Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2021:311

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
01-03-2021
Datum publicatie
10-03-2021
Zaaknummer
2200452419
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Huiselijk geweld. De bewezenverklaarde mishandeling van voormalige echtgenote is aanvankelijk door het openbaar ministerie afgedaan met een voorwaardelijk sepot. De verdachte is vrijgesproken van de verdenking die aanleiding heeft gegeven voor het alsnog vervolgen van de verdachte voor die mishandeling. De verdachte heeft naast de bewezenverklaarde mishandeling geen andere strafbare feiten gepleegd. Mede gelet op ontwikkelingen in persoonlijke omstandigheden verdachte legt het hof geen straf of maatregel op (art. 9a Sr).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-004524-19

Parketnummers: 09-172730-18 en 09-154252-19

Datum uitspraak: 1 maart 2021

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van

18 september 2019 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Somalië) op [geboortedatum],

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder parketnummer 09-154252-19 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder parketnummer 09-172730-18 tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 20 uren, subsidiair 10 dagen hechtenis, waarvan 10 uren, subsidiair 5 dagen, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met aftrek van voorarrest.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is in eerste aanleg vrijgesproken van hetgeen aan hem onder parketnummer 09-154252-19 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en mitsdien mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - voor zover aan het inhoudelijk oordeel van het hof onderworpen - tenlastegelegd dat:

(parketnummer 09-172730-18)

hij op of omstreeks 18 augustus 2018 te [plaats] zijn echtgenote, [slachtoffer], heeft mishandeld door een theepot tegen haar rug te gooien en/of haar bij de haren te pakken en/of haar meermalen, althans eenmaal, (met de vuist) op de rug te slaan.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd behoudens ten aanzien van de opgelegde straf en dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 20 uren, subsidiair 10 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

(parketnummer 09-172730-18)

hij op of omstreeks 18 augustus 2018 te [plaats] zijn echtgenote, [slachtoffer], heeft mishandeld door een theepot tegen haar rug te gooien en/of haar bij de haren te pakken en/of haar meermalen, althans eenmaal, (met de vuist) op de rug te slaan.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 09-172730-18 bewezenverklaarde levert op:

mishandeling, begaan tegen zijn echtgenote.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Geen straf of maatregel

Het hof stelt vast dat de bewezenverklaarde mishandeling aanvankelijk door het openbaar ministerie is afgedaan met een voorwaardelijk sepot. Hieraan is destijds de voorwaarde verbonden dat de verdachte zich gedurende 2 jaren niet schuldig zal maken aan enig strafbaar feit dan wel dat hij zich op andere wijze zal misdragen. Vervolgens is verdachte tijdens de proeftijd onder parketnummer 09-154252-19 verdacht van het plegen van een bedreiging. Gelet op deze verdenking heeft het openbaar ministerie besloten verdachte alsnog te dagvaarden ter zake van de bewezenverklaarde mishandeling. De verdachte is van de bedreiging echter vrijgesproken. Mede gelet op het de verdachte betreffende uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 1 februari 2021 stelt het hof vast dat de verdachte de voorwaarden gesteld bij het voorwaardelijk sepot heeft nageleefd. Verdachte heeft naast de bewezenverklaarde mishandeling geen andere strafbare feiten gepleegd.

Voorts overweegt het hof dat de relatie tussen de verdachte en aangeefster inmiddels in evenwicht is. De verdachte en aangeefster wonen niet meer samen en hebben goede afspraken gemaakt omtrent de omgang met en de opvoeding van hun twee minderjarige kinderen. De spanningen binnen de relatie die tot de bewezenverklaarde mishandeling lijken te hebben geleid, behoren daarmee hopelijk tot het verleden. Daarnaast stelt het hof, mede gelet op de in de zaak waarin de verdachte is vrijgesproken opgemaakte reclasseringsrapportage, vast dat verdachte ook op het gebied van wonen en inkomen een stabiele situatie heeft weten te creëren en dat hij nu volop bezig is zijn leven in Nederland op te bouwen.

Gelet op de relatief geringe ernst van het bewezenverklaarde en bovengenoemde omstandigheden in hun onderlinge samenhang bezien acht het hof het raadzaam te bepalen dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-154252-19 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-172730-18 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 09-172730-18 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Bepaalt dat ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-172730-18 bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Dit arrest is gewezen door mr. B.P. de Boer,

mr. J.A. van Dorp en mr. C.P.M. Cleiren,

in bijzijn van de griffier mr. T.A. van den Berg.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 1 maart 2021.

Mr. B.P. de Boer, mr. C.P.M. Cleiren en de griffier zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen