Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2020:359

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
03-03-2020
Datum publicatie
05-03-2020
Zaaknummer
200.262.968
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2019:5968, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

vrijheid van meningsuiting en recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; art. 7 en 10 Grondwet, art. 8 en 10 EVRM; uitlatingen over de wederpartij aan de pers zijn niet onrechtmatig; geen rectificatiegebod; geen verbod.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2020-0172
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.262.968/01

Zaak- en rolnummer rechtbank : C/09/572704 / KG ZA 19-405

Arrest van 3 maart 2020

in het kort geding:

[appellant] , h.o.d.n. Taj Events ,

wonende te [woonplaats 1] ,

appellant,

hierna te noemen: [appellant] ,

advocaat: mr. ing. A. Ramsaroep te Wassenaar,

tegen

[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats 1] ,

[geïntimeerde 2] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

[geïntimeerde 3] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

[geïntimeerde 4] ,

wonende te [woonplaats 3] ,

geïntimeerden,
hierna gezamenlijk te noemen: de ex-finalisten,

advocaat: mr. S.K. Gopal te Den Haag.

Het procesverloop in hoger beroep

[appellant] is tijdig in hoger beroep gekomen van het vonnis in kort geding, gewezen tussen [appellant] enerzijds en de ex-finalisten en [A ] anderzijds op 12 juni 2019. [appellant] heeft een memorie van grieven, met producties, ingediend. De ex-finalisten hebben een memorie van antwoord, met producties, ingediend. Op 14 februari 2020 hebben partijen hun zaak bepleit en ter gelegenheid daarvan nadere producties overgelegd. Aansluitend is arrest bepaald.

De beoordeling van het hoger beroep

De achtergrond van dit kort geding

1.1

Het hof verwijst voor de feiten naar het vonnis van de voorzieningenrechter

van 12 juni 2019 (ECLI:NL:RBDHA:2019:5968, hierna: het bestreden vonnis). Het hof neemt deze feiten over, met dien verstande dat het hof hier opmerkt dat het geweldsincident op 14 april 2019 niet tijdens, maar vlak na de training plaatsvond. Het hof ziet voor dit kort geding ook geen aanleiding uitgebreider feiten vast te stellen.

Kort gezegd gaat het in deze zaak om het volgende:

1.2

[appellant] organiseert elk jaar, via zijn eenmanszaak Taj Events , de Miss India Holland verkiezing (hierna: de verkiezing).

1.3

De ex-finalisten waren samen met [A ] (hierna: [A ] ) en zeven anderen in de 2019 editie van de verkiezing geselecteerd voor de finale op 20 april 2019. Voor deze finale trainden zij 17 weken lang op zondag in Theater Vaillant. Die trainingen duurden tot 17:00 uur. Na de laatste zondagse training, op 14 april 2019 rond 17:30 uur, werd [appellant] in het Theater door vijf binnengekomen mannen aangevallen en mishandeld (hierna: het geweldsincident). De ex-finalisten waren daar getuige van.

1.4

De finale zou gepresenteerd worden door [B] (oud Miss India Holland; hierna: [B] ) en [C] (hierna: [C] ). Zij en ook [D] (2nd runner up Miss India Holland 2017; hierna: [D] ) hielpen [appellant] met de organisatie en de trainingen. Na een gesprek met [appellant] op dinsdag 16 april 2019 hebben [B] en [C] besloten om de verkiezing niet meer te presenteren.

