Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2020:1048

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
23-06-2020
Datum publicatie
23-06-2020
Zaaknummer
22-003801-19
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2021:1888
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artt. 225, 231b, 310, 311, 321, 325, 326 en 339 Sr.

Het hof veroordeelt de verdachte voor onder andere diverse geraffineerde oplichtingen waarbij slachtoffers soms aanzienlijke bedragen zijn afgetroggeld. Tevens acht het hof bewezen dat verdachte valse verklaringen door zijn advocaat heeft laten inbrengen met het kennelijke doel de uitkomst van de onderhavige strafzaak in zijn voordeel te beïnvloeden.

Strafmaat: 6 jaar gevangenisstraf mede vanwege de meedogenloosheid waarmee slachtoffers niet alleen geld afhandig is gemaakt maar hen ook psychisch leed is aangedaan. Bovendien ernstig gevaar voor recidive: verdachte lijkt ervoor gekozen te hebben door middel van oplichtingspraktijken in zijn levensonderhoud te voorzien en er moet ernstig voor worden gevreesd dat na zijn invrijheidsstelling daar geen verandering in zal komen. Hof gelast daarom tevens de openbaarmaking van dit arrest waarbij tevens wordt gelast dat een recente foto van het aangezicht van verdachte wordt gepubliceerd, in aanmerking genomen dat verdachte veelvuldig gebruik maakt van diverse valse namen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2021/7
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-003801-19

Parketnummers: 09-767408-18 en 09-765011-19

Datum uitspraak: 23 juni 2020

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 24 juli 2019 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te Amsterdam op [geboortedatum] 1971,

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Zaanstad te Westzaan.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 9 juni 2020.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte in de zaak met parketnummer 09-767408-18 (dagvaarding I) van het onder 8 tweede cumulatief/alternatief, onder 12, onder 13 en onder 14 primair tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 eerste cumulatief/alternatief, 9, 10, 11 en 14 subsidiair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, met aftrek van voorarrest. In de zaak met parketnummer 09-765011-19 (dagvaarding II) is de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging. Voorts zijn beslissingen genomen op de vorderingen van de benadeelde partijen en omtrent de in beslag genomen voorwerpen, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 09-767408-18:

1.


hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 oktober 2017 tot en met 6 november 2018 te Noordwijk en/of Naarden, althans in Nederland opzettelijk een personenauto (Mercedes met het kenteken [kenteken 1]) en/of de bijbehorende autosleutels en/of autopapieren, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten met toestemming van die [slachtoffer 1], wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2.


hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 mei 2017 tot en met 3 oktober 2017 te Noordwijk, althans in Nederland, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen meerdere geldbedragen (met een totaalbedrag van ongeveer EUR 27.430,65), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik te hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten bankpassen en/of identifier en/of inloggegevens van internetbankieren van die [slachtoffer 1], tot het gebruik waarvan hij, verdachte, niet gerechtigd was (door die geldbedragen van de bankrekeningen van die [slachtoffer 1] over te boeken en/of te pinnen en/of contant op te nemen);

3.


hij in of omstreeks de periode van 1 april 2017 tot en met 9 oktober 2017 te Noordwijk, althans in Nederland een horloge (Tag Heuer), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

4.


hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2017 tot en met 1 oktober 2017 te Noordwijk en/of Naarden, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens van [slachtoffer 1] (te weten naam, geboortedatum, rijbewijsnummer en/of e-mailadres en/of adres) heeft gebruikt met het oogmerk om zijn, verdachtes, identiteit te verhelen en/of de identiteit van die [slachtoffer 1] te misbruiken, immers heeft hij, verdachte, met gebruik van die gegevens bij KPN goederenkredietovereenkomsten en/of overeenkomsten mobiele aansluiting afgesloten, waardoor uit dat gebruik enig financieel nadeel is/kon ontstaan;

5.


hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2017 tot en met 31 mei 2017 te Noordwijk en/of Naarden, althans in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten geldbedrag van EUR 27.000,-, door

- zich voor te doen als ene James Becker en/of als bonafide verkoper en/of eigenaar van de woning gelegen aan de [adres 1] te Noordwijk en/of

- die [slachtoffer 2] voornoemde woning te koop aan te bieden en/of (vervolgens)

- met die [slachtoffer 2] af te spreken dat die [slachtoffer 2] de helft van de huurpenningen van voornoemde woning zou ontvangen en/of

- met die [slachtoffer 2] afgesproken dat die [slachtoffer 2] een bedrag van EUR 27.000,- contant zou betalen voor de tenaamstelling van voornoemde woning, terwijl voornoemde woning niet te koop stond en/of geen eigendom was van hem, verdachte;

6.


hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2017 tot en met 1 oktober 2017 te Noordwijk en/of Bunnik, althans in Nederland (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, ALFAM holding N.V. en/of Defam B.V. heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een geldbedrag van EUR 7.700, door

- bij ALFAM Holding N.V. en/of Defam B.V. op naam van [slachtoffer 1] een aanvraag voor een persoonlijke lening van EUR 7.700,- te doen en/of

- op een overeenkomst Persoonlijke Lening een valse/vervalste handtekening van [slachtoffer 1] te zetten en/of

- voornoemde overeenkomst Persoonlijke Lening en/of (daarbij) loonstroken en/of bankafschriften van [slachtoffer 1] toe te zenden aan Defam B.V. en/of

- het rekeningnummer van die [slachtoffer 1] op te geven als rekeningnummer waar voornoemd bedrag op zou moeten worden gestort;

7.


hij in of omstreeks 1 april 2017 tot en met 31 mei 2017 te 's-Gravenhage, althans in Nederland (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een geldbedrag van EUR 12.000,- en/of een geldbedrag van EUR 1050,-, door

- zich voor te doen als ene James Mendes en/of als piloot en/of als een vermogend man die meerdere panden bezat en/of

- voornoemde [slachtoffer 3] mede te delen dat er beslag lag op zijn, verdachtes, rekeningen en/of

- voornoemde [slachtoffer 3] te vragen om EUR 1050,-, dat bestemd zou zijn voor borg en/of huur voor een woning, over te maken naar rekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [betrokkene 1] en/of

- die [slachtoffer 3] mede te delen dat hij wilde verhuizen naar Wassenaar en/of vervolgens met die [slachtoffer 3] een woning gelegen aan de [adres 2] te Wassenaar te bezichtigen en/of

- die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] (de vader van [slachtoffer 3]) mede te delen dat er met de makelaar een deal was gesloten over voornoemde woning en/of

- dat er snel een bedrag van EUR 17.500,- contant (aan)betaald moest worden voor onder andere bodem- en/of asbestonderzoek en/of dat zijn, verdachtes, oom EUR 5.000,- zou betalen en/of dat zij, [slachtoffer 3], een bedrag van EUR 12.000,- van haar ouders moest lenen en/of dat hij, verdachte, dit geld zou ter naar de ouders van die [slachtoffer 3] en/of

- die [slachtoffer 3] te vragen het geldbedrag van EUR 12.000,- te pinnen en contant aan hem te overhandigen;

8.


hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 december 2017 tot en met 30 maart 2018 te 's-Gravenhage en/of Borne (telkens) opzettelijk geldbedragen van EUR 1.250,- en/of EUR 935,-, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte (telkens) anders dan door misdrijf onder zich had, te weten

- een geldbedrag van EUR 1.250,- als lening en/of voorschot die/dat door [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] op de bankrekening van [slachtoffer 3] was gestort ten behoeve van de aankoop van een kinderwagen en/of

- een geldbedrag van EUR 935,- als lening en/of voorschot van [slachtoffer 3] ten behoeve van mogelijke kosten voor cv-ketels, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend

en/of

hij op of omstreeks 22 december 2017 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (van de bankrekening van [slachtoffer 3]) een geldbedrag van EUR 935,-, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

9.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2018 tot en met 31 maart 2018 te 's-Gravenhage, althans in Nederland (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten EUR 1.900,-, door

- ( via de internetsite www.marktplaats.nl) een appartement, gelegen aan [adres 3] te's-Gravenhage, aan die [slachtoffer 6] te huur aan te bieden en/of

- in het contact met die [slachtoffer 6] gebruik te maken van de valse namen James Snel en/of L.J.N. Snel en/of

