Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2020:756

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
24-03-2020
Datum publicatie
06-04-2020
Zaaknummer
200.257.548/01
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

kg; huur sporthal; voldoet het gehuurde door verbouwing niet meer aan hetgeen is overeengekomen? (spoedeisend) belang in appel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.257.548/01

Zaak/rolnummer rechtbank : 7435221 VV EXPL 18-579

Arrest d.d. 24 maart 2020

inzake

KORFBALVERENIGING WEIDEVOGELS,

gevestigd te Bleiswijk (gemeente Lansingerland),

appellante,

hierna te noemen: Weidevogels,

advocaat: mr. M.J. Goedhart te Rotterdam,

tegen

  1. SPORT EN RECREATIECENTRUM ROTTEMEREN BV,

  2. ROTTEMEREN HOLDING BV,

beide gevestigd te Bleiswijk (gemeente Lansingerland),

geïntimeerden,

hierna gezamenlijk te noemen: SRC (vrouwelijk enkelvoud),

advocaat: mr. L. Hennink te Rotterdam.

Het geding

Het hof heeft kennis genomen van de volgende stukken:

  • -

    het procesdossier van eerste aanleg, o.a. het bestreden kort gedingvonnis van 5 maart 2019;

  • -

    de appeldagvaarding van 1 april 2019, houdende de grieven en een vermindering van eis;

  • -

    de akte overlegging producties van Weidevogels;

  • -

    de conclusie van eis van Weidevogels;

  • -

    het tussenarrest van het hof van 23 april 2019 waarbij een comparitie is bepaald (die geen doorgang heeft gevonden);

  • -

    de memorie van antwoord van SRC (met producties);

  • -

    de akte uitlaten van Weidevogels;

  • -

    de antwoordakte van SRC (met producties).

Vervolgens is arrest bepaald.

Beoordeling van het hoger beroep

1. Het gaat in deze zaak, voor zover thans van belang, om het volgende.

1.1.

Weidevogels is een korfbalvereniging. SRC is eigenaar van een sporthal met toebehoren. Weidevogels huurde sinds juli 2016 ruimte – te weten (in elk geval) de zaal en een aantal kleedkamers – in de sporthal van SRC.

1.2.

Ten tijde van het aangaan van de huurovereenkomst was de speelhal vanuit de kleedkamers met een doorgang binnendoor bereikbaar.

1.3.

In artikel 1.1. van de huurovereenkomst is onder meer het volgende bepaald:

Om wedstrijden te mogen spelen moet de zaal en accommodatie aan de normen van het KNKV / NOC/NSF voldoen. De verhuurder dient te allen tijde er voor te zorgen dat hier aan voldaan wordt. Indien er niet voldaan kan worden aan de KNKV-eisen, dan zal de verhuurder tijdig dispensatie aanvragen bij het KNKV.

1.4.

In augustus 2017 heeft na afloop van het eerste winterseizoen een evaluatie plaatsgevonden tussen partijen, waarbij is geconcludeerd dat de samenwerking naar tevredenheid verliep.

1.5.

In oktober 2017 heeft een derde partij bij SRC belangstelling getoond voor het huren van de speelhal en de daarbij behorende ruimten. SRC heeft Weidevogels verzocht mee te denken over een voortijdige beëindiging van de huurovereenkomst. Weidevogels heeft geantwoord dat zij de overeenkomst niet wil beëindigen, onder meer vanwege het ontbreken van geschikte alternatieven, maar dat zij bereid is om met SRC in gesprek te gaan.

1.6.

Begin 2018 is discussie ontstaan over door SRC verstuurde naheffingen.

1.7.

Medio 2018 heeft SRC een verbouwing in de sporthal doorgevoerd ten behoeve van een nieuwe huurder. Hierdoor is de doorgang binnendoor van de kleedkamers naar de speelhal verdwenen.

1.8.

Nadat SRC te kennen had gegeven haar verplichtingen uit de huurovereenkomst op te zullen schorten, heeft Weidevogels een kort geding aanhangig gemaakt. Bij vonnis van 22 oktober 2018 is SRC hoofdelijk veroordeeld om (i) Weidevogels vanaf 30 oktober 2018 ongehinderd en onvoorwaardelijk gebruik te laten maken van de gehuurde ruimte op dinsdagavonden van 17.30 uur tot 22.00 uur, donderdagavonden van 17.30 uur tot 22.00 uur en op zaterdagen van 10.00 uur tot 22.00 uur, op straffe van verbeurte van een dwangsom en (ii) om de horecavoorziening beschikbaar te stellen en te houden gedurende de overeengekomen huurperiode, eveneens op straffe van verbeurte van een dwangsom.

1.9.