1.5

Op donderdagavond 18 april 2019 hadden de (ex-)finalisten, [D] , [B] en [C] een bespreking. [appellant] was hier niet bij. Wel was [E] aanwezig (de first runner up van de verkiezing 2018 en door [appellant] in november 2018 ingeschreven voor de Miss Europe Continental contest; hierna: [E] ). De ex-finalisten hoorden op die bijeenkomst van [B] en [C] , dat [appellant] in het gesprek met hen op 16 april 2019 had erkend dat hij tegen betaling seksueel contact heeft gehad met (oud-)deelnemers, dat er een ongepaste fotoshoot met [E] was geweest en dat [B] en [C] daarom de finale van 2019 niet meer wilden presenteren. [E] vertelde dat [appellant] haar in de zomer van 2018 had aangerand, dat hij haar in de verkiezing van 2018 had voorgetrokken en dat zij de dag van de bespreking (18 april 2019) in elkaar was geslagen.

1.6

De volgende dag (19 april, op de vooravond van de finale) hebben de ex-finalisten en [A ] zich teruggetrokken uit de verkiezing. Zij zijn niet verschenen voor de generale repetitie. De advocaat van [appellant] heeft hen diezelfde avond schriftelijk gesommeerd deel te (blijven) nemen aan de verkiezing. Hij schreef hen dat sprake was van smaad en een laster campagne door personen die sinds 16 april 2019 geen rol meer bij de organisatie hebben, en dat hun veiligheid gegarandeerd is.

1.7

De ex-finalisten zijn bij hun besluit gebleven. Zij hebben hun besluit direct gecommuniceerd met de pers.

1.8

De ex-finalisten hebben inmiddels een Facebookpagina “ Miss Awareness ” opgericht. In het kader daarvan hebben zij over (onder meer) deze procedure en hun ervaringen met de verkiezing gecommuniceerd.

1.9

De ex-finalisten hebben bij de rechtbank een verzoek gedaan tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor om te onderzoeken of zij met bewijs in een bodemprocedure kunnen aantonen dat de gronden voor hun besluit om niet meer aan de verkiezing deel te nemen, op waarheid berusten. Dit verzoek is toegewezen (zaak-, rekestnummer: C/09/573905 / HA RK 19-339). De verhoren zullen plaatsvinden op 13 maart 2020.

De vordering, het vonnis en het hoger beroep

2. [appellant] is dit kort geding begonnen, omdat hij wil – kort gezegd – dat de ex-finalisten worden veroordeeld tot het plaatsen op hun Facebook-pagina, in het Algemeen Dagblad en bij verschillende online nieuwsfora van een rectificatie, inhoudende (samengevat) dat zij verklaren dat alle door hen gedane uitlatingen over seksueel misbruik of andere vormen van ontoelaatbaar gedrag door [appellant] en over het oneerlijke verloop van de verkiezing onjuist zijn. Daarnaast vordert [appellant] dat het hem wordt toegestaan het rectificatiebericht ook zelf te publiceren. Verder vordert hij een verbod voor ex-finalisten om zich negatief uit te laten over hem, Taj Events en het Miss India Holland event.

Hij heeft aan zijn vordering wanprestatie en onrechtmatige daad ten grondslag gelegd.

3. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van [appellant] afgewezen.

4. [appellant] is tegen het vonnis in hoger beroep gekomen voor zover het de vier ex-finalisten betreft. Ten opzichte van [A ] heeft [appellant] in het vonnis berust.

[appellant] heeft met zijn grieven zijn geschil met de vier ex-finalisten in volle omvang aan het hof voorgelegd.

5. De ex-finalisten zijn het eens met het bestreden vonnis. Zij hebben de grieven van [appellant] bestreden.

Wat het hof in dit kort geding oordeelt

6.1

Het gaat in deze zaak om een botsing tussen twee fundamentele rechten, het recht op vrijheid van meningsuiting van de ex-finalisten (beschermd door artikel 7 van onze Grondwet en artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM)) en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van [appellant] (beschermd door artikel 10 van de Grondwet en artikel 8 EVRM).

Een beperking van deze rechten is toegestaan als deze bij wet is voorzien en noodzakelijk is in het belang van onder meer de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen respectievelijk de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen (de zogenaamde ‘noodzakelijkheidstoets’).

