Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2020:2171

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
03-11-2020
Datum publicatie
19-11-2020
Zaaknummer
200.273.308/01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2019:10179, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontslag wegens dringende reden, verduistering van geldbedrag door werknemer voldoende bewezen, alternatief scenario niet aannemelijk geworden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-1397
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.273.308/01

Zaaknummer rechtbank : 8066515 \ VZ VERZ 19-18119

Beschikking van 3 november 2020

inzake

Sport ’81 B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

verzoekster,

hierna te noemen: Sport ’81,

gemachtigde: mr. T. Koenders te Uitgeest,

tegen

[werknemer] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder,

hierna te noemen: [werknemer] ,

gemachtigde: mr. M.S. van Dijk te Rotterdam.

1 Het geding

1.1

Bij verzoekschrift, ter griffie van het hof ingekomen op 3 februari 2020, is Sport ’81 onder aanvoering van acht grieven in hoger beroep gekomen van de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam (hierna: de kantonrechter) van 10 december 2019 (hierna: de bestreden beschikking).

1.2

[werknemer] heeft een verweerschrift ingediend. Op 23 juni 2020 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden ten overstaan van de raadsheer-commissaris van het hof en de griffier, waarbij partijen de zaak hebben toegelicht door hun advocaten door middel van pleitaantekeningen. Van de mondelinge behandeling is een proces-verbaal opgemaakt, dat zich bij de stukken bevindt. Vervolgens is een datum voor de beschikking bepaald.

2 Feiten, verzoek en oordeel kantonrechter

2.1

Met inachtneming van de feitenvaststelling door de kantonrechter en van hetgeen voorts als niet voldoende gemotiveerd weersproken is komen vast te staan, kan in dit hoger beroep worden uitgegaan van het navolgende.

2.2

Sport ’81 is een groothandel in sportartikelen; zij verkoopt en levert onder meer sportartikelen en -kleding. Sinds 1 september 2017 hebben [directeur] en [leidinggevende] (hierna respectievelijk ook [directeur] en [leidinggevende] te noemen) feitelijk de leiding over Sport ’81. [directeur] is directeur.

2.3

[werknemer] , geboren op [geboortedatum] 1973, is op 15 september 1993 bij Sport ’81 in dienst getreden. Hij was laatstelijk werkzaam in de functie van [functienaam 1] c.q. [functienaam 2] tegen een salaris van € 2.159,88 bruto per maand, exclusief emolumenten. De werkzaamheden van [werknemer] bestonden (onder meer) uit het helpen van klanten in de showroom, het inpakken van orders, het vullen en opruimen van het magazijn, het tellen van de voorraad en het helpen met laden en lossen van goederen.

2.4

Sport ’81 gebruikt het programma Accountview voor voorraadbeheer. Iedere werknemer heeft een eigen account met bepaalde rechten.

2.5

Begin december 2018 zijn veranderingen in het computersysteem doorgevoerd: [werknemer] kon nog wel voorraadmutaties voorbereiden, maar niet langer doorvoeren. De afspraak was dat [werknemer] de voorraadmutaties zou klaarzetten voor zijn collega [collega] (hierna te noemen: [collega] ), die wel bevoegd was tot voorraadmutaties.

2.6

Op 21 augustus 2019 heeft [leidinggevende] een bestelling van vier doelnetten van Optisport Schiedam Sporthalbeheerder (hierna: Optisport) ontvangen. Vanwege de vakantie van [collega] heeft [leidinggevende] (i) een inkoopfactuur voor [naam B.V.] (hierna: [naam B.V.] ) gemaakt en (ii) een verkoopfactuur, ook wel “pakbon”, voor Optisport. Dit is door [leidinggevende] in het systeem ingevoerd. Doorgaans gaat één exemplaar van de verkoopfactuur (de pakbon) mee met de klant als de bestelling wordt opgehaald. Het andere exemplaar (kopie) dient nadien naar de administratie te worden gebracht om gefactureerd te kunnen worden.

2.7

[werknemer] heeft op 23 augustus 2019 telefonisch contact opgenomen met Optisport om door te geven dat de bestelling binnen was. Vervolgens heeft Optisport de bestelling op 26 augustus 2019 opgehaald en de verkoopfactuur (de pakbon) contant voldaan. [werknemer] heeft de contante betaling voor twee sets netten in ontvangst genomen en de pakbon voorzien van een stempel ‘betaald’. [werknemer] heeft de originele pakbon aan Optisport meegegeven.

2.8

De volgende dag, op 27 augustus 2019, is de voorraad in het systeem aangepast, in die zin dat handmatig een voorraadmutatie is aangemaakt voor vier netten.

2.9

Op 5 september 2019 kwam [leidinggevende] bij [directeur] met de bestelorder (e-mail) van Optisport en een factuur van de nettenleverancier [naam B.V.] . Zij vroeg [directeur] of zij voor die netten € 325 aan contanten had ontvangen. Waar dat niet het geval was, is [directeur] in het systeem gaan kijken en heeft zij geconstateerd dat de verkoopfactuur (hiervoor genoemd onder rov. 2.6 en 2.7) was verwijderd uit het systeem en dat er geen (kopie-)verkoopfactuur c.q. pakbon voor Optisport was opgemaakt voor de interne financiële administratie. [leidinggevende] heeft tevens geconstateerd dat volgens het computersysteem op dinsdagochtend 27 augustus 2019 onder het account van [collega] een wijziging in de voorraadmutatie was doorgevoerd: “minus vier zaalhockeynetten”. [collega] was toen nog op vakantie.

2.10

[directeur] en [leidinggevende] hebben op diezelfde dag, 5 september 2019, met alle werknemers (waaronder [werknemer] ) gesproken en hen met de bevindingen van Sport ’81 geconfronteerd.

2.11

Vervolgens heeft op 6 september 2019 opnieuw een gesprek plaatsgevonden tussen [directeur] , [leidinggevende] en [werknemer] waarbij de gemoederen hoog opliepen. De echtgenote van [werknemer] heeft Sport ’81 diezelfde avond nog telefonisch verzocht om camerabeelden waarover [directeur] en [leidinggevende] (naar eigen zeggen) zouden beschikken.

