Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2021:1665

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
25-05-2021
Datum publicatie
13-09-2021
Zaaknummer
200.224.021/03
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

ontbinding huurovereenkomst vanwege overlast

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.224.021/03

Zaaknummer rechtbank : 4468123 RL EXPL 15-28372

arrest van 25 mei 2021

in de zaak van

Stichting Staedion,

gevestigd te Den Haag,

appellante,

hierna te noemen: Staedion,

advocaat: mr. F.C. Werts te Den Haag,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

hierna te noemen: [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. T.V. Seedorf te Den Haag.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:

- het procesdossier van de procedure bij de kantonrechter, waaronder het vonnis van 1 maart 2017;

- de dagvaarding in hoger beroep van 29 mei 2017;

- het tussenarrest van 17 oktober 2017 waarbij een comparitie na aanbrengen is gelast;

- het proces-verbaal van de comparitie die is gehouden op 21 februari 2018, en de daarin vermelde stukken;

- de memorie van grieven van Staedion;

- de memorie van antwoord van [geïntimeerde] ;

- het tussenarrest van 10 maart 2020 waarbij een meervoudige comparitie van partijen is gelast;

- het proces-verbaal van de comparitie die is gehouden op 7 september 2020;

- het proces-verbaal van het getuigenverhoor van 4 november 2020;

- de memorie na enquête van Staedion (met producties);

- de memorie na enquête van [geïntimeerde] .

2 De zaak in het kort

2.1.

Woningbouwvereniging Staedion wil de huurovereenkomst met [geïntimeerde] ontbinden omdat zij structureel ernstige overlast zou hebben veroorzaakt voor omwonenden en zich zou hebben misdragen tegenover medewerkers van Staedion. Het hof komt tot het oordeel dat daar inderdaad sprake van is en vindt ontbinding van de huurovereenkomst gerechtvaardigd. [geïntimeerde] moet de woning ontruimen.

3 Feitelijke achtergrond van de zaak

3.1.

[geïntimeerde] huurt sinds 1998 van (de rechtsvoorganger van) Staedion de woonruimte gelegen aan de [adres 1] (hierna ook: de woning). [geïntimeerde] bewoont de woning samen met haar meerderjarige zoon.

3.2.

Ten tijde van de dagvaarding in eerste aanleg (18 september 2015) bedroeg de huur € 538,36 per maand, inclusief servicekosten.

3.3.

In de bij de huurovereenkomst horende algemene voorwaarden is onder meer bepaald dat de huurder het gehuurde als een goed huurder zal gebruiken en ervoor zal zorgdragen dat er aan omwonenden geen overlast wordt veroorzaakt.

3.4.

De woning is een appartement, gelegen op de eerste verdieping in een vier woonlagen tellend complex, waarin Staedion meerdere appartementen verhuurt. De woningen gelegen aan de [adres 2] tot en met [adres 3] hebben een gemeenschappelijk portiek en trappenhuis. In het appartement [adres 2] woonde mevrouw [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1] ) met haar meerderjarige zoon. In het appartement [adres 4] woont mevrouw [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2] ) met [… 1] kinderen; zij is daar in 2012 komen wonen.

3.5.

Tussen [geïntimeerde] en [betrokkene 1] is jarenlang sprake geweest van conflicten. Datzelfde geldt voor de verhouding tussen [geïntimeerde] en [betrokkene 2] .

3.6.

Staedion heeft [geïntimeerde] en [betrokkene 1] aangemeld voor een mediationtraject, waarna een bemiddelingsgesprek heeft plaatsgevonden in juni 2013. Na dit gesprek heeft de NMI mediator meegedeeld dat een gezamenlijke oplossing niet mogelijk blijkt en dat de bemiddeling is stopgezet.

3.7.

Op een klacht van [geïntimeerde] bij de burgemeester van [woonplaats] , heeft de burgemeester gereageerd bij brief van 13 maart 2015 waarin onder meer het volgende is opgenomen:

“Naar aanleiding van de door u afgegeven signalen heb ik mij laten informeren door woningcorporatie Staedion en door de politie, bureau [… 2] . De uitkomst is bitter en tevens ontluisterend. De onderlinge verhoudingen op de [straatnaam] zijn ernstig verstoord. Ook komt hieruit naar voren dat alle betrokken bewoners als dader en slachtoffer kunnen worden aangemerkt.

(…)

U maakt zelf onlosmakend onderdeel uit van de problemen die op de [straatnaam] spelen. U heeft meldingen gedaan bij de woningcorporatie en de politie over het ingooien van uw ruiten door buren. Ook zou u zijn overgoten met een bijtende, gevaarlijke vloeistof door uw bovenbuurvrouw. Al deze meldingen zijn serieus onderzocht en gebleken is dat uw meldingen niet op waarheid berusten. Ik neem deze situatie hoog op. Ik heb de woningcorporatie nogmaals en indringend verzocht om maatregelen te nemen tegen alle veroorzakers van overlast op de [straatnaam] .”

3.8.

Staedion heeft daarna alle drie de huurders, [geïntimeerde] , [betrokkene 2] en [betrokkene 1] verzocht een andere woning te zoeken. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] hebben zich bereid verklaard daaraan mee te werken. [betrokkene 1] is in 2015 verhuisd. [betrokkene 2] staat op de wachtlijst voor een andere woning. [geïntimeerde] heeft zich niet bereid verklaard om te verhuizen.

4 De vordering van Staedion en de beslissing van de kantonrechter

4.1.