Het antwoord op de vraag welke van deze (in beginsel gelijkwaardige) rechten in het concrete geval zwaarder weegt, moet worden gevonden door een afweging van alle omstandigheden van het geval. Het oordeel dat één van beide rechten zwaarder weegt dan het andere recht, brengt mee dat dat de inbreuk op het andere recht voldoet aan de zojuist genoemde noodzakelijkheidstoets.
Deze omstandigheden wegen niet allemaal even zwaar. Welke omstandigheden van toepassing zijn en welk gewicht daaraan moet worden gehecht, hangt af van het concrete geval. Uiteindelijk is het aan de bodemrechter om te beoordelen of de gewraakte uitingen onrechtmatig zijn.

6.2

Het hof overweegt dat [appellant] er belang bij heeft dat hem niet publiekelijk een verwijt van seksueel ongepast gedrag of oneerlijkheid van de verkiezing wordt gemaakt. Een dergelijk verwijt kan Taj Events , [appellant] en ook zijn familie schade berokkenen en ernstige gevolgen hebben.

6.3

In dit kort geding kan het hof geen uitspraak doen over de gegrondheid van de aan [appellant] gemaakte verwijten van (seksueel) ongepast gedrag en oneerlijke verkiezingen, vanwege het beperkte bestek van deze kortgedingprocedure. Het hof zal dus niet beoordelen of de verwijten terecht of onterecht zijn.

Het hof zal toetsen of het voorshands verdedigbaar is dat en wat de finalisten in de media over [appellant] , Taj Events en de verkiezing hebben gecommuniceerd.

6.4

Het hof overweegt dat de ex-finalisten het besluit hadden genomen om niet langer deel te nemen aan de verkiezing. Zij wilden hun beweegredenen daarvoor publiekelijk uiten, omdat, in hun visie, eerdere missen ten onrechte monddood waren gemaakt door de angst voor gevecht, angst voor hoge boetes en door de geheimhoudingscontracten; zij wilden nieuwe slachtoffers voorkomen door zich erover uit te spreken.
De vermeende misstanden – onveiligheid, ongepast gedrag van de organisator, oneerlijke verkiezingen – zijn (indien juist) op zichzelf beschouwd voldoende ernstig om bekend te mogen maken, mede omdat er jaarlijks nieuwe verkiezingen zijn. Dit geldt ook als er een contractuele verplichting zou zijn om erover te zwijgen.

6.5

Het hof overweegt over de in dit geding overgelegde, schriftelijke perspublicaties in het bijzonder het volgende:

- De publicatie in DAGonli Nieuws op facebook op 19 april 2019 – welk bericht de volgende dag is overgenomen door de nieuwspagina op de facebook van Actionnieuws Suriname – opent met het bericht dat de ex-finalisten uit de verkiezing zijn gestapt omdat zij zich zorgen maken over hun veiligheid. Het bericht benoemt hun wens dat de verkiezing op een eerlijke manier wordt georganiseerd. Beschuldigingen door de ex-finalisten van enige vorm van seksueel misbruik aan het adres van [appellant] of Taj Events staan er niet in.
Het artikel beschrijft verder slechts mededelingen van [E] - dus niet van de ex‑finalisten die in deze procedure partij zijn - die aangeeft dat ze haar titels niet eerlijk heeft verdiend omdat zij ongewild over informatie beschikte waar zij voordeel uit kon halen en (alleen) zij spreekt over ongewenste intimiteiten.

- Het Dagblad Suriname rept op 20 april 2019 over geruchten van seksueel misbruik door de organisator. Daarbij heeft deze krant wel de naam van de organisator ( [appellant] ) opgenomen. In dat bericht staat duidelijk dat de ex-finalisten op basis van wat zij hoorden tot de conclusie kwamen dat hij niet met seksueel misbruik mag wegkomen. Het bericht geeft de beweegreden van de ex-finalisten weer om zich uit de verkiezing terug te trekken; zij willen niet doen of alles goed is en zij willen niet aan de verkiezing bijdragen als het oneerlijk gaat. Over concrete ervaringen van de ex-finalisten zelf met seksueel misbruik, ongepast gedrag of oneerlijke verkiezingen wordt niets vermeld.