2.12

Sport ’81 heeft bij brief van diezelfde datum (6 september 2019) [werknemer] met onmiddellijke ingang geschorst. In die brief is, onder meer, het volgende geschreven:

“(…) Naar aanleiding van ons gesprek vandaag op kantoor te Rotterdam, bevestig ik hierbij schriftelijk dat je met onmiddellijke ingang bent geschorst.

Reden hiervoor is het verdwijnen van contanten, verkooporders en voorraadmutaties over een langere periode, waarbij vandaag na bekentenis is gebleken dat jij hier verantwoordelijk voor bent.

Als verklaring die jij voor bovengenoemde handelingen gaf was dat jij je gekleineerd voelde door de eigenaar van de Sport’81 B.V., dhr. [eigenaar].

Wij gaan ons verder beraden en juridisch advies inwinnen voor de te nemen stappen en zullen hier met jou nog contact over opnemen. (…)”

2.13

Bij e-mail van 9 september 2019 heeft Sport ’81 [werknemer] uitgenodigd voor een gesprek op 11 september 2019:

“(…) Afgelopen vrijdag (…) hebben we jou met onmiddellijke ingang geschorst, omdat we hebben geconstateerd dat jij geld hebt gestolen/verduisterd. (…) Om dit te verhullen heb je aanpassingen in de voorraad-/verkoopadministratie doorgevoerd. Je was daar niet toe bevoegd en hebt gebruikt gemaakt van de account van een collega. Je deed dit door uit te loggen, in te loggen onder de naam van deze collega en vervolgens weer snel zelf in te loggen. (…) Voordat we een definitief besluit nemen welke consequenties we aan de verduistering/diefstal verbinden, nodigen wij jou uit voor een gesprek op woensdag 11 september (…) om:

- Onze nieuwe bevindingen te bespreken

- Jou de kans te geven hierop te reageren

- Van jou te horen of je bereid bent ons meer duidelijkheid te geven over de omvang (…)”.

2.14

De gevraagde camerabeelden zijn door Sport ’81 niet aan [werknemer] verstrekt. Bij e-mail van 10 september 2019 heeft [werknemer] aan Sport ’81 bericht dat het gesprek van 11 september 2019 niet door kon gaan omdat zijn gemachtigde eerst de genoemde bewijsstukken (camerabeelden) van Sport ’81 wilde ontvangen.

2.15

Op 11 september 2019 heeft geen gesprek plaatsgevonden tussen Sport ’81 en [werknemer] . De gemachtigden van partijen hebben op die datum (en daarna) wel met elkaar gecorrespondeerd.

2.16

De gemachtigde van [werknemer] , mr. M.S. van Dijk, heeft laten weten dat [werknemer] na ontvangst van de bewijstukken graag een gesprek wilde met Sport ’81. In de e-mail van 12 september 2019 schrijft mr. Van Dijk namens [werknemer] , onder meer, dat zij de beschikking wenste te krijgen over de betreffende camerabeelden. Verder vermeldt mr. van Dijk het volgende:

“(…) De heer [werknemer] is al jaren [functienaam 2] . Vanuit zijn functie dient hij de voorraad te beheren. Het is juist dat hij met zijn nieuwe inlogcode op enig moment niet meer in het voorraadbeheersysteem kon. Hij heeft toen ingelogd met zijn oude account en oude inlogcode. Daarmee kon hij wel in het systeem. Hij heeft inderdaad regelmatig vanuit zijn oude account ingelogd en zijn werk gedaan zoals hij dat al jaren en jaren doet.

De heer [werknemer] heeft erkend dat hij in het voorraadbeheer systeem heeft gewerkt. (…) Hij heeft echter ontkend dat hij dat zou hebben gedaan via het inloggen op een account van zijn collega. Bovendien kent hij de inlogcodes van zijn collega’s niet. (…)

De heer [werknemer] (…) heeft de enveloppe met geld (€ 360,-) en met de bon op het bureau van mevrouw Wollrabe gelegd. Een werkwijze zoals dat bekend is bij uw cliënte. (…)

Bovendien begrijp ik van de heer [werknemer] dat uw cliënte simpelweg kan nagaan welke mutaties door hem zijn verricht. Zijn oude account is bij uw cliënte bekend.

Graag ontvang ik een uitdraai van die mutaties (data, tijdstippen enz.) waaruit het wegboeken van inkoopbonnen zou moeten blijken. (…)”

2.17

Sport ’81 heeft [werknemer] op 12 september 2019 op staande voet ontslagen. De ontslagbrief van die datum luidt - voor zover van belang - als volgt:

“Hierbij bevestig ik dat wij ons genoodzaakt zien jouw arbeidsovereenkomst met Sport’81 B.V. met onmiddellijke ingang te beëindigen op grond van een dringende reden die ontslag op staande voet rechtvaardigt.

TOELICHTING

Vrijdag 6 september 2019 hebben wij jou geschorst, omdat wij hebben geconstateerd dat jij geld hebt gestolen/verduisterd.

Op donderdag 5 september 2019 stuitte [leidinggevende] op een inkoopfactuur voor een order die zij eerder persoonlijk besteld had voor een klant. Het betrof een order van vier doelnetten bij [naam B.V.] Deze order had zij op 21 augustus 2019 handmatig ingevoerd. De order – met de mededeling dat de klant cash wilde betalen – is onder jouw aandacht gebracht met het verzoek de klant te contacten als de order ontvangen was.

Het viel [leidinggevende] vervolgens op dat er slechts twee netten waren vermeld op de factuur, terwijl zij er vier had besteld. Hierop heeft [leidinggevende] aan jou gevraagd hoe dit kan, waarop jij antwoordde dat het ging om twee sets. Jij vertelde daarbij dat de order al was afgehaald en voegde daaraan toe dat de contante betaling door jou op het bureau van [directeur] zou zijn gelegd. Het ging – volgens jou – om € 360,00. Je noemde dit bedrag zelf. Rekening houdende met de korting van 10 % die deze klant normaal kreeg, had het eigenlijk € 325,00 moeten zijn (maar dat terzijde).

