Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2020:664

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
26-03-2020
Datum publicatie
27-05-2020
Zaaknummer
2200338119
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Art. 310 Sr en art. 3 Opiumwet. Voorhanden hebben en telen van hennep en diefstal van elektriciteit. Bevestiging van het vonnis waarvan beroep (taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, alsmede een gevangenisstraf voor de duur van één maand, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-003381-19

Parketnummer(s): 09-110775-19

Datum uitspraak: 26 maart 2020

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 25 juni 2019 in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam verdachte]

geboren te [plaats] op [datum],

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op
12 maart 2020.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, alsmede tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met beslissing omtrent de vordering van de benadeelde partij, zoals in het vonnis nader omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 7 mei 2019 te 's-Gravenhage opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid hennep(planten), in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.
hij op of omstreeks 8 mei 2019 te 's-Gravenhage opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 341 hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 7 mei 2019 te 's-Gravenhage een hoeveelheid electrische stroom, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan Stedin Netwerk Beheer BV, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Het vonnis waarvan beroep

De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter.

Het vonnis waarvan beroep dient derhalve te worden bevestigd.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep.

Dit arrest is gewezen door mr. G. Knobbout,

mr. F.P. Geelhoed en mr. J. Leliveld,

in bijzijn van de griffier mr. E. Mulder.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting

van het hof van 26 maart 2020.

Mr. F.P. Geelhoed en mr. J. Leliveld zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.