Staedion vordert, kort gezegd, ontbinding van de huurovereenkomst met [geïntimeerde] en ontruiming van de woning. Staedion heeft hieraan het volgende ten grondslag gelegd. Er is sprake van overlastproblematiek in het portiek, waarbij [geïntimeerde] , [betrokkene 2] en [betrokkene 1] allen als dader en slachtoffer kunnen worden aangemerkt. [geïntimeerde] veroorzaakt zelf (ook) ernstige overlast in het portiek, werkt niet mee aan het oplossen van de problemen en vertoont agressief gedrag naar de medewerkers van Staedion. Daarmee gedraagt zij zich niet als goed huurder. Staedion heeft tegenover omwonenden van [geïntimeerde] (ook huurders van Staedion) de verplichting om hen het rustig woongenot te verschaffen en zij kan deze verplichting als gevolg van het gedrag van [geïntimeerde] niet nakomen. Ontbinding van de huurovereenkomst is daarom gerechtvaardigd.

4.2.

De kantonrechter heeft Staedion toegelaten om haar stelling te bewijzen dat [geïntimeerde] zich schuldig maakt aan wangedrag jegens omwonenden en medewerkers van Staedion door te schreeuwen, te schelden, bedreigingen te uiten en valse meldingen en aangiftes te doen. Als getuigen van de zijde van Staedion zijn gehoord [getuige 1] , [functienaam] bij Stadion, [getuige 2] , tot 2014 werkzaam bij Staedion, [getuige 3] , wijkagent, [betrokkene 2] en [betrokkene 1] . [geïntimeerde] heeft van haar kant zichzelf en haar zoon laten horen.

4.3.

Na de getuigenverhoren heeft de kantonrechter in haar vonnis van 1 maart 2017 de vorderingen van Staedion afgewezen, omdat niet is gebleken dat [geïntimeerde] structurele en ernstige overlast heeft veroorzaakt. Volgens de kantonrechter is het met name aan de bewoners van [adres 2] en [adres 4] (de familie [betrokkene 1] en [betrokkene 2] ) te wijten dat de situatie aan de [straatnaam] onhoudbaar is geworden. Daarnaast is niet aangetoond dat over [geïntimeerde] is geklaagd of dat zij valse meldingen heeft gedaan. [geïntimeerde] heeft weliswaar op heftige en verwijtende toon gecommuniceerd met medewerkers van Staedion, maar dat dient niet tot toewijzing van de vorderingen van Staedion te leiden. De kantonrechter kan zich namelijk niet aan de indruk onttrekken dat Staedion de meldingen van [geïntimeerde] onvoldoende serieus heeft genomen en dat zij niet op adequate wijze is opgetreden.

5 De beoordeling in hoger beroep

5.1.

Staedion is het niet eens met het oordeel van de kantonrechter en is in hoger beroep gekomen. Staedion wil dat het hof het vonnis vernietigt en haar vorderingen alsnog toewijst. De bezwaren die Staedion tegen het vonnis naar voren heeft gebracht komen neer op het volgende:

  1. [geïntimeerde] heeft zich wel schuldig gemaakt aan wangedrag jegens omwonenden door te schreeuwen, schelden, bedreigingen te uiten en valse meldingen en aangiften te doen en er is wel degelijk door omwonenden over [geïntimeerde] geklaagd. De door de kantonrechter gehoorde getuigen hebben gelijkluidend verklaard over de aard en omvang van de gedragingen van [geïntimeerde] en er is geen reden om te twijfelen aan de juistheid van die verklaringen die de stelling van Staedion over wangedrag van [geïntimeerde] juist ondersteunen. Ook na het vonnis van de kantonrechter is [geïntimeerde] overlast blijven veroorzaken voor omwonenden, en met name voor de familie [betrokkene 2] .

  2. [geïntimeerde] heeft meer gedaan dan alleen op heftige en emotionele toon communiceren met medewerkers van Staedion. [geïntimeerde] heeft zich ook tegenover hen schuldig gemaakt aan wangedrag door te schreeuwen, schelden, bedreigingen te uiten en valse meldingen en aangiften te doen.

  3. Staedion betwist dat zij onvoldoende heeft gedaan om de conflicten in het portiek, waarbij [geïntimeerde] niet alleen dader maar ook slachtoffer was, op te lossen. Zij heeft juist geprobeerd om een oplossing te bereiken voor de problematiek en heeft in gesprek willen gaan met [geïntimeerde] , politie en buurtbewoners, maar [geïntimeerde] heeft keer op keer geweigerd mee te werken (op één keer buurtbemiddeling na tussen [geïntimeerde] en [betrokkene 1] , in 2013, waarbij door de mediator al tijdens het eerste gesprek werd geconstateerd dat bemiddeling niet tot een oplossing kon leiden).

De gedragingen van [geïntimeerde] rechtvaardigen volgens Staedion de ontbinding van de huurovereenkomst. [geïntimeerde] is het daar niet mee eens.

5.2.

Omdat het hof goed zicht wilde krijgen op de situatie, heeft het hof een meervoudige zitting gelast. [geïntimeerde] en haar zoon waren op die zitting aanwezig. Omdat de problemen zich op dit moment hoofdzakelijk voordoen in de verhouding tussen [geïntimeerde] en [betrokkene 2] , is [betrokkene 2] vervolgens als getuige gehoord door het hof. [geïntimeerde] heeft afgezien van haar recht op een tegengetuigenverhoor.

5.3.

Het hof is van oordeel dat de vordering van Staedion tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning moet worden toegewezen. Dit wordt hierna toegelicht.

wangedrag tegenover andere bewoners van het portiek

5.4.

Vaststaat dat sprake is van een jarenlang bestaande, problematische situatie tussen bewoners van het portiek aan de [straatnaam] waar ook [geïntimeerde] woont. Het betrof eerst vooral de verhouding tussen [geïntimeerde] en [betrokkene 1] (tot het moment dat die laatste is verhuisd) en het gaat nu met name om de verhouding tussen [geïntimeerde] en [betrokkene 2] . Het is van belang om vast te stellen of [geïntimeerde] zich in dat verband (ook ) schuldig heeft gemaakt aan wangedrag tegenover andere portiekbewoners, zoals Staedion beweert.

