Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2020:1407

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
25-06-2020
Datum publicatie
12-08-2020
Zaaknummer
2200209819
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verduistering van verschillende goederen. Vrijspraak van de overige tenlastegelegde feiten, waaronder een poging tot oplichting nu het slachtoffer als rechtmatige eigenaar van de boot niet kan worden bewogen tot de koop daarvan.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-002098-19

Parketnummers: 09-182392-18, 09-206030-18 en 09-222532-18

Datum uitspraak: 25 juni 2020

VERSTEK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 22 mei 2019 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzittingen in hoger beroep van dit hof op

11 juni 2020.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van de dagvaarding met parketnummer 09-182392-18 primair, ter zake van de dagvaarding met parketnummer 09-206030-18 subsidiair en ter zake van de dagvaarding met parketnummer 09-222532-18 onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Voorts is beslist omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen, zijn schadevergoedingsmaatregelen opgelegd en is beslist omtrent de in beslag genomen voorwerpen, een en ander zoals vermeld in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De advocaat-generaal heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep dient te worden verklaard, nu de verdachte niet binnen veertien dagen na het instellen van het hoger beroep een schriftuur met grieven tegen het vonnis heeft ingediend en bovendien, gelet op het feit dat de verdachte niet ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen, ook niet mondeling de bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven. Het hof ziet daarentegen ambtshalve aanleiding de zaak inhoudelijk te behandelen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging in eerste aanleg – ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 09-182392-18:

1.
hij op of omstreeks 13 september 2018 te Rijswijk tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een waterreservoir en/of een koelbox en/of kussens (2 stuks) en/of een luchtbed en/of een haspel en/of een kabelslot en/of een knipschaar en/of een luidspreker en/of een aggregaat en/of boordinstrumenten (van een boot) en/of een zonnebril, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van

braak en/of inklimming;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 13 september 2018 te Rijswijk opzettelijk een waterreservoir en/of een koelbox en/of kussens (2 stuks) en/of een luchtbed en/of een haspel en/of een kabelslot en/of een knipschaar en/of een luidspreker en/of een aggregaat en/of boordinstrumenten (van een boot) en/of een zonnebril, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten door middel van vinding, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaand niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 13 september 2018, te Rijswijk, althans in Nederland, een en/of meerdere voorwerpen, te weten waterreservoir en/of een koelbox en/of kussens (2 stuks) en/of een luchtbed en/of een haspel en/of een

kabelslot en/of een knipschaar en/of een luidspreker en/of een aggregaat en/of boordinstrumenten (van een boot) en/of een zonnebril, heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, terwijl hij wist

dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat, dat en/of die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was en/of waren uit enig misdrijf;

Zaak met parketnummer 09-206030-18 (gevoegd):

hij op of omstreeks 17 oktober 2018 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, [slachtoffer 2] te bewegen tot de koop van een goed, te weten een boot, door het opzettelijk aannemen van een valse hoedanigheid, te weten het zich via de internetsite marktplaats.nl, althans via internet, voor te doen als bonafide verkoper, althans en/of door een of meer listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, door opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- een marktplaatsadvertentie te plaatsen, wetende dat hij, verdachte, van het aangeboden goed, te weten een boot, geen eigenaar was

en/of contact te onderhouden met die perso(o)n(en) over dat aangeboden goed en/of

- met een persoon, af te spreken zodat die persoon, de boot kon kopen en/of

een of persoon heeft bewogen tot de koop van de boot en/of de afgifte van een geldbedrag

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2018 tot en met 17 oktober 20l8 te ‘s-Gravenhage, in elk

geval in Nederland, een boot en zich daarin bevindende goederen (een decupeerzaag, een accuboormachine, een keerkoppeling, een dopsleutelset, schroevendraaiers en meetlatten) in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik

heeft gebracht door middel van braak en/ of verbreking en/ of inklimming;


Zaak met parketnummer 09-222532-18 (gevoegd):

1.
hij op of omstreeks 8 november 2018 te 's-Gravenhage een sloep met inhoud, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan een tot op heden onbekend gebleven persoon, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 8 november 2018 te 's-Gravenhage

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een sloep met inhoud, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan een tot op heden onbekend gebleven persoon,

weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk

toe te eigenen

- met zijn, verdachtes, eigen (rubber)boot naar die sloep is gevaren en naast die sloep is aangemeerd en

- het dekzeil van die sloep (gedeeltelijk) heeft verwijderd en

- de buitenboordmotor van die sloep heeft gestart, althans heeft geprobeerd die te starten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


2.
hij op of omstreeks 8 november 2018 te ’s-Gravenhage, op en/of aan de openbare weg, de Zieken, inbrekerswerktuigen, te weten onder andere