- Het Algemeen Dagblad, een landelijk dagblad, heeft op 23 april 2019 een bericht gepubliceerd dat twee dagen eerder ook op de AD-Facebookpagina en de AD-website was gezet. Het bericht opent met de mededeling dat vijf finalisten van de Miss Holland India verkiezing niet kwamen opdagen omdat ze zich niet veilig voelen bij de organisatie, met als aanleiding de mishandeling van de directeur (het geweldsincident dat tussen partijen niet ter discussie staat). De publicaties noemen [appellant] niet bij naam. Er zijn geen foto’s van [appellant] of de verkiezing geplaatst (enkel foto’s van de ex-finalisten zelf). Waar het bericht gaat over ongepast gedrag staat er uitdrukkelijk bij dat het gaat om geruchten die voor het besluit van de ex-finalisten meespeelden. Het bericht benoemt in dat kader slechts het ‘mogelijk op ongepaste wijze’ omgaan met sommige kandidaten; concrete handelingen zijn niet beschreven, over misdrijven of ander strafbaar gedrag is niets vermeld.

In dezelfde publicatie is bovendien, tegenover het verhaal van de ex-finalisten, de visie van de directeur weergegeven waardoor direct kenbaar is dat het volgens hem gaat om een lastercampagne van een oud-kandidaat waarin de verhalen over het ongepaste gedrag gebaseerd zijn op fabels en dat de vrouwen hun gevoel van onveiligheid pas daags voor de finale, volkomen onverwachts, bekend maakten.

- Op 26 mei 2019 heeft Omroep West een artikel gepubliceerd over de onderhavige rechtszaak. Dit geeft de standpunten van zowel de ex-finalisten als (de advocaat van) [appellant] weer. Ook dit artikel neemt het opstappen uit de verkiezing tot uitgangspunt met de beweegredenen van de ex-finalisten. Het noemt niet de naam van [appellant] . Het artikel maakt duidelijk dat er een rechtszaak is en dat er mogelijk sprake is van leugens waarmee de reputatie van [appellant] en de verkiezingen onterecht worden beschadigd.

- Op 12 juni 2019 vermeldt Omroep West de uitslag van deze rechtszaak bij de voorzieningenrechter. Daarbij is aangegeven waarom de vrouwen opstapten, dat zij van de rechter vrij hun mening mochten uiten en dat de rechter niet oordeelde over de juistheid van de beschuldigingen. Ook is (de advocaat van) [appellant] geciteerd.

- Op 8 november 2019 komt Omroep West opnieuw met een persbericht. Dit gaat over het initiatief van de ex-finalisten voor het project Miss Awareness . In dit artikel worden ‘wurgcontracten’ bij de verkiezing genoemd, maar voorzover er iets staat over mishandeling, seksueel misbruik van kandidates en een oneerlijk verloop van de verkiezing, gaat het slechts om een korte opmerking en “geruchten”.

- Het overgelegde artikel van RTL nieuws op 22 november 2019 gaat hoofdzakelijk over de facebookpagina van de ex-finalisten (zie hieronder bij 6.7). In het begin van dit bericht is benoemd dat de ex-finalisten “geruchten hoorden” over seks tussen kandidates en de organisator. Dat de ex-finalisten zelf tijdens de verkiezing slachtoffer van misbruik waren, staat er niet; er staat uitdrukkelijk in het artikel dat de organisator een rechtszaak is begonnen wegens smaad en laster.

