CS heeft destijds kennelijk geen reden gehad daaraan te twijfelen.

10. Een bijzonder geval is de laatste creditfactuur gedateerd 16 augustus 2017 ten bedrage van € 653.400,-- met de omschrijving ‘Volgens afspraak [directeur Game World] / [bestuurder Bliek] 16-08-2017 16H00’ (factuurnummer 2017-18-08-350). Deze creditfactuur betreft geen creditering voor niet (naar behoren) geleverde zaken, maar schade die Game World als gevolg van de tekortkomingen van Bliek heeft geleden. Volgens de e-mail van Game World aan Bliek van 15 augustus 2017 heeft op 14 augustus 2017 een gesprek over dit onderwerp plaatsgevonden tussen Game World, Bliek ( [bestuurder Bliek] ), haar aandeelhouder en CS (vertegenwoordigd door [naam 3] en [naam 4] ). Deze creditnota is opgemaakt naar aanleiding van het voorstel van Game World, zoals neergelegd in de e-mail, dat luidt als volgt:

‘Na[ar] aanleiding van dit gesprek hebben wij zoals afgesproken de betalingen hervat en is [naam 2] bezig om de restant van de creditnota’s met [naam 5] e.d. af te ronden.
(…)
Mede dankzij je toezegging om de schade te vergoeden ben ik op de uitnodiging van Bliek & CS ingegaan en hebben wij gezamenlijk een plan van aanpak besproken waarbij [het] uitgangspunt is om de situatie inzake de leveringen te stabiliseren/herstellen.
(…) [D]oor het niet nakomen van je leveringen, heb ik elders al 6 mln aan orders moeten gaan plaatsen [e]n/of orders moeten afzeggen.
Dit beteken[t] dat mijn schade inmiddels al is opgelopen tot +/- 9% aan gemiste netto marge als gevolg van hogere inkoopprijzen of gemiste orders. Dit kost mij dus al 540.000.

(…)
Ik wil dan ook voorstellen dat jij je belofte nakomt inzake de vergoeding van de geleden schade door;
1) Een creditnota voor de schade op te stellen.
* Deze zullen wij in beginsel niet verrekenen met de openstaande posten indien er 250k per week geleverd gaat worden vanaf volgende week, zijnde gemiddeld 1 mln per maand.
* Indien dit langer dan 3 weken niet gebeurt hebben wij het recht om de creditnota te verrekenen met de openstaande posten.
2) “Negatieve” korting.
* Indien jij je leveringsverplichtingen nakomt, mag jij 1x per maand 4,5% over de geleverde waarde aan ons uitbelasten als negatieve korting.
* Hiermee hebben wij als gameworld de schade met bliek gedeeld en geeft jou[…] en/ons de mogelijkheid om de schade terug te verdienen.
Doch ik wil benadrukken dat indien bliek (B.R.S.) zijn leveringsverplichtingen niet nakomt wij direct overgaan tot verrekening van de creditnota met eventuele openstaande posten en/of verzoeken wij jou[…] het restant aan ons over te maken.
(…)
Gaarne jouw akkoord op dit voorstel.’

Bij e-mail van 18 september 2017 heeft Game World Bliek bericht dat Bliek haar leveringsverplichtingen zoals afgesproken op 16 augustus 2017 niet is nagekomen en dat Game World tot verrekening van de creditnota met eventueel openstaande posten overgaat. Het hof merkt op dat, zoals in de geciteerde e-mail is vermeld, de door Game World gestelde schade € 540.000,-- bedraagt. Over schadevergoeding is geen BTW verschuldigd, zodat in de creditnota ten onrechte BTW over dit bedrag in rekening is gebracht, zoals ter zitting van het hof namens Game World is bevestigd.
Uit het voorgaande volgt dat deze creditnota moet worden aangemerkt als een erkenning door Bliek van aansprakelijkheid jegens Game World voor schade als gevolg van tekortkomingen van Bliek tot een bedrag van € 540.000,--.

