Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2020:717

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
24-03-2020
Datum publicatie
01-04-2020
Zaaknummer
2200274417
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van het medeplegen, vrijspraak voor afpersing en veroordeling voor medeplichtigheid.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan wederrechtelijke vrijheidsberoving, gepleegd door meerdere personen, door zijn huis ter beschikking te stellen aan die personen die zich bezighielden met drugsgerelateerde feiten. In zijn woning zijn drie andere personen tegen hun wil vastgehouden om bolletjes gevuld met cocaïne te slikken.

Door zijn huis daartoe te beschikking te stellen heeft de verdachte zich ook schuldig gemaakt aan medeplichtigheid van het door anderen bereiden en aanwezig hebben van cocaïne.

Door aldus te handelen heeft de verdachte de gelegenheid verschaft ernstige inbreuk te maken op de bewegingsvrijheid van de slachtoffers. Dergelijke feiten worden door slachtoffers als zeer bedreigend en beangstigend ervaren. De verdachte is een belangrijke schakel geweest in het faciliteren van de gepleegde strafbare feiten, die onmiskenbaar als doel hadden het uitvoeren van verdovende middelen. Harddrugs leiden veelal, direct en indirect, tot vele vormen van criminaliteit. Bovendien wordt de volksgezondheid door harddrugs bedreigd.

Het hof houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Met name is aandacht gevraagd voor verdachtes vaste dienstverband, en de gevolgen van het eventueel verliezen van zijn baan, een en ander zoals ter terechtzitting in hoger beroep door de raadsman naar voren is gebracht en uiteen is gezet in het op voorhand door de verdachte verzonden e-mailbericht. Evenwel benadrukt het hof de ernst van de bewezenverklaarde feiten, welke nopen tot een forse, deels voorwaardelijke, gevangenisstraf. Het hof acht het van groot belang dat de straf zodanig recidiverisico beperkend dat dit de verdachte ervan zal weerhouden nogmaals (dergelijke) strafbare feiten te plegen.

Constatering overschrijding redelijke termijn in hoger beroep. Gevangenisstaf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 11 maanden voorwaardelijk, proeftijd 2 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-002744-17

Parketnummer: 09-857151-16

Datum uitspraak: 24 maart 2020

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 12 juni 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen) op [geboortedag] 1980,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op

10 maart 2020.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 1 primair eerste en tweede cumulatief/alternatief en van het onder 3 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 subsidiair eerste en tweede alternatief/cumulatief en het onder 2 primair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Voorts is in eerste aanleg de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is in eerste aanleg vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 3 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en mitsdien mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open.

Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en voor zover thans nog inhoudelijk aan het oordeel van het hof onderworpen - ten laste gelegd dat:

1.
hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode 14 februari 2016 tot en met 18 februari 2016 te Alkmaar, en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk één of meer personen, genaamd [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, (met het oogmerk (een) ander(en), te weten die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [aangever] en/of (een) ander(en), te dwingen iets te doen of niet te doen), immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- gezegd dat die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] verantvoordelijk was/waren voor het verdwijnen/kwijtraken van 1 kilo cocaïne en/of

- die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] meegenomen/laten komen naar een woning ([adres A feit] te Alkmaar) en/of die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] daar (vast)gehouden en/of

- die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] meegenomen/laten komen naar een hotelkamer (gelegen op de [adres B feit] te Alkmaar) en/of die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] daar (vast)gehouden en/of

- die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] gezegd dat zij/hij (een) geldbedrag(en) moest(en) regelen (bij derden) en/of - (meermalen) een vuurwapen en/of een mes getoond aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of (meermalen) dat/een vuurwapen op het hoofd van die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] gezet en/of

- ( meermalen) gedreigd (de familie van) die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] te vermoorden (als zij/hij het geld niet kon(den) regelen) en/of

- die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] gedwongen bolletjes met cocaïne te slikken en/of (vervolgens) (weer) uit te scheiden

en/of

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode 14 februari 2016 tot en met 18 februari 2016 te Alkmaar, en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] heeft gedwongen tot de afgifte van (een) geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welk bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- zeggen dat die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] verantwoordelijk was/waren voor het verdwijnen/kwijtraken van 1 kilo cocaïne en/of

- die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] meenemen/laten komen naar een woning ([adres A feit] te Alkmaar) en/of die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] daar vast te houden en/of

- ( onder dwang) die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] meenemen/laten komen naar een hotelkamer (gelegen op de [adres B feit] te Alkmaar) en/of die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] daar (vast) te houden en/of

- ( meermalen) tonen van een mes en/of een vuurwapen aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of (meermalen) het zetten van dat/een vuurwapen op het hoofd van die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of

- ( meermalen) zeggen tegen die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] dat zij en/of hun familie vermoord zouden worden en/of

- die [medeverdachte 3] bij zijn huis op wachten en/of thuis opzoeken en/of

- tegen het hoofd/gezicht stompen/slaan van die [medeverdachte 3];

