Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2020:2234

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
26-11-2020
Datum publicatie
22-12-2020
Zaaknummer
BK-20/00566
Formele relaties
Na verwijzing door: ECLI:NL:HR:2020:1110
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNHO:2018:8877, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Verwijzing na Hoge Raad
Inhoudsindicatie

Compromis na verwijzing; vermindering aanslag IB/PVV 2015

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 22-12-2020
V-N Vandaag 2020/3249
FutD 2020-3876
NTFR 2021/339
V-N 2021/10.21.7
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Team Belastingrecht

meervoudige kamer

nummer BK-20/00566

Uitspraak van 26 november 2020

in het geding tussen:

[X] te [Z] , belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, de Inspecteur,

op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (Haarlem) van 11 oktober 2018, nr. HAA 18/287.

Overwegingen

1. Belanghebbende is voor het jaar 2015 een aanslag in de inkomstenbelasting en de premies volksverzekeringen (IB/PVV) naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 14.406 opgelegd en bij beschikking € 19 aan belastingrente berekend. Bij gezamenlijke uitspraak op bezwaar heeft de Inspecteur de aanslag verminderd tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 13.806 en de beschikking belastingrente gewijzigd en de belastingrente vastgesteld op € 15.

2. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Inspecteur beroep bij de Rechtbank ingesteld. Een griffierecht van € 46 is geheven. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

3. Van de uitspraak van de Rechtbank is belanghebbende in hoger beroep gekomen bij het Hof Amsterdam. Een griffierecht van € 126 is geheven. Dat hof heeft bij uitspraak van 5 november 2019, nr. 18/00664, de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.

4. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof Amsterdam beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Bij arrest van 26 juni 2020, nr. 19/05651, heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie gegrond verklaard, de uitspraak van het Hof Amsterdam vernietigd, het geding verwezen naar het Hof Den Haag ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van het arrest, de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de aan belanghebbende voor het geding in cassatie te betalen proceskosten van € 1.050 en de Staatssecretaris van Financiën gelast belanghebbende het in cassatie betaalde griffierecht van € 128 te vergoeden.

5. Zowel belanghebbende als de Inspecteur heeft schriftelijk gereageerd op het verwijzingsarrest.

6. De mondelinge behandeling van het hoger beroep na verwijzing heeft plaatsgehad in Den Haag ter zitting van het Hof van 19 november 2020. Partijen zijn verschenen.

7. Op de zitting is tussen partijen komen vast te staan dat de aanslag IB/PVV 2015 wordt verminderd tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 13.686 met dienovereenkomstige aanpassing van de beschikking belastingrente en dat belanghebbende enkel een vergoeding van in hoger beroep gemaakte proceskosten wordt toegekend van € 1.050: 2 punten à € 525 x 1 (gewicht).

8. Het Hof volgt partijen, ook met dien verstande dat de Inspecteur de griffierechten van in totaal € 172 aan belanghebbende vergoedt.

Beslissing

Het Gerechtshof:

- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank,

- vernietigt de uitspraak van de Inspecteur,

- vermindert de aanslag IB/PVV 2015 tot een naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 13.686 met dienovereenkomstige aanpassing van de beschikking belastingrente,

- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten ter zake van het hoger beroep aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 1.050, en

- gelast de Inspecteur de griffierechten van € 172 aan belanghebbende te vergoeden.

De uitspraak is vastgesteld door W.M.G. Visser, J.T. Sanders en U.E. Tromp, in tegenwoordigheid van de griffier J. Azmi Shenouda. De beslissing is op 26 november 2020, met de nodige coronabeperkingen, in het openbaar uitgesproken.

wegens verhindering van de voorzitter is de uitspraak ondertekend door raadsheer Tromp

aangetekend aan

partijen verzonden:

Tegen deze uitspraak kan zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan binnen zes weken na de verzenddatum van de uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad: www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Wanneer die personen geen gebruik willen maken van digitaal procederen, sturen zij het beroepschrift in cassatie aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

1. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;

2. Alleen bij procederen op papier: het cassatieberoepschrift moet ondertekend zijn;

3. Het cassatieberoepschrift moet ten minste vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. De indiener zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.