Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2019:653

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
20-03-2019
Datum publicatie
28-03-2019
Zaaknummer
22-001902-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoewel er zeker aanwijzingen zijn voor betrokkenheid van de verdachte bij de tenlastegelegde dubbele poging tot ontvoering, kan naar het oordeel van het hof niet met een voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld welke rol de verdachte daarbij mogelijk heeft gehad en of die rol – gelet op de daartoe in aanmerking te nemen factoren – een rol oplevert die hem tot pleger of medepleger maakt. Naar het oordeel van het hof is wel wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte een vuurwapen voorhanden heeft gehad. Tegen onbevoegd wapenbezit dient krachtig te worden opgetreden.

Veroordeling tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-001902-17

Parketnummer: 10-810261-16

Datum uitspraak: 20 maart 2019

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 19 april 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1989,

[BRP-adres],

ten tijde van de behandeling ter terechtzitting in hoger beroep uit anderen hoofde gedetineerd in [PI].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 6 maart 2019.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 1 primair en subsidiair, 2, 3, 4 primair en subsidiair en onder 6 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 5 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek van het voorarrest. Voorts is in eerst aanleg een beslissing genomen omtrent de vordering van de benadeelde partij [aangever 3], als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. Ten slotte is de benadeelde partij [aangever 1] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1. primair:
hij op of omstreeks 06 april 2016 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [aangever 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/is hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet

- in de woning waar [aangever 1] verbleef, die [aangever 1] opgewacht en/of (vervolgens)

- met (een) masker(s) op en/of gewapend met een (automatisch) vuurwapen (met een geluidsdemper) en/of een pistool, althans (een) op een (automatisch) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en), op die [aangever 1] afgelopen en/of (vervolgens)

- die [aangever 1] de woorden toegevoegd: "Hou je mond dicht of je gaat neer" althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens)

- meermalen, althans éénmaal, tegen/op het lichaam van die [aangever 1] geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of (met een vuurwapen, althans een hard voorwerp) geslagen en/of (vervolgens)

- de zak(ken) van de kleding van die [aangever 1] leeggehaald en/of (vervolgens)

- de telefoon(s) van die [aangever 1] uitgezet en/of (vervolgens)

- de mond van die [aangever 1] afgeplakt (met (duc)tape) en/of (vervolgens)

- de handen van die [aangever 1] geboeid (met handboeien) en/of (vervolgens)

- een zak over het hoofd van die [aangever 1] gedaan en/of (vervolgens)

- die [aangever 1] naar buiten (mee)getrokken en/of (vervolgens)

- een (automatisch) vuurwapen (met een geluidsdemper) en/of een pistool, althans (een) op een (automatisch) vuurwapen gelijkend(e) voorwerp(en), op (het hoofd van) die [aangever 1] gericht en/of (vervolgens)

- tweemaal, althans éénmaal, met een (automatische) vuurwapen geschoten en/of (vervolgens)

- die [aangever 1] naar, althans in de richting van, een auto getrokken;

1. subsidiair:
hij op of omstreeks 6 april 2016 te Rotterdam, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [aangever 1] wederrechtelijk van de vrijheid te beroven en/of beroofd te houden, immers heeft/is hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet

- in de woning waar [aangever 1] verbleef, die [aangever 1] opgewacht en/of (vervolgens)

- met (een) masker(s) op en/of gewapend met een (automatisch) vuurwapen (met een geluidsdemper) en/of een pistool, althans (een) op een (automatisch) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en), op die [aangever 1] afgelopen en/of (vervolgens)

- die [aangever 1] de woorden toegevoegd: "Hou je mond dicht of je gaat neer" althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens)

- meermalen, althans éénmaal, tegen/op het lichaam van die [aangever 1] geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of (met een vuurwapen, althans een hard voorwerp) geslagen en/of (vervolgens)

- de zak(ken) van de kleding van die [aangever 1] leeggehaald en/of (vervolgens)

- de telefoon(s) van die [aangever 1] uitgezet en/of (vervolgens)

- de mond van die [aangever 1] afgeplakt (met (duc)tape) en/of (vervolgens)

- de handen van die [aangever 1] geboeid (met handboeien) en/of (vervolgens)

- een zak over het hoofd van die [aangever 1] gedaan en/of (vervolgens)

- die [aangever 1] naar buiten (mee)getrokken en/of (vervolgens)