11. Op grond van artikel 7 lid 2 van de overeenkomst was Bliek gehouden CS onmiddellijk in kennis te stellen van de creditfacturen die zij aan Game World heeft verstrekt en had zij deze aan CS ter beschikking moeten stellen. Voor zover CS de creditfacturen niet van Bliek heeft ontvangen – Game World heeft dit overigens betwist – kan dat dus niet aan Game World worden tegengeworpen. Op Game World rustte geen verplichting om de creditfacturen naar CS door te sturen of haar daarvan op de hoogte te stellen. Het hof merkt op dat Bliek, in het geval dat zij aan Game World een creditfactuur verstrekte, het bedrag van de creditfactuur aan CS diende (terug) te betalen. Gezien de financiële situatie van Bliek destijds zou dit een (overigens niet-legitieme) reden kunnen zijn geweest om niet aan haar meldingsplicht jegens CS te voldoen. Wat daarvan zij, aanwijzingen dat Game World hiermee enige bemoeienis zou hebben gehad, zijn niet gesteld of gebleken.

11. Gelet op het voorgaande moet het niet (deugdelijk) onderbouwde betoog van CS dat de creditfacturen vals of ongeldig zijn, dan wel een grondslag ontberen, worden verworpen.


Beroep op tenietgaan van vordering dan wel verrekening

13. Vervolgens rijst de vraag of deze creditfacturen ertoe kunnen leiden dat de vorderingen van CS op Game World teniet zijn gegaan, althans of Game World zich jegens CS kan beroepen op verrekening met tegenvorderingen op Bliek tot het bedrag van de creditfacturen.

14. Het hof overweegt dat Bliek op grond van de overeenkomst haar vorderingen op Game World (bij voorbaat) heeft overgedragen aan CS, zodat Bliek niet langer schuldeiser is van Game World, maar CS die positie heeft ingenomen. Hieruit volgt dat Bliek niet (meer) kon bewerkstelligen dat de vordering op Game World teniet ging door het sluiten van een overeenkomst met Game World waarbij zij afstand doet van die vordering. Artikel 6:160 lid 1 BW, waarop CS zich terecht beroept, houdt in dat alleen de schuldeiser afstand van zijn vorderingsrecht kan doen. Dit betekent dat de vordering van CS tot betaling van de aan haar overgedragen facturen niet teniet is gegaan door het verstrekken van de creditnota’s. In zoverre is de grief tegen het andersluidende oordeel in het bestreden vonnis gegrond.

15. Dit laat onverlet dat Game World een vordering op Bliek heeft verkregen ter waarde van de creditfacturen. Game World heeft zich jegens CS (subsidiair) op verrekening met haar vordering op Bliek beroepen. Het hof zal dus dit verweer alsnog moeten beoordelen. Een beroep op verrekening is een bevrijdend verweer, zodat de stelplicht en bewijslast van feiten en omstandigheden die aan dit beroep ten grondslag liggen, op Game World rust. Het hiervoor onder 7 tot en met 12 overwogene in aanmerking genomen, is het hof van oordeel dat Game World haar stelling dat zij een tegenvordering op Bliek heeft verkregen tot het bedrag van de creditfacturen, voldoende heeft onderbouwd. Aan de ongemotiveerde betwisting van CS wordt voorbij gegaan.

16. Artikel 6:130 lid 1 BW bepaalt dat als een vordering onder bijzondere titel is overgegaan, de schuldenaar bevoegd is ondanks de overgang ook een tegenvordering op de oorspronkelijke schuldeiser in verrekening te brengen, mits deze tegenvordering uit dezelfde rechtsverhouding als de overgegane vordering voortvloeit of reeds vóór de overgang aan hem is opgekomen en opeisbaar is geworden. In het algemeen, dus ook na overgang van een vordering onder bijzondere titel, geldt dat de rechter een vordering kan toewijzen ondanks een beroep van de gedaagde op verrekening, indien de gegrondheid van dit verweer niet op eenvoudige wijze is vast te stellen en de vordering overigens voor toewijzing vatbaar is (artikel 6:136 lid 1 BW).

17. CS heeft betwist dat de tegenvordering van Game World op Bliek uit dezelfde rechtsverhouding voortvloeit als de rechtsverhouding die aan de door Bliek aan CS overgedragen vordering op Game World ten grondslag ligt. Volgens haar is sprake van verschillende koopovereenkomsten tussen Bliek en Game World en is iedere koopovereenkomst een op zichzelf staande rechtsverhouding op grond waarvan Bliek aan Game World een partij speelgoed leverde en waarvoor Bliek aan Game World een factuur zond.