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 4] en/of één (of meer) ander(e) perso(o)n(en) op één of meer tij dstip(pen) in de periode 14 februari 2016 tot en met 18 februari 2016 te Alkmaar, en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk één of meer personen, genaamd [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, (met het oogmerk (een) ander(en), te weten die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [aangever] en/of (een) ander(en), te dwingen iets te doen of niet te doen), immers heeft/hebben hij/zij:

- gezegd dat die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] verantwoordelijk was/waren voor het verdwijnen/kwijtraken van 1 kilo cocaïne en/of

- die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] meegenomen/laten komen naar een woning ([adres A feit] te Alkmaar) en/of die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] daar (vast)gehouden en/of

- die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] meegenomen/laten komen naar een hotelkamer (gelegen op de [adres B feit] te Alkmaar) en/of die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] daar (vast)gehouden en/of

- die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] gezegd dat zij/hij (een) geldbedrag(en) moest(en) regelen (bij derden) en/of - (meermalen) een vuurwapen en/of een mes getoond aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of (meermalen) dat/een vuurwapen op het hoofd van die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] gezet en/of

- ( meermalen) gedreigd (de familie van) die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] te vermoorden (als zij/hij het geld niet kon(den) regelen) en/of

- die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] gedwongen bolletjes met cocaïne te slikken en/of (vervolgens) (weer) uit te scheiden;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf/misdrijven verdachte in de periode van 14 februari 2016 tot en met 18 februari 2016 te Alkmaar, althans in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door: zijn woning ([adres A feit]) ter beschikking te stellen aan (die) [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of een (of meer) ander(e) perso(o)n(en);

en/of

[medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of één (of meer) ander(e) perso(o)n(en) op één of meer tijdstip(pen) in de periode 14 februari 2016 tot en met 18 februari 2016 te Alkmaar en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechteljk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] heeft gedwongen tot de afgifte van (een) geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of zijn/hun mededader(s) en/of aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- verdwijnen/kwijtraken van 1 kilo cocaïne en/of

- die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] meenemen/laten komen naar een woning ([adres A feit] te Alkmaar) en/of die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] daar vast te houden en/of

- ( onder dwang) die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] meenemen/laten komen naar een hotelkamer (gelegen op de [adres B feit] te Alkmaar) en/of die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] daar (vast) te houden en/of

- ( meermalen) tonen van een mes en/of een vuurwapen aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of (meermalen) het zetten van dat/een vuurwapen op het hoofd van die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of

- ( meermalen) zeggen tegen die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] dat zij en/of hun familie vermoord zouden worden en/of

- die [medeverdachte 3] bij zijn huis op wachten en/of thuis opzoeken en/of

- tegen het hoofd/gezicht stompen/slaan van die [medeverdachte 3]; tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode 14 februari 2016 tot en met 18 februari 2016 te Alkmaar en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behutpzaam is geweest door zijn woning ([adres A feit]) ter beschikldng te stellen aan die [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of een (of meer) ander(e) perso(o)n(en);


2.
hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode 14 februari 2016 tot en met 22 februari 2016 te Alkmaar en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (in totaal) ongeveer één kilo, althans 206,15 gram, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


[medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of één (of meer) ander(e) perso(o)n(en) op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 februari 2016 tot en met 22 februari 2016 te Alkmaar en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft/hebben bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in totaal) ongeveer één kilo, althans 206,15 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode 14 februari 2016 tot en met 18 februari 2016 te Alkmaar opzettelijk behulpzaam is geweest door: zijn woning ([adres A feit]) daartoe ter beschikking te stellen aan die [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of een (of meer) ander(e) perso(o)n(en).

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte van het onder 1 primair eerste en tweede cumulatief/alternatief zal worden vrijgesproken en dat de verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair eerste een tweede cumulatief/alternatief en het onder 2 primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak van het onder

  • -

    1 primair eerste en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde

  • -

    1 subsidiair tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde en

  • -

    2 primair ten laste gelegde

Het hof is – met de advocaat-generaal en de raadsman – van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair eerste en tweede cumulatief/alternatief is ten laste gelegd, kort gezegd het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving en het medeplegen van afpersing.

Daarnaast is het hof van oordeel dat onvoldoende bewijs voorhanden is voor hetgeen onder 2 primair is ten laste gelegd, kort gezegd het medeplegen van de overtreding van artikel 2 onder B en/of C van de Opiumwet, zodat de verdachte van het voorgaande behoort te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 1 subsidiair tweede alternatief/cumulatief ten laste gelegde, kort gezegd de medeplichtigheid aan het (mede)plegen van de afpersing, overweegt het hof het volgende.

Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is het hof van oordeel dat, met betrekking tot de afpersing van [medeverdachte 2], [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3], de verdachte geen uitvoeringshandelingen heeft verricht.

Het hof kan bovendien niet vaststellen dat, door zijn huis daartoe ter beschikking te stellen, de verdachte het opzet heeft gehad gelegenheid te verschaffen tot of behulpzaam te zijn bij het ten laste gelegde .