Dit geld is niet aangetroffen op het bureau van [directeur] . Hierop heeft [leidinggevende] Accountview geraadpleegd. Er bleek op 27 augustus 2019 een voorraadmutatie te zijn gemaakt op naam van [collega] voor deze order. [collega] was echter die week op vakantie. Er is direct met alle personeelsleden een individueel gesprek gevoerd om dit te bespreken. Het viel op dat jij je heel zenuwachtig gedroeg.

Uit de Audit Trail van Accountview bleek dat jij op dinsdag 27 augustus 2019 ’s ochtends om 08:44:17 uur hebt ingelogd, dat je om 08:57:49 uur uitlogt, om 08:58:10 uur inlogt onder de naam van [collega] , en om 08:58:59 uur weer uitlogt en om 08:59:16 weer onder jouw eigen naam inlogt. (…)

Uit de voorraadmutaties blijkt dat op dat moment (om 08:58:53 uur) een voorraadmutatie met betrekking tot de doelnetten heeft plaatsgevonden. (…)

De camerabeelden bevestigen dat jij achter de computer staat op het moment van in- en uitloggen en het aanmaken van de voorraadmutatie. Voorts is uit de RDS gegevens gebleken dat de computer van [collega] niet aan is geweest de bewuste dag.

Op vrijdag 6 september 2019 hebben wij jou geconfronteerd met deze bevindingen. Je hebt die dag erkend en eerlijk toegegeven dat jij het geld, dat contant was afgerekend (€ 360,00) had toegeëigend en dat dit niet de eerste keer was dat jij dit had gedaan.

Op een kwade toon voegde je daar aan toe dat je dit hebt gedaan, omdat de oprichter/eigenaar en de vader van [directeur] jou altijd gekleineerd heeft. Hierop hebben wij jou met onmiddellijke ingang geschorst voor verder onderzoek naar de omvang van de andere gevallen waarin jij op dezelfde manier hebt gehandeld.

Hoor- en wederhoor

Op maandag 9 september jl. hebben wij juridisch advies ingewonnen en hebben wij jou uitgenodigd voor een gesprek op woensdag 11 september 2019 om 15.00 uur om het over de situatie en mogelijke consequenties te hebben. Voor ons was daarbij ook van belang of jij zelf meer inzicht wilde geven in de omvang van de keren dat jij geld hebt gestolen/verduisterd.

Uit Audit Trail blijkt namelijk vaker dat er (in 2019 zeker meer dan 25 keer) binnen zeer korte tijd door jou wordt uitgelogd, wordt ingelogd onder de naam van [collega] voor een voorraadmutatie en vervolgens weer door jouzelf wordt ingelogd. Om dit allemaal tot in detail uit te zoeken kost ons veel tijd.

Op dinsdag 10 september 2019 heb je ons per e-mail laten weten dat je niet zou komen naar de winkel en dat je een advocaat in de arm had genomen.

Op woensdag 11 september 2019 heeft onze advocaat telefonisch contact gehad met jouw advocaat. Jouw advocaat liet weten dat jij ontkent dat je het geld hebt verduisterd (ondanks de eerdere erkenning op 6 september 2019). Dat suggereert dat wij zouden liegen en dat jij ons onterecht beschuldigt van het onder druk zetten van jou, terwijl wij juist heel zorgvuldig met deze situatie zijn omgegaan. Dit hebben we meegewogen bij ons besluit.

Wij vinden jouw ontkenning niet geloofwaardig. Gezien de vaststaande feiten en de informatie die we vandaag nog kregen van ons ICT-bedrijf, namelijk een bevestiging dat de handelingen zoals blijken uit Audit Trail alleen via de computer waar jij gebruik van maakte, kunnen zijn uitgevoerd. Bovendien hadden wij verwacht – als je onterecht zou zijn beschuldigd – dat je de kans om met ons daarover in gesprek te gaan met twee handen zou hebben aangepakt.

Behalve het meenemen van contant geld – wat je erkend hebt –, heb je ook zonder autorisatie veranderingen in Accountview doorgevoerd, waartoe jij niet bevoegd was. Dit is – voor zover wij hebben kunnen nagaan – meermaals gebeurd.

Uit de videobeelden is ook gebleken dat jij een polsbrace uit het schap hebt gepakt en je tas hebt gestopt. Deze heb je de volgende dag weer teruggelegd. Over het meenemen van een polsbrace is geen overleg met ons geweest. (…)

Gevolgen ontslag op staande voet

Het ontslag op staande voet heeft tot gevolg dat jouw arbeidsovereenkomst met Sport ’81 met ingang van vandaag, 12 september 2019, ten einde is gekomen en dat je geen recht meer hebt op loon. (…)”

2.18

Bij e-mail van 18 september 2019 heeft mr. van Dijk, namens [werknemer] , het volgende geschreven:

“(…) Mijn cliënt heeft het door hem ontvangen bedrag, tezamen met de bon, op uw bureau gelegd. Dat is bij u de gebruikelijke gang van zaken. Mijn cliënt doet dit al jaren op deze wijze. Mijn cliënt heeft dezelfde ochtend via zijn (oude) account de voorraad aangepast omdat dit bij zijn werkzaamheden hoort. Er is verder niemand aanwezig om dit te doen. Dat mijn cliënt dat heeft gedaan moet ook uit het systeem blijken. (…)”

2.19

Op herhaald verzoek van [werknemer] (en zijn gemachtigde) om bewijsstukken (waaronder camerabeelden) over te leggen is door Sport ’81 niet meer gereageerd.

2.20

[werknemer] heeft in zijn ontslag berust maar wel, na wijziging, de kantonrechter verzocht bij uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking, Sport ’81 te veroordelen tot betaling van primair:

  • -

    een billijke vergoeding van € 66.072 bruto;

  • -

    een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 10.730,29 bruto;

  • -

    de wettelijke transitievergoeding van € 25.846 bruto; en

subsidiair

- de wettelijke transitievergoeding van € 26.429, voor zover wordt geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst geëindigd is door het ontslag op staande voet,

in alle gevallen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van deze bedragen, tot aan de dag van algehele voldoening, en veroordeling van Sport ’81 in de proceskosten.