- een (automatisch) vuurwapen (met een geluidsdemper) en/of een pistool, althans (een) op een (automatisch) vuurwapen gelijkend(e) voorwerp(en), op (het hoofd van) die [aangever 1] gericht en/of (vervolgens)

- tweemaal, althans éénmaal, met een (automatische) vuurwapen geschoten en/of (vervolgens) - die [aangever 1] naar, althans in de richting van, een auto getrokken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2:
hij op of omstreeks 06 april 2016 te Rotterdam, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [aangever 2] wederrechtelijk van de vrijheid te beroven en/of beroofd te houden, immers heeft/is hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet

- in politie-jassen/-vesten, althans politiekleding gekleed en/of met bivakmuts(en) op en/of gewapend met (een) vuurwapen(s), althans op (een) vuurwapen gelijkend(e) voorwerp(en), op die [aangever 2] afgelopen en/of (vervolgens)

- ( daarbij) die [aangever 2] de woorden toegevoegd: "Politie, politie" en/of "We gaan je schieten", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of (vervolgens)

- op/tegen het hoofd van die [aangever 2] geslagen en/of (vervolgens)

- getracht handboeien om de polsen van die [aangever 2] te doen en/of (vervolgens)

- met die [aangever 2] geworsteld en/of (vervolgens)

- één of meer knietje(s) in het gezicht, althans tegen/op het hoofd, van die [aangever 2] gegeven (terwijl die [aangever 2] op de grond zat) en/of vervolgens

- die [aangever 2] van een (stenen) trap (af)getrokken en/of (vervolgens)

- tegen/op het lichaam van die [aangever 2] gestompt en/of (met een wapen, althans een hard voorwerp) geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3:
hij op of omstreeks 06 april 2016 te Rotterdam, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie II onder 2° van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3° van die wet, geschikt om automatisch te vuren, in de vorm van een pistoolmitrailleur (merk CZ, model vz.61, kaliber 7.65mm Browning) en/of daarbij behorende munitie,te weten (totaal) achtentwintig (28), althans één of meer, kogelpatro(o)n(en) (merken CBC en/of GFL, kaliber 7.65mm Browning) , in de zin van art. 1 onder 4° van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet, van de categorie III, en/of daarbij behorend een geluidsdemper van een vuurwapen, te weten een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie I onder 3° van de Wet wapens en munitie, voorhanden heeft gehad;

4
primair:
hij op of omstreeks 30 maart 2016 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (bedrijfs)auto (merk Volkswagen, type 7HM, kleur zwart, kenteken [x]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel;

4 subsidiair:
hij in of omstreeks de periode van 06 april 2016 tot en met 16 juni 2016 te Rotterdam en/of Capelle aan den IJssel, in elk geval in Nederland, een goed, te weten een (bedrijfs)auto (merk Volkswagen, type 7HM, kleur zwart, kenteken [x]) heeft verworven en/of heeft voorhanden gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed betrof;

5:
hij in of omstreeks de periode van 09 mei 2016 tot en met 10 mei 2016 te Dordrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een) wapen(s) als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen, in de zin van artikel 1, onder 3e van die wet in de vorm van een pistool (merk Glock, model 17, kaliber 9x19mm) voorhanden heeft gehad;

6:
hij in of omstreeks de periode van 16 juni 2016 tot en met 22 juni 2016 te Capelle aan den IJssel, in elk geval in Nederland, een goed, te weten een (personen)auto (merk BMW, kleur zwart, kenteken [y]), heeft verworven en/of heeft voorhanden gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed betrof.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2, 3, 4 subsidiair, 5 en onder 6 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van het voorarrest.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet geheel verenigt.

Vrijspraak – feit 1 en 2

Standpunt advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep – overeenkomstig het door haar overgelegde schriftelijke requisitoir - op het standpunt gesteld dat het dossier voldoende wettig en overtuigend bewijs bevat voor hetgeen aan de verdachte onder 1 primair en onder 2 als vrijheidsberoving en poging tot vrijheidsberoving is ten laste gelegd, zodat het onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde bewezen dient te worden verklaard. De advocaat-generaal voert hiertoe aan dat uit het dossier voldoende wettig en overtuigend bewijs voortvloeit en dat op grond van dit bewijs, in onderling verband en samenhang bezien, kan worden vastgesteld dat de verdachte samen met anderen [aangever 1] wederrechtelijk van zijn vrijheid heeft beroofd en [aangever 2] geprobeerd heeft van zijn vrijheid te beroven.

