Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2020:1128

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
30-06-2020
Datum publicatie
30-06-2020
Zaaknummer
22-001335-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Art. 423, lid 2, Sv. Ambtshalve terugwijzing van de zaak naar rechtbank, gelet op de sterke verwevenheid van de zaak met eerder door het hof naar de rechtbank teruggewezen zaken, waarin zich een zodanig gebrek in de samenstelling van het gerecht in eerste aanleg heeft voorgedaan dat de behandeling van de zaak niet heeft plaatsgevonden door een onpartijdige rechterlijke instantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2020/275
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-001335-18

Parketnummer: 10-994551-15

Datum uitspraak: 30 juni 2020

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

economische kamer

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de meervoudige economische kamer van de rechtbank Rotterdam van 15 maart 2018 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 16 juni 2020.

Het hof heeft kennisgenomen van hetgeen door de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

De zaak is in hoger beroep op bovengenoemde zitting gelijktijdig maar niet gevoegd behandeld met de zaak van de medeverdachte [medeverdachte] en de zaken van de overige medeverdachten.1 In die zaken is een preliminair verweer gevoerd aangaande de samenstelling van het gerecht in eerste aanleg en waarbij vernietiging van de vonnissen is bepleit en terugwijzing naar het gerecht in eerste aanleg.

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft geconstateerd dat de verdachte in de onderhavige zaak ter zake van het tenlastegelegde is vrijgesproken. Door de verdediging is in de onderhavige zaak geen preliminair verweer gevoerd. De advocaat-generaal heeft verzocht om in het geval dat de zaken van de medeverdachten worden teruggewezen, dit in de onderhavige zaak ook te doen.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof ambtshalve tot een vernietiging daarvan komt.

Ambtshalve beslissing aangaande de samenstelling van het gerecht in eerste aanleg

Het hof constateert ambtshalve dat in de zaak van de medeverdachte [medeverdachte], die gelijktijdig maar niet gevoegd met de onderhavige zaak en de zaken van andere medeverdachten is behandeld, naar aanleiding van een in die zaken door de verdediging – naar oordeel van het hof terecht - gevoerd preliminair verweer betreffende de samenstelling van het gerecht in eerste aanleg, het (de) bestreden vonnis(sen) waarvan beroep heeft vernietigd en de za(a)k(en) heeft teruggewezen naar de meervoudige economische kamer van de rechtbank Rotterdam, teneinde met inachtneming van de arrest in de onderscheiden zaken recht te doen.

De strafzaak van de verdachte was een van de zaken die in eerste aanleg gelijktijdig, doch niet gevoegd, met die tegen de medeverdachten is behandeld. Het vonnis is derhalve gewezen door dezelfde meervoudige economische strafkamer als in de zaken tegen de medeverdachten.

Gelet op de sterke verwevenheid van de strafzaak van de verdachte met die van de medeverdachten is het hof - ambtshalve en gelet op het subsidiaire standpunt van de advocaat-generaal – van oordeel dat het geconstateerde gebrek in de samenstelling van het gerecht in eerste aanleg ook de onderhavige zaak treft en daarmee het gegeven judicium.

Gelet op het bepaalde in artikel 423 lid 2 Sv zal het vonnis waarvan beroep moeten worden vernietigd. Het hof zal de zaak terugwijzen naar de Rechtbank Rotterdam.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en wijst de zaak terug naar de meervoudige economische kamer van de rechtbank Rotterdam, teneinde met inachtneming van dit arrest recht te doen.

Dit arrest is gewezen door mr. I.E. de Vries, mr. A.E. Mos-Verstraten en mr. E.C. van Veen, in bijzijn van de griffier mr. M.Th.A. de Ridder.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 30 juni 2020.

Mr. E.C. van Veen is buiten staat deze uitspraak te ondertekenen.

1 [medeverdachte], [medeverdachte 3], [medeverdachte 4], [medeverdachte 1], [medeverdachte 5], [medeverdachte 6], [medeverdachte 7, [medeverdachte 2].