2.21

Sport ’81 heeft een verweerschrift ingediend en verder bij wijze van zelfstandig tegenverzoek – na wijziging – verzocht:

  • -

    voor recht te verklaren dat het op 12 september 2019 gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven;

  • -

    [werknemer] te veroordelen aan Sport ’81 te betalen:

- een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 3.732,28 bruto;

- de onderzoekskosten van Lucrasoft Systems B.V. van € 328,13; en

- het door hem toegeëigende bedrag van € 360;

- te bepalen dat [werknemer] geen recht heeft op een transitievergoeding ten laste van Sport ’81, met veroordeling van [werknemer] in de proceskosten te vermeerderen met de wettelijke rente.

Daarnaast heeft Sport ’81 verzocht de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk, voor zover het ontslag op staande voet geen standhoudt, te ontbinden wegens (ernstig) verwijtbaar handelen dan wel een verstoorde arbeidsverhouding.

2.22

De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking geoordeeld dat geen sprake is geweest van een geldige dringende reden voor ontslag. De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking aan [werknemer] de verzochte transitievergoeding van € 25.846 bruto en de vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 10.073,29 toegekend en een billijke vergoeding van € 25.000 en Sport ’81 in de proceskosten veroordeeld.

2.23

Sport ‘81 heeft acht grieven tegen de bestreden beschikking van de kantonrechter geformuleerd. Sport ’81 stelt in de kern dat zij op goede gronden is overgegaan tot het ontslag op staande voet, dat zij zeer zorgvuldig heeft gehandeld en voldoende bewijs heeft aangedragen voor het feitencomplex dat een dringende reden voor ontslag op staande voet oplevert. Het hoger beroep strekt ertoe dat het hof, bij uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking, de bestreden beschikking zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende:

  • -

    alle verzoeken van [werknemer] in eerste aanleg zal afwijzen;

  • -

    [werknemer] zal veroordelen binnen 14 dagen na de te wijzen beschikking aan Sport ’81 terug te betalen alles wat zij aan [werknemer] heeft betaald, zoals gespecificeerd in punt 73 van het beroepschrift, vermeerderd met de wettelijke rente over het totaal terug te betalen bedrag vanaf 24 december 2019 tot de dag der algehele voldoening;

  • -

    de hiervoor in rov. 2.21 weergegeven zelfstandige tegenverzoeken alsnog zal toewijzen, met dien verstande dat het door [werknemer] toegeëigende bedrag € 325 betreft (en niet € 360); en

  • -

    [werknemer] zal veroordelen in de proceskosten van beide instanties.

2.24

[werknemer] heeft het hoger beroep van Sport ’81 bestreden en geconcludeerd tot bekrachtiging van de bestreden beschikking.

3 De beoordeling van het hoger beroep

3.1

In de ontslagbrief van 12 september 2019 heeft Sport ’81 aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegd (voor zover in hoger beroep nog van belang): het verduisteren c.q. stelen van een geldbedrag van € 360 (dan wel € 325) omschreven als “het meenemen van contant geld”, en het (meermalen) “zonder autorisatie veranderingen doorvoeren in Accountview”, waartoe [werknemer] niet bevoegd was. Uit de formulering van de ontslagbrief blijkt genoegzaam dat de dringende reden voor Sport ’81 was gelegen in het wegnemen door [werknemer] van het ontvangen geld in combinatie met het “verdoezelen” daarvan door zonder autorisatie een handmatige voorraadmutatie te doen.

3.2

Sport ’81 heeft met de grieven 1 tot en met 4 betoogd dat er voldoende bewijs is dat [werknemer] geld heeft verduisterd. Immers, hij heeft het contante geld in ontvangst genomen, de gelden zijn niet aangetroffen (op het bureau van [directeur] ), terwijl daarnaast een hoogst ongebruikelijke en onlogische handmatige voorraadmutatie is doorgevoerd onder het account van [collega] , die op dat moment met vakantie was, voor precies die producten waarvoor [werknemer] de contante gelden in ontvangst heeft genomen. Daarnaast is de verkooporder uit het systeem verwijderd. Deze grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

3.3

Ter onderbouwing heeft Sport ’81 in hoger beroep als producties 3 en 5 tot en met 9 enkele aanvullende (bewijs)stukken in het geding gebracht:

  • -

    Een usb-stick met camerabeelden van 27 augustus 2019 en bijbehorende toelichting,

  • -

    Een verklaring van dhr. [naam] , werkzaam bij Consolit B.V. (hierna: Consolit), waarin hij uitlegt welke wijzigingen in het systeem van Sport ’81 zijn doorgevoerd in december 2018,

  • -

    Een overzicht van alle voorraadmutaties in 2019,

  • -

    Een verklaring van de systeembeheerder van Lucrasoft IT Beheer (hierna: Lucrasoft) over de activiteiten van de cloud-omgeving op 27 augustus 2019,

  • -

    Een eventlog van Accountview van alle werknemers op 27 augustus 2019, en

  • -

    Een foto van het magazijn.

Ook heeft Sport ’81 verwezen naar de diverse (in eerste aanleg) door haar overgelegde verklaringen van haar medewerkers [collega] , [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1] ), [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2] ) en de gespreksverslagen van [directeur] en [leidinggevende] van 6 september 2019. Daarnaast heeft Sport ’81 er op gewezen dat [werknemer] op essentiële punten wisselend heeft verklaard en zijn verklaringen steeds weer heeft aangepast.

3.4

Tegen deze achtergrond zal het hof hierna ingaan op de vraag of Sport ’81 heeft bewezen dat [werknemer] het geldbedrag heeft verduisterd en dit heeft willen verdoezelen door het maken van een voorraadmutatie op 27 augustus 2019, terwijl hij hiertoe sinds december 2018 niet meer was geautoriseerd. Vervolgens dient onderzocht te worden of die feiten, indien bewezen, een ontslag op staande voet opleveren. Anders dan [werknemer] heeft aangevoerd, is daarvoor niet vereist dat alle door Sport ’81 gestelde onbevoegde voorraadmutaties over het jaar 2019 komen vast te staan; volgens Sport ’81 is hieruit enkel een patroon af te leiden. Uit de ontslagbrief is voldoende duidelijk af te leiden dat [werknemer] in ieder geval wegens het wegnemen van het geldbedrag in combinatie met de (enkele) voorraadmutatie van 27 augustus 2019, op staande voet is ontslagen. In dat kader overweegt het hof het volgende.