- zich voor te doen als bonafide verhuurder en/of eigenaar van voornoemd pand en/of

- met die [slachtoffer 6] een huurcontract voor voornoemd appartement af te sluiten en/of

- die [slachtoffer 6] een factuur/kwitantie van EUR 1.900,- te overhandigen en/of

- die [slachtoffer 6] een bedrag van EUR 1.900,- contant aan huur/borg te laten betalen en/of

- voornoemde factuur/kwitantie te ondertekenen met "J. Mendos";

10.


hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2018 tot en met 23 augustus 2018 te Huizen en/of Naarden, althans in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] heeft bewogen tot de afgifte van één of meerdere geldbedragen, door

- op de internetsite www.marktplaats.nl advertenties te plaatsen waarin (niet-bestaande) appartementen in Spanje te huur worden aangeboden en/of

- zich voor te doen als bonafide verhuurder en/of eigenaar van deze appartementen en/of

- in het contact met voornoemde personen gebruik te maken van de valse namen James Becker en/of James Mendes en/of (vervolgens)

- die personen te vragen om een aanbetaling en/of borg en/of huur over te maken op rekeningnummers ten name van [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3];

11.


hij in of omstreeks 1 oktober 2018 tot en met 30 oktober 2018 te Noordwijk en/of Naarden en/of Huizen, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 13] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten EUR 1.500,-, door

- zich in het contact met voornoemde [slachtoffer 13] voor te doen als James Mendes-Becker en/of

- die [slachtoffer 13] één of meer (niet bestaande) (vakantie)woningen in Spanje te huur aan te bieden en/of - zich voor te doen als bonafide verhuurder en/of eigenaar van die woningen en/of

- die [slachtoffer 13] een (kennelijk valse) foto en video te laten zien van woningen en/of

- met die [slachtoffer 13] overeen te komen dat [slachtoffer 13] een vakantiewoning zou huren van 30-3-2019 tot 8-6-2019 en/of - die [slachtoffer 13] te verzoeken een bedrag van EUR 1.500,- aan verblijfskosten over te maken op rekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [betrokkene 4];

12.


hij in of omstreeks 5 juli 2018 tot en met 10 oktober 2018 te Amsterdam, althans in Nederland (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, Tandartspraktijk [aangever 14] en/of [aangever 14] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten tandartsbehandelingen (onder andere het slijpen van tanden en/of plaatsen van facings), door - zich bij voornoemde tandartspraktijk voor te doen als ene James Gabriels en/of zich aldaar in te schrijven onder de valse naam James Gabriels en/of valse geboortedatum 30-11-1969 en/of daarbij het valse BSN [BSN-nummer] op te geven en/of

- ( vervolgens) zich als James Gabriels en/of als bonafide klant/patiënt onder behandeling te laten stellen bij voornoemde tandartspraktijk en/of

- de aldaar werkzame tandarts mede te delen dat hij, verdachte, de zoon was van de oprichter van Marqt en/of dat hij, verdachte, bevriend was met de vriendinnen van die tandarts en/of Edwin van der Sar en/of Frank Rijkaard;

13.


hij in of omstreeks 16 oktober 2018 tot en met 2 november 2018 te Laren, althans in Nederland (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijfsnaam aangever 15] en/of [aangever 15] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten tandartsbehandelingen (onder andere een consult, kaakoverzichtsfoto en/of voorbereidingen voor het plaatsen van kronen), door

- zich bij (medewerkers van) [bedrijfsnaam aangever 15] voor te doen als ene Maxim Becker-Swaenevelt en/of aldaar de valse geboortedatum 30-11-1969 en/of het valse adres Vliegweg 9 te Laren op te geven en/of

- aldaar mede te delen dat hij niet tevreden was over zijn tandarts in Amsterdam en/of Den Haag en dat hij een second opinion wilde en/of

- zich (vervolgens) als Maxim Becker-Swaenevelt en/of bonafide klant/patiënt door de tandarts onder behandeling te laten stellen;

14.


hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2016 tot en met 2 november 2016 te Blaricum en/of Bussum opzettelijk een personenauto (Toyota Prius met kenteken [kenteken 2]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 16], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten met toestemming van die [slachtoffer 16] (om die personenauto naar de broer van die [slachtoffer 16] te brengen), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2016 tot en met 2 november 2016 te Blaricum en/of Bussum met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Toyota Prius (met kenteken [kenteken 2]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 16], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Zaak met parketnummer 09-765011-19 (gevoegd):

hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 december 2018 tot en met 7 februari 2019 te Rotterdam, althans in Nederland meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valselijk opgemaakte en/of vervalste geschriften die (telkens) bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, als waren deze echt en onvervalst, door valselijk opgemaakte en/of vervalste schriftelijke (getuigen)verklaringen van [benadeelde 1] (gedateerd op 24-11-2018), [benadeelde 2] (gedateerd op 2-1-2019) en/of [benadeelde 3] (gedateerd op 30-12-2018) (indirect) toe te voegen aan het strafdossier in de zaak met parketnummer 09/767408-18.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van alle tenlastegelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van

6 jaren, met aftrek van voorarrest.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak van het onder 12 en 13 tenlastegelegde (oplichting tandartsen)

Het hof is van oordeel dat op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende aannemelijk is geworden dat de twee tandartsen door de door de verdachte gebruikte oplichtingsmiddelen - bestaande uit het doen van een leugenachtige mededeling en het aannemen van een valse naam - zijn bewogen tot het verlenen van tandartsbehandelingen aan de verdachte.

Daarbij heeft het hof in aanmerking genomen de omstandigheden waarin die gedragingen zijn verricht, te weten dat de tandartsen professionele zorgverleners zijn, die (in het kader van de verzekering) verplicht zijn voorafgaand aan een behandeling naam en Burgerservicenummer (BSN) van de patiënt te vragen. Beide tandartsen hebben dit gedaan. Zowel tandarts [aangever 14] als tandarts [aangever 15] merkten toen dat de door de verdachte opgegeven naam en BSN niet overeenkwamen. In beide gevallen kon de verdachte zich niet legitimeren. [aangever 14] heeft verklaard dat hij de man bij dit eerste contact al niet vertrouwde, hij is zelfs bij het vermeende huis van de verdachte gaan kijken.

Ondanks het gegeven dat de verdachte zich nog moest legitimeren en er onduidelijkheid bestond over zijn persoonsgegevens zijn de tandartsen begonnen/doorgegaan met het verlenen van hun diensten.

Met de raadsman is het hof van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de opgave van een valse naam de tandartsen heeft bewogen de verdachte te behandelen. Evenmin is komen vast te staan dat het noemen van namen van bekende Nederlanders (bij [aangever 14]) of een bekende collega-tandarts (bij [aangever 15]) de tandartsen heeft bewogen de verdachte in behandeling te nemen.

De verdachte heeft zich als bonafide klant in de tandartspraktijken gepresenteerd. Dat enkele presenteren als klant heeft geleid tot het in behandeling nemen van de verdachte. De in het algemeen in het maatschappelijk verkeer vereiste (professionele) omzichtigheid van de tandartsen, namelijk het controleren van de identiteit van een nieuwe patiënt inclusief diens BSN, had aanleiding moeten geven zich door die onjuiste gepresenteerde voorstelling van zaken niet te laten misleiden. Deze verificatievoorzieningen zijn immers in het leven geroepen juist om het risico van wanprestatie zoveel mogelijk te beperken.

Het hof acht daarom niet bewezen dat de verdachte zich door het gebruik van een of meer oplichtingsmiddelen heeft schuldig gemaakt aan oplichting. De verdachte zal daarom van het onder 12 en 13 tenlastegelegde worden vrijgesproken.

Overige vrijspraken

Met de advocaat-generaal en de verdediging is naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met parketnummer

09-767408-18 onder 8 tweede cumulatief/alternatief en onder 14 primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

Nadere overwegingen en gevoerde verweren

Feiten 1 (verduistering auto) en 6 (oplichting Alfam)

Aangeefster [slachtoffer 1] en “James Becker” waren sinds medio april 2017 een stelletje. Ze was kort daarvoor gescheiden. Kwetsbaar. Voor hem gevallen en verliefd geworden. Hij was bij haar ingetrokken. Aangeefster was stewardess bij de KLM. Vaak dagenlang van huis. Hij was, zoals dat dan heet, een goede partij. Sportief voorkomen, charmeur en een echte “familieman”. Ook haar ouders waren erg onder de indruk van hem en gunden hun dochter alle liefdesgeluk. Hij pochte met zijn indrukwekkende staat van dienst. Na een glansrijke carrière als straaljagerpiloot was hij al weer enige tijd werkzaam in de burgerluchtvaart: gezagvoerder bij de KLM/Martinair. Financieel zou hij er ook (zeer) warmpjes bij zitten. Het klonk allemaal te goed om waar te zijn.