5.5.

Er is naar het oordeel van het hof voldoende bewijs dat [geïntimeerde] voor omwonenden, en de laatste tijd met name voor [betrokkene 2] en haar kinderen, structureel ernstige overlast heeft veroorzaakt door te schreeuwen, schelden, bedreigingen te uiten en valse meldingen te doen. Dit blijkt uit het volgende:

- De volgende melding van [betrokkene 2] opgenomen in de interactielogposten van Staedion: “10-6-14: graag contact opnemen met bewoner in verband met burenoverlast van nummer [adres 5] . Is van het weekend uit de hand gelopen. Mevrouw maakt foto’s van haar zoon en heeft een emmer water over zich heen gekregen van mevrouw.”

- Wijkagent [getuige 3] heeft gerapporteerd over voorvallen tussen bewoners van de [straatnaam] in de periode van juli 2014 tot maart 2015. Over [geïntimeerde] merkt zij onder meer op: “Blijkt dat [geïntimeerde] regelmatig valse meldingen bij de meldkamer doet. Wil na elk politieoptreden een klacht indienen.”.

- De rapportage van wijkagent [getuige 3] over een voorval op 27 juli 2014, waarbij [geïntimeerde] [betrokkene 2] ervan beschuldigde haar te hebben overgoten met een brandend gevaarlijke vloeistof: “(…) [geïntimeerde] [had] melding gedaan dat zij door [betrokkene 2] , bewoonster van perceel [adres 4] overgoten was in het gezicht met een brandend gevaarlijke vloeistof. (…) Geen verwondingen aangetroffen (…). Onderzoek gedaan door de brandweer, daar is verder niets uitgekomen. Onderzoek door de ambulance wees echter ook niets uit. [geïntimeerde] was zeer recalcitrant en schreeuwde van alles en nog wat. Ze riep dat de collega’s uit haar woning moesten. Ondertussen aan de bel gegaan bij nr. [adres 4] , werd niet opengedaan. Zij bleken bij (..) [betrokkene 1] , perceel [adres 2] te zitten (…). [betrokkene 2] was ontdaan en verbouwereerd over deze beschuldiging en ontkende hier wat mee te maken te hebben. Onderzoek in de woning en balkon wees ook (…) niets uit. [betrokkene 2] en haar vriend (…) trekken het niet meer met [geïntimeerde] en vertelde dat [geïntimeerde] al de hele week de bewoners van het portiek loopt uit te dagen. Ze schreeuwt en gilt door het portiek, scheldt met name de bewoners van [adres 2] en [adres 4] uit. Gisteren heeft [geïntimeerde] maden door de brievenbus gegooid bij [betrokkene 2] … en [betrokkene 1] leeft aankomende zondag niet meer volgens [geïntimeerde] (…) Het houdt niet op… Gezien de verwarde, emotionele toestand van [geïntimeerde] en mogelijk het doen van een valse melding besloten haar over te brengen naar de OVP (hof: Opvang Verwarde Personen).”

- De getuigenverklaring van wijkagent [getuige 3] , gehoord door de kantonrechter op 28 juli 2016: “Wij kregen met name meldingen van mw. [geïntimeerde] , eerst over [adres 2] en later over nummer [adres 4] . We zijn regelmatig op meldingen afgekomen (…). We hoorden dan van de andere bewoners dat ook mw. [geïntimeerde] overlast veroorzaakte.”

- De getuigenverklaring van [getuige 1] , medewerker van Staedion, door de kantonrechter gehoord op 28 juli 2016. Zij verklaart het volgende over de bewoners van [adres 2] ( [betrokkene 1] ), [adres 1] ( [geïntimeerde] ) en [adres 4] ( [betrokkene 2] ): “Duidelijk was dat alle partijen zowel slachtoffer als dader waren. (…) De fam. [… 3] [hof: die ook een appartement heeft in het bewuste portiek] heeft aangegeven dat alle partijen scholden en overlast veroorzaakten en dat zij daar erg last van hadden.”

- De getuigenverklaring van [betrokkene 2] , op 28 juli 2016 gehoord door de kantonrechter: “Een andere keer was er een incident waarbij mw. [geïntimeerde] mijn oudste zoon bedreigde. Ze zei tegen hem: laat je in je kont neuken door [… 4] . Toen heb ik de politie gebeld omdat ik liever wilde dat zij met haar zouden praten. (…) Terwijl ik op de politie wachtte ging zij maar door met schelden en toen heb ik terug gescholden. (…) Tussendoor gebeurden er ook wel kleine pesterijen, ze gooide bijvoorbeeld steeds de deur voor me dicht als ik eraan kwam, of ze zwaaide haar deur open als ik naar boven liep, ze maakte films en foto’s van mij en mijn kinderen. Mijn kinderen zijn bang voor haar. Ze belde steeds de politie, voor alles. Ik zou ook zoutzuur op haar hebben gegooid en daar heeft ze de politie voor gebeld. Ik was toen niet in mijn woning maar ik zat bij de onderburen op nr. [adres 2] . De politie is nog in mijn huis gaan kijken maar ze vonden niks.”