Op 16 november 2018 heeft de Koninklijke Nederlandse Korfbalvereniging (KNKV) een rapport uitgebracht, waarin zij heeft geconcludeerd dat het gehuurde niet voldeed aan de eisen van de NOC*NSF en KNKV. In het rapport is een aantal gebreken geconstateerd, waaronder loshangende plafonddelen, kapotte tl-buizen, een scheur in het speelveld en het ontbreken van een doorgang binnendoor van kleedkamers naar zaal. In het rapport is over dat laatste opgemerkt (p.7):

Dit is volstrekt niet volgens de normen van NOC*NSF en het KNKV. Het KNKV heeft veiligheid en gezondheid van haar sporters hoog in het vaandel. De huidige situatie is dan ook zeer onwenselijk en levert direct risico's op als het gaat om de veiligheid (slecht begaanbaar en onverlicht pad vlak gesitueerd achter geparkeerde auto's zonder een veilige afscheiding daar tussen). Tevens is het om gezondheidsredenen onverantwoord om sporters bezweet en al in zaalsportkleding door weer en wind naar de kleedaccommodatie te laten lopen. Bijkomend effect is tevens dat het vuil van buiten in de schoenen van spelers blijft hangen en ook op de sportvloer terecht komt, waardoor deze glad kan worden met kans op blessures voor de sporters.

De KNKV heeft daarbij geschreven dat als er geen aanpassingen plaatsvinden dit uiteindelijk kan betekenen dat de accommodatie definitief wordt afgekeurd als locatie voor het spelen van competitiewedstrijden korfbal.

1.10.

Begin januari 2019 heeft SRC aan Weidevogels de toegang tot het gehuurde ontzegd met een beroep op haar opschortingsrecht in verband met de door haar gestelde betalingsachterstand van Weidevogels. Weidevogels is vervolgens het onderhavige kort geding begonnen

1.11.

Bij mail van 12 februari 2019 heeft de KNKV onder meer het volgende aan SRC geschreven:

U geeft (….) aan dat er diverse maatregelen zijn genomen ter verbetering van de geconstateerde gebreken vermeld in het inspectierapport van 16 november 2018.

Dit zal feitelijk opnieuw getoetst moeten worden. Het KNKV stelt daarom voor dat uw cliënt zijn sportaccommodatie officieel laat keuren door het onafhankelijke keuringsinstituut KIWA ISA-Sport. Dit bedrijf is gecertificeerd door NOC*NSF om dergelijke keuringen uit te voeren.

Afhankelijk van de uitkomst hiervan zal de directie van het KNKV een besluit nemen over de status van sportaccommodatie SRC Rottemeren voor het spelen van wedstrijden korfbal.

SRC heeft geen officiële keuring laten uitvoeren.

1.12.

Een dag voor de mondelinge behandeling in het onderhavige kort geding heeft SRC alsnog toegezegd Weidevogels onvoorwaardelijk toegang tot het gehuurde te verlenen tot het einde van het lopend zaalseizoen 2018/2019.

1.13.

Op 5 maart 2019 is het bestreden vonnis gewezen (zie hieronder: alinea 3).

1.14.

Bij brief van 25 maart 2019 heeft de KNKV aan SRC geschreven:

Het huidige zaalseizoen zit er bijna op. Korfbalverenigingen zijn reglementair verplicht om voor 1 juli 2019 aan te geven in welke goedgekeurde sportaccommodatie de wedstrijden voor het seizoen 2019/2020 gaan worden gespeeld. Het KNKV wil graag voor uiterlijk 15 juni 2019 een officieel keuringsrapport ontvangen opgesteld door het onafhankelijke keuringsinstituut KIWA ISA-Sport. Afhankelijk van de conclusies van dit rapport zal het bestuur en directie van het KNKV een besluit nemen over de status van de sportaccommodatie SRC Rottemeren.

SRC heeft geen officieel keuringsrapport laten opstellen.

1.15.

Bij brief van 25 juni 2019 heeft de KNKV de locatie van SRC definitief afgekeurd als wedstrijdlocatie.

1.16.

Op 8 juli 2019 heeft Weidevogels de huurovereenkomst met SRC buitengerechtelijk ontbonden.