En dat was het ook. Het waren allemaal flagrante leugens en verzinsels. “James Becker” was in werkelijkheid de verdachte: [verdachte].

Aangeefster kwam tot deze nogal schokkende ontdekking op 9 oktober 2017 tijdens een van haar vele vluchten. De volgende dag confronteerde zij hem hiermee. Hij was niet bij haar thuis en zou ook niet meer terugkomen.

Een auto met kenteken [kenteken 1] had hij, inclusief de beide sleutels en nodige papieren, toen in bezit. Het betrof een vrij opvallende grote Mercedes terreinwagen. Hij heeft deze auto niet meer aan aangeefster geretourneerd.

Op 11 oktober 2017 doet zij aangifte van verduistering door de verdachte van deze auto. Zij komt tot de ontdekking dat in mei 2017 bij Alfam Holding BV op haar naam een lening van € 7.700,- is afgesloten. De onderliggende aanvraag bevatte kopieën van op haar naam staande documenten: loonstrookjes, rijbewijs en paspoort. Aangeefster stelt dat zij deze lening niet heeft afgesloten, dat dit de verdachte moet zijn geweest. Hierop is namens Alfam aangifte gedaan van oplichting, welk plegen ervan de verdachte wordt verweten onder

feit 6.

De raadsman van de verdachte heeft de juistheid van deze verwijten bestreden en vrijspraak bepleit. De auto zou namelijk niet aan haar maar aan de verdachte toebehoren. Gewezen wordt op het gegeven dat hij de auto begin mei 2017 had gekocht van en vervolgens in bezit gekregen door de heer [betrokkene 5] en sindsdien ook alleengebruiker ervan is geweest. Namens de verdachte is daarnaast vrijspraak van feit 6 bepleit omdat hij op geen enkele wijze betrokken zou zijn geweest bij deze lening; het is “zeer onaannemelijk” dat hij “telkens” alle gegevens van [slachtoffer 1] weet te bemachtigen.

Evenals de rechtbank verwerpt het hof de verweren. De verdachte heeft wel degelijk deze, aan de aangeefster toebehorende auto, verduisterd en Alfam opgelicht. Het hof bespreekt deze feiten gezamenlijk omdat ze met elkaar samenhangen.

Het hof stelt vast dat de auto is aangeschaft met geld van aangeefster. Ten dele gaat dat om geld dat zij van de verzekering had uitgekeerd gekregen vanwege het total loss raken van haar eerdere auto. En ten dele gaat het om het geld dat op haar rekening is overgemaakt door Alfam BV als uitvloeisel van een – althans dat veronderstelde Alfam BV – door haar aangegane leenovereenkomst. Het hof is echter van oordeel dat de aanvraag voor de lening niet door aangeefster is gedaan, maar dat de verdachte de daarvoor benodigde stukken heeft aangeleverd en de aanvraag van een valse handtekening heeft voorzien om zo in staat te zijn de auto aan te schaffen.

Anders dan namens de verdachte is aangevoerd, had de verdachte wel degelijk alle gelegenheid om het rijbewijs en paspoort van [slachtoffer 1] te kopiëren en om –zoals zij stelt- in een schriftje de codes te vinden die nodig waren om haar loonstrookjes via (bedrijfs)internet te bemachtigen. De verdachte verbleef in haar woning en zij was vanwege haar werk soms dagen achtereen van huis.

Het motief van het door hem aangaan van de lening is ook duidelijk. Op de dag dat het geleende bedrag op een bankrekening van [slachtoffer 1] werd gestort, werd het bedrag zo goed als helemaal overgemaakt aan de heer [betrokkene 5], de verkoper van de auto, onder vermelding van de valse naam “Becker”.

Voorts is van belang dat het kenteken van de auto sinds mei 2017 op naam van aangeefster stond. Vervolgens zijn zo goed als alle met deze auto gemoeide kosten tot 11 oktober 2017 voor haar rekening geweest. Daarbij is dus inbegrepen een aanzienlijk gedeelte van de aanschafprijs. Verder ook benzinekosten, garagekosten, parkeerkosten, CJIB, verzekeringen en wegenbelasting. In totaal gaat het om een bedrag van ruim 17.000 euro.

Deze feiten en omstandigheden rechtvaardigen zonder meer het oordeel dat de auto aangeefster toebehoorde. De betrokkenheid van de verdachte bij de aankoop doet hier niet aan af.

De juistheid van dit oordeel wordt gesterkt door het volgende. Besloten in het verweer van de verdachte ligt dat zijn bezit van de auto (na de relatiebreuk) te goeder trouw was. Alles wijst echter op het tegendeel. In de ochtend van 11 oktober 2017 is het kenteken van de auto opeens op naam gesteld van [betrokkene 6], zijnde de werkelijke vriendin van de verdachte. Daags er na is die tenaamstelling al weer geschrapt en is de auto op papier, administratief gezien, “verdwenen”. De auto wordt pas op 6 november 2018 onder de verdachte in beslag genomen. Er was veel in het werk gezet om de werkelijke identiteit van de auto te verhullen, deze was omgekat. Er waren niet aan de auto toebehorende, en daarmee dus “valse”, kentekenplaten op bevestigd. Het zogenaamde Vehicle Identifcation Number (VIN), het unieke registratienummer van een auto, was onzichtbaar gemaakt en de auto bleek grijs te zijn in plaats van de oorspronkelijke kleur blauw.

Tot slot mag niet onbenoemd blijven dat de verdachte, in een uiterste poging om in deze kwestie toch zijn gelijk te halen, een aantal (getuigen)verklaringen aan de rechtbank had overgelegd. Die verklaringen waren echter allen valselijk opgemaakt, de vermeende opstellers ervan waren er op geen enkele wijze bij betrokken (zie bewezenverklaring van de zaak met parketnummer

09-765011-19).

Dit alles leidt tot bewezenverklaring van de aan de verdachte verweten verduistering van de auto en het oplichten van Alfam BV.

Feit 2 (diefstal geld)

[slachtoffer 1] heeft in haar daartoe strekkende aangifte verklaard dat de verdachte geld van haar heeft gestolen. Dit via onregelmatige overboekingen en geldopnames in de periode van 25 mei 2017 tot en met 3 oktober 2017. Volgens haar zou het gaan om een bedrag van in totaal

€ 15.978,90 ten laste van haar twee ABN-bankrekeningen in die periode. De verdachte zou over die bankrekeningen vrijelijk –en buiten haar om- hebben kunnen beschikken dankzij haar bankpassen, pincodes, inloggegevens en een zogenaamde identifier (een handzaam apparaatje dat, na het insteken van de pinpas en het invoeren van de bijbehorende pincode, een code genereert om daarmee een bancaire transactie via het internet te kunnen voltooien).

Namens de verdachte is de omvang van genoemd bedrag niet weersproken. Wel wordt de gestelde diefstal bestreden: alle transacties waren met voorafgaande toestemming en dienden ter financiering van een verbouwing die gaande was in aangeefsters woning. Kennelijk subsidiair wordt ontkend de gebruikmaking van “valse” sleutels.

Het hof verwerpt deze verweren.

Allereerst staat niet ter discussie dat alle aan de orde zijnde overboekingen via het internet zijn verricht. Om een dergelijke transactie te kunnen voltooien was in de tenlastegelegde periode het gebruik van een “identifier” vereist. Aangeefster heeft onweersproken gesteld dat de verdachte –buiten haar medeweten om- op 25 mei 2017 op zijn eigen mobiele telefoon een ABN betaal-applicatie heeft geïnstalleerd en deze heeft gekoppeld aan haar beide bankrekeningen. Een dergelijke gang van zaken is hoogst ongebruikelijk, het gaat immers om een strikt persoonlijke elektronische toegangsvoorziening.