18. Het hof stelt voorop dat de vraag of tussen een schuld en een vordering van degene die zich op verrekening beroept zodanige samenhang bestaat dat zij uit dezelfde rechtsverhouding voortvloeien, moet worden beantwoord aan de hand van alle omstandigheden van het geval (HR 21 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4438). De bevoegdheid tot verrekening kan slechts worden aanvaard als de tegenvordering voldoende nauw samenhangt met de gecedeerde vordering om doorbreking van de in artikel 6:127 lid 2 BW neergelegde hoofdregel (van identiteit van partijen) te kunnen rechtvaardigen (HR 27 januari 2012, ECLI:NL:HR:BU3777). Voor het aannemen van zodanige samenhang is voldoende, maar niet vereist, dat de vordering en de schuld uit dezelfde overeenkomst voortvloeien (HR 21 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4438).

19. Het hof overweegt dat ook als (veronderstellenderwijs) ervan wordt uitgegaan dat, zoals CS heeft betoogd, voor elke bestelling een separate koopovereenkomst tussen Game World en Bliek tot stand is gekomen, dit op zichzelf nog niet de conclusie rechtvaardigt dat ook steeds sprake is van verschillende rechtsverhoudingen. Om te voldoen aan het criterium dat de tegenvordering en de overgegane vordering uit ‘dezelfde rechtsverhouding’ voortvloeien, is immers niet vereist dat de tegenvordering van Game World uit dezelfde (koop)overeenkomst als de aan CS gecedeerde vordering voortvloeit. Of sprake is van ‘dezelfde rechtsverhouding’ in de zin van artikel 6:130 lid 1 BW, moet worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval. In dit geval heeft Game World in een periode van ongeveer een jaar grote hoeveelheden speelgoed en spellen ingekocht bij Bliek: in de e-mail van Game World aan Bliek van 15 augustus 2017 wordt gesproken over leveringen ter waarde van rond € 1.000.000,-- per maand; volgens de daaraan voorafgaande e-mail van Bliek aan Game World van 10 augustus 2017 (met kopie aan CS) had CS financiering van leveringen voor nog veel hogere bedragen toegezegd. Vast staat dat voor alle leveringen dezelfde betalingstermijn gold van aanvankelijk 90 dagen, welke termijn later is teruggebracht tot 60 dagen (e-mail van [aandeelhouder CS] aan [bestuurder Bliek] van 9 december 2017, hiervoor genoemd onder 1.6). Gesteld noch gebleken is dat voor iedere bestelling (koopovereenkomst) apart is onderhandeld over de overige leveringsvoorwaarden, zodat ervan uitgegaan moet worden dat voor alle bestellingen (koopovereenkomsten) dezelfde leveringsvoorwaarden van toepassing waren. Gelet op deze omstandigheden is het hof van oordeel dat alle bestellingen van Game World bij Bliek tot levering van speelgoed – koopovereenkomsten – deel uitmaken van dezelfde rechtsverhouding. Dat brengt tevens mee dat zowel vorderingen van Bliek tot betaling van de koopprijs, als tegenvorderingen van Game World wegens tekortkomingen in de nakoming van de leveringsverplichting door Bliek, uit dezelfde rechtsverhouding voortvloeien. Gelet hierop is het hof dan ook van oordeel dat alle creditfacturen, ook voor zover deze zien op niet (deugdelijk) geleverde zaken in gevallen dat de vordering tot betaling van de corresponderende facturen voor de bestelling van die zaken niet aan CS is overgedragen – door CS aangeduid als: ‘creditnota’s waar geen aan CS gecedeerde factuur tegenover staat’ – in aanmerking moeten worden genomen bij de bepaling van de omvang van de tegenvordering van Game World. Bij al deze creditfacturen gaat het om manco’s, schade en retouren ter zake van door Bliek aan Game World geleverde zaken waarvoor crediteringen hebben plaatsgevonden tot de in die creditfacturen vermelde bedragen.

20. In dit verband is nog van belang dat Game World, in het kader van de mededeling aan haar van de cessie, in de toegevoegde tekst op de door haar ondertekende ‘debiteurenverklaring’ (zie hiervoor onder 1.3) CS uitdrukkelijk heeft gewezen op haar bevoegdheid tot verrekening van een tegenvordering wegens tekortkomingen van Bliek, waarvoor door Game World creditnota’s zijn of worden verstrekt, met de vordering van CS. Naar het oordeel van het hof kan CS aan deze toevoeging redelijkerwijs geen andere betekenis hebben toegekend dan dat Game World zich het recht heeft voorbehouden in voorkomend geval haar bevoegdheid tot verrekening uit te oefenen. CS heeft onder deze omstandigheden in ieder geval niet redelijkerwijs erop mogen vertrouwen dat Game World afstand van enig haar toekomend recht heeft gedaan.