- Het artikel in Trouw, een landelijk dagblad, op 22 november 2019 maakt expliciet kenbaar dat de ex-finalisten “geruchten hoorden” over seks tussen kandidates en de organisator en over oneerlijk verloop van de verkiezing. Daarbij zijn geen namen genoemd. Er wordt weliswaar ook opgemerkt dat ze “een berichtje zien” over druk om een kandidate in de prijzen te laten vallen en dat ze een “gevoel” hadden omdat ze in korte jurkjes op het podium liepen terwijl de organisator beneden ging zitten, maar dit blijft bij die enkele opmerking. Concreet misbruik of oneerlijk verloop is niet beschreven.

- De publicatie van Omroep West op 24 november 2019 bericht opnieuw waarom de ex-finalisten uit de verkiezing zijn gestapt. Daarbij is het geweldsincident benoemd en dat er geruchten waren over mishandeling, seksueel misbruik en een oneerlijk verloop van de verkiezing. Verder is het bericht gericht op de inhoud van de Miss Awareness facebookpagina.

6.6

Al deze schriftelijke publicaties gaan over de beweegredenen van de vijf finalisten voor hun terugtrekken uit de finale, hun strijd via Miss Awareness en (mogelijke) rechtszaken. De insteek is niet om [appellant] zelf te beschadigen, althans dat blijkt niet uit de publicaties, noch uit hetgeen in dit geding is aangevoerd. Uit nagenoeg alle berichten blijkt expliciet dat het om geruchten gaat en daarmee dat de ex-finalisten de verwijten jegens [appellant] , Taj Events en de verkiezing van horen zeggen hebben. De ex-finalisten hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij dit ook telkens zo communiceerden naar de pers. De berichten zijn voldoende terughoudend en zakelijk en in het licht van de vermeende misstand, niet onnodig grievend. Concrete handelingen zijn niet beschreven. Over misdrijven of ander strafbaar gedrag is niets bericht. Bovendien heeft ook [appellant] de pers opgezocht en zijn versie kunnen geven en gegeven.

6.7

Op de ‘ Miss Awareness ’ facebookpagina en in andere media doen de ex-finalisten op dit moment geen nieuwe uitlatingen meer over [appellant] , Taj Events en de Miss Holland India verkiezing. Dit hebben zij ter zitting bevestigd. Op de Miss Awareness facebookpagina trekken zij voornamelijk ten strijde tegen seksuele intimidatie en tegen wat zij noemen ‘wurgcontracten’. De nog te lezen, door henzelf opgeschreven, uitlatingen (met name op het ‘prikbord’ van de facebookpagina) zijn beperkt, in zakelijke bewoordingen en zonder de namen [appellant] en Taj Events te noemen. De ex-finalisten schrijven op facebook niet dat zij zelf seksueel zijn misbruikt tijdens de verkiezing of dat oneerlijk verloop van de verkiezing is vastgesteld. Hun doel met de facebookpagina is om vrouwen te waarschuwen en weerbaar te maken, slachtoffers van ongewenste intimiteiten te steunen en taboes rondom seksueel ongepast gedrag in de Hindoestaanse gemeenschap te doorbreken. Zij bespreken deze onderwerpen in het algemeen. Naar het voorshands oordeel van het hof is dit niet onrechtmatig en geen wanprestatie.

6.8

Op 15 november 2019 heeft het Algemeen Dagblad over Miss Awareness een filmpje gepubliceerd onder de kop “Deze modellen strijden tegen seksueel ongepast gedrag”. Ter zitting heeft [appellant] erop gewezen dat onder het beeld is opgemerkt dat de ex-finalisten andere meisjes willen helpen “die ook last hebben van seksueel ongepast gedrag” en dat met het woord ‘ook’ is gesuggereerd dat de ex-finalisten daarvan last hebben (gehad).
Het hof kan echter niet vaststellen dat de ex-finalisten aanleiding hebben gegeven dit woord ‘ook’ in het AD te (laten) plaatsen. Ter zitting hebben zij gezegd dat de journalist dit moet hebben gedaan terwijl zij zelf steeds vertellen dat zij er alleen maar geruchten over hoorden, zonder het zelf bij de verkiezing te hebben meegemaakt.