- Het mutatie rapport van de politie over een melding door [betrokkene 2] van 30 oktober 2017 met de volgende inhoud: “Huilend verteld zij [hof: [betrokkene 2] ] het verhaal dat afgelopen weekend er weer ruzie geweest is met [geïntimeerde] , haar buurvrouw op nr. [adres 1] . Hierbij zou [geïntimeerde] gezegd hebben dat ze een bom onder de auto van [betrokkene 2] zou plaatsen waarna zij met haar kinderen opgeblazen zouden worden. Nu had [betrokkene 2] angst dat haar kinderen iets zou overkomen. Haar geadviseerd dat zij eventueel aangifte kan komen doen. Later in het gesprek wilde ze liever nog niet hebben dat ik langs ging bij [geïntimeerde] omdat ze bang was dat het nog meer zou gaan escaleren.”

- Een e-mail [adres 4] juni 2019 van de moeder van [betrokkene 2] aan Staedion, waarin zij schrijft dat zij getuige was van een bedreiging van [betrokkene 2] door [geïntimeerde] : “Op 26 mei j.l. ging ik tezamen met mijn zus onze dochter ophalen bij de [adres 4] voor een babyshower. Bij aankomst hoorde we een geschreeuw toen onze dochter voorbij de buren liep en ze kwam gewoon door lopen naar beneden. De buurvrouw van [adres 1] en haar zoon liepen achter me dochter aan schreeuwend met de woorden: Ik maak jou dood en daarna je kinderen. (…) Inmiddels is er door mijn zus, mij en dochter aangifte gedaan (…).”

- Verschillende e-mails uit 2019 van [betrokkene 2] aan Staedion over [geïntimeerde] :

- E-mail van 14 januari 2019: “(…) hier weer een mail van mij over mevrouw [geïntimeerde] . Mevrouw heeft in de afgelopen anderhalve maand mij uitgescholden, mijn oudste zoon uitgescholden en bedreigd, meerdere malen.. lopen schreeuwen in het bijzijn van mijn kinderen meerdere malen (…) en vandaag kreeg ik 1 van jullie vriendelijke collega’s aan de deur om te vragen naar een wierplantage. Ik vraag mij af wanneer ze van plan is de strijd op te geven.”

- E-mail van 16 mei 2019: “Mijn middelste zoon brengt een pak mais voor popcorn naar mijn buurvrouw een portiek verderop, en mevrouw [geïntimeerde] scheld hem uit met Conjo, blijft hard schreeuwen waardoor hij er in eerste instantie niet langs durft om naar huis te komen. Hij kwam huilend thuis en wil nooit meer alleen wat brengen zei hij. (…) Ze stond vandeweek ook te schelden en te tieren toen wij met zijn 3tjes naar beneden gingen.”

- E-mail van 24 september 2019: “Gisteren belt mijn middelste zoon (…) van 10 me op vanaf een vreemd nummer. Hij was iets kopen bij de ah wat ik vergeten was. Mevrouw [geïntimeerde] heeft hem achtervolgd, met een telefoon al filmend, en heeft geroepen dat ze dit gaat gebruiken in de rechtszaak? Hij rende weg maar ze holde achter hem aan met haar telefoon. Totdat ze ’m niet meer kon bijbenen. (…) Hij is bij achterban werkt, gelegen op ’t [straatnaam] naar binnen geroepen door een man die aan het lesgeven was. Die zag de angst in (…) zijn ogen en vroeg of hij misschien naar huis wou bellen. Vandaar dus het vreemde telefoon nummer. (…) Ik ben dus verplicht om overal waar mijn kinderen gaan en staan, mee te gaan omdat mevrouw [geïntimeerde] weigert te stoppen met dit gedrag.”

- De verklaring van [getuige 4] , medewerker bij Staedion, tijdens de meervoudige comparitie bij het hof op 10 maart 2020 inhoudend dat [geïntimeerde] bij Staedion heeft gemeld dat [betrokkene 2] overlast veroorzaakte, een hennepkwekerij had en overmatig drugs gebruikte, dat Staedion die meldingen heeft gecontroleerd en dat niet is gebleken dat die meldingen klopten. Er werd steeds niets bij [betrokkene 2] aangetroffen. [getuige 4] is ook langsgegaan bij de buren om te vragen of zij last hebben van [betrokkene 2] , maar die zeiden dat dat niet het geval was. Er zijn wel een paar buren die naar [geïntimeerde] wezen in het kader van de overlast.

- De getuigenverklaring van [betrokkene 2] , op 4 november 2020 gehoord door het hof:

