Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2020:1565

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
26-08-2020
Datum publicatie
09-09-2020
Zaaknummer
2200087720
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling belaging en bedreiging van zijn ex-partner door veelvuldig telefonisch contact met haar op te nemen en haar via WhatsApp bedreigende teksten toe te sturen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-000877-20

Parketnummer: 10-267779-19

Datum uitspraak: 26 augustus 2020

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 3 maart 2020 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

adres: [adres}
thans gedetineerd in [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van veertig maanden met aftrek van voorarrest, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren onder oplegging van de bijzondere voorwaarden in de vorm van een meldplicht, gedragsinterventie en een behandelverplichting.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1.
hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2019 tot en met 9 november 2019 te Schiedam, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer], door

- veelvuldig, althans meermalen, telefonisch contact te zoeken met die [slachtoffer] en/of hun/haar zoon en/of,

- veelvuldig, althans meermalen, sms berichten en/of what's app berichten te sturen naar die [slachtoffer] en/of hun/haar zoon en/of

- meermalen, althans eenmaal, zich op te houden bij de woning van die [slachtoffer], met het oogmerk die [slachtoffer], te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

2.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks 1 juli 2019 tot en met 28 oktober 2019 te Schiedam, althans in Nederland [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen

- " ik zou jou letterlijk braden en opeten",

- " stukje snijden en braden" en/of

- " ik zou je levend laten en je zou zien hoe ik een stukje van je snij en op de braadpan zet" en/of

- " ik geef je tot 7 november om met mij om de tafel te zitten anders ga ik je onverwachts pakken" en/of

- " Ik geef je tot 7 november als je dan niet met mij om tafel gaat zitten en gaat praten dan ga ik je bont en blauw slaan", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.
hij op of omstreeks 9 november 2019 te Schiedam opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 6791,1 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde 3,4-methyleendioxymethamfetamine/MDMA en/of ongeveer 6036 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende Amfetamine, zijnde Amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2019 tot en met 9 november 2019 te Schiedam, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten

die van [slachtoffer], door

- veelvuldig, althans meermalen, telefonisch contact te zoeken met die [slachtoffer] en/of hun/ haar zoon en/of,

- veelvuldig, althans meermalen, sms berichten en/of what’s app berichten te sturen naar die [slachtoffer] en/of hun/haar zoon en/of

- meermalen, althans eenmaal, zich op te houden bij de woning van die [slachtoffer], met het oogmerk die [slachtoffer], te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

2

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2019 tot en met 28 oktober 2019 te Schiedam, althans in Nederland [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen

- “ ik zou jou letterlijk braden en opeten”,

- “ stukje snijden en braden” en/of

- “ ik zou je levend laten en je zou zien hoe ik een stukje van je snij en op de braadpan zet” en/of

- “ ik geef je tot 7 november om met mij om de tafel te zitten anders ga ik je onverwachts pakken” en/of

- “ Ik geef je tot 7 november als je dan niet met mij om tafel gaat zitten en gaat praten dan ga ikje bont en blauw slaan”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3

hij op of omstreeks 9 november 2019 te Schiedam

opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 6791,1 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde 3,4-methyleendioxymethamfetamine/MDMA

en/of ongeveer 6036 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende Amfetamine, zijnde Amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1,dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

belaging.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met zware mishandeling.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging en bedreiging van zijn ex-partner door veelvuldig telefonisch contact met haar op te nemen en haar via WhatsApp bedreigende teksten toe te sturen. Dit zijn hinderlijke en angstaanjagende feiten. De handelswijze van de verdachte heeft dan ook een grote impact op het leven van de aangeefster gehad.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 17 juli 2020, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een soortgelijk feit. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte volledige openheid van zaken gegeven. Hij heeft het laakbare van zijn handelen ingezien, volgt trainingen in detentie en heeft zich vrijwillig aangemeld bij De Waag. Ook wenst hij na zijn detentieperiode zijn opleiding HBO accountancy voort te zetten. Het aanwezig hebben van een forse hoeveelheid drugs was een wanhoopsdaad die was ingegeven door de omvang zijn financiële problemen destijds. Daarnaast is aan de orde gekomen dat de verdachte zijn leven inmiddels een wending ten goede heeft kunnen geven doordat hij en zijn ex-partner een mediator hebben ingeschakeld, inmiddels een omgangsregeling zijn overeengekomen en een ouderschapsplan hebben opgesteld. Ook komt zijn kind regelmatig op bezoek bij hem in de gevangenis.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt. Gelet op de grote hoeveelheid verdovende middelen is een lagere straf niet aan de orde.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 285 en 285b van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 10 (tien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat:

 de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of

 de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of

 de verdachte geen medewerking heeft verleend

aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:

 verplicht is zich gedurende de proeftijd te melden bij Antes Reclassering op het adres Marconistraat 2, 3029 AK Rotterdam, zolang en frequent als de reclassering dit noodzakelijk acht;

 gedurende de volledige proeftijd zal deelnemen aan een gedragsinterventie BORG of een ander gedragsinterventie die gericht is op agressiebeheersing. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. De veroordeelde houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider;

 zich gedurende de volledige proeftijd onder behandeling zal stellen van De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start ingaande de proeftijd. De behandeling de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling.

Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. L.F. Gerretsen-Visser,

mr. Th.P.L. Bot en mr. C.M. Derijks, in bijzijn van de griffier mr. C.M. Jellema.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 26 augustus 2020.