Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2020:2832

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
22-12-2020
Datum publicatie
25-05-2021
Zaaknummer
200.253.522
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2018:8562, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

opzegging duurovereenkomst

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.253.522/01

Zaaknummer rechtbank : C/10/544975/HA ZA 18-168

arrest van 22 december 2020

inzake

Verbo Transport B.V.,

gevestigd te Nieuw-Vennep,

appellante,

hierna te noemen: Verbo Transport,

advocaat: mr. D.W. Giltay Veth te Haarlem,

tegen

Kuehne + Nagel N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

geïntimeerde,

hierna: Kuehne + Nagel,

advocaat: mr. F.J.H. Krumpelman te Rotterdam.

1 Het geding

1.1

Bij exploot van 21 december 2018 is Verbo Transport in hoger beroep gekomen van het door de rechtbank te Rotterdam tussen partijen gewezen vonnis van 17 oktober 2018.

1.2

Bij memorie van grieven tevens houdende wijziging (aanvulling) van eis, met producties, heeft Verbo Transport 11 grieven aangevoerd en gevorderd dat het hof bij arrest, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het bestreden vonnis zal vernietigen en de vorderingen van Verbo Transport jegens Kuehne + Nagel alsnog zal toewijzen, met veroordeling van Kuehne + Nagel tot terugbetaling van hetgeen Verbo Transport ingevolge het bestreden vonnis heeft voldaan en met veroordeling van Kuehne + Nagel in de kosten van beide instanties, inclusief de nakosten.

1.3

Kuehne + Nagel heeft bij memorie van antwoord de grieven bestreden en geconcludeerd tot afwijzing van het principaal hoger beroep, met veroordeling van Verbo Transport in de kosten van het hoger beroep.

1.3

Ter zitting van 4 december 2020 hebben partijen hun zaak door hun advocaten aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities doen bepleiten.

2 De feiten

2.1

Het hof gaat op grond van hetgeen enerzijds is gesteld en anderzijds niet is betwist, de niet betwiste producties en hetgeen ter gelegenheid van de mondelinge behandeling in hoger beroep nog is komen vast te staan, in hoger beroep uit van het volgende.

2.2

Verbo Transport, dat is opgericht op 23 januari 2015, drijft een onderneming die zich bezig houdt met goederenvervoer over de weg en andere soorten logistieke dienstverlening. Verbo Transport is opgericht door [oprichter Verbo] (hierna: [oprichter Verbo]).

2.3

Verbo Transport heeft op 1 februari 2015 bepaalde activa overgenomen van de vennootschap onder firma Verbo Transport v.o.f., waarvan [voormalige vennoot] (hierna: [voormalige vennoot]) toen nog vennoot was. [voormalige vennoot] is per die datum parttime in dienst getreden bij Verbo Transport.

2.4

Op 30 juni 2015 is Verbo Transport v.o.f. in staat van faillissement verklaard.

2.5

Kuehne + Nagel drijft een onderneming die zich bezig houdt met expeditie. Vanaf

1 februari 2015 heeft Verbo Transport in opdracht van Kuehne + Nagel dagelijks transporten van Schiphol naar diverse locaties verzorgd. Voordien schakelde Kuehne + Nagel (en haar rechtsvoorganger [onderneming] BV) daarvoor, in ieder geval vanaf 2011, Verbo Transport v.o.f. in.

2.6

Kuehne + Nagel heeft op 14 oktober 2015 in een gesprek met Verbo Transport meegedeeld dat zij vanaf 1 januari 2016 geen vervoersopdrachten meer aan Verbo Transport zou verstrekken. Vervolgens zijn partijen in nader overleg getreden, waarna Kuehne + Nagel het voorstel heeft gedaan tot een geleidelijke afbouw van de diensten van Verbo Transport over een periode tot en met december 2016 (hierna: de afbouwregeling). De afbouwregeling is per e-mail van 16 december 2015 door Kuehne + Nagel aan Verbo Transport toegestuurd.