“Mijn relatie met mevrouw [geïntimeerde] is niet goed. Iedere keer schreeuwt zij, maakt ze opmerkingen, gooit ze de deur voor mijn neus dicht en maakt ze mijn kinderen bang. Dat is altijd zo geweest en dat gaat nog steeds zo. Het is begonnen toen ik er drie maanden woonde. [geïntimeerde] had ruzie met de buurvrouw, mevrouw [betrokkene 1] . Ik wilde niet getuigen en zo is alles begonnen. (…) Ik woon op de vierde verdieping en mevrouw [geïntimeerde] op de tweede en ik ben verplicht om langs haar woning te lopen als ik naar mijn eigen woning ga. Als ik langsloop doet mevrouw [geïntimeerde] de deur open en gaat ze hard gillen. Ze bedreigt mijn kinderen ook. Tegen de kinderen gilt ze “ik maak je moeder dood, ik maak jullie dood”. Ze probeert met name mijn oudste zoon uit de tent te lokken in de hoop dat hij iets terug doet. (…) [geïntimeerde] zegt dingen over mij. Ze vertelt dat ik aan de drugs zit, met mannen in huis zit, dat ik de kinderen niet te eten geef, en dat ik ze sla. Daardoor heb ik een paar keer Veilig Thuis aan de deur gehad. Ook de scholen begonnen vragen te stellen. (…) Ik heb ook een keer de politie en brandweer aan de deur gehad. [geïntimeerde] beweerde dat ik een bijtende stof in haar gezicht had gegooid, maar dat was helemaal niet waar. [geïntimeerde] is toen naar een instelling voor verwarde personen gebracht. [geïntimeerde] heeft ook verteld dat ik een wiet-plantage in mijn huis zou hebben terwijl dat niet waar was. De heer [getuige 4] van Staedion is toen bij mij op bezoek geweest om te kijken of dit inderdaad zo was. (…) In 2019 is sprake geweest van een bedreiging. Ik zou naar een babyshower gaan, mijn tante en moeder waren erbij. Toen ik langs de deur van [geïntimeerde] liep begonnen zij en haar zoon te gillen. [geïntimeerde] schreeuwde dat ze me dood wilde hebben en dat ze een bom onder mijn auto zou plaatsen. In de tijd daarna heb ik iedere ochtend onder mijn auto gekeken om te zien of alles in orde was. Tot dat moment had ik nooit aangifte gedaan omdat ik niet wilde dat de zaak zou escaleren, maar na de bedreiging in 2019 heb ik dat wel gedaan. Toen was de maat vol. Ik ben daarna gebeld door de recherche, en de man die ik sprak zei dat hij blij was dat er eindelijk iemand aangifte deed. De strafzaak loopt volgens mij nog, mevrouw [geïntimeerde] is volgens mij in beroep gegaan. (…) het is begonnen drie maanden nadat ik er kwam wonen, toen ik tegen mevrouw [geïntimeerde] heb gezegd dat ik niet wilde getuigen tegen de zoon van mevrouw [betrokkene 1] . Mevrouw [geïntimeerde] zei dat deze zoon met een sleutel in haar ogen wilde prikken, maar dat is niet wat ik toen heb gezien. (…) Het gedrag van mevrouw [geïntimeerde] heeft een grote impact op mijn kinderen. Het begon toen de kinderen één en twee jaar oud waren. Ze hadden nachtmerries en plasten in bed. Ik merk het ook als ze op de tweede verdieping langs het huis van mevrouw [geïntimeerde] moeten, dan rennen ze heel snel door. Ze zijn heel huiverig als ze bijvoorbeeld een vuilniszak naar beneden moeten brengen. Mijn zoon van 11 verstopt zich bijvoorbeeld achter de bosjes als hij mevrouw [geïntimeerde] ziet. De kinderen zijn doodsbang voor mevrouw [geïntimeerde] . Ik weet dat de nachtmerries en het ‘s nachts wakker zijn komen door mevrouw [geïntimeerde] , omdat ik dan aan de kinderen vroeg wat er aan de hand was, en dan zeiden ze dat ze bang zijn voor de buurvrouw. Ze noemen haar de boze buurvrouw. Ik begrijp hun angst wel omdat [geïntimeerde] zegt dat ze de kinderen zal doodmaken.”.

5.6.

[geïntimeerde] heeft weliswaar weersproken dat zij overlast voor omwonenden heeft veroorzaakt, dat zij [betrokkene 2] en haar kinderen heeft bedreigd en geïntimideerd en dat zij valse meldingen heeft gedaan, maar dat is tegenover al het voorgaande volstrekt niet overtuigend. Het hof komt dan ook - anders dan de kantonrechter - tot de conclusie dat is komen vast te staan dat [geïntimeerde] structureel ernstige overlast heeft veroorzaakt voor medebewoners van het portiek. [geïntimeerde] is dus - anders dan zij beweert - niet alleen maar slachtoffer (geweest) van de problematische situatie die zich jarenlang in het portiek heeft voorgedaan, maar zij is wel degelijk (ook) dader, waarbij zij onacceptabel wangedrag vertoont.

wangedrag tegenover medewerkers van Staedion

5.7.

Het hof is van oordeel dat er voldoende aanwijzingen zijn dat [geïntimeerde] zich ook heeft misdragen tegenover medewerkers van Staedion, in ieder geval door te schreeuwen, schelden en zich agressief te gedragen. Dit blijkt uit het volgende:

- De brief van 24 september 2004 van Staedion aan [geïntimeerde] : “Op vrijdag 24 september jl. heeft u telefonisch contact op genomen met onze afdelingen Services en Woonservice. Tijdens deze telefoongesprekken heeft u zich tegenover de medewerkers van genoemde afdelingen zeer onaanvaardbaar gedragen. Nadat de medewerkers u uitleg hadden gegeven over de gang van zaken ontaarde het gesprek van uw kant in het uiten van bedreigingen en scheldkanonnades. Het uiten van bedreigingen en het uitschelden van medewerkers in welke vorm dan ook is voor ons absoluut onaanvaardbaar. Indien u opnieuw op een soortgelijke manier contact opneemt met één van onze medewerkers, doen wij hiervan aangifte bij de politie. Uw gedrag is door onze medewerkers als agressief en daarom ongewenst ervaren.”

- De volgende passages uit de “interactie logpostopmerkingen” van contactmomenten van medewerkers van Staedion met [geïntimeerde] :

- 30 augustus 2004: “Bewoner belt. (…) Ze wenst ons allemaal toe dat wij ziek in ons hoofd worden en dat we een ernstig auto-ongeluk krijgen.”

- 24 september 2004: “Bewoner belt schreeuwend en blèrend door de telefoon. Wenst ons weet ik wat allemaal toe. Heeft [medewerker] van de intake een “viswijf” genoemd en ga zo maar door. Bewoner is niet aanspreekbaar.”

- [adres 1] maart 2011: “Bewoner is vanwege haar agressieve houding door [getuige 2] bij de balie weggestuurd. Daarna heeft de bewoner bij de politie aangifte gedaan wegens mishandeling. Politie adviseert om niet meer alleen met mevrouw [geïntimeerde] in gesprek te gaan maar altijd met twee personen.”