De verdachte dient derhalve ook van het onder 1 subsidiair tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair eerste cumulatief/alternatief en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

[medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 4] in de periode 14 februari 2016 tot en met 18 februari 2016 te Alkmaar, tezamen en in vereniging opzettelijk [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, met het oogmerk die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3], te dwingen iets te doen of niet te doen, immers hebben zij:

- gezegd dat die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] verantwoordelijk waren voor het verdwijnen/kwijtraken van 1 kilo cocaïne en

- die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] laten komen naar een woning ([adres A feit] te Alkmaar) en/of die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] daar vastgehouden en

- die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] meegenomen naar een hotelkamer (gelegen op de [adres B feit] te Alkmaar) en/of die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] daar vastgehouden en

- die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] gezegd dat zij/hij (een) geldbedrag(en) moest(en) regelen en - meermalen een vuurwapen en/of een mes getoond aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en een vuurwapen op het hoofd van die [medeverdachte 1] gezet en

- ( meermalen) gedreigd de familie van die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] te vermoorden als zij het geld niet konden regelen en

- die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gedwongen bolletjes met cocaïne te slikken en/of (vervolgens) (weer) uit te scheiden

tot het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 14 februari 2016 tot en met 18 februari 2016 te Alkmaar opzettelijk gelegenheid heeft verschaft door: zijn woning ([adres A feit]) ter beschikking te stellen aan (die) [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5];


2.
[medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of andere personen in de periode van 14 februari 2016 tot en met 22 februari 2016 te Alkmaar tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk hebben bereid en aanwezig hebben gehad een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode 14 februari 2016 tot en met 18 februari 2016 te Alkmaar opzettelijk behulpzaam is geweest door: zijn woning ([adres A feit]) daartoe ter beschikking te stellen aan die [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] en/of andere) personen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 subsidiair eerste cumulatief/alternatief bewezen verklaarde levert op:

medeplichtigheid aan medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

medeplichtigheid aan medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B en C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan wederrechtelijke vrijheidsberoving, gepleegd door meerdere personen, door zijn huis ter beschikking te stellen aan die personen die zich bezighielden met drugsgerelateerde feiten. In zijn woning zijn drie andere personen tegen hun wil vastgehouden om – kort gezegd – bolletjes gevuld met cocaïne te slikken.

Door zijn huis daartoe te beschikking te stellen heeft de verdachte zich ook schuldig gemaakt aan medeplichtigheid van het door anderen bereiden en aanwezig hebben van cocaïne.

Door aldus te handelen heeft de verdachte de gelegenheid verschaft ernstige inbreuk te maken op de bewegingsvrijheid van de slachtoffers. Dergelijke feiten worden door slachtoffers als zeer bedreigend en beangstigend ervaren. De verdachte is een belangrijke schakel geweest in het faciliteren van de gepleegde strafbare feiten, die onmiskenbaar als doel hadden het uitvoeren van verdovende middelen. Harddrugs leiden veelal, direct en indirect, tot vele vormen van criminaliteit. Bovendien wordt de volksgezondheid door harddrugs bedreigd.

Het hof heeft in acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d.

26 februari 2020, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.

Het hof verklaart ten opzichte van het vonnis van rechtbank en de vordering van de advocaat-generaal, minder bewezen en houdt daarmee rekening bij het bepalen van de straf.

Voorts houdt het hof rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Met name is aandacht gevraagd voor verdachtes vaste dienstverband, en de gevolgen van het eventueel verliezen van zijn baan, een en ander zoals ter terechtzitting in hoger beroep door de raadsman naar voren is gebracht en uiteen is gezet in het op voorhand door de verdachte verzonden e-mailbericht.

Evenwel benadrukt het hof de ernst van de bewezenverklaarde feiten, welke nopen tot een forse, deels voorwaardelijke, gevangenisstraf. Het hof acht het van groot belang dat de straf zodanig recidiverisico beperkend dat dit de verdachte ervan zal weerhouden nogmaals (dergelijke) strafbare feiten te plegen.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een gevangenisstraf van na te melden duur, waarvan een groot deel voorwaardelijk, een passende en geboden reactie vormt.

Het hof stelt – met de raadsman – vast dat de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden, nu tussen het instellen van het hoger beroep op 21 juni 2017 en het wijzen van dit arrest op 24 maart 2020 meer dan twee jaren zijn verstreken.

Gelet op het feit dat de onderhavige strafprocedure in haar totaliteit, vanaf het moment dat de verdachte op 3 maart 2016 in verzekering werd gesteld, nagenoeg binnen vier jaren en daarmee nagenoeg binnen een redelijke termijn is afgedaan, volstaat het hof met een constatering van voornoemde overschrijding.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 48, 57 en 282 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 3 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair eerste en tweede cumulatief/alternatief, onder 1 subsidiair tweede cumulatief/alternatief en onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair eerste cumulatief/alternatief en het onder 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 subsidiair eerste cumulatief/alternatief en het onder 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 11 (elf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. I.E. de Vries,

mr. A.M.P. Gaakeer en mr. L.C. van Walree, in bijzijn van de griffier mr. L.B. Schut.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 24 maart 2020.

Mr. A.M.P. Gaakeer, mr L.C. van Walree en de griffier mr. L.B. Schut zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.