De afbouwregeling (prod. 10 bij prod. 1a bij inleidende dagvaarding) hield in dat van december 2015 tot en met februari 2016 met 5 vrachtwagens (per dag) door de week en 2 vrachtwagens in het weekend door Verbo voor Kuehne + Nagel werd gereden, van maart tot en met mei 2016 met 4 vrachtwagens door de week en 2 in het weekend, in mei en juni met 3 vrachtwagens door de week en 2 in het weekend, juli en augustus 2016 met 2 vrachtwagens door de week en 1 in het weekend en vanaf september tot en met november met 1 vrachtwagen door de week en geen vrachtwagens meer in het weekend.

2.7

In een e-mail van 31 december 2015 (prod 10a bij prod. 1a bij inleidende dagvaarding) van [medewerker K+N] (Kuehne + Nagel) aan [oprichter Verbo] (Verbo Transport) staat onder meer:

“(…) Op jouw verzoek starten wij per 1-1-2016 met 5 wagens door de week en 2 in het weekend, en bouwen wij dit geheel af in 2016. Gemiddeld wordt er dus 1 wagen per kwartaal minder afgenomen. Dat lijkt ons netjes en zeker geen ambitieus voorstel. (…) Kortom wat ons betreft een prima voorstel, welke jou ruimschoots de gelegenheid biedt om jouw wagens in te zetten bij andere opdrachtgevers. (…)”.

2.8

Verbo Transport heeft bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam een kort geding tegen Kuehne + Nagel aanhangig gemaakt waarin zij kort samengevat nakoming van de (volgens Verbo Transport tussen partijen bestaande) duurovereenkomst vorderde. Bij vonnis van 12 april 2016 heeft de voorzieningenrechter de vordering van Verbo Transport afgewezen.

2.9

Kuehne + Nagel heeft Verbo Transport vanaf 15 april 2016 niet meer op ritten ingedeeld. Achtergrond hiervan was een in april gerezen conflict tussen [oprichter Verbo] (Verbo) en een nieuwe manager van Kuehne + Nagel ([manager K+N]) over de wijze van kennismaking (wel of niet in het bijzijn van de advocaat van Verbo Transport).

2.10

In een daarop door Verbo Transport ingesteld tweede kort geding, heeft zij nakoming van de overeenkomst tot en met 31 december 2016 gevorderd. Bij vonnis van 14 juni 2016 heeft de voorzieningenrechter de vorderingen gedeeltelijk toegewezen, aldus dat Kuehne + Nagel tot nakoming van de afbouwregeling is veroordeeld.

Kuehne + Nagel heeft toen alsnog transporten aangeboden, waarvan Verbo Transport vervolgens nog beperkt gebruik heeft gemaakt.

3 De beoordeling van het hoger beroep

3.1

Bij inleidende dagvaarding van 8 februari 2018 heeft Verbo de onderhavige procedure aanhangig gemaakt bij de rechtbank Rotterdam en daarbij gevorderd:

Onder A.

primair:

een verklaring voor recht dat de opzegging door Kuehne + Nagel van de met Verbo Transport bestaande duurovereenkomst niet rechtsgeldig is geweest en zij hierdoor is tekortgeschoten in de nakoming van deze overeenkomst, alsmede de veroordeling van Kuehne + Nagel tot vergoeding van de als gevolg van deze tekortkoming door Verbo Transport geleden schade ten bedrage van € 1.385.000,- excl. btw althans een door de rechtbank te bepalen bedrag, met rente en kosten.
subsidiair:

een verklaring voor recht dat de opzegging door Kuehne + Nagel van de duurovereenkomst op 14 oktober 2015 tegen 1 januari 2016, een zwaarwegende grond ontbeert, althans geen redelijke opzegtermijn in acht is genomen en Kuehne + Nagel dusdoende toerekenbaar is tekortgeschoten en schadeplichtig is geworden, alsmede dat de redelijke opzegtermijn twee jaar vanaf 1 januari 2016 dient te bedragen, althans een door de rechtbank vast te stellen termijn; alsmede de veroordeling van Kuehne + Nagel tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.385.000,- excl. btw, dan wel een door de rechtbank te bepalen bedrag, met rente en kosten;

Onder B.

een verklaring voor recht dat Kuehne + Nagel aansprakelijk is voor de door Verbo Transport als gevolg van de tekortkoming met betrekking tot de export geleden schade, nader op te maken bij staat;

Zowel bij het onder A. primair en subsidiair als het onder B gevorderde:

veroordeling van Kuehne + Nagel in de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten (inclusief de nakosten), vermeerderd met rente.