Standpunt verdediging

De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep – overeenkomstig de door haar overgelegde pleitaantekeningen - op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 primair en subsidiair en onder 2 ten laste gelegde. Hiertoe heeft de raadsvrouw aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om tot een bewezenverklaring van de aan de verdachte ten laste gelegde feiten te komen.

Beoordeling van het onder 1 primair en subsidiair en onder 2 tenlastegelegde

In de nacht van 5 op 6 april 2016 wordt geprobeerd de twee aangevers – [aangever 1] en [aangever 2] -, die na een avondje stappen terugkomen op hun verblijfplek, afzonderlijk, op 68 meter van elkaar, van hun vrijheid te beroven, door meerdere mannen in politie-uniform bewapend met vuurwapens en in het andere geval door twee gemaskerde mannen, eveneens bewapend met vuurwapens. De daders hebben [aangever 1], na hem te hebben geslagen, geboeid en een zak over zijn hoofd te hebben geplaatst, uit de woning naar een zwarte BMW gesleurd. Op dat moment komen politieagenten aanrijden. De daders hebben [aangever 1] vervolgens losgelaten en zijn weggerend. Ook [aangever 2] werd door de daders geslagen en geschopt, maar wist na een gevecht één van de daders door de ruit van de portiekdeur te duwen, waarna deze daders eveneens zijn weggevlucht.

Het Openbaar Ministerie heeft vooropgesteld dat er in deze zaak geen sprake is van zogenoemd kernbewijs, maar dat er wel sprake is van omringend bewijs, zogenoemd circumstantial evidence. De door het Openbaar Ministerie gepresenteerde bewijsconstructie is naar het oordeel van de hof gebaseerd op een (te) beperkte hoeveelheid indirect bewijs.

Het hof stelt vast dat uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting verscheidene belastende omstandigheden naar voren komen, die wijzen op betrokkenheid van de verdachte bij het onder 1 en/of 2 tenlastegelegde. Onder andere is in deze zaak van belang dat aangever [aangever 1] heeft verklaard dat toen hij thuiskwam er twee Marokkaanse mannen in de woning aanwezig waren. Deze mannen kwamen op hem af lopen en namen hem vervolgens mee. Uit het dossier volgt dat de verdachte onder andere de Marokkaanse nationaliteit heeft. Op het moment dat aangever [aangever 1] zich met één van de daders buiten bevond, is er twee keer met een automatisch vuurwapen geschoten. Op de plaats delict is een automatisch vuurwapen achtergelaten door de daders. Uit het dossier volgt dat er op de telefoon van de vriendin van de verdachte een foto is aangetroffen van een persoon met hangend om zijn nek het automatische vuurwapen – herkenbaar aan de met duct-tape aan elkaar getapete patroonhouders - zoals dat is aangetroffen op de plaats delict, terwijl het genoemde duct-tape afkomstig lijkt te zijn van een rol tape die in een door de verdachte gebruikte kelderberging is aangetroffen. Derhalve kan de verdachte naar het oordeel van het hof in verband worden gebracht met het automatische vuurwapen zoals dat is gebruikt bij het onder 1 ten laste gelegde. Voorts is er van de verdachte DNA aangetroffen op de plaats delict, te weten op de koorden/hengsels van een tas die is aangetroffen op straat, naast de genoemde BMW. Verder zijn er ook nog historische verkeersgegevens van telefoons en gegevens over voertuigen die mogelijk met de verdachte in verband kunnen worden gebracht, welke gegevens aanwijzingen opleveren voor de aanwezigheid van de verdachte in de omgeving van de plaats en ten tijde van het delict.

Het hof heeft daarnaast de overtuiging dat de verdachte geen volledige openheid van zaken heeft gegeven. Het hof acht het zeer wel mogelijk dat de verdachte een rol in het geheel heeft gespeeld en dat hij meer weet over de (poging tot) vrijheidsberoving van [aangever 1] en [aangever 2] en over wie daarbij betrokken zijn geweest dan hij heeft doen voorkomen. Echter, op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, kan naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend bewezen worden dat de verdachte als pleger dient te worden aangemerkt dan wel dat de verdachte een zodanige bijdrage heeft geleverd aan (een van) de ten laste gelegde feiten dat zijn rol het medeplegen van die (poging tot) vrijheidsberoving(en) oplevert.

