Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2021:252

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
16-02-2021
Datum publicatie
18-02-2021
Zaaknummer
200.290.085/01
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2021:285
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Mondelinge uitspraak in incident betreffende schorsing tenuitvoerlegging vonnis inzake vorderingen van Stichting Viruswaarheid.nl om de regelingen waarmee de avondklok in Nederland in werking is gesteld buiten werking te stellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2021/117
AB 2021/101 met annotatie van R. Stijnen
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel Recht

Zaaknummer : 200.290.085/01

Zaak-/rolnummer rechtbank : C/09/607056 / KG ZA 21-118

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in het incident van artikel 351 Rv
van 16 februari 2021

in de zaak van

De Staat der Nederlanden (Ministerie van Algemene Zaken en Ministerie van Veiligheid en Justitie),

gevestigd te Den Haag,

appellant,

nader te noemen: de Staat,

advocaat: mr. R.W. Veldhuis te Den Haag,

tegen:

1 Stichting Viruswaarheid.nl

gevestigd te Rotterdam,

2. [geïntimeerde 2] ,

wonende te [woonplaats],

hierna ook te noemen: [geïntimeerde 2] ,

3. [geïntimeerde 3] ,

wonende te [woonplaats],

hierna ook te noemen: [geïntimeerde 3] ,

geïntimeerden,

hierna tezamen te noemen: Viruswaarheid,

advocaat: mr. G.C.L. van de Corput te Breda.


1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    Het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 16 februari 2021 te 10.00 uur (hierna: het bestreden vonnis), met de stukken van de eerste aanleg.

  • -

    Het exploot van dagvaarding in hoger beroep (na verlof spoedappel), betekend op 16 februari 2021 om 13.37 uur, waarin de Staat heeft gevorderd om
    (i) in de hoofdzaak: het bestreden vonnis te vernietigen en de vordering alsnog af te wijzen, en
    (ii) in het incident op grond van artikel 351 Rv: het bestreden vonnis te schorsen totdat het hof eindarrest heeft gewezen in de hoofdzaak.

  • -

    De mondelinge behandeling in het incident op 16 februari 2021 om 16.00 uur. Partijen zijn verschenen, bijgestaan door hun advocaat, de Staat mede door mr. J. Bootsma, advocaat te Den Haag. Van het verhandelende ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

1.2.

Na afloop van de mondelinge behandeling heeft het hof met toepassing van artikel
30p Rv (na beraadslaging) dezelfde dag ter zitting mondeling uitspraak gedaan.

2 Beslissing

Het hof:

in het incident

- schorst de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis totdat het hof in de hoofdzaak een eindarrest heeft gewezen;

in de hoofdzaak

- verstaat dat de mondelinge behandeling in de hoofdzaak zal plaatsvinden
op vrijdag 19 februari 2021 om 10.00 uur;

- verstaat dat de memorie van antwoord uiterlijk op donderdag 18 februari 2021 om 16.00 uur moet zijn ontvangen;

- verstaat dat de memorie van grieven uiterlijk op woensdag 17 februari 2021 om
16.00 uur moet zijn ontvangen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

3 De motivering in het incident

3.1.

Het hof geeft hiervoor de volgende motivering.

3.2.

Het gaat bij dit incident om een belangenafweging. Als we kijken naar de belangen
van Viruswaarheid dan is het belang beperkt tot een aantal dagen, namelijk tot de
dag dat het hof in de hoofdzaak uitspraak doet. Het hof zal in de hoofdprocedure
aanstaande vrijdag, of kort daarna, een uitspraak doen. Het belang van de Staat is
het voorkomen van een jojo-effect dat de hele maatschappij raakt. Immers, als het
hof de schorsing niet toewijst is de avondklok er af. Als we in de hoofdprocedure
anders beslissen, moet de avondklok er weer op. Doen we in de hoofdprocedure
hetzelfde als de voorzieningenrechter, dan gaat de avondklok er een paar dagen
later af. Dit jojo-effect is uiterst ongewenst.

3.3

Dat betekent dat het vonnis geschorst gaat worden totdat in de inhoudelijke
kortgedingprocedure (de hoofdzaak) zal worden beslist. Het hof loopt hiermee op
geen enkele manier vooruit op de inhoudelijke beslissing in hoger beroep.

Deze mondelinge uitspraak is gedaan op 16 februari 2021 door
mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville, voorzitter, S.A. Boele en J.J. van der Helm en in het openbaar uitgesproken in de aanwezigheid van de griffier.

WAARVAN IS OPGEMAAKT DIT PROCES-VERBAAL
dat is verzonden op 18 februari 2021