3.2

Verbo Transport heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat tussen haar en Kuehne + Nagel sinds 2008, althans 2011, een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd bestaat. Dit contract liep aanvankelijk tussen Verbo Transport v.o.f. en Kuehne + Nagel en is per 1 februari 2015 door Verbo Transport van Verbo Transport v.o.f. overgenomen. Door de opzegging van deze duurovereenkomst per 14 oktober 2015, althans de opzegging zonder inachtneming van een redelijke opzegtermijn, is Kuehne + Nagel tekortgeschoten in de nakoming van haar uit de duurovereenkomst voortvloeiende verplichtingen jegens Verbo Transport en is zij verplicht de daardoor geleden schade te vergoeden. Op gelijke wijze is Kuehne + Nagel tekortgeschoten in een tevens tussen partijen bestaande – eveneens door Verbo Transport per 1 februari 2015 overgenomen – duurovereenkomst voor onbepaalde tijd voor exportdiensten, aldus Verbo Transport.

3.3

Kuehne + Nagel heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Zij heeft allereerst betwist dat tussen Verbo Transport vof en/of Verbo Transport duurovereenkomsten hebben bestaan. Van een rechtsgeldige contractsoverneming is verder geen sprake nu daarvan geen akte is opgemaakt en Kuehne + Nagel ook geen medewerking aan enige contractsoverneming heeft verleend. Kuehne + Nagel had geen opzeggingsgrond nodig. In dit geval bestonden overigens (voldoende) zwaarwegende gronden voor opzegging. Kuehne + Nagel heeft bovendien een voldoende ruime opzegtermijn in acht genomen, aldus Kuehne + Nagel.

3.4

De rechtbank heeft bij vonnis van 17 oktober 2018 de vorderingen van Verbo Transport afgewezen en haar in de kosten veroordeeld. Daartoe heeft de rechtbank, samengevat, het volgende overwogen. Niet voldoende (concreet) gesteld is dat is voldaan aan het op grond van art. 6:159 lid 1 BW voor contractsoverneming geldende vereiste van een akte (4.3). Voor zover tussen Verbo Transport v.o.f. en Kuehne + Nagel een duurovereenkomst heeft bestaan, is deze daarom niet rechtsgeldig overgegaan op Verbo Transport. Niet gebleken is dat Verbo Transport zelf een duurovereenkomst met Kuehne + Nagel is aangegaan. Verbo Transport heeft dit laatste ook niet gesteld (4.4). Ook als wel sprake was geweest van een akte is de afbouwregeling niet onredelijk (4.5). De door Verbo Transport gestelde toezegging van Kuehne + Nagel inzake exportdiensten is niet komen vast te staan (4.7).

3.5

Verbo Transport voert tegen dit vonnis 11 grieven aan, die het geschil in volle omvang aan het hof voorleggen.

3.6

Zoals grief 1 terecht aanvoert was Verbo Transport v.o.f. op 1 februari 2015 nog niet failliet verklaard. Dit is tussen partijen ook niet in geschil. Nu hiervoor onder rov. 2 de feiten reeds zijn vastgesteld met inachtneming van deze grief, behoeft deze geen verdere bespreking.

3.7

De grieven 2 tot en met 7 leggen aan het hof voor of de (door Verbo Transport gestelde) duurovereenkomst tussen Verbo Transport v.o.f. en Kuehne + Nagel rechtsgeldig op Verbo Transport is overgegaan en of daarbij is voldaan aan de door art. 6:159 BW voor contractsoverneming gestelde eisen. In de grieven voert Verbo Transport aan dat met de producties 15 tot en met 20, in het bijzonder de als productie 18 en 19 overgelegde overeenkomsten, behorende bij de door Verbo Transport in eerste aanleg overgelegde brief van 29 juni 2018, bezien in samenhang met de door [voormalige vennoot] aan de boekhouder van Verbo Transport B.V. gestuurde e-mail van 29 januari 2015 is voldaan aan het in art. 6:159 lid 1 BW bedoelde aktevereiste. In hoger beroep heeft Verbo Transport vervolgens nadat de memorie van grieven reeds was genomen, op 3 februari 2020 nog producties overgelegd, waaronder als productie 44 een ‘Overnamecontract Activa en Passiva’ d.d. 31 januari 2015 met daarin onder meer de volgende bepaling:

“Overdracht van de onderneming

1.1

In deze Overeenkomst wordt met ‘Overdracht van de Onderneming van Verkoper aan Koper bedoeld, waarbij de inhoud van deze overdracht nadrukkelijk als volgt is gedefinieerd:

(…) Alle bestaande en toekomstige rechten en vorderingen van Verkoper op klanten van Verkoper, met uitzondering van de klant Schiphol Express, deze blijft achter bij Verkoper en gaat expliciet niet mee in de overname naar Koper. (…)”

3.8

Kuehne + Nagel heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling bezwaar gemaakt tegen (met name) dit laatste, na memorie van grieven door Verbo Transport ingediende stuk en heeft de authenticiteit daarvan betwist.

3.9

Naar het oordeel van het hof kan de authenticiteit van laatstgenoemd stuk, evenals de vraag of het tijdig is overgelegd, in het midden blijven. Ook indien er namelijk van wordt uitgegaan dat de rechtsverhouding tussen Verbo Transport v.o.f. en Kuehne + Nagel in februari 2015 rechtsgeldig op Verbo Transport is overgegaan, kan niet worden geoordeeld dat Kuehne + Nagel met de opzegging van de (in de ogen van Verbo Transport: duur-) overeenkomst, zoals die uiteindelijk in de afbouwregeling is vormgegeven, in strijd heeft gehandeld met hetgeen de eisen van redelijkheid en billijkheid tussen partijen bij de opzegging van een duurverhouding als de onderhavige meebrengen en uit dien hoofde schadeplichtig is. Het hof licht dat als volgt toe.

3.10

Vast staat dat Verbo Transport v.o.f. vanaf 2011 (op basis van een offerte van 31 januari 2011) op grond van jaarlijks afgestemde tarieven dagelijks ritten reed voor (aanvankelijk: de rechtsvoorgangster van) Kuehne + Nagel. Voor zover Verbo Transport in hoger beroep nog heeft aangevoerd dat de samenwerking mogelijk van eerder datum was, heeft zij dat (met hetgeen zij daartoe bij memorie van grieven, onder 2.2.3) onvoldoende toegelicht en onderbouwd en gaat het hof daaraan voorbij. Ten tijde van de opzegging op

14 oktober 2015 werden door Verbo Transport v.o.f. en vervolgens Verbo Transport gedurende (ruim) 4,5 jaar op dagelijkse basis ritten verzorgd voor Kuehne + Nagel. Indien veronderstellenderwijs ervan wordt uitgegaan dat de rechtsverhouding tussen Verbo Transport en Kuehne + Nagel als een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd kan worden aangemerkt, gelden voor de opzegbaarheid daarvan de volgende regels.

3.11

Indien, zoals hier, wet en overeenkomst niet voorzien in een regeling van de opzegging, geldt dat de (duur)overeenkomst in beginsel opzegbaar is. De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende grond voor de opzegging bestaat. Uit diezelfde eisen kan, eveneens in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval, voortvloeien dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding (vgl. HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9854 en HR 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4163).

3.12

Partijen hebben gedurende de 4,5 jaar tot aan de opzegging door Kuehne + Nagel

– ondanks vergeefse pogingen van Verbo Transport v.o.f. daartoe – hun samenwerking nimmer in een schriftelijk contract geformaliseerd. Zonder nadere toelichting, die niet is gegeven, kan uit de desbetreffende correspondentie (waaronder de e-mail van 10 oktober 2014 van Kuehne + Nagel, productie 4d bij productie 1b bij inleidende dagvaarding) niet worden afgeleid dat Kuehne + Nagel zich voor een lange periode wenste vast te leggen. Gesteld noch gebleken is dat [oprichter Verbo] vóór de oprichting van Verbo Transport zich bij Kuehne + Nagel ervan heeft vergewist of deze bereid was zich voor een langere periode vast te leggen of zich aan een opzegtermijn te binden. Dat Verbo Transport ([oprichter Verbo]) zich ook bewust was van haar kwetsbare positie blijkt uit de door [oprichter Verbo] aan Kuehne + Nagel gerichte e-mails van 6 april 2015 en 12 oktober 2015 (producties 2 en 5 bij prod. 1A inleidende dagvaarding).