- 17 februari 2012: “Bewoner is regelmatig agressief op kantoor.”

- 14 november 2013: “Mevrouw heeft gebeld en wilde [getuige 1] spreken, gekeken in het systeem en [getuige 1] is niet te bereiken. Dat zei ik tegen mevrouw en mevrouw begon gelijk te schreeuwen, dat [getuige 1] het adres hoorde en daarom mevrouw niet wilde spreken, ik probeerde het uit te leggen dat ik [getuige 1] niet heb gesproken, begon ze mij uit te schelden, ik heb toen het gesprek beëindigd.”

- 28 oktober 2014: “Ze vraagt wanneer ze komen voor de kelderdeur. Ik zei 30.10 maar toen ging ze uit haar panty want er is tegen haar gezegd aanstaande vrijdag. Ze zei dat de “lullen” van Staedion het expres doen om zo geld te krijgen.”

- 4 mei 2016: “Huurster wil [… 5] spreken in verband met de cv. Verzocht aan haar wat de vraag precies is. Zij wilde dit niet zeggen. Uitgelegd dat wij haar proberen te helpen en dan toch moeten weten waar het over gaat. Zij begon daarna te gillen dat zij daar niets mee te maken heeft en zij het gesprek opneemt.”

- 2 mei 2017: “Bewoner klinkt erg boos aan de telefoon. Scheld mij uit als lul en leugenaar. (…) Bewoner schreeuwden naar mij maar ik kon haar niet verstaan. Aangegeven dat ik op zo een manier geen gesprek kan voeren. Bewoner ging door met schreeuwen.” (…)

- Het getuigenverhoor van [getuige 1] , medewerker van Staedion, door de kantonrechter op 28 juli 2016: “Mw. [geïntimeerde] heeft veel meldingen gedaan. De manier waarop zij die meldingen deed, was onaangenaam (…) Zij gebruikte daarbij ook vervelend taalgebruik. (…) Er wordt door mw. [geïntimeerde] altijd met stemverheffing aan de telefoon gesproken en altijd worden er beschuldigingen van discriminatie geuit. Wij zouden ons werk niet goed doen.”

- Het getuigenverhoor van [getuige 2] , voormalig medewerker van Staedion, door de kantonrechter op 28 juli 2016: “Ik heb zelf een paar negatieve ervaringen met mw. gehad. Een keer was op kantoor in [plaats] . (…) Op een gegeven moment gebeurde er iets aan de balie, ik ben daar op af gegaan. Mw. [geïntimeerde] was met stemverheffing tegen een collega aan het praten. Ik heb eerst geprobeerd het te sussen en heb daarna, toen dat niet lukte, mw. gevraagd het pand te verlaten. Ik ben met haar mee gelopen naar de deur, ze is naar buiten gegaan en ik heb de deur gesloten. Ze heeft vervolgens tegen het raam van het kantoor geslagen en gespuugd. De volgende dag werd ik gebeld door de recherche, mw. had aangifte gedaan wegens mishandeling door mij. Die aangifte is geseponeerd.”

- Het gedrag van [geïntimeerde] dat medewerkers van Staedion signaleren, strookt met de ervaringen van de wijkagent over haar gedrag. Tijdens het getuigenverhoor door de kantonrechter op 28 juli 2016 verklaart de wijkagent: “Ik ben er meerdere keren getuige van geweest dat mw. [geïntimeerde] tegen buurtbewoners of tegen medewerkers van Staedion schreeuwde.”. En in de sfeerrapportage van 2015 schrijft de wijkagent: “Als de politie ter plaatse is valt er niet meer [met] [geïntimeerde] te communiceren. [geïntimeerde] schreeuwt tegen de politie en is niet voor reden vatbaar. Heeft al diverse malen klachten gedaan tegen politiemensen en medewerkers van Staedion.”

5.8.

[geïntimeerde] betwist dat zij zich agressief heeft gedragen tegenover medewerkers van Staedion, maar dat heeft zij, tegenover het voorgaande, onvoldoende aannemelijk weten te maken. Het hof oordeelt dan ook dat is komen vast te staan dat [geïntimeerde] wangedrag heeft vertoond tegenover medewerkers van Staedion door hen agressief en onbetamelijk te bejegenen.

5.9.

Het hof volgt de kantonrechter niet in haar oordeel dat de gedragingen van [geïntimeerde] tegenover medewerkers van Staedion gezien moeten worden als begrijpelijke uitingen van frustratie omdat Staedion haar klachten over overlast van anderen niet serieus nam. Het hof overweegt hierna dat Staedion wel adequaat heeft gehandeld, maar dat [geïntimeerde] van haar kant onvoldoende heeft meegewerkt aan het oplossen van de problemen in het portiek.

onvoldoende medewerking aan oplossing van de overlastproblematiek

5.10.

Staedion verwijt [geïntimeerde] ook dat zij niet heeft meegewerkt om de problematische overlastsituatie in het portiek op te lossen. De kantonrechter heeft dat terzijde geschoven met de overweging dat Staedion van haar kant niet adequaat heeft gehandeld. Het hof is van oordeel dat Staedion daar terecht bezwaar tegen heeft gemaakt.

5.11.

Dat Staedion zich heeft ingespannen om de verhoudingen tussen [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [geïntimeerde] te verbeteren en dat [geïntimeerde] daaraan onvoldoende heeft meegewerkt, blijkt uit het volgende:

- De volgende brieven van Staedion aan [geïntimeerde] :

- 21 maart 2011: “Vanmiddag heb ik u gebeld om met u een afspraak te maken voor het bespreken van de overlast die u van uw buren ervaart. Ik gaf u aan dat ik deze afspraak graag samen met u en de wijkagent wil plannen om de vermeende overlast zo effectief mogelijk aan te kunnen pakken. (…) Vanwege uw volle agenda bleek het lastig om op korte termijn een afspraak te plannen. (…) Na het bieden van verschillende alternatieven, zoals afspreken aan het begin van de dag, aan het einde van de dag of eventueel bij u thuis, gaf u aan dat geen van de geboden oplossingen passend was. Dit deed u echter op een voor mij ongewone wijze, namelijk door de verbinding onaangekondigd te verbreken.”