- een mes en/of

- drie, althans één of meer schroevendraaier(s) en

- een handlamp en

- twee, althans één of meer plamuurmes(sen) en

- twee, althans één of meer waterpomptang(en) en

- een breekijzer,

heeft vervoerd en bij zich heeft gehad.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte in de zaak met parketnummer 09-182392-18 subsidiair, in de zaak met parketnummer 09-206030-18 subsidiair en in de zaak met parketnummer 09-222532-18 onder 1 primair zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 10 weken met een proeftijd van 2 jaren. Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 09-222532-18 onder 2 ten laste gelegde heeft de advocaat-generaal gevorderd dat geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Van het onder parketnummer 09-182392-19 primair ten laste gelegde

Het hof is van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om te komen tot een bewezenverklaring van hetgeen aan de verdachte primair ten laste is gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Van het onder parketnummer 09-206030-18 primair en subsidiair ten laste gelegde

Naar het oordeel van het hof kan niet worden vastgesteld dat de verdachte de onder voornoemd parketnummer ten laste gelegde poging tot oplichting van [slachtoffer 2] heeft begaan. Om tot een bewezenverklaring van de tenlastegelegde poging tot oplichting te kunnen komen, dient te worden bewezen dat de verdachte – met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen – [slachtoffer 2] heeft geprobeerd te bewegen tot de koop van een goed, te weten een boot. Nu [slachtoffer 2] de rechtmatige eigenaar is van de boot, kan hij niet bewogen worden tot de koop daarvan zodat sprake is van een ondeugdelijke poging tot oplichting en de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

Met betrekking tot de subsidiair ten laste gelegde diefstal door middel van braak is het hof van oordeel dat het enkel te koop aanbieden van een boot die niet zijn eigendom is, geen wettig bewijs vormt om bewezen te verklaren dat de verdachte zich die boot wederrechtelijk heeft toegeëigend.

Van het onder 09-222532-18 onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde

Het hof is van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om te komen tot een bewezenverklaring van hetgeen aan de verdachte onder 1 en 2 ten laste is gelegd, zodat de verdachte daarvan integraal behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-182392-18 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak met parketnummer 09-182392-18:

1.subsidiair
hij op 13 september 2018 te Rijswijk opzettelijk kussens (2 stuks) en/of een luchtbed en/of een haspel en/of een kabelslot en/of een knipschaar en/of een luidspreker en/of een aggregaat en/of boordinstrumenten (van een boot) en/of een zonnebril, in elk geval enig goed, toebehorende aan [slachtoffer 1] en welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten door middel van vinding, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het in de zaak met parketnummer 09-182392-18 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

verduistering.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de verduistering van de in de bewezenverklaring genoemde goederen. Door aldus te handelen heeft de verdachte blijkt gegeven van een gebrek aan respect voor de persoonlijke eigendommen van anderen. Het hof neemt het de verdachte kwalijk dat hij niet heeft getracht de goederen aan de rechtmatige eigenaar te doen toekomen of uit eigener beweging aan de politie te melden dat hij die goederen gevonden had.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 28 mei 2020, waaruit blijkt dat de verdachte meermalen onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten. Gelet op de gedateerdheid van de feiten lijkt het erop dat de verdachte niettegenstaande de huidige veroordeling wegens verduistering, zijn leven een andere wending wil geven.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 1]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte in de zaak met parketnummer 09-182392-18 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 843,72.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.

Naar het oordeel van het hof is niet komen vast te staan, dat de gestelde schade een rechtstreeks gevolg is van het in de zaak met parketnummer 09-182392-18 subsidiair bewezen verklaarde.

De benadeelde partij dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding.

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 2]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte in de zaak met parketnummer 09-206030-18 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 3.750,00.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de benadeelde partij in de vordering tot een bedrag van €450,00, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Nu de verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-206030-18 ten laste gelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d en 321 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

Beslag

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de in beslag genomen goederen verbeurd worden verklaard.

Nu de verdachte van het hem ter zake van de dagvaarding met parketnummer 09-222532-18 onder 2 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken, zal het hof de teruggave gelasten aan de verdachte van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven goederen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-182392-18 primair en in de zaak met parketnummer 09-222532-18 onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 en in de zaak met parketnummer 09-206030-18 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-182392-18 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Verwijst de benadeelde partij in de door de verdachte gemaakte kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Verwijst de benadeelde partij in de door de verdachte gemaakte kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door mr. G. Knobbout,

mr. A.M.P. Gaakeer en mr. K. Versteeg, in bijzijn van de griffier mr. R. van Eekeres.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 25 juni 2020.

Mr. K. Versteeg is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.