3.13

Kuehne + Nagel heeft op 14 oktober 2015 weliswaar aanvankelijk tegen 1 januari 2016 willen opzeggen, maar heeft gedurende de gesprekken hierover tot en met december 2015 met dezelfde frequentie als voorheen van de diensten van Verbo Transport gebruik gemaakt en heeft vervolgens een (uiteindelijk) vanaf januari 2016 aan te vangen afbouwregeling van een jaar voorgesteld. Gelet op de duur van de rechtsverhouding tussen Verbo Transport en Kuehne + Nagel (4,5 jaar) kan, zonder nadere toelichting, die niet is gegeven, niet worden geoordeeld dat Kuehne + Nagel daarmee niet een voldoende ruime opzegtermijn heeft aangeboden om Verbo Transport in staat te stellen nieuwe opdrachtgevers voor haar activiteiten te vinden. Bovendien diende Verbo Transport al vanaf 14 oktober 2015 er rekening mee te houden dat haar werkzaamheden voor Kuehne + Nagel zouden eindigen, zodat zij reeds vanaf dat moment tot eind 2016 op zoek had kunnen (en moeten) gaan naar vervangende opdrachtgevers. Daarbij komt dat Verbo Transport weliswaar de duur van de afbouwregeling (een jaar) als onredelijk heeft bestempeld, maar de redelijkheid van de (gestaffelde) afbouw binnen die regeling als zodanig niet heeft betwist. In het bijzonder heeft Verbo Transport niet voldoende toegelicht en onderbouwd dat het in 2015/2016 voor een vervoerder (redelijkerwijs) niet mogelijk was om binnen de termijn van ruim een jaar vervangende opdrachtgevers te vinden voor (gekoeld) vrachtvervoer. Verbo Transport heeft ook niet (voldoende) gesteld dat zij zodanig specifieke op het vervoer voor Kuehne + Nagel gerichte investeringen heeft gedaan, die niet binnen de gehanteerde opzegtermijn en/of bij vervoer voor een andere opdrachtgever zouden kunnen worden terugverdiend.

3.14

Dat de dienstverlening door Verbo Transport op zichzelf goed en naar tevredenheid van Kuehne + Nagel verliep, doet aan de (als uitgangspunt te hanteren) opzegbaarheid nog niet af. Voor opzegging is een tekortkoming in de nakoming (in het algemeen) immers niet vereist. Naar het oordeel van het hof is in dit geval, gelet op de bij de opzegging gehanteerde afbouwregeling van (ruim) een jaar, een zwaarwegende grond voor opzegging niet vereist. Dat Kuehne + Nagel wisselende standpunten heeft ingenomen over de reden waarom zij de samenwerking met Verbo Transport heeft opgezegd, kan daarom verder in het midden blijven. Overigens heeft Kuehne + Nagel wel degelijk opzeggingsgronden aangevoerd die een opzegging zouden rechtvaardigen. Naar onvoldoende betwist vast staat, had [voormalige vennoot] verzuimd pensioenpremies voor de vrachtwagenchauffeurs af te dragen, is Verbo Transport v.o.f. failliet gegaan en heeft Kuehne + Nagel haar opzegging (aanvankelijk) gemotiveerd met de (in haar e-mail van 27 juli 2015, productie 5d bij prod. 1b bij inleidende dagvaarding geuite) wens in de vervoerswereld niet te worden geassocieerd met dit handelen van [voormalige vennoot] en het daaruit voortgevloeide conflict tussen Verbo Transport v.o.f. en Verbo Transport.

