Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2020:662

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
26-03-2020
Datum publicatie
27-05-2020
Zaaknummer
2200447819
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Art. 300 Sr. Mishandeling van (toenmalige) echtgenote (krachtig beetpakken en door elkaar schudden). Taakstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

PROMIS

Rolnummer: 22-004478-19

Parketnummer(s): 09-005505-19

Datum uitspraak: 26 maart 2020

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 9 september 2019 in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam verdachte]

geboren te [plaats] op [datum],

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op

12 maart 2020.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, waarvan 60 uren, subsidiair 30 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek voorarrest, met de algemene en bijzondere voorwaarden zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.
hij op of omstreeks 6 januari 2019 te Voorburg, in elk geval in Nederland zijn echtgenote, [naam], heeft mishandeld door haar (met kracht) bij de nek/keel te pakken en/of meerdere malen althans eenmaal op/tegen het hoofd te stompen/slaan en/of (met kracht) aan de haren te trekken en/of haar (met kracht) beet te pakken en/of door elkaar te schudden;

2.
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018 te Voorburg, in elk geval in Nederland zijn echtgenote [naam] (en/of hun kinderen) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door haar (in de Engelse taal) via whatsapp althans middels een bericht het volgende toe te zenden: "No, I will not stop it. I cannot stand the nightmares anymore. My dreams consist of stabbing all of you or shooting all of you behind those fucking blinds" en/of "at the very next opportunity I want you to leave or I will execute my nightmares" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het onder 2 tenlastegelegde niet-ontvankelijk in het hoger beroep zal worden verklaard en dat het vonnis waarvan beroep voor wat betreft het onder 1 ten laste gelegde zal worden bevestigd.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is in eerste aanleg vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 2 is ten laste gelegd . Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en mitsdien mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de

verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak ter zake van het onder 2 ten laste gelegde.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep -voor zover het betreft het onder 1 ten laste gelegde- kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.
hij op of omstreeks 6 januari 2019 te Voorburg, in elk geval in Nederland zijn echtgenote, [naam], heeft mishandeld door haar (met kracht) bij de nek/keel te pakken en/of meerdere malen althans eenmaal op/tegen het hoofd te stompen/slaan en/of (met kracht) aan de haren te trekken en/of haar (met kracht) beet te pakken en/of door elkaar te schudden;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijf-fouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het onder 1 bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zijn echtgenote mishandeld door haar krachtig beet te pakken en door elkaar te schudden. Voor een dergelijk feit is het hof - alles afwegende - van oordeel dat een deels voorwaardelijke taakstraf, zoals na te melden, een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is gewezen door mr. G. Knobbout,

mr. F.P. Geelhoed en mr. J. Leliveld,

in bijzijn van de griffier mr. E. Mulder.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting

van het hof van 26 maart 2020.

Mr. F.P. Geelhoed en mr. J. Leliveld zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.