Een bestudering van de bij de aangifte gevoegde bankafschriften werkt verhelderend.

Aan [betrokkene 7] is een bedrag van in totaal

€ 8.111,45 overgemaakt. Daarbij zijn haar beide bankrekeningen ingezet. Het valt op dat de bedragen doorgaans betrekkelijk gering zijn, “tientjeswerk”; vaak vinden per dag meerdere van dergelijke overboekingen plaats. Deze nogal opmerkelijke transacties, en het gegeven dat aangeefster [betrokkene 7] niet kent, maken het volstrekt onaannemelijk dat zij deze transacties zelf heeft verricht, laat staan de verdachte daartoe steeds opdracht heeft gegeven. Alle transacties konden slechts met gebruikmaking van de “identifier” (en daarmee dus ook als vereiste de bijbehorende bankpassen en pincodes van aangeefster) worden afgerond. [betrokkene 7] heeft openheid van zaken gegeven. Hij heeft verklaard dat hij zijn pinpas en pincode aan de verdachte, die hij kent van de sportschool, had verstrekt. [betrokkene 7] had het financieel gezien erg zwaar en voelde er wel voor om deze “vriendendienst” aan de verdachte te verlenen in het vooruitzicht van een beloning. Alles wijst er op dat de verdachte de steeds door hemzelf gespekte bankrekening van [betrokkene 7] als zijn eigen persoonlijke betaalrekening heeft gebruikt. Zo is er opvallend vaak geld uitgegeven aan tanken, horeca en loterijen.

Vervolgens zijn ten laste van aangeefsters bankrekeningen een bedrag van in totaal € 267,- aan [benadeelde 1] overgemaakt. Dat is een neefje van de verdachte en aangeefster kent hem verder niet.

Daarnaast heeft aangeefster gewezen op 15 overschrijvingen van in totaal € 4.200,45 die zij niet kan plaatsen en zes voor haar onbekende bankopnames van in totaal € 3.400,-.

De verdachte heeft –voor zover hier overigens nog van belang- op geen enkele wijze aannemelijk kunnen maken dat deze betalingen ten dienste hebben gestaan van de verbouwing van de woning van aangeefster (en daarmee impliciet dus ook met aangeefsters voorafgaande toestemming).

Al het bovenstaande leidt tot het oordeel dat de verdachte gelden, zoals is tenlastegelegd, heeft gestolen van de aangeefster. Daarbij heeft hij –buiten haar om- gebruik gemaakt van haar bankpassen, pincodes en identifier. Weliswaar kan niet worden vastgesteld hoe het hem is gelukt om deze “sleutels” te bemachtigen maar dat is voor deze beoordeling verder niet van belang.

Het feit zal bewezen worden verklaard.

Feit 5 (oplichting [slachtoffer 2])

[slachtoffer 2], vader van [slachtoffer 1], heeft verklaard dat de verdachte, zichzelf toen presenterende als “James Becker”, hem heeft opgelicht. Volgens hem wist de verdachte hem er van te overtuigen dat hij in Noordwijk een appartement te koop had; tegen betaling van € 27.000,- zou het op zijn naam worden gesteld. Hij zou zijn woning gaan verkopen om aan het benodigde (restant)bedrag te komen. [slachtoffer 2] heeft het bedrag in contanten aan de verdachte gegeven; de verdachte heeft een daartoe strekkende kwitantie ondertekend. Later bleek echter dat die woning niet te koop stond en dat de verdachte, die hij eerder nog omschreef als zijnde de “ideale schoonzoon”, zich ook als een ander had voorgedaan.

[slachtoffer 2] heeft vervolgens aangifte van oplichting gedaan, met als bijlage onder meer genoemde kwitantie.

Namens de verdachte is vrijspraak bepleit omdat hij geen woning te koop heeft aangeboden en geen geldbedrag heeft ontvangen; er zouden ook geen getuigen zijn van die beweerdelijke overdracht. Aan het “blaadje” (de kwitantie) kan geen bewijskracht toekomen; niet is vastgesteld dat de handtekening daar door de verdachte op is gezet.

Dit verweer wordt verworpen. De kern van het relaas van de aangever is namelijk in eerste aanleg door [slachtoffer 1] bij de rechter-commissaris bevestigd: er was sprake van een woningaanbod door de verdachte, in haar bijzijn heeft haar vader het geld overhandigd en heeft de verdachte een handtekening gezet voor ontvangst. De juistheid van die verklaring is niet weersproken.

Het oordeel is dan ook dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde oplichting.

Feiten 10 en 11 (vakantiewoningen in Spanje)

Het hoger beroep van de verdachte is blijkens de akte rechtsmiddel niet gericht tegen de bewezenverklaring van het onder 10 tenlastegelegde (de oplichting via Martplaats van zeven slachtoffers door niet bestaande (vakantie) woningen in Spanje te huur aan te bieden).

De raadsman van de verdachte heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep – overeenkomstig het pleidooi in eerste aanleg – op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder 11 tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. Niet is onomstotelijk vastgesteld dat de woning in Spanje niet bestaat en niet daadwerkelijk verhuurd ging worden, aldus de verdediging.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

De stelling van de verdachte dat hij wel degelijk kon beschikken over de woning is op geen enkele wijze onderbouwd. Het hof is dan ook van oordeel dat niet aannemelijk is dat de verdachte op enigerlei wijze bevoegd was de woning in Spanje te verhuren. Dat de verdachte in het contact met de potentiële huurder zijn eigen identiteit heeft verhuld en dat hij heeft gelogen over de persoon naar wie het geld moest worden overgemaakt (zijn zwager in plaats van zijn neef) versterken dat alleen maar.

Voor zover de verdachte heeft willen betogen dat hij de woning bezat omdat hij deze van zijn oma had geërfd, overweegt het hof dat uit de gegevens van de belastingdienst niet blijkt dat de verdachte onroerend goed in het buitenland bezit (na 2014 is van hem geen inkomen danwel vermogen bekend).

Het hof is voorts van oordeel dat de verdachte door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid (die van bonafide verhuurder) bij het slachtoffer ([slachtoffer 13]) een onjuiste voorstelling van zaken in het leven heeft geroepen waardoor deze is bewogen tot het doen van een betaling voor een vakantiehuis in Spanje. De verdachte heeft niet alleen een valse naam opgegeven, maar een compleet valse identiteit neergezet om een vertrouwensband met het slachtoffer op te bouwen. De verdachte heeft daarbij bijvoorbeeld veel “persoonlijke informatie” gedeeld. Zo zou hij de woning van zijn oma hebben geërfd en zou zijn vader in dezelfde periode ook in Spanje in de buurt van het vakantiehuis zijn. Ook heeft de verdachte het slachtoffer in persoon ontmoet en daarbij een van zijn dochters meegenomen. Dit was naar het oordeel van het hof allemaal gericht op het wekken van vertrouwen bij [slachtoffer 13] met het oogmerk om het slachtoffer door dit samenstel van leugens en verhalen (een samenweefsel van verdichtsels) tot de afgifte van het geldbedrag te bewegen.

Het verweer wordt verworpen en de onder 11 tenlastegelegde oplichting is hiermee bewezen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 eerste cumulatief alternatief, 9, 10, 11 en 14 subsidiair en in de zaak met parketnummer 09-765011-19 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak met parketnummer 09-767408-18:

1.


hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 oktober 2017 tot en met 6 november 2018 te Noordwijk en/of Naarden, althans in Nederland opzettelijk een personenauto (Mercedes met het kenteken [kenteken 1]) en/of de bijbehorende autosleutels en/of autopapieren, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten met toestemming van die [slachtoffer 1], wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2.


hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 mei 2017 tot en met 3 oktober 2017 te Noordwijk, althans in Nederland, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening toe-eigening heeft weggenomen meerdere geldbedragen (met een totaalbedrag van ongeveer EUR 27.430,65 15.978,90), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik te hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten bankpassen en/of identifier en/of inloggegevens van internetbankieren van die [slachtoffer 1], tot het gebruik waarvan hij, verdachte, niet gerechtigd was (door die geldbedragen van de bankrekeningen van die [slachtoffer 1] over te boeken en/of te pinnen en/of contant op te nemen);

3.


hij in of omstreeks de periode van 1 april 2017 tot en met 9 oktober 2017 te Noordwijk, althans in Nederland een horloge (Tag Heuer), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan

[slachtoffer 1], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

4.


hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2017 tot en met 1 oktober 2017 te Noordwijk en/of Naarden, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens van [slachtoffer 1] (te weten naam, geboortedatum, rijbewijsnummer en/of e-mailadres en/of adres) heeft gebruikt met het oogmerk om zijn, verdachtes, identiteit te verhelen en/of de identiteit van die [slachtoffer 1] te misbruiken, immers heeft hij, verdachte, met gebruik van die gegevens bij KPN goederenkredietovereenkomsten en/of overeenkomsten mobiele aansluiting afgesloten, waardoor uit dat gebruik enig financieel nadeel is/kon ontstaan;

5.


hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2017 tot en met 31 mei 2017 te Noordwijk en/of Naarden, althans in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een geldbedrag van EUR 27.000,-, door

- zich voor te doen als ene James Becker en/of als bonafide verkoper en/of eigenaar van de woning gelegen aan de [adres 1] te Noordwijk en/of

- die [slachtoffer 2] voornoemde woning te koop aan te bieden en/of (vervolgens)

- met die [slachtoffer 2] af te spreken dat die [slachtoffer 2] de helft van de huurpenningen van voornoemde woning zou ontvangen en/of

- met die [slachtoffer 2] afgesproken af te spreken dat die

[slachtoffer 2] een bedrag van EUR 27.000,- contant zou betalen voor de tenaamstelling van voornoemde woning, terwijl voornoemde woning niet te koop stond en/of geen eigendom was van hem, verdachte;

6.


hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2017 tot en met 1 oktober 2017 te Noordwijk en/of Bunnik, althans in Nederland (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, ALFAM holding N.V. en/of Defam B.V. heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een geldbedrag van EUR 7.700, door

- bij ALFAM Holding N.V. en/of Defam B.V. op naam van

[slachtoffer 1] een aanvraag voor een persoonlijke lening van EUR 7.700,- te doen en/of

- op een overeenkomst Persoonlijke Lening een valse/vervalste handtekening van [slachtoffer 1] te zetten en/of

- voornoemde overeenkomst Persoonlijke Lening en/of (daarbij) loonstroken en/of bankafschriften van [slachtoffer 1] toe te zenden aan Defam B.V. en/of

- het rekeningnummer van die [slachtoffer 1] op te geven als rekeningnummer waar voornoemd bedrag op zou moeten worden gestort;


7.


hij in of omstreeks de periode van 1 april 2017 2018 tot en met 31 mei 2017 2018 te 's-Gravenhage, althans in Nederland (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een geldbedrag van EUR 12.000,- en/of een geldbedrag van EUR 1050,-, en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een geldbedrag van EUR 12.000,-,

door

- zich voor te doen als ene James Mendes en/of als piloot en/of als een vermogend man die meerdere panden bezat en/of

- voornoemde [slachtoffer 3] mede te delen dat er beslag lag op zijn, verdachtes, rekeningen en/of

- voornoemde [slachtoffer 3] te vragen om EUR 1050,-, dat bestemd zou zijn voor borg en/of huur voor een woning, over te maken naar rekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [betrokkene 1] en/of

- die [slachtoffer 3] mede te delen dat hij wilde verhuizen naar Wassenaar en/of vervolgens met die [slachtoffer 3] een woning gelegen aan de [adres 2] te Wassenaar te bezichtigen en/of

- die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] (de vader van

[slachtoffer 3]) mede te delen dat er met de makelaar een deal was gesloten over voornoemde woning en/of

- dat er snel een bedrag van EUR 17.500,- contant (aan)betaald moest worden voor onder andere bodem- en/of asbestonderzoek en/of dat zijn, verdachtes, oom EUR 5.000,- zou betalen en/of dat zij, [slachtoffer 3], een bedrag van EUR 12.000,- van haar ouders moest lenen en/of dat hij, verdachte, dit geld zou terugstorten naar de ouders van die [slachtoffer 3] en/of

- die [slachtoffer 3] te vragen het geldbedrag van EUR 12.000,- te pinnen en contant aan hem te overhandigen;

8.


hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 december 2017 tot en met 30 maart 2018 te 's-Gravenhage en/of Borne (telkens) opzettelijk een geldbedragen van EUR 1.250,- en/of EUR 935,-, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en op 29 maart 2018 te Borne opzettelijk een geldbedrag van EUR 1.250,- toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], en welke goederen verdachte (telkens) anders dan door misdrijf onder zich had, te weten

- een geldbedrag van EUR 1.250,- als lening en/of voorschot die/dat door [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] op de bankrekening van [slachtoffer 3] was gestort ten behoeve van de aankoop van een kinderwagen en/of

- een geldbedrag van EUR 935,- als lening en/of voorschot van [slachtoffer 3] ten behoeve van mogelijke kosten voor cv-ketels, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend

en/of

hij op of omstreeks 22 december 2017 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (van de bankrekening van [slachtoffer 3]) een geldbedrag van EUR 935,-, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

9.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2018 tot en met 31 maart 2018 te 's-Gravenhage, althans in Nederland (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten EUR 1.900,-, door

- ( via de internetsite www.marktplaats.nl) een appartement, gelegen aan [adres 3] te 's-Gravenhage, aan die [slachtoffer 6] te huur aan te bieden en/of

- in het contact met die [slachtoffer 6] gebruik te maken van de valse namen James Snel en/of L.J.N. Snel en/of

- zich voor te doen als bonafide verhuurder en/of eigenaar van voornoemd pand en/of

- met die [slachtoffer 6] een huurcontract voor voornoemd appartement af te sluiten en/of

- die [slachtoffer 6] een factuur/kwitantie van EUR 1.900,- te overhandigen en/of

- die [slachtoffer 6] een bedrag van EUR 1.900,- contant aan huur/borg te laten betalen en/of

- voornoemde factuur/kwitantie te ondertekenen met "J. Mendos";

10.


hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2018 tot en met 23 augustus 2018 te Huizen en/of Naarden, althans in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of

[slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] heeft bewogen tot de afgifte van één of meerdere geldbedragen, door

- op de internetsite www.marktplaats.nl advertenties te plaatsen waarin (niet-bestaande) appartementen in Spanje te huur worden aangeboden en/of

- zich voor te doen als bonafide verhuurder en/of eigenaar van deze appartementen en/of

- in het contact met voornoemde personen gebruik te maken van de valse namen James Becker en/of James Mendes en/of (vervolgens)

- die personen te vragen om een aanbetaling en/of borg en/of huur over te maken op rekeningnummers ten name van [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3];

11.


hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2018 tot en met 30 oktober 2018 te Noordwijk en/of Naarden en/of Huizen, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 13] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten EUR 1.500,-, door

- zich in het contact met voornoemde [slachtoffer 13] voor te doen als James Mendes-Becker en/of

- die [slachtoffer 13] één of meer (niet bestaande) (vakantie)woningen in Spanje te huur aan te bieden en/of - zich voor te doen als bonafide verhuurder en/of eigenaar van die woningen en/of

- die [slachtoffer 13] een (kennelijk valse) foto en video te laten zien van woningen en/of

- met die [slachtoffer 13] overeen te komen dat [slachtoffer 13] een vakantiewoning zou huren van 30-3-2019 tot 8-6-2019 en/of - die [slachtoffer 13] te verzoeken een bedrag van EUR 1.500,- aan verblijfskosten over te maken op rekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [betrokkene 4];


14.
subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2016 tot en met 2 november 2016 te Blaricum en/of Bussum met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Toyota Prius (met kenteken [kenteken 2]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 16], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Zaak met parketnummer 09-765011-19 (gevoegd):

hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 december 2018 tot en met 7 februari 2019 te Rotterdam, althans in Nederland meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valselijk opgemaakte en/of vervalste geschriften die (telkens) bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, als waren deze echt en onvervalst, door valselijk opgemaakte en/of vervalste schriftelijke (getuigen)verklaringen van [benadeelde 1] (gedateerd op 24-11-2018), [benadeelde 2] (gedateerd op 2-1-2019) en/of [benadeelde 3] (gedateerd op 30-12-2018) (indirect) toe te voegen aan het strafdossier in de zaak met parketnummer 09/767408-18.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Zaak met parketnummer 09-767408-18

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

verduistering.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:

diefstal.

Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om de identiteit van een ander te misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan.

Het onder 5 bewezenverklaarde levert op:

oplichting.

Het onder 6 bewezenverklaarde levert op:

oplichting.

Het onder 7 bewezenverklaarde levert op:

oplichting, meermalen gepleegd.

Het onder 8 bewezenverklaarde levert op:

verduistering, meermalen gepleegd.

Het onder 9 bewezenverklaarde levert op:

oplichting.

Het onder 10 bewezenverklaarde levert op:

oplichting, meermalen gepleegd.

Het onder 11 bewezenverklaarde levert op:

oplichting.

Het onder 14 subsidiair bewezenverklaarde levert op:

diefstal.

Zaak met parketnummer 09-765011-19

In eerste aanleg is de verdachte door de rechtbank ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat in de tenlastelegging niet is opgenomen de passage “terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor zodanig gebruik”.

Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de hiervoor genoemde passage hoort bij het tweede, en in deze strafzaak niet van toepassing zijnde, deel van artikel 225 lid 2 Sr: het opzettelijk afleveren of voorhanden hebben van een vals of vervalst geschrift. Dit blijkt ook uit de wetsgeschiedenis van het artikel.

Het opzettelijk gebruik maken van valse geschriften, zoals in het eerste deel van artikel 225 lid 2 strafbaar gesteld, impliceert namelijk al dat men weet dat deze geschriften voor zodanig gebruik bestemd zijn. Het bewezenverklaarde is dus strafbaar en levert op:

opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich op allerlei manieren schuldig gemaakt aan oplichting, verduistering, diefstal en valsheid in geschrifte. Met een levendige fantasie deed de verdachte zich voor als een succesvol en vermogend man en wond op die manier talloze mensen om zijn vingers om ze vervolgens genadeloos op te lichten. Zo heeft de verdachte [slachtoffer 1] doen geloven dat zij een liefdesrelatie met hem had. De verdachte heeft daarbij al zijn charmes in de strijd gegooid, haar kinderen en haar ouders ingepakt, met als enige doel om ze vervolgens te bestelen en op te lichten. De verdachte heeft van [slachtoffer 1] een auto verduisterd, een groot geldbedrag en een horloge gestolen en heeft op haar naam een lening en een krediet voor twee telefoonabonnementen afgesloten. Daarnaast heeft de verdachte de vader van het slachtoffer, de heer [slachtoffer 2], opgelicht voor
€ 27.000,-.

Met [slachtoffer 3] en haar vader heeft de verdachte dezelfde truc uitgehaald. De verdachte heeft de familie [slachtoffer 3, 4 en 5] opgelicht voor verschillende geldbedragen, waaronder een bedrag van € 12.000,-. Voorts heeft hij een bedrag van € 1.250,- gestolen dat bedoeld was voor de aanschaf van een kinderwagen voor de tweeling van [slachtoffer 3] waarvan hij de vader was.

Ook [slachtoffer 6] is door de verdachte opgelicht. Zij dacht een vakantiewoning aan zee te huren, maar de verdachte ging er met haar geld vandoor.

Daarnaast heeft de verdachte zich voorgedaan als verhuurder van vakantiewoningen in Spanje en daarmee zeven personen – via Marktplaats danwel in persoon – opgelicht.

De verdachte heeft ook een auto van [slachtoffer 16] gestolen.

Nog daargelaten dat de verdachte inbreuk heeft gemaakt op het eigendomsrecht van anderen, aanzienlijke financiële schade heeft berokkend en vertrouwen heeft beschaamd en misbruikt – hetgeen de geschonden wetsartikelen beogen te beschermen -, heeft hij bij sommigen van zijn slachtoffers de levens verwoest. Zowel de familie [slachtoffer 1 en 2] als de familie [slachtoffer 3, 4 en 5] leven nog dagelijks met de gevolgen van hetgeen de verdachte hen heeft aangedaan, zoals zij ook ter terechtzitting in hoger beroep middels hun slachtofferverklaringen naar voren hebben gebracht. [slachtoffer 3] heeft daarin zelfs aangegeven nog steeds psychologische hulp te krijgen bij de verwerking van het trauma dat de verdachte haar heeft bezorgd. Zij zal haar leven lang geconfronteerd blijven met de daden van de verdachte en ook de door hem bij haar verwekte kinderen zullen ermee moeten leren leven dat zij zijn voortgekomen uit een nep-relatie met een meedogenloze, niets en niemand ontziende oplichter.

Als klap op de vuurpijl heeft de verdachte in eerste aanleg valse getuigenverklaringen aan het onderhavige strafdossier (laten) toevoegen, die zijn onschuld zouden moeten bewijzen. Hij heeft daarmee in feite dus tevens gepoogd de rechtbank “op te lichten”. Het getuigt van een schaamteloze brutaliteit dat de verdachte op deze manier de rechtsgang heeft geprobeerd te manipuleren.

Het is duidelijk: de verdachte doet wat hij wil voor zijn eigen financiële gewin, ten koste van alles en iedereen. Hij schroomt daarbij niet om anderen, zelfs zijn eigen (tiener)dochters, voor zijn karretje te spannen. Hij maakt misbruik van het vertrouwen van mensen, waaronder van vrouwen die zich op dat moment in een kwetsbare positie bevinden (bijvoorbeeld na een echtscheiding) en daardoor ontvankelijk zijn voor de mooie praatjes van de verdachte en hij speelt daar op slinkse wijze op in. De verdachte windt mensen om zijn vinger en laat vervolgens een spoor van schade en verdriet achter.

De verdachte is ook richting andere slachtoffers meedogenloos geweest. Een van de slachtoffers die via Marktplaats bij de verdachte een woning in Spanje had “gehuurd” was ernstig ziek en het zou letterlijk haar laatste reis worden samen met haar gezin. De verdachte wist dit en heeft zich er ondanks dit gegeven niet door laten weerhouden er met het geld van het slachtoffer vandoor te gaan. De slachtoffers stonden uiteindelijk in Spanje bij een niet-bestaand vakantiehuis en zagen hun laatste vakantie met elkaar in rook opgaan.

De verdachte heeft gedurende zijn strafproces op geen enkel moment berouw getoond en totaal geen inzicht getoond in zijn motieven of verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen.

Dit is overigens niet de eerste keer dat de verdachte door het land trekt en een spoor van berooide slachtoffers achterlaat.

Blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 26 mei 2020 is de verdachte eerder onherroepelijk veroordeeld voor het plegen van soortgelijke (en andersoortige) strafbare feiten. De onderhavige zaak betreft zelfs de derde veroordeling van de verdachte voor oplichting(en) in korte tijd. De verdachte is in 2013 voor poging tot oplichting veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 44 dagen en in datzelfde jaar wegens het meermalen plegen van oplichting en diefstal tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden. In 2008 is de verdachte ook al eens veroordeeld voor oplichting (meermalen gepleegd), verduistering en diefstal tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden en – eveneens in 2008 – tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren waarvan 1 jaar voorwaardelijk voor (onder meer) oplichting (meermalen gepleegd) en verduistering. Deze eerdere veroordelingen en de aan de verdachte opgelegde (forse) gevangenisstraffen hebben hem er kennelijk nog steeds niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Uit het reclasseringsadvies d.d. 28 februari 2019 volgt dat de recidivekans zorgelijk hoog en uiterst moeilijk te reduceren is. De reclassering adviseert oplegging van een straf zonder bijzondere voorwaarden. Er worden namelijk geen mogelijkheden gezien om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag in positieve zin te veranderen.

De angst dat oplichting voor de verdachte de manier is om in zijn levensonderhoud te voorzien die hij weer zal oppakken zodra hij vrij komt, zoals door een van de slachtoffers ter terechtzitting in hoger beroep verwoord, deelt het hof.

Gelet op de uitzonderlijke en aangrijpende ernst van de feiten, de hardnekkige recidive en het volstrekt onverbeterlijke gedrag van de verdachte heeft het hof naast vergelding en generale preventie ook het strafdoel van speciale preventie voor ogen. Het hof ziet in het bovenstaande aanleiding om de samenleving voor langere tijd te (moeten) beschermen tegen het gedrag van de verdachte. Dit kan naar het oordeel van het hof niet anders dan door het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Ondanks de vrijspraken voor de feiten 12 en 13 gaat het hof dan ook mee in de strafeis van de advocaat-generaal.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van voorarrest, een passende en geboden reactie vormt.

