Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2020:704

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
26-03-2020
Datum publicatie
15-05-2020
Zaaknummer
2200447119
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft geen schriftuur met grieven ingediend. Bovendien is de verdachte niet ter terechtzitting verschenen en heeft zijn – wel verschenen – raadsvrouw niet gemachtigd om namens hem de verdediging te voeren. Geen ambtshalve redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-004471-19

Parketnummer: 10-113752-19

Datum uitspraak: 12 maart 2020

VERSTEK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 11 september 2019 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen) op [geboortedag] 1977,

[adres].

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 12 maart 2020 gevorderd dat de niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen verdachte

niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte heeft geen schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Hij is niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen en heeft zijn – wel verschenen – raadsvrouw niet gemachtigd om namens hem de verdediging te voeren, zodat evenmin mondeling bezwaren tegen het vonnis zijn opgegeven.

Het hof ziet ook ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Daarom zal de verdachte op de voet van het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door mr. A.E.A.M. van Waesberghe, mr. A.L. Frenkel en mr. K.C.J. Vriend, in bijzijn van de griffier mr. N. van Burgsteden.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 12 maart 2020.