- 8 augustus 2012: “De laatste tijd komen er weer geregeld klachten bij mij binnen over uw gedrag richting de buren. Al eerder ben ik samen met de wijkagent bij u aan de deur geweest om hierover met u te praten. U heeft destijds de deur niet voor ons open gedaan maar schreeuwde door het raam dat u geen tijd voor ons had. In deze brief wil ik een nieuw bezoek samen met de wijkagent aankondigen. (…) Het huisbezoek heb ik gepland op (…) 4 september 2012. (…) Tijdens dit bezoek willen we de problemen tussen u en de buren bespreken.”

- 23 augustus 2012: “U wilt afzien van een bezoek op (…) 4 september van de wijkagent en de heer [getuige 2] , medewerker Sociaal Beheer. (…) Vanuit Staedion stellen wij het zeer op prijs als u tóch van de gelegenheid gebruik zou willen maken om met ons in gesprek te gaan. Zoals al eerder genoemd kan een goed gesprek juist leiden tot een objectief oordeel over de woonsituatie van u en uw buren. Als u het prettiger vindt om een gesprek op kantoor van Staedion te voeren is dat ook mogelijk.”

- 7 september 2012: “Op 3 september ontvingen wij uw brief (…) waarin u vraagt om een gesprek met de leidinggevende van mij [hof: [getuige 2] ] of die van [getuige 1] . (…). In uw brief (…) geeft u aan het idee te hebben dat uw vragen/klachten niet serieus worden genomen. U geeft aan behoefte te hebben aan een gesprek met onze leidinggevende om te spreken over de huidige aanpak van de gang van zaken rond de overlastmeldingen. (…) In overleg met onze leidinggevende, mw. (…) [leidinggevende] , heeft zij aangegeven het gesprek met u aan te gaan. Echter zijn mijn collega [getuige 1] en ik ook bij het gesprek aanwezig. De reden hiervoor is dat we zo min mogelijk ‘ruis’ willen tussen u en de medewerkers van Staedion die actief zijn in de wijk. Deze medewerkers zijn uiteindelijk verantwoordelijk voor de aanpak van de problematiek in de wijk. De betreffende afspraak hebben wij gepland op (…) 17 september 2012 van 10.00 tot 11.00 uur. Het gesprek vindt plaats op ons kantoor (…).”

- 19 september 2012: Op 13 september 2012 ontving ik uw verzoek om de afspraak (…) te verzetten (…). De nieuwe afspraak staat gepland op (…) 16 oktober 2012 om 10.00 uur.”

- 25 oktober 2012: “Op 16 oktober 2012 stond er, op uw verzoek, een afspraak gepland (…). U bent echter, zonder ons daarvan te berichten, niet op de afspraak verschenen.”

- 17 april 2014: “Op 24 maart heeft u ons een email gestuurd waarin u meldt dat al jaren klaagt over uw buren en waarin u zich afvraagt wanneer er door Staedion iets aan gedaan wordt.(…) Zoals u aangeeft (…) is er sprake van onenigheid tussen u en uw buren vanaf 2002. (…) Het gaat hierbij om een conflict met de buren van [adres 2] (hof: de familie [betrokkene 1] ). (…) Vanuit Staedion is zowel met u als met uw buren regelmatig gesproken over de voor u beiden vervelende situatie. Ook is er gecorrespondeerd met u beiden. Daarbij is vanuit Staedion intensief samengewerkt met de politie. In augustus 2012 heeft u een gepland huisbezoek afgezegd en in september hebben wij u op uw verzoek een uitnodiging gestuurd voor een gesprek met mijn leidinggevende. Op deze uitnodiging bent u echter niet ingegaan. Uiteindelijk is door de politie en Staedion een gezamenlijk standpunt ingenomen waarover wij u en uw buren van [adres 2] in februari 2013 een brief hebben gestuurd. (…) Vervolgens hebben wij u beiden aangemeld bij Bemiddeling en Mediation. Daar heeft u echter geen gebruik van gemaakt.”

- 1 juli 2014: “Op 17 juni 2014 stond er een afspraak met u gepland (…). De afspraak was gemaakt naar aanleiding van uw klachtmelding van 19 mei 2014 waarin u aangeeft met ons in gesprek te willen over de overlast die speelt bij u in het portiek. U heeft de betreffende afspraak afgebeld en aangegeven een nieuwe afspraak te willen maken. (…) Op 18 juni 2014 belde ik (hof: [getuige 2] ) u voor het maken van een nieuwe afspraak. Gedurende dat telefoongesprek gaf u aan af te zien van een nieuwe afspraak. Reden hiervoor was dat u het niet eens bent met het standpunt van Staedion dat u medeverantwoordelijk bent voor de overlast die op dit moment speelt in uw portiek. U eindigde het gesprek door de verbinding onaangekondigd te verbreken. Kort daarop heeft u gebeld naar [leidinggevende] om alsnog een afspraak met haar te maken. Op dat moment was zij echter niet telefonisch bereikbaar. In de dagen daarop heeft [leidinggevende] u drie keer gebeld maar heeft u niet te spreken gekregen.”