2. Weidevogels heeft bij inleidende dagvaarding gevorderd, kort samengevat, dat SRC, uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijk wordt veroordeeld (steeds op straffe van verbeurte van een dwangsom):

I. om Weidevogels ongehinderd en onvoorwaardelijk gebruik te laten maken van de gehuurde ruimten op dinsdagavonden, donderdagavonden en op zaterdagen met inachtneming van de ingediende urenplanning en de gecommuniceerde aanpassingen;

II. om louter de werkelijk gebruikte uren in rekening te brengen en de factuur pas te verzenden na afloop van de maand, waarop de factuur betrekking heeft;

III. om binnen twee weken na het vonnis:

primair het gehuurde terug te brengen in de staat waarin het zich bevond bij het aangaan van de huurovereenkomst, althans waarin het zich bevond voor de verbouwing van medio 2018, en wel zodanig dat (i) de kleedkamers weer bereikbaar zullen zijn via een doorgang binnendoor vanuit de speelhal, waarbij de vier kleedkamers en de twee bijbehorende toiletten ongemoeid gelaten zullen worden, (ii) dat de vergaderruimte weer zal worden hersteld en ter beschikking zal worden gesteld, (iii) dat de gemeenschappelijke ruimte in haar oorspronkelijke omvang ter beschikking zal worden gesteld en dat de uitbreiding van de sportschool in het gemeenschappelijke gedeelte dus ongedaan zal worden gemaakt, alsmede dat (iv) het gehuurde zal beantwoorden aan de normen van het NOC*NSF en het KNKV, met name met betrekking tot de bij dagvaarding sub 25 genoemde gebreken;

subsidiair zodanige maatregelen te nemen en zodanige aanpassingen te plegen in en aan het gehuurde, dat het gehuurde zal voldoen aan de normen van het NOC*NSF en het KNKV, met name met betrekking tot de bij dagvaarding sub 25 genoemde gebreken en in het bijzonder door een doorgang binnendoor te realiseren via de (voorheen) gemeenschappelijke ruimte, zodat de speelhal vanuit de kleedkamers en vice versa binnendoor bereikbaar is, waarbij de vier kleedkamers en de twee daarbij behorende toiletten ongemoeid moeten blijven;

IV. om binnen twee weken na het vonnis de horeca (bar en keuken) ongehinderd en onvoorwaardelijk aan Weidevogels ter beschikking te stellen, zonder dat aan de door Weidevogels als vrijwilligers voorgestelde leden nadere voorwaarden worden gesteld;

V. om ervoor zorg te dragen dat er op de dagen dat Weidevogels gebruik maakt van het gehuurde een volledig drank- en keukenassortiment aanwezig is;

VI. met veroordeling van SRC in de kosten van de procedure, met rente.

3. De kantonrechter heeft de vorderingen bij het bestreden vonnis afgewezen. Daartoe heeft de kantonrechter (onder meer) het volgende overwogen:

- Ten aanzien van vordering I: deze vordering is al toegewezen bij het eerdere kort gedingvonnis van 22 oktober 2018. Weliswaar vordert Weidevogels nu een hogere dwangsom, maar zolang de huidige dwangsom nog niet (volledig) verschuldigd is, is er geen aanleiding om de dwangsom te verhogen, met name niet nu SRC, zij het op het laatste moment, heeft toegezegd haar verplichtingen in elk geval gedurende het winterseizoen (dat duurt tot eind maart 2019) niet meer op te schorten. Een soortgelijke redenering heeft de kantonrechter gevolgd ten aanzien van vordering V.

- Vordering II draait om de uitleg van artikel 4.3. van de huurovereenkomst. Deze uitleg is aan de bodemrechter voorbehouden. Weidevogels heeft geen spoedeisend belang bij een voorlopig oordeel, (onder meer) omdat het winterseizoen al ten einde loopt.

- Ten aanzien van Vordering III: het staat SRC als eigenaar van de sporthal in beginsel vrij de indeling van de sporthal naar eigen inzicht te veranderen. De vraag of de vergaderruimte en gemeenschappelijke ruimte ook onder de huurovereenkomst vallen, in die zin dat Weidevogels het gebruik ervan kan afdwingen zal eveneens door de bodemrechter moeten worden beantwoord. Het nieuwe seizoen begint in november 2019, zodat er nog voldoende tijd is om in een bodemprocedure daarover een oordeel te krijgen. Weidevogels heeft een indoorsportlocatie gehuurd. Naar voorlopig oordeel van de kantonrechter moet men in zo’n locatie per definitie binnendoor van de zaal naar de kleedkamers kunnen. SRC heeft echter geen spoedeisend belang bij een veroordeling van SRC om binnen twee weken zo’n doorgang te realiseren, omdat het einde van die termijn samenvalt met het einde van het winterseizoen. SRC betwist voorts het bestaan van de overige door Weidevogels gestelde gebreken en in een kort geding is geen plaats is voor bewijslevering.

- Vordering IV is niet onderbouwd.

De kantonrechter heeft in (o.a.) het feit dat SRC in de aanloop naar dit kort geding heeft gedreigd haar verplichtingen uit de huurovereenkomst op te schorten en hiertoe ook is overgegaan, aanleiding gezien SRC in de kosten van de procedure te veroordelen.