21. Uit de door Game World overgelegde correspondentie volgt dat de tekortkomingen in de nakoming van de overeenkomsten door Bliek zijn erkend. De omvang van de tegenvordering op Bliek kan eenvoudig worden vastgesteld aan de hand van de creditfacturen, waaruit volgt welke zaken niet zijn geleverd of zijn geretourneerd omdat ze niet aan de overeenkomst beantwoordden en waarvoor de creditering heeft plaatsgevonden.

21. De tegenvordering van Game World komt dus tot een bedrag van (in ieder geval) € 787.984,98 (het totale bedrag aan creditfacturen met uitzondering van creditfactuur 2017-18-08-350 van € 653.400,--) voor verrekening in aanmerking. Na verrekening van dit bedrag resteert een vordering van CS op Game World van (€ 924.457,11 - € 787.984,98 =) € 136.472,13.

23. Wat betreft creditfactuur 2017-18-08-350 van € 653.400,-- geldt, zoals hiervoor onder 10 overwogen, dat deze betrekking heeft op een vordering tot vergoeding van schade van Game World – gederfde winst – als gevolg van de tekortkomingen van Bliek ten bedrage van € 540.000,--. Wat betreft de koopovereenkomst wordt algemeen aangenomen dat als de verkoper, die zijn vordering tot betaling van de koopprijs heeft gecedeerd, is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst, de schuldenaar zijn schuld aan de cessionaris mag verrekenen met zijn vordering tot schadevergoeding (vgl. ook Parl. Gesch. Boek 6 BW, p. 500). In aanmerking genomen wat hiervoor onder 19 is overwogen, is het hof van oordeel dat in dit geval ook de vordering tot schadevergoeding voortvloeit uit de dezelfde rechtsverhouding als de aan CS overgedragen vordering tot betaling van de facturen van Bliek. In de e-mail van Game World aan Bliek van 15 augustus 2017, naar aanleiding van het gesprek op 14 augustus 2017 waarbij ook vertegenwoordigers van CS aanwezig waren, heeft Game World gesteld dat haar schade als gevolg van de tekortkomingen van Bliek € 540.000,-- bedroeg en dat dit bedrag was gebaseerd op circa 9% aan gemiste netto marge wegens hogere inkoopprijzen of gemiste orders. Voorwaarde voor Game World om de handelsrelatie van Bliek te continueren was dat Bliek bereid was deze schade te vergoeden en voor dit bedrag een creditnota aan Game World te verstrekken, waarbij Game World toezegde niet tot verrekening over te zullen gaan als Bliek haar leveringsverplichtingen voortaan correct zou nakomen. Bliek is hiermee akkoord gegaan. De gegrondheid van de tegenvordering van Game World is hiermee vastgesteld.

24. Nu de vordering van Game World op Bliek tot vergoeding van schade tot een bedrag van € 540.000,-- de resterende vordering van CS van € 136.472,13 ruim overtreft, heeft CS na verrekening geen vordering meer op Game World. De grief van CS is dan ook ongegrond.

25. In het midden kan blijven of, zoals Game World nog heeft aangevoerd, CS geen vordering meer heeft op Bliek omdat CS en Bliek een nadere overeenkomst hebben gesloten (productie 12 bij inleidende dagvaarding) die in de plaats is gekomen van alle andere overeenkomsten tussen CS en Bliek, in het bijzonder de factoringovereenkomst, en op grond waarvan Bliek de schulden diende terug te betalen aan CS.

Bewijsaanbod en proceskosten

26. Het bewijsaanbod van CS wordt als niet ter zake dienend gepasseerd.

27. Het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. CS zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het hoger beroep worden veroordeeld.

Beslissing

Het hof:

- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam van 4 december 2019;

- veroordeelt CS in de kosten van het hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Game World begroot op € 5.382,-- aan verschotten en € 9.702,-- aan salaris advocaat.

Dit arrest is gewezen door mrs. C.J. Verduyn, M.T. Nijhuis en R.W. Polak en is in het openbaar uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 mei 2021 in aanwezigheid van de griffier.