3.15

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft Verbo Transport ([oprichter Verbo]) nog verklaard dat de uitvoering van de afbouwregeling – in het bijzonder het stopzetten daarvan in april 2016 – voor Verbo Transport fataal is gebleken en zij om die reden na het tweede kort geding ook niet meer in staat was de door Kuehne + Nagel aangeboden ritten te verzorgen. Volgens Kuehne + Nagel werden de ritten in april 2016 stopgezet omdat Verbo Transport toen niet meer reageerde op e-mails van Kuehne + Nagel en Verbo Transport ([oprichter Verbo]) aan een kennismakingsverzoek van de nieuwe manager van Kuehne + Nagel ([manager K+N])de voorwaarde verbond dat dit in aanwezigheid met zijn advocaat zou plaatsvinden.

3.16

Welke partij in dit laatste verband – de communicatie leidende tot het stopzetten van de orders in april 2016 – een verwijt kan worden gemaakt, kan hier verder in het midden blijven. Verbo Transport heeft haar schadevordering in de onderhavige procedure immers niet gebaseerd op een tekortkoming in de nakoming van de afbouwregeling, maar op haar algemene standpunt dat sprake was van een duurovereenkomst die door Kuehne + Nagel niet zonder zwaarwegende grond, althans slechts met hantering van een langere opzegtermijn, had mogen worden opgezegd en Kuehne + Nagel met haar opzegging op 14 oktober 2015 in de gegeven omstandigheden toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. Dat standpunt is hiervoor reeds verworpen.

3.17

De slotsom is dat, ook indien ervan wordt uitgegaan dat tussen Kuehne + Nagel en Verbo Transport een (van Verbo Transport v.o.f. overgenomen) duurovereenkomst heeft bestaan, Kuehne + Nagel met haar opzegging tegen de in de afbouwregeling voorgestelde opzegtermijn niet in strijd heeft gehandeld met hetgeen uit de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval voortvloeit. Een grondslag voor schadevergoeding is daarmee dan ook niet gegeven.

3.18

Een zodanige grondslag bestaat evenmin in (volgens de eigen stellingen van Verbo) afzonderlijk gesloten en eerst in maart 2015 tussen partijen opgezette overeenkomst voor exportdiensten. Vast staat ook dat dit deel van de werkzaamheden feitelijk nauwelijks van de grond is gekomen en er slechts op drie dagen in maart 2015 (internationale) ritten door Verbo Transport voor Kuehne + Nagel zijn gereden. Dat over (de duur van) dit deel van de werkzaamheden zodanig andere afspraken voor de toekomst zijn gemaakt dan wel bij Verbo Transport bepaalde concrete en gerechtvaardigde verwachtingen zijn gewekt en om die reden door haar investeringen zouden zijn gedaan, met als gevolg dat de opzegtermijn van ruim een jaar niet voldoende moet worden geacht om (ook) voor dit deel van de werkzaamheden haar bedrijfsvoering aan te passen, is niet voldoende (concreet en onderbouwd) gesteld.

3.19

Verbo Transport heeft verschillende bewijsaanbiedingen gedaan. Het gaat daarbij echter niet om bewijs van (voldoende concrete en onderbouwde) feiten en omstandigheden die, indien bewezen, tot een ander oordeel kunnen leiden. Het hof komt daarom aan bewijslevering niet toe.

3.20

De vorderingen van Verbo Transport zijn alle gebaseerd op het standpunt dat Kuehne + Nagel toerekenbaar is tekortgeschoten door de samenwerking op

14 oktober 2015 op te zeggen en daardoor schadeplichtig is geworden. Dit standpunt is hiervoor verworpen zodat de vorderingen niet toewijsbaar zijn. Verbo Transport moet als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het hoger beroep worden veroordeeld. De grieven 8 tot en met 11 falen.

Slotsom

3.21

De grieven falen en het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. Verbo Transport zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het hoger beroep worden veroordeeld.

4 Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van 17 oktober 2018 van de rechtbank Rotterdam;

veroordeelt Verbo Transport in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van

Kuehne + Nagel begroot op € 5.382,- voor griffierecht en € 16.503,- (3 punten x tarief VIII) voor salaris van de advocaat.

Dit arrest is gewezen door mrs. B.J. Lenselink, M.J. Van Cleef-Metsaars en

W. van der Velde, ondertekend door de rolraadsheer mr. J.E.H.M. Pinckaers en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 december 2020 in aanwezigheid van de griffier.