3.5

Uit de onweersproken stellingen van Sport ’81 en de overgelegde stukken volgt dat de gebruikelijke administratieve afhandeling binnen Sport ’81 als volgt gaat. Bij een girale betaling worden alle door medewerkers uitgegeven pakbonnen voor bestellingen in een documentbakje verzameld. Aan het einde van de dag worden deze opgehaald door de administratie. De administratie verwerkt de pakbonnen administratief door hiervoor facturen aan te maken. Door het aanmaken van facturen in de administratie wordt de voorraad automatisch – en niet handmatig – bijgewerkt, wordt de omzet in het systeem geboekt en de btw berekend. De administratie boekt de pinbetalingen of de overboekingen vervolgens op de bankrekening van Sport ’81. Bij een contante betaling is het gebruikelijk dat de medewerker de contante betaling en de pakbon niet direct aan de administratie geeft, maar aan [directeur] of [leidinggevende] . Deze leiden de pakbon dan door naar de administratie voor verwerking. Een handmatige voorraadmutatie is niet nodig bij een contante betaling.

3.6

Sport ’81 heeft verder onweersproken gesteld hoe de gang van zaken is geweest rondom het in ontvangst nemen van het contante geld door [werknemer] op 26 augustus 2019 en toegelicht dat er enkele onverklaarbare afwijkingen waren. Op 21 augustus 2019 heeft Optisport bij [leidinggevende] telefonisch een bestelling voor vier zaalhockeydoelnetten gedaan. Omdat die netten niet op voorraad waren, heeft [leidinggevende] direct bij [naam B.V.] een bestelling (voor de inkoop) gedaan en de verkooporder voor Optisport nog dezelfde dag aangemaakt. Optisport heeft de netten op 26 augustus 2019 opgehaald en contant betaald. [werknemer] heeft de betaling van Optisport op 26 augustus 2019 in ontvangst genomen en op de pakbon een stempel met “betaald” geplaatst. Sport ’81 heeft onweersproken gesteld dat [werknemer] er als enige van op de hoogte was dat de netten door Optisport waren opgehaald en betaald. Er is vervolgens een handmatige voorraadmutatie gemaakt op 27 augustus 2019, terwijl dit niet nodig is bij contante betaling, omdat [directeur] (of [leidinggevende] ) het ontvangen contante geld en de pakbon normaal gesproken naar de administratie door leiden, waar de pakbon dan administratief wordt verwerkt en de voorraadmutatie automatisch plaatsvindt. Daarnaast ging het bij de bestelling van Optisport om een product dat niet op voorraad was, zodat ook geen voorraadverschil moest worden verwerkt.

3.7

De pakbon heeft de administratie van Sport ’81 nooit bereikt en er is ook anderszins geen kopie van de pakbon aan Sport ’81 verstrekt. Sport ’81 heeft lopende de procedure de originele pakbon van Optisport opgevraagd waarop een bedrag van € 324,52 is vermeld. Het hof gaat er van uit dat dit bedrag door [werknemer] in ontvangst is genomen, nu op de afhaal pakbon een stempel “betaald” staat. [werknemer] heeft op zijn beurt steeds verklaard dat hij een bedrag van € 360,58 heeft ontvangen (namelijk 4x doelnetten van € 74,50 excl. btw zonder korting van 10%) terwijl dit niet strookt met het volgens de pakbon afgerekende bedrag. [werknemer] is het antwoord schuldig gebleven waarom deze bedragen van elkaar verschillen.

3.8

[werknemer] is verder met betrekking tot de ontvangen betaling van Optisport afgeweken van de gebruikelijke gang van zaken. Hij heeft het geld in een enveloppe gedaan en in zijn bureaulade gelegd, en naar eigen zeggen pas een week later, op dinsdagochtend 2 september 2019, neergelegd op het bureau van [directeur] . Hij heeft verklaard dat het heel druk was en dit geld aan zijn aandacht ontsnapt was. Reeds thans merkt het hof op dat het niet logisch is dat een ander dan [werknemer] op 27 augustus 2019 een voorraadmutatie heeft doorgevoerd en het geld tot 2 september 2019 bij [werknemer] zou hebben laten liggen.

3.9

Als het gaat om de voorraadmutatie op 27 augustus 2019, heeft [werknemer] in eerste aanleg met zoveel woorden erkend dat hij op 27 augustus 2019 handmatig een voorraadmutatie heeft aangemaakt voor vier doelnetten, maar weersproken dat hij ingelogd heeft onder de naam van [collega] (vgl. productie 7 bij verzoekschrift in eerste aanleg).

3.10

[werknemer] heeft ter zitting in hoger beroep vervolgens ontkend die voorraadmutatie op 27 augustus 2019 te hebben doorgevoerd en daaraan ook toegevoegd dat hij weliswaar nog steeds voorraadmutaties uitvoerde onder zijn oude account, maar in ieder geval nooit voorraad heeft weggemaakt. Het is opmerkelijk dat [werknemer] in eerste instantie, vrij kort na zijn ontslag op staande voet, heeft gesteld dat hij de betreffende voorraadmutatie heeft gemaakt en dit later heeft ontkend.