6.9

Het hof overweegt verder dat de ex-finalisten in redelijkheid van mening konden zijn dat sprake was van een misstand. Immers, zij hadden over oneerlijke verkiezingen en ongepast gedrag gehoord in het gesprek op 18 april 2019 met vrouwen die (tot zeer kort daarvoor) bij de organisatie van 2019 betrokken waren en eerder aan verkiezingen hadden meegedaan, zij waren getuige geweest van het geweldsincident op 14 april 2019, zij hadden horen zeggen dat [E] daarna in elkaar geslagen was en zij herinnerden zich dat ze korte rokjes op het podium droegen terwijl [appellant] vanaf een verlaging keek, dat hij hun aanraakte op schouders of onderrug tijdens catwalk lessen en dat hij ‘handjes vasthield’ en zij voelden zich daar achteraf niet meer gemakkelijk bij.
Op dit moment kan – op basis van de in deze procedure overgelegde schriftelijke verklaringen van [E] , [B] , [C] en anderen – niet worden volgehouden dat de uitlatingen over geruchten en misstanden geen enkele steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal.

6.10

Het hof oordeelt dat het aannemelijk is dat de (vermeende) misstand door de ex-finalisten als dermate ernstig werd ervaren, dat zij om die reden meenden er goed aan te doen uit de verkiezingen te stappen en de pers op te zoeken. Zij mochten menen dat zij hun beweegredenen, gelet op het algemeen belang bij de bekendheid daarmee, publiekelijk aan de orde moesten stellen. Zij hebben de politie, het juridisch loket en een docent rechten geraadpleegd voordat zij uit de finale stapten en daarover mededelingen deden.

6.11

Dat de ex-finalisten [appellant] niet eerst om een reactie hebben gevraagd, weegt voor het hof niet zwaar genoeg. Immers, het hof acht aannemelijk dat zij zich daarvoor na 18 april 2019 niet meer veilig genoeg voelden bij [appellant] zelf, onder andere omdat hij geen informatie over zijn mishandeling gaf, en zij wel (op 18 april 2019) hebben gesproken met anderen die eerder bij de organisatie betrokken waren ( [B] , [C] en [D] ), dus niet alleen met deelnemers of derden.
Dat de ex-finalisten niet gebeld hebben met de vertrouwenspersoon wiens telefoonnummer zij bij aanmelding voor de verkiezing hadden gekregen, kan hen niet worden aangerekend, onder meer niet omdat zij deze vertrouwenspersoon niet kenden en zij diegenen van de organisatie met wie zij wel vertrouwd waren, wel gesproken hadden.

6.11

Een en ander betekent dat de hiervoor geschetste belangenafweging voorshands in het voordeel van de ex-finalisten uitvalt en zij zich naar het voorlopig oordeel van het hof niet schuldig hebben gemaakt of nog maken aan onrechtmatige publiekelijke uitlatingen.

concluderend oordeel van het hof

7.1

Met het voorgaande ontvalt de grondslag aan de vorderingen van [appellant] . De grieven falen en het hof zal het bestreden vonnis bekrachtigen.

7.2

Omdat [appellant] in het ongelijk is gesteld, zal het hof hem veroordelen in de kosten van dit hoger beroep.

Beslissing

Het hof:

- bekrachtigt het bestreden kortgeding vonnis;

- veroordeelt [appellant] in de proceskosten van dit hoger beroep, aan de zijde van de ex-finalisten begroot op € 324,-- aan griffierecht en € 3.222,-- voor salaris van de advocaat;

- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. G. Dulek-Schermers, H.J.M. Burg en A.A. Muilwijk-Schaaij en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 maart 2020 in aanwezigheid de griffier.