4. Weidevogels heeft in appel haar eis verminderd. Zij vordert in hoger beroep nog slechts – samengevat en zakelijk weergegeven – de hoofdelijke veroordeling van SRC om binnen drie weken na dit arrest, althans uiterlijk 15 juni 2019, alle nodige maatregelen te nemen om het gehuurde te laten voldoen aan de eisen van NOC*NSF en het KNKV, met dien verstande dat bij het realiseren van de voorgeschreven doorgang binnendoor tussen speelhal en kleedkamers de bij de kleedkamers aanwezige toiletgroep ongewijzigd moet blijven, onder overlegging van het door het KNKV bij brief van 25 maart 2019 verzochte officiële keuringsrapport van KIWA ISA-Sport, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom. Weidevogels vordert vernietiging van het bestreden vonnis en toewijzing van haar aldus gewijzigde vordering, met veroordeling van SRC in de proceskosten in beide instanties.

5. Met haar enige grief heeft Weidevogels aangevoerd (met verwijzing naar het rapport van de KNKV van 16 november 2018) dat het gehuurde vanwege het ontbreken van een doorgang binnendoor tussen de speelhal en de kleedkamers niet voldoet aan de eisen van de KNKV, hetgeen in strijd is met artikel 1.1. van de huurovereenkomst. Voorts heeft Weidevogels aangevoerd dat zij wel degelijk spoedeisend belang heeft bij haar vordering omdat uit de brief van het KNKV van 25 maart 2019 blijkt dat het gehuurde vóór 1 juli 2019 (alsnog) moet worden goedgekeurd teneinde als wedstrijdlocatie voor het winterseizoen 2019/2020 te kunnen dienen.

6. Uit de feitenweergave hierboven blijkt dat de KNKV de accommodatie van SRC op 25 juni 2019 definitief heeft afgekeurd als wedstrijdlocatie, waarna Weidevogels de huurovereenkomst op 8 juli 2019 buitengerechtelijk heeft ontbonden. Tussen partijen is niet in geschil dat Weidevogels daarom geen belang meer heeft bij toewijzing van haar vordering. Dat neemt niet weg dat het hof de zaak inhoudelijk dient te beoordelen teneinde vast te stellen wie de proceskosten dient te dragen.

7. Voorop staat dat de veroordeling van SRC in de proceskosten in eerste aanleg onaantastbaar is: SRC heeft daartegen immers geen incidenteel appel ingesteld. Het hof overweegt ten overvloede dat die kostenveroordeling naar zijn oordeel terecht is. Het hof schaart zich achter de overwegingen van de kantonrechter op dat punt (zie de weergave hierboven aan het slot van alinea 3). Weidevogels stond ten tijde van het aanhangig maken van het onderhavige kort geding (begin februari 2019) met de rug tegen de muur. SRC dreigde immers haar de toegang tot het gehuurde opnieuw te ontzeggen. Daar kwam bij dat het nodig was om vóór 1 juli 2019 over een goedgekeurde wedstrijdlocatie te beschikken. Anders dan de kantonrechter is het hof van oordeel dat Weidevogels daarom wel degelijk ook in eerste aanleg spoedeisend belang had bij (een deel van) haar vorderingen. Voor het uitlokken van een oordeel van de bodemrechter bestond niet voldoende tijd.

8. Dat spoedeisend belang bestond nog steeds ten tijde van de appeldagvaarding begin april 2019. Wat er voorts ook zij van de redenen die SRC aanvoert ter onderbouwing van haar stelling dat de eis van een doorgang binnendoor van speelhal naar kleedkamers onterecht is, vast staat dat de KNKV een dergelijke doorgang expliciet nodig acht én dat SRC op grond van artikel 1.1. van de huurovereenkomst verplicht was om ervoor te zorgen dat het gehuurde ten alle tijden zou voldoen aan de normen van het NOC*NSF en het KNKV. Dat betekent ook dat SRC niet achteraf alsnog kan tegenwerpen dat de KNKV geen onafhankelijke instantie is.

9. De conclusie luidt dat het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd en dat SRC ook in appel hoofdelijk in de proceskosten zal worden veroordeeld. Zoals gevorderd door Weidevogels zal worden bepaald dat de proceskosten worden vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling en zal de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

Beslissing

Het hof:

- bekrachtigt het bestreden vonnis van 5 maart 2019;

- veroordeelt SRC hoofdelijk in de proceskosten, in appel tot op heden aan de kant van Weidevogels begroot op € 741,- aan griffierecht en € 1.138,50 aan salaris advocaat;

- bepaalt dat de proceskosten binnen vijf dagen na dit arrest voldaan dienen te zijn, bij gebreke waarvan wettelijke rente over de kosten verschuldigd zal zijn;

- verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. E.M. Dousma-Valk, M.E. Honée en F. van der Hoek en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 maart 2020 in aanwezigheid van de griffier.