3.11

Dat klemt te meer nu Sport ’81 enkele aanvullende feiten en omstandigheden heeft gesteld waaruit de conclusie kan worden getrokken dat de voorraadmutatie op 27 augustus 2019 door [werknemer] moet zijn uitgevoerd. Sport ’81 heeft daarvoor onder meer verwezen naar de gedetailleerde beschrijving van systeembeheerder Consolit, die op 3 en 4 december 2018 wijzigingen in het systeem van Sport ’81 heeft doorgevoerd die zagen op de beveiligingstoegang. Consolit heeft toen wijzigingen aangebracht in het beveiligingssysteem van Accountview, waarbij (onder meer) het oude account van [werknemer] is geblokkeerd en een nieuw account voor hem is aangemaakt, waarmee hij geen voorraadmutaties (meer) kon uitvoeren. Het hof kan [werknemer] dan ook niet volgen in zijn betoog dat hij nog steeds voorraadmutaties kon doorvoeren onder zijn oude account. Sport ’81 heeft deze lezing gemotiveerd weersproken met de overgelegde mutaties over het gehele jaar 2019. Hieruit volgt dat in 2019 geen voorraadmutaties (meer) zijn verricht onder het nieuwe account van [werknemer] , maar ook niet onder zijn oude account dat geblokkeerd was. Bovendien is op 4 december 2018 aan [werknemer] een e-mail verzonden met een nieuwe inlogcode voor Accountview, met als gebruikersnaam: “ [werknemer] ” en wachtwoord “ [wachtwoord] ”. Deze wijzigingen zijn volgens de verklaring van [betrokkene 1] van 7 mei 2020 in november 2018 besproken in het team tijdens het teamoverleg. De enkele stelling van [werknemer] dat de wijzigingen in Accountview niet met hem zijn besproken houdt, mede gelet op de aan hem verzonden e-mail met nieuwe inloggegevens, naar het oordeel van het hof dan ook geen stand.

3.12

Daarnaast geldt dat er geen alternatief scenario aannemelijk is geworden, lees: dat en waarom een andere medewerker van Sport ’81 de betreffende voorraadmutatie zou hebben gemaakt. Alhoewel de medewerkers [betrokkene 2] en [betrokkene 1] (vanuit het kantoor), evenals [leidinggevende] en [directeur] , ook waren ingelogd op de cloud-omgeving, heeft Sport ’81 voldoende aannemelijk gemaakt dat zij in ieder geval niet de betreffende voorraadmutatie hebben gemaakt onder het account van [collega] . Dit heeft zij als volgt onderbouwd. De voorraadmutatie is aangemaakt op dinsdagochtend 27 augustus 2019 om 8:58:53 onder het account van “ [collega] ”. [collega] was niet aanwezig in verband met vakantie. Uit het rapport van Lucrasoft van 9 januari 2020 volgt dat op 27 augustus 2019 de cloud-omgevingen van [betrokkene 2] , [betrokkene 1] , [werknemer] , [leidinggevende] en [directeur] actief waren. Alleen nadat men is ingelogd in de cloud-omgeving, kan worden ingelogd in het programma Accountview (ook vanaf een andere computer). Uit de opgevraagde inloggegevens van alle medewerkers in Accountview op 27 augustus 2019 blijkt dat op het moment van de voorraadmutatie om 8:58:53 alleen [betrokkene 2] , [betrokkene 1] en [werknemer] ingelogd waren op de cloud-omgeving. Zij waren ook alle drie op dat moment bij Sport ’81 op kantoor aanwezig. [leidinggevende] logde pas om 10:10:32 in en [directeur] vanaf huis pas om 15:34:20. Verder volgt uit de inloggegevens dat [betrokkene 2] haar cloud-omgeving om 7:35:35 opstartte, om 7:42:24 op Accountview inlogde en om 15:44:58 is uitgelogd. Om 8:57:26 werd op haar computer een e-mail verstuurd aan [directeur] . [betrokkene 2] kan dus niet ingelogd hebben op het account van [collega] . [betrokkene 1] startte op haar beurt de cloud-omgeving op om 8:04:57 en logde in op Accountview om 8:05:05 en bleef ingelogd tot 16:40:17; zij heeft om 9:05:49 een handeling verricht in Accountview. Omdat zij niet is uitgelogd uit Accountview, is het ook niet aannemelijk dat [betrokkene 1] de betreffende voorraadmutatie via het account van [collega] heeft verricht.

3.13

Daarnaast heeft Sport ’81 gedetailleerd en onderbouwd toegelicht dat aannemelijk is dat de voorraadmutatie is verricht vanaf de computer die [werknemer] gebruikte. Vast staat dat op één computer slechts kan zijn ingelogd op één account van Accountview. Eén account van Accountview kan wel op twee verschillende computers tegelijkertijd actief zijn. Uit het rapport van Consolit (in samenhang met de uitdraai van Accountview) blijkt dat om en nabij het tijdstip van de voorraadmutatie op 27 augustus 2019 om 8:58:53 uur, via de computer waarop [werknemer] werkzaam was (aangeduid als PC DT001), om 8:43:57 de cloud-omgeving is opgestart en dat [werknemer] vervolgens om 8:44:17 op Accountview is ingelogd. Vervolgens blijkt (uit productie 6 bij beroepschrift) dat [werknemer] om 8:57:49 heeft uitgelogd uit Accountview. Vervolgens valt te zien op de uitdraai van Accountview dat binnen een tijdspanne van één minuut door “iemand van Sport ’81” wordt ingelogd op het account van [collega] en binnen een minuut weer is uitgelogd. Precies op dat moment is de voorraadmutatie gemaakt. Vast staat dat om 8:59:16 [werknemer] weer op Accountview heeft ingelogd. Eveneens staat vast dat de cloud-omgeving van [collega] niet actief is geweest op 27 augustus 2019, en evenmin is in- en uitgelogd op het account van [collega] via de cloud-omgeving van [betrokkene 2] en [betrokkene 1] . Immers, uit het rapport van Consolit volgt dat de accounts van Accountview van [betrokkene 2] en [betrokkene 1] onafgebroken ingelogd zijn geweest op 27 augustus 2019; er is alleen in- en uitgelogd in Accountview op het account van [werknemer] . Vast staat verder dat [werknemer] op zijn computer PC DT001 heeft ingelogd op zijn cloud-omgeving om 8:44:00 tot 16:46:35. Om 8:44:17 logde hij in op Accountview, op 8:57:49 logde hij weer uit en op 8:59:16 logde hij weer in tot 16:46:35. [werknemer] heeft geen verklaring gegeven voor het feit waarom hij in een tijdspanne van krap anderhalve minuut heeft moeten uit- en weer inloggen op Accountview en welke werkzaamheden hij toen in het systeem moest uitvoeren; hij is daarop het antwoord schuldig gebleven.

