Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2020:703

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
26-03-2020
Datum publicatie
15-05-2020
Zaaknummer
2200286219
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf van 20 dagen waarvan 10 dagen voorwaardelijk voor het plegen van een winkeldiefstal en het bedreigen van een winkelmedewerker met zware mishandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-002862-19

Parketnummer: 10-189457-18

Datum uitspraak: 26 maart 2020

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 14 januari 2019 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Somalië) op [geboortedag] 1984,

[adres],

ten tijde van de behandeling ter terechtzitting in hoger beroep uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zuid West - De Dordtse Poorten te Dordrecht.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op

12 maart 2020.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, waarvan 20 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met oplegging van bijzondere voorwaarden.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.
hij op of omstreeks 24 september 2018 te Rotterdam een of meerdere blikken bier en/of een stuk kaas en/of een fles port, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan een ander toebehoorde(n), te weten aan de Jumbo (gelegen aan de Spinozaweg 293), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2.
hij op of omstreeks 24 september 2018 te Rotterdam [aangeefster]heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [aangeefster] dreigend de woorden toe te voegen: ?Ik pak je, kijk uit, kijk uit? en/of (vervolgens) met een (volle) fles wijn een zwaaiende beweging in de richting van die [aangeefster] te maken;

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, behoudens voor wat betreft de opgelegde straf, en dat de verdachte in de plaats daarvan zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 10 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.
hij op 24 september 2018 te Rotterdam blikken bier die aan een ander toebehoorden, te weten aan de Jumbo (gelegen aan de Spinozaweg 293), heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2.
hij op 24 september 2018 te Rotterdam [aangeefster] heeft bedreigd met zware mishandeling, door die [aangeefster] dreigend de woorden toe te voegen: Ik pak je, kijk uit, kijk uit ’ en met een volle fles wijn een zwaaiende beweging in de richting van die [aangeefster] te maken.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met zware mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van winkeldiefstal. Door aldus te handelen heeft de verdachte er blijk van gegeven het eigendomsrecht van anderen niet te respecteren. Winkeldiefstal veroorzaakt bovendien schade en hinder voor het gedupeerde winkelbedrijf en overlast bij het winkelend publiek.

Daarnaast heeft de verdachte zich op de bewezen verklaarde wijze schuldig gemaakt aan bedreiging van [aangeefster]. Het gebeurde is voor het slachtoffer beangstigend geweest, zoals ook blijkt uit haar aangifte bij de politie. Een feit als het onderhavige versterkt bovendien de in de samenleving levende gevoelens van angst en onveiligheid.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d.

25 februari 2020. Daaruit blijkt dat de verdachte meermaals (onherroepelijk) is veroordeeld voor in 2019, dus nà het onderhavige feit, gepleegde winkeldiefstallen. In de daaraan voorafgaande jaren is van relevante justitiële documentatie geen sprake.

Voorts heeft het hof bij de beraadslaging acht geslagen op hetgeen ter terechtzitting in hoger beroep namens de verdachte naar voren is gebracht ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Het hof heeft in het bijzonder in aanmerking genomen dat de verdachte op dit moment niet over huisvesting beschikt en mede daardoor telkens vervalt in overmatig alcoholgebruik. De raadsman heeft ten aanzien van de op te leggen straf daarom verzocht om in plaats van een taakstraf, een gevangenisstraf op te leggen.

Het hof heeft in dat verband tevens acht geslagen op een in het dossier gevoegd reclasseringsrapport van 16 oktober 2019 dat – hoewel opgesteld in het kader van een andere strafzaak dan de onderhavige – inzicht geeft in de leefomstandigheden van de verdachte. Hieruit blijkt onder meer dat de verdachte inderdaad niet beschikt over huisvesting en inkomen en vervallen is in intensief alcoholgebruik.

Het hof is – met name gelet op de hiervoor vermelde omstandigheden en in navolging van de advocaat-generaal en de raadsman - van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur en daaraan verbonden na te melden bijzondere voorwaarden een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63, 285 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 10 (tien) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde:

  • -

    verplicht is zich gedurende de volledige proeftijd te melden bij Antes, afdeling reclassering, zolang en zo frequent als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht, waarbij de veroordeelde zal meewerken aan het toezicht en de begeleiding door die reclasseringsinstelling, inclusief het meewerken aan huisbezoeken;

  • -

    gedurende de volledige proeftijd zal deelnemen aan een gedragsinterventie, bestaande uit een leefstijltraining of andere gedragsinterventie die gericht is op verslaving en middelengebruik, zulks ter beoordeling van de reclasseringsinstelling, waarbij veroordeelde zich dient te houden aan de afspraken en aanwijzingen zoals die gedurende deze gedragsinterventie door of namens de trainer/begeleider aan de veroordeelde zullen worden gegeven, gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclasseringsinstelling verantwoord vindt.

Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Dit arrest is gewezen door mr. A.E.A.M. van Waesberghe, mr. A.L. Frenkel en mr. K.C.J. Vriend, in bijzijn van de griffier mr. N. van Burgsteden.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 26 maart 2020.