Openbaarmaking gerechtelijke uitspraak

Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, moet er naar het oordeel van het hof ernstig voor worden gevreesd dat de verdachte na zijn invrijheidsstelling opnieuw over zal gaan tot het plegen van soortgelijke feiten, daarbij gebruik makend van valse namen, zoals in de onderhavige zaak is gebleken. Daarbij merkt het hof op dat eerdere veroordelingen van de verdachte hebben geleid tot de nodige publiciteit waardoor –zoals is gebleken uit het strafdossier- zijn volledige naam en foto op internet eenvoudig terug te vinden is en daar in verband wordt gebracht met oplichtingspraktijken. Het hof is van oordeel dat meer dan aannemelijk is dat de verdachte juist om die reden gebruik maakte en zal maken van valse identiteiten om (nieuwe) slachtoffers te misleiden en daarmee niet (middels een eenvoudige google-zoekslag) ontmaskerd te worden.

Het hof acht het op grond van het voorgaande noodzakelijk om de bijkomende straf van openbaarmaking van dit arrest (ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten 1, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11) op te leggen teneinde de samenleving zo goed mogelijk te beschermen. Daarbij bepaalt het hof dat ook een recente foto van het aangezicht van de verdachte zal worden gepubliceerd als onderdeel van deze openbaarmaking, zodat een breed publiek gewaarschuwd wordt voor de persoon van de verdachte en in staat wordt gesteld om hem te herkennen, ook indien hij zich van een valse naam zou bedienen. Slechts op deze manier kan de verdachte voldoende nauwkeurig worden aangewezen en wordt het doel van de openbaarmaking gediend: het waarschuwen van de samenleving. Het hof heeft de belangen van de verdachte afgewogen tegen die van de samenleving en is van oordeel dat de belangen van de samenleving in deze prevaleren boven de belangen van de verdachte. Het hof overweegt daarbij dat openbaarmaking van de foto van de verdachte in die zin geen extra leed toevoegt omdat de verdachte al eerder met naam en foto in de openbaarheid is geweest in verband met oplichting.

Het hof gelast dat na het onherroepelijk worden van dit arrest een samenvatting daarvan overeenkomstig de inhoud van de aan dit arrest gehechte Bijlage I zal worden gepubliceerd onder vermelding van de volledige naam van de verdachte en met een afbeelding van het aangezicht van de verdachte. Die publicatie geschiedt op de site www.rechtspraak.nl. Het hof schat de kosten daarvan op nihil en draagt het Openbaar Ministerie op de uitspraak en de foto van de verdachte aan de redactie van de genoemde site aan te leveren.

Beslag

Ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zoals deze vermeld zijn onder nummer 89 en 90 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, te weten (2x) iPhone 7 kleur roze, zal het hof de verbeurdverklaring gelasten, nu dit voorwerpen zijn ten aanzien welke het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 4 bewezenverklaarde is begaan.

Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 1]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 1, 2 en 3 en 4 tenlastegelegde, tot een totaalbedrag van € 49.779,97, bestaande uit € 48.679,97 materiële schade en € 1.100,- immateriële schade.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 49.779,97.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot volledige toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 33.978,00 materiële schade is geleden. Dit bedrag is opgebouwd uit de kosten voor de verduisterde auto (feit 1), het onder 2 bewezenverklaarde geldbedrag en het weggenomen horloge (feit 3).

Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot een bedrag van

€ 1.100,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 1]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van

€ 35.078,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 1].

Vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 2]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 5 tenlastegelegde, tot een totaalbedrag van € 87.110,-, bestaande uit

€ 62.110,- materiële schade en € 25.000,- immateriële schade.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 87.110,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van een gedeelte van de vordering van de benadeelde partij tot een totaalbedrag van € 28.000,-, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 27.000,- materiële schade is geleden, betreffende de aanbetaling voor de woning [adres 1] te Noordwijk.

Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 5 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 mei 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 5 bewezenverklaarde. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot een bedrag van € 1.000,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 mei 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

De overige door de benadeelde partij opgevoerde posten zien op feiten/gebeurtenissen die niet zijn tenlastegelegd. Dit betekent dat het hof in het kader van de onderhavige strafzaak niet kan vaststellen of sprake is van rechtstreekse schade in de zin van de wet en naar het oordeel van het hof de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Proceskosten

In civiele procedures blijft in geval van een kostenveroordeling ten gunste van een met toevoeging procederende partij de toevoeging buiten beschouwing en plegen de kosten van rechtsbijstand te worden begroot aan de hand van het toepasselijke liquidatietarief. Het is vervolgens aan de advocaat van deze partij om deze proceskosten te innen (Kamerstukken II 2008/09, 31 758, nr. 6, p. 18-19). Op grond van art. 32, derde lid, Besluit vergoedingen rechtsbijstand brengt de Raad voor de Rechtsbijstand de proceskostenvergoeding in mindering op de aan de rechtsbijstandverlener toekomende toevoegingsvergoeding, behoudens het bepaalde in het vijfde lid (vgl. HR 22 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:87).

Het hof zal de kosten voor rechtsbijstand ambtshalve vaststellen aan de hand van de Liquidatietarieven Kanton 2020 waaruit blijkt dat voor zaken met een geldswaarde tot en met € 100.000,- een vergoeding van € 721,- per punt geldt.

Het hof zal voor het bijwonen van de zitting 1 punt rekenen. Voor de kosten van rechtsbijstand in hoger beroep volgt derhalve een vergoeding van € 721,-. Voorts rekent het hof 1 punt voor het bijwonen van de zitting in eerste aanleg.

In totaal verwijst het hof de verdachte in de proceskosten van de benadeelde partij tot een bedrag van € 1.442,-.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 2]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van

€ 28.000,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 2].

Vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 3]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 3] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 7 en 8 tenlastegelegde, tot een totaalbedrag van € 39.506,82, bestaande uit

€ 29.506,82 materiële schade en € 10.000,- immateriële schade.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 39.506,82.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot volledige toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 14.905,- materiële schade is geleden. Dit bedrag is opgebouwd uit de kosten voor bodemonderzoek € 12.000,-, een betaling bij Credo mannen € 935,-, twee betalingen aan [betrokkene 1] (huur

€ 550,- en borg € 500,-) en de Bugaboo € 920,-.

Deze schade is een rechtstreeks gevolg is van het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 7 en 8 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 juni 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 7 en 8 bewezenverklaarde. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot een bedrag van
€ 10.000,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 juni 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het hof overweegt daarbij dat weliswaar gespecifieerd is welke kosten zijn gemaakt, bijvoorbeeld aan goederen die de verdachte voor de benadeelde partij zou hebben verkocht en een snelheidsboete die hij met de auto van de benadeelde partij heeft gereden, maar dat de daarbij geleden schade in een te ver verwijderd verband staat tot de bewezenverklaarde feiten.

Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Proceskosten

Het hof zal de kosten voor rechtsbijstand ambtshalve vaststellen aan de hand van de Liquidatietarieven Kanton 2020 waaruit blijkt dat voor zaken met een geldswaarde tot en met € 40.000,- een vergoeding van € 480,- per punt geldt.

Het hof zal voor het opstellen en indienen van schriftelijke toelichting op de vordering 1 punt en voor het bijwonen van de zitting ook 1 punt rekenen. Voor de kosten van rechtsbijstand in hoger beroep volgt derhalve een vergoeding van € 960,-. Voorts rekent het hof 1 punt voor het bijwonen van de zitting in eerste aanleg.

In totaal verwijst het hof de verdachte in de proceskosten van de benadeelde partij tot een bedrag van € 1.440,-

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 3]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van

€ 24.905,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 3].

Vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 6]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 6] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 9 tenlastegelegde, tot een totaalbedrag van € 2.503,74, bestaande uit € 2.253,47 materiële schade en € 250,- immateriële schade.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 9 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen tot een bedrag van € 2.017,10. Voor het overige wordt de vordering van de benadeelde partij afgewezen omdat de overigens opgevoerde kosten reis- en parkeerkosten (van in totaal € 236,37) die zien op het bezoek aan de politie, de rechtbank en slachtofferhulp nu deze kosten geen kosten betreffen ter vaststelling van aansprakelijkheid of schade. Het totaalbedrag betreft derhalve € 2.017,10 te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 maart 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het onder in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 9 bewezenverklaarde. De vordering ter zake van geleden immateriële schade leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot het gevorderde bedrag, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf

31 maart 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Proceskosten

Het hof merkt de opgevoerde kosten voor het doen van aangifte, bezoek aan de rechtbank en slachtofferhulp aan als proceskosten en verwijst de verdachte in die proceskosten, begroot op een bedrag van € 236,37.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 6]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van

€ 2.267,37 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 6].

Vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 8]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 8] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 10 tenlastegelegde, tot een totaalbedrag van € 2.684,56, bestaande uit € 2.384,56 materiële schade en € 300,- immateriële schade.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 2.684,56.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van een gedeelte van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 2.594,56, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 2.370,- materiële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg is van het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 11 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 juli 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige wordt de vordering afgewezen omdat de betreffende kosten niet kunnen worden aangemerkt als rechtstreekse schade. Verdachte wordt voor die betreffende kosten – die het hof aanmerkt als proceskosten - verwezen tot een bedrag van € 14,56.

Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 10 bewezenverklaarde. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot een bedrag van € 250,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 juli 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 8]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van

€ 2.620,- aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 8].

Vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 11]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 11] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 10 tenlastegelegde, tot een totaalbedrag van € 2.291,43, bestaande uit € 2.041,43 materiële schade en € 250,- immateriële schade.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 2.291,43.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van een gedeelte van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 950,-, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 700,- materiële schade is geleden, betreffende de aanbetaling die is gedaan voor de vakantiewoning.

Deze schade is een rechtstreeks gevolg is van het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 10 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 augustus 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 10 bewezenverklaarde. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot een bedrag van € 250,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 augustus 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 11]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 950,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 11].

Vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 10]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 10] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 10 tenlastegelegde, tot een bedrag van € 800,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag van € 800,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 10 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 18 juni 2018 tot aan de dag der algehele voldoening.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer 10]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 800,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 10].

Vordering tot schadevergoeding van [slachtoffer 16]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 16] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 14 primair tenlastegelegde, tot een totaalbedrag van € 15.243,95.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 15.243,95.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van een gedeelte van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 6.000,-, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 6.000,- materiële schade is geleden. Dit bedrag betreft de waarde van de gestolen auto en de navigatie-apparatuur.

Deze schade is een rechtstreeks gevolg is van het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 14 subsidiair bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 november 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 16]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van
€ 6.000,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 16].

Veroordeling van de verdachte in de kosten

Het voorgaande brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met de vordering hebben gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op in totaal € 3.132,93 ([slachtoffer 2]: € 1442,-,

[slachtoffer 3]: € 1.440,-, [slachtoffer 6]: € 236,37, [slachtoffer 8]: € 14,56), en in de kosten die de benadeelde partijen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.

Schadevergoedingsmaatregel en gijzeling

Aan de op te leggen schadevergoedingsmaatregelen zal ook steeds de gijzeling worden verbonden. Dit mede om te bevorderen dat de schade door de verdachte zal worden vergoed. De omvang van alle te vergoeden schade maakt echter dat de opstelsom van de gijzelingsdagen de duur van één jaar zal overstijgen. Dat is niet toegestaan. Aangesloten wordt hierbij op het bepaalde in artikel 60a juncto artikel 24c lid 3 van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof zal daarom per opgelegde schadevergoedingsmaatregel de duur van de gijzeling zodanig zal beperken dat de gecumuleerde gijzelingsduur 365 dagen zal zijn.

Overige benadeelde partijen

De benadeelde partijen Alfam Holding B.V., [aangever 14] en [aangever 15] zijn in eerste aanleg

niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering tot schadevergoeding en hebben zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd, hetgeen meebrengt dat hun vorderingen in hoger beroep niet meer aan de orde zijn.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 24, 33, 33a, 36, 36f, 57, 63, 225, 231b, 310, 311, 321, 325, 326 en 339 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 8 tweede cumulatief/alternatief, 12, 13 en 14 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 eerste cumulatief/alternatief, 9, 10, 11 en 14 subsidiair en in de zaak met parketnummer 09-765011-19 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 eerste cumulatief/alternatief, 9, 10, 11 en 14 subsidiair en in de zaak met parketnummer 09-765011-19 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast dat –na het onherroepelijk worden van dit arrest- deze uitspraak openbaar wordt gemaakt (voor wat betreft de feiten 1, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11) onder vermelding van de volledige naam en een afbeelding van het aangezicht van de verdachte op de site www. Rechtspraak.nl. Bepaalt dat de inhoud van deze openbaarmaking zal zijn overeenkomstig de inhoud van de aan dit arrest gehechte Bijlage I. Draagt het Openbaar Ministerie op voor deze openbaarmaking zorg te dragen.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- (2x) iPhone 7 kleur roze, zoals vermeld onder nummer 89 en 90 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 35.078,00 (vijfendertigduizend achtenzeventig euro) bestaande uit

€ 33.978,00 (drieëndertigduizend negenhonderdachtenzeventig euro) materiële schade en

€ 1.100,00 (duizend honderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1], ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 35.078,00 (vijfendertigduizend achtenzeventig euro) bestaande uit € 33.978,00 (drieëndertigduizend negenhonderdachtenzeventig euro) materiële schade en € 1.100,00 (duizend honderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 128 (honderdachtentwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 9 oktober 2017.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 5 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 28.000,00 (achtentwintigduizend euro) bestaande uit € 27.000,00 (zevenentwintigduizend euro) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 1.442,--.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2], ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 5 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van

€ 28.000,00 (achtentwintigduizend euro) bestaande uit

€ 27.000,00 (zevenentwintigduizend euro) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 102 (honderdtwee) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 31 mei 2017.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 3] ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 7 en 8 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 24.905,00 (vierentwintigduizend negenhonderdvijf euro) bestaande uit € 14.905,00 (veertienduizend negenhonderdvijf euro) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 1.440,-.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 3], ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 7 en 8 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van

€ 24.905,00 (vierentwintigduizend negenhonderdvijf euro) bestaande uit € 14.905,00 (veertienduizend negenhonderdvijf euro) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 91 (eenennegentig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 16 juni 2018.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 6] ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 9 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 2.267,10 (tweeduizend tweehonderdzevenenzestig euro en tien cent) bestaande uit € 2.017,10 (tweeduizend zeventien euro en tien cent) materiële schade en € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 236,37.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 6], ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 9 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van

€ 2.267,10 (tweeduizend tweehonderdzevenenzestig euro en tien cent) bestaande uit € 2.017,10 (tweeduizend zeventien euro en tien cent) materiële schade en € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 9 (negen) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 31 maart 2018.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 8] ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 10 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 2.620,- (tweeduizend zeshonderdtwintig euro) bestaande uit

€ 2.370,- (tweeduizend driehonderdzeventig euro) materiële schade en € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Wijst af de meer of anders gevorderde materiële schade.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 14,56.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 8], ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 10 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van

€ 2.620,- (tweeduizend zeshonderdtwintig euro) bestaande uit € 2.370,- (tweeduizend driehonderdzeventig euro) materiële schade en € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 8 (acht) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 26 juli 2018.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 11]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 11] ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 10 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 950,00 (negenhonderdvijftig euro) bestaande uit € 700,00 (zevenhonderd euro) materiële schade en € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 11], ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 10 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van

€ 950,00 (negenhonderdvijftig euro) bestaande uit
€ 700,00 (zevenhonderd euro) materiële schade en € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 3 (drie) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 2 augustus 2018.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 10]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 10] ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 10 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 800,00 (achthonderd euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 10], ter zake van het in de zaak met parketnummer

09-767408-18 onder 10 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 800,00 (achthonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 3 (drie) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 18 juni 2018.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 16]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 16] ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-767408-18 onder 14 subsidiair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 6.000,00 (zesduizend euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 16], ter zake van het in de zaak met parketnummer

09-767408-18 onder 14 subsidiair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 6.000,00 (zesduizend euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 21 (eenentwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 2 november 2016.

Dit arrest is gewezen door mr. F.W. van Lottum,

mr. F.P. Geelhoed en mr. K. Versteeg, in bijzijn van de griffier mr. S. Johannes.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 23 juni 2020.