3.14

[werknemer] heeft op dit punt wel aangevoerd dat er geen concrete gegevens van de andere PC’s zijn overgelegd, terwijl op die dag 4 computers in de cloud-omgeving actief waren. Daarmee miskent [werknemer] dat uit de verklaring van Lucrasoft genoegzaam blijkt dat rondom het tijdstip van de betreffende voorraadmutatie geen activiteit is geconstateerd op de computer van [betrokkene 2] en dat vanaf de computer van [betrokkene 1] om 8:57:26 een e-mail is gestuurd naar [directeur] , zodat niet aannemelijk is geworden dat één van beiden de voorraadmutatie, laat staan onder de naam van [collega] , heeft doorgevoerd.

3.15

[werknemer] heeft verder aangevoerd dat de gegevens van productie 7 en 8 bij beroepschrift niet met elkaar stroken en er mogelijk “gerommeld” is. Het hof constateert echter dat het verschil in in- en uitlogtijden valt te verklaren omdat het verschillende programma’s betreft: productie 7 bij beroepschrift (de verklaring van Lucrasoft) betreft de activiteiten van de cloud-omgeving en bij productie 8 gaat om het Eventlog van Accountview op 27 augustus 2019. Eerst moet in de cloud-omgeving worden ingelogd alvorens op het administratieve systeem Accountview kan worden ingelogd. Dit verweer van [werknemer] faalt om die reden dan ook.

3.16

Dit alles leidt tot het volgende. Als vaststaand wordt aangenomen dat de voorraadmutatie op 27 augustus 2019 niet door andere collega’s van Sport ’81 kan zijn gedaan en dat het technisch gezien onmogelijk is om via een oud account een voorraadmutatie te maken. Bovendien kan op basis van het technisch onderzoek door Lucrasoft worden geconcludeerd dat de betreffende voorraadmutatie is gedaan vanaf de computer waarop [werknemer] was ingelogd en waarop inlog-activiteiten zijn geconstateerd (PC DT001). Het verweer van [werknemer] dat er twee computers waren die hij gebruikte en dat op één van die computers, in het magazijn, in het geheel geen activiteiten op Accountview zijn geconstateerd zodat niet vast staat dat de mutatie door hem is verricht, kan het hof zonder nadere toelichting niet volgen. Het is juist dat uit de verklaring van dhr. Clement van Lucrasoft volgt dat er twee computers waren in het magazijn en bij de kassa (in de winkel), en dat deze computers op 27 augustus 2019 de hele dag aanstonden: één computer van [werknemer] (PC DT001), vanaf welke computer om 8:43:57 de cloud-omgeving is opgestart, en één computer genaamd Magazijn PC (achter), vanaf welke computer op 27 augustus 2019 geen cloud-sessie is gestart. Uit het rapport van Lucrasoft volgt evengoed dat op de PC DT001 van [werknemer] op het betreffende tijdstip van de voorraadmutatie de koppeling was geopend die de connectie maakt naar de server en naar Accountview, en deze sessie was maar één keer geopend. Het hof gaat er dan ook van uit dat op deze computer (PC DT001 van [werknemer] ) de voorraadmutatie is gedaan.

3.17

Daarnaast overweegt het hof dat (ook) op grond van de hiernavolgende verklaringen van [collega] aannemelijk is geworden dat het [werknemer] was die de voorraadmutatie onbevoegdelijk heeft uitgevoerd, onder het account van [collega] . Anders dan de kantonrechter heeft aangenomen en door [werknemer] in hoger beroep (opnieuw) is aangevoerd, was [collega] geen leidinggevende van [werknemer] . [werknemer] heeft ter zitting in hoger beroep desgevraagd wel verklaard dat hij [collega] als zijn meerdere zag, maar duidelijk is geworden dat [leidinggevende] zijn leidinggevende was. Daarbij komt dat [collega] heeft verklaard (productie 11 bij verweerschrift in hoger beroep, gedateerd 29 april 2020) dat hij [werknemer] geen opdracht heeft gegeven om voorraad te wijzigen, en verder:

“ [werknemer] [ [werknemer] ] vertelde mij op een gegeven moment dat hij een ‘trucje’ had gevonden om alsnog de voorraad te muteren. Ik had inderdaad door moeten vragen welk trucje dit was geweest (…) Mijn wachtwoord was makkelijk te achterhalen, want Consolit had een standaard wachtwoord voor iedereen gemaakt. In mijn geval (en ook van de andere dacht ik) voornaam naam met je geboortejaar. Ik was me van geen kwaad bewust en heb dit wachtwoord nooit veranderd”.

In zijn eerdere verklaring van 13 september 2019, heeft [collega] , onder meer, verklaard dat begin december 2018 alle rechten binnen Accountview waren aangepast en [werknemer] vanaf dat tijdstip geen verkooporders meer kon verwijderen en voorraadmutaties kon uitvoeren:

(…) hiervoor kwam [werknemer] [ [werknemer] ] naar mij toe zodat ik deze werkzaamheden voor hem kon uitvoeren. Vanaf januari 2019 kwam [werknemer] niet meer naar me toe en vroeg ik of er geen voorraadmutaties gedaan en/of verwijderd moesten worden. Het antwoord van [werknemer] hierop was dat hij een ‘maniertje’ had gevonden om deze handelingen weer te kunnen doen. Met daarbij de opmerking dat [collega] maar niet moest vragen wat dit ‘maniertje’ dan was”.

3.18

De stelling van [werknemer] die door de kantonrechter ook is gevolgd, dat [collega] zijn leidinggevende was en dat Sport ’81 dus zelf oogluikend heeft toegestaan dat [werknemer] mutaties maakte, is gegeven het voorgaande onjuist. Verder heeft [werknemer] nog gesteld dat [collega] diverse malen in 2019 aan [werknemer] heeft gevraagd om voor hem voorraadmutaties te doen. Wat ook zij van de juistheid van deze stelling (die wordt tegengesproken door [collega] in zijn verklaring), dit is verder niet relevant. Immers, het hof acht bewezen dat [werknemer] de voorraadmutatie op 27 augustus 2019 heeft doorgevoerd. En volgens de bevindingen van Consolit is het onmogelijk dat [werknemer] dit met zijn eigen “oude” inloggegevens heeft gedaan. Nu volgens de verklaring van [collega] [werknemer] een ‘maniertje’ of een ‘trucje’ had om ook na december 2018 voorraadmutaties te blijven doorvoeren, en zijn ( [collega] ) nieuwe inlognaam en wachtwoord gemakkelijk te achterhalen waren, acht het hof voldoende aannemelijk geworden dat het voor [werknemer] mogelijk was om via het account van [collega] voorraadmutaties door te voeren. Het hof ziet geen redenen om aan te nemen dat de verklaring van [collega] als ongeloofwaardig en onbetrouwbaar terzijde moet worden geschoven.