- De getuigenverklaring van [getuige 2] , gehoord door de kantonrechter op 28 juli 2016: “Er waren voor mijn komst (…) al problemen in het portiek. Er is veel geïnvesteerd om dat op te lossen maar dat is nooit goed gelukt. Dat kwam ook omdat mw. [geïntimeerde] niet mee werkte aan een oplossing. (…) De andere bewoners werkten wel mee aan een oplossing van het probleem in die zin dat ik met hen wel in gesprek ben geweest en omdat zij een oplossing zochten voor de overlast met mw. [geïntimeerde] . (…) Ik maakte soms telefonisch, soms per brief een afspraak met mw. voor een gesprek. Als ik dan kwam op het afgesproken tijdstip deed ze de deur niet open en riep ze uit het raam dat het niet uit kwam.”

- De getuigenverklaring van wijkagent [getuige 3] , gehoord bij de kantonrechter op 28 juli 2016: “We hebben samen met medewerkers van Staedion (…) geprobeerd een oplossing te vinden. Ik werkte daarbij met name samen met [getuige 2]. Er is buurtbemiddeling en mediation ingezet, maar dat is mislukt. (…) Het lukte niet om met mw. [geïntimeerde] in gesprek te gaan. Als je haar wilde helpen dan kreeg je beschuldigingen terug. Het is me wel gebeurt dat ik bij haar voor de deur stond en dat de deur werd dicht gegooid.”

5.12.

[geïntimeerde] heeft betoogd dat geen sprake is geweest van een weigerachtige houding van haar kant, maar dat heeft zij, tegenover het voorgaande, onvoldoende aannemelijk gemaakt.

conclusie: ontbinding huurovereenkomst gerechtvaardigd

5.13.

Het is duidelijk dat zich gedurende een lange periode veel overlast in het portiek heeft voorgedaan en dat [geïntimeerde] , met name in de tijd dat de familie [betrokkene 1] nog aan de [straatnaam] woonde, daarbij ook slachtoffer is geweest. Vast staat echter dat [geïntimeerde] ook dader was en zelf jarenlang voor overlast voor omwonenden heeft gezorgd. Daarnaast heeft zij onvoldoende medewerking verleend aan pogingen van Staedion om de problemen op te lossen. Het hof rekent het [geïntimeerde] zwaar aan dat zij zich blijft misdragen, met name tegenover [betrokkene 2] en haar kinderen. Daarbij is sprake van bedreiging en intimidatie. Ook heeft [geïntimeerde] zich agressief en onbetamelijk gedragen tegenover medewerkers van Staedion. Dit alles betekent dat [geïntimeerde] haar verplichtingen om zich als goed huurder te gedragen en om geen overlast te veroorzaken langdurig en in ernstige mate heeft geschonden. [geïntimeerde] heeft aangevoerd dat als er sprake zou zijn van een tekortkoming van haar kant, ontbinding van de huurovereenkomst dan toch niet gerechtvaardigd is gezien de omstandigheden van het geval. Het hof verwerpt dat verweer. De omstandigheid dat [geïntimeerde] in het verleden naast dader ook slachtoffer is geweest van de overlastproblematiek in het portiek, is van onvoldoende gewicht tegenover de duur en de ernst van haar wangedrag. Ontbinding van de huurovereenkomst is gerechtvaardigd.

5.14.

Het voorgaande betekent dat het hoger beroep van Staedion slaagt. Het hof zal het vonnis van de kantonrechter vernietigen en de vorderingen van Staedion tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning toewijzen, waarbij de ontruimingstermijn op drie maanden wordt gesteld. [geïntimeerde] zal ook worden veroordeeld om tot de ontruiming van de woning het bedrag te betalen dat zij aan huur (inclusief servicekosten) verschuldigd zou zijn, ten tijde van de dagvaarding in eerste aanleg bedragend € 538,36 per maand en te vermeerderen met eventuele wettelijke verhogingen van daarna. De vordering tot betaling van de kosten van een eventuele gedwongen ontruiming, volgens een door de deurwaarder te tonen specificatie, wordt afgewezen omdat de hoogte van die kosten op dit moment nog niet te begroten is. [geïntimeerde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van de procedure bij de kantonrechter en van de procedure in hoger beroep.

6 De beslissing

Het hof

- vernietigt het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 1 maart 2017;

en, opnieuw rechtdoende:

- ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst voor de woning [adres 1] ;

- veroordeelt [geïntimeerde] binnen drie maanden na betekening van dit arrest deze woning te ontruimen, met al het hare en de haren, en ter vrije beschikking van Staedion te stellen onder afgifte van alle sleutels;

- veroordeelt [geïntimeerde] om aan Staedion te betalen het bedrag van € 538,36 (inclusief servicekosten) per maand, vermeerderd met eventuele wettelijke verhogingen, tot aan de dag waarop de woning door [geïntimeerde] en de haren volledig verlaten en ontruimd zal zijn;

- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van de procedure in eerste aanleg, aan de zijde van Staedion begroot op € 562,16 aan verschotten (bestaande uit € 96,16 aan kosten dagvaarding en € 466,- aan griffierecht) en € 525,- aan salaris voor de advocaat;

- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Staedion tot op heden begroot op € 815,21 aan verschotten (bestaande uit € 99,21 aan kosten dagvaarding en € 716,- aan griffierecht) en € 3.342,- aan salaris voor de advocaat (tarief II x 3 punten), en op € 163,- aan nasalaris voor de advocaat, nog te verhogen met € 85,- indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving in der minne aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden;

- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mrs. H.J.M. Burg, J.E.H.M. Pinckaers en P. van der Kolk-Nunes, en is ondertekend en in het openbaar uitgesproken door mr. C.A. Joustra, rolraadsheer, ter terechtzitting van 25 mei 2021 in aanwezigheid van de griffier.