Voor zover al kan worden vastgesteld dat het de verdachte is geweest die aanwezig is geweest in de buurt van de plaats delict, bieden het dossier en de daaruit voortvloeiende belastende omstandigheden, waaronder de door de advocaat-generaal ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gebrachte voertuiggegevens en de reeds genoemde telefoongegevens, - afzonderlijk zeker, maar wel degelijk ook in onderling verband en in samenhang bezien - teveel ruimte voor twijfel omtrent het antwoord op de vraag of de verdachte een rol heeft gehad bij het ten laste gelegde, en zo ja, wat de rol van de verdachte is geweest, of hij, en zo ja welke, specifieke uitvoeringshandelingen heeft verricht en of hij als pleger dan wel medepleger van het ten laste gelegde is opgetreden. Hoewel er aldus zeker aanwijzingen zijn voor betrokkenheid van de verdachte bij het/de ten laste gelegde (poging tot) ontvoeren van [aangever 1] en/of [aangever 2], kan naar het oordeel van het hof – ook niet na het steeds op waarde schatten van iedere aanwijzing op zichzelf en de aanwijzingen in onderlinge samenhang en verband bezien - niet met een voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld welke rol de verdachte daarbij mogelijk heeft gehad en of die rol – gelet op de daartoe in aanmerking te nemen factoren – een rol oplevert die hem tot (mede-)pleger van het onder 1 primair en subsidiair en/of het onder 2 ten laste gelegde maakt.

Naar het oordeel van het hof is dan ook – zoals ook de rechtbank heeft geoordeeld - niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair en subsidiair en onder 2 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Vrijspraak feit 3

Zoals hiervoor reeds is overwogen, is naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte een rol als (mede)pleger van de onder 1 en/of 2 tenlastegelegde feiten heeft gehad, zodat hetgeen aan de verdachte onder 3 is ten laste gelegd, te weten het op of omstreeks diezelfde dag voorhanden hebben van genoemd vuurwapen, eveneens niet wettig en overtuigend bewezen is, zodat de verdachte ook daarvan behoort te worden vrijgesproken. Zijn mogelijke eerdere betrokkenheid bij dat vuurwapen is niet voldoende om tot een bewezenverklaring te komen.

Vrijspraak feit 4 en 6

Met de advocaat-generaal en de verdediging is het hof van oordeel dat het onder 4 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

Aan de verdachte is onder 4 subsidiair en onder 6 ten laste gelegd dat hij respectievelijk een Volkswagen Transporter met kenteken [x] en een BMW met kenteken [y] voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat deze auto’s van diefstal afkomstig waren.

Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is het hof van oordeel dat van betrokkenheid van de verdachte met de Volkswagen Transporter en de BMW onvoldoende is gebleken. Het aantreffen van valse sleutels en valse kentekenplaten in de berging van de [adres], van welke berging de verdachte de sleutel in zijn bezit had, volstaat naar het oordeel van het hof daartoe niet, nu het hof – evenals de rechtbank - ervan uit gaat dat het niet alleen de verdachte was die gebruik maakte van de berging om aldaar spullen te bewaren. Dat de Volkswagen Transporter, anders dan de BMW, in de onmiddellijke nabijheid van de woning van de verdachte is aangetroffen doet daar niet aan af.

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 4 subsidiair en onder 6 is ten laste gelegd, zodat de verdachte ook daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

5:
hij in of omstreeks de periode van 09 mei 2016 tot en met op 10 mei 2016 te Dordrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een) wapen(s) als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen, in de zin van artikel 1, onder 3e van die wet in de vorm van een pistool (merk Glock, model 17, kaliber 9x19mm) voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 5 bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Tegen onbevoegd wapenbezit dient krachtig te worden opgetreden. Immers, vuurwapens veroorzaken ernstige gevoelens van onveiligheid in de samenleving, nu vuurwapens dikwijls worden gebruikt bij het plegen van strafbare feiten of bij eigenrichting, vaak met ernstige gevolgen.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 18 februari 2019, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Vordering van de benadeelde partij [aangever 3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 7.730,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte niet gemotiveerd betwist.

Nu de verdachte ter zake van het onder 4 ten laste gelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten hebben gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en subsidiair, 2, 3, 4 primair en subsidiair en onder 6 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 5 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 5 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart de benadeelde partij [aangever 3] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Dit arrest is gewezen door mr. I.P.A. van Engelen, mr. L.F. Gerretsen-Visser en mr. B.P. de Boer, in bijzijn van de griffier mr. M. Rouw.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 20 maart 2019.