3.19

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat Sport ’81 heeft bewezen dat [werknemer] op 27 augustus 2019 onbevoegdelijk een voorraadmutatie heeft uitgevoerd voor vier doelnetten, teneinde het wegnemen van het contant ontvangen geldbedrag te kunnen verdoezelen. Een alternatief scenario is, zoals hiervoor is overwogen, niet aannemelijk geworden.

3.20

Deze gedragingen van [werknemer] rechtvaardigen het ontslag op staande voet, ook als alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen, waaronder de persoonlijke omstandigheden van [werknemer] . Het onbevoegdelijk een voorraadmutatie uitvoeren om het wegnemen van een contant geldbedrag te verdoezelen, moet als een zodanige misdraging worden aangemerkt dat [werknemer] het vertrouwen van Sport ’81 als werkgever onwaardig is geworden (art. 7:678 lid 2 aanhef en onder d BW). De door [werknemer] aangevoerde persoonlijke omstandigheden, kort gezegd: zijn lange staat van dienst (26 jaar) waarin hij goede beoordelingen heeft gehad en de (financiële) consequenties van het verlies van zijn baan, kunnen hierin geen verandering brengen.

3.21

Het hof verenigt zich met het oordeel van de kantonrechter dat [werknemer] Sport ’81 niet met vrucht kan tegenwerpen dat zij het beginsel van hoor en wederhoor heeft geschonden door (met name) het (destijds) niet verstrekken van de camerabeelden. Met de kantonrechter (o.m. rov. 6.5 van de bestreden beschikking) oordeelt het hof voorts dat het ontslag onverwijld is gegeven, nu Sport ’81 voldoende voortvarend heeft gehandeld na ontdekking op 5 september 2019 van het ontbreken van het contante geldbedrag en niet kan worden gezegd dat Sport ’81 nadien te lange tijd heeft laten verstrijken voordat zij tot ontslag overging.

3.22

Grieven 1, 2, 3 en 4 slagen dan ook, evenals grief 5 waarbij Sport ’81 opkomt tegen het toekennen van een transitievergoeding. De werknemer kan zijn recht op een transitievergoeding alleen kwijtraken in uitzonderlijke gevallen, waarin evident is dat het tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst leidende handelen of nalaten van de werknemer niet slechts als verwijtbaar, maar als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt. Daarvan is in het geval van [werknemer] sprake, nu hij onbevoegdelijk een voorraadmutatie heeft uitgevoerd om het wegnemen van contant geld te verhullen en om die reden het noodzakelijke vertrouwen van de werkgever onwaardig is geworden.

3.23

Nu bovendien sprake is van een rechtsgeldige opzegging zonder dat Sport ’81 gehouden was een wettelijke opzegtermijn in acht te nemen, en evenmin kan worden geoordeeld dat Sport ’81 op haar beurt ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, slagen ook de grieven 6 en 7.

3.24

[werknemer] zal, als verzocht door Sport ‘81, worden veroordeeld tot terugbetaling van de door Sport ’81 betaalde transitievergoeding van € 25.846 bruto, de vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 10.730,29, de billijke vergoeding van € 25.000 en de verschenen rente van € 665,02.

3.25

Het hof zal daarnaast de zelfstandige tegenverzoeken van Sport ’81 toewijzen strekkende (i) tot verkrijging van een verklaring voor recht dat het ontslag op staande voet van 12 september 2019 rechtsgeldig is, (ii) tot betaling van een bedrag aan gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 3.732,28 bruto en (iii) tot betaling van de onderzoekskosten van Lucrasoft van € 328,13 en het toegeëigende bedrag van € 325. [werknemer] zal daarnaast – als verzocht door Sport ’81 – worden veroordeeld tot betaling van de betekeningskosten van € 99,85 bestaande uit de kosten voor de deurwaarder nadat [werknemer] de uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking van de kantonrechter (achteraf gezien ten onrechte) ten uitvoer had gelegd.

3.26

Grief 8 richt zich tegen de proceskostenveroordeling en slaagt eveneens. [werknemer] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in beide instanties.

De beslissing

Het hof:

- vernietigt de tussen partijen gegeven beschikking van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 10 december 2019;

en opnieuw rechtdoende:

- wijst de verzoeken van [werknemer] af;

- verklaart voor recht dat het op 12 september 2019 aan [werknemer] gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven;

- bepaalt dat [werknemer] , wegens ernstig verwijtbaar handelen ingevolge art 7:673, lid 7 sub c BW geen recht heeft op een transitievergoeding;

- veroordeelt [werknemer] tot betaling aan Sport ’81 van een bedrag van € 3.732,28 bruto als schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging;

- veroordeelt [werknemer] tot betaling aan Sport ’81 van een bedrag van € 328,13 aan onderzoekskosten en € 325 in verband met het toegeëigende bedrag;

- veroordeelt [werknemer] tot terugbetaling aan Sport ’81 binnen veertien dagen na deze beschikking van hetgeen Sport ’81 ter uitvoering van de bestreden beschikking heeft betaald, te weten:

- de transitievergoeding van € 25.846 bruto,

- de vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 10.730,29 bruto,

- de billijke vergoeding van € 25.000 bruto,

- de proceskosten in eerste aanleg van € 468 aan verschotten en € 721 aan salaris gemachtigde,

- de wettelijke rente van € 665,02,

- de betekeningskosten van € 99,85,

- deze bedragen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 december 2019 tot de dag van algehele voldoening;

- veroordeelt [werknemer] tot betaling aan Sport ’81 van de proceskosten in hoger beroep van € 2.071 aan griffierecht en € 3.918 (2 maal tarief IV à € 1.959) aan salaris advocaat;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.J. van Cleef-Metsaars, R.J.F. Thiessen en

S.R. Mellema en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 november 2020 in aanwezigheid van de griffier.