Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2019:588

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
31-01-2019
Datum publicatie
21-03-2019
Zaaknummer
22-005519-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mensenhandel; artikel 273f, lid 1, onder 2, 3° en 5° Sr. Vervoer door verdachte en medeverdachte van een minderjarig slachtoffer van Hongarije naar Nederland om haar in contact te brengen met personen die haar in de prostitutie te werk wilden stellen. Verwerping verweer niet-ontvankelijkheid OM wegens instellen strafvervolging jegens verdachte ondanks niet doorzetten van strafrechtelijk onderzoek door Hongaarse justitie. Veroordeling tot 12 maanden gevangenisstraf. Strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

PROMIS

Rolnummer: 22-005519-12

Parketnummer: 10-963050-11

Datum uitspraak: 31 januari 2019

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 22 november 2012 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Hongarije) op [geboortejaar] 1986,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof op 28 januari 2014 en 17 januari 2019.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden, met aftrek voorarrest.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, hetgeen bij inleidende dagvaarding op de voet van artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering nader is omschreven, dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2010 tot en met 30 juni 2010 in de gemeente Rotterdam en/of s-Gravenhage en/of (elders) in Nederland en/of in Hongarije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

[aangeefster] door dwang en/of (een) andere feiteljkhe(i)d(en) en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of

gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [aangeefster] en/of

[aangeefster], geboren op [geboortejaar] 1993, heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [aangeefster], terwijl die [aangeefster] de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt en/of

-[aangeefster] heeft aangeworven en/of meegenomen met het oogmerk die [aangeefster] in een ander land er toe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling en/of

- [ aangeefster], geboren op [geboortejaar] 1993, ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die [aangeefster] enige handeling ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [aangeefster] zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van die handelingen, terwijl die [aangeefster] de leeftijd van 18

jaren nog niet had bereikt en/of

- opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die [aangeefster], geboren op [geboortejaar] 1993, met of voor een derde tegen betaling, terwijl die [aangeefster] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt,

immers heeft/hebben verdachte en/of verdachtes mededader(s)

- afspraken gemaakt met betrekking tot het zoeken en vinden van één of meer meisjes in Hongarije met de bedoeling genoemd(e) meisje(s) in de prostitutie te brengen in Nederland en/of afspraken gemaakt voor wie die één of meer meisjes vervolgens in Nederland in de

prostitutie moest(en) gaan werken en/of

- die minderjarige [aangeefster], geboren op [geboortejaar] 1993 vanuit Hongarije naar Nederland vervoerd, overgebracht, gehuisvest, opgenomen, medegenomen en/of laten vervoeren, laten overbrengen, laten opnemen, laten mede nemen en daarvoor een geldbedrag van 300 euro, althans enig geldbedrag, ontvangen en/of

- die [aangeefster] vanuit Hongarije naar Nederland meegenomen en/of laten meenemen met de bedoeling die [aangeefster] in de prostitutie te brengen in Nederland en/of

afspraken gemaakt voor wie die [aangeefster] vervolgens in Nederland in de prostitutie moest(en) gaan werken en/of

- die [aangeefster] gedwongen en/of opgedragen met één of meer mannen seks te hebben en/of

- die minderjarige [aangeefster], geboren op [geboortejaar] 1993, als prostituee laten werken, althans die [aangeefster] haar seksuele diensten laten aanbieden en/of

meerdere klanten voor die [aangeefster] geregeld en/of vervolgens (het) door die [aangeefster] met/in de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk door die [aangeefster] aan hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s), doen afstaan

en/of doen afdragen en/of

- die [aangeefster], geboren op [geboortejaar] 1993, zodanig in de gaten gehouden en/of bewaakt dat die [aangeefster] zich niet vrij kon bewegen en/of niet vrijwillig de woning waarin die [aangeefster] verbleef kon verlaten en/of

- die [aangeefster], geboren op [geboortejaar] 1993, gecontroleerd en/of laten controleren en/of naar werkplaatsen en/of klanten gebracht en/of laten brengen en/of (vervolgens) van werkplaatsen en/of klanten opgehaald en/of laten ophalen en/of

- bepaald waar die [aangeefster], geboren op [geboortejaar] 1993, als prostituee moest werken.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte, ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot - mede gelet op de overschrijding van de redelijke termijn - een gevangenisstraf voor de duur van veertien maanden, met aftrek van voorarrest.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig zijn overgelegde en aan het procesdossier gevoegde pleitnota bepleit dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de strafvervolging van de verdachte. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat het Openbaar Ministerie volledig is voorbijgegaan aan de uitkomsten van het Hongaarse justitiële onderzoek. Uit het Hongaarse onderzoek kwam naar voren dat aangeefster heel onbetrouwbaar was. De Hongaarse justitie heeft daarop besloten niet tot vervolging over te gaan van personen tegen wie de aangifte zich richtte. Het Openbaar Ministerie in Nederland had hetzelfde besluit moeten nemen.

Beoordeling van het hof

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Uit de Hongaarse beschikking over het beëindigen van het onderzoek van 13 juni 2011 met nummer 03000/89/2011/Bü1 blijkt dat de Hongaarse autoriteiten het strafrechtelijk onderzoek naar een schending van de persoonlijke vrijheid van een minderjarige hebben beëindigd, omdat op basis van de gegevens van het onderzoek in die zaak niet viel vast te stellen dat een strafbaar feit was gepleegd en er geen resultaten vielen te verwachten van het verdere vervolg van het onderzoek van de Hongaarse autoriteiten.

Deze omstandigheid laat naar ’s hofs oordeel echter onverlet dat de Nederlandse opsporingsautoriteiten te allen tijde zelfstandig op Nederlands grondgebied en naar Nederlands recht een strafrechtelijk onderzoek kunnen entameren naar vermoedelijk gepleegde strafbare feiten. Tijdens dit onderzoek is het aan het Openbaar Ministerie - en later aan de rechterlijke macht - om de betrouwbaarheid van de resultaten van het onderzoek waaronder de verklaringen van aangeefster, te toetsen.

Gelet op het vorenstaande verwerpt het hof het beroep op de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2010 tot en met 30 juni 2010 in de gemeente Rotterdam en/of s-Gravenhage en/of (elders) in Nederland en/of in Hongarije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

[aangeefster] door dwang en/of (een) andere feiteljkhe(i)d(en) en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of

gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [aangeefster] en/of

[aangeefster], geboren op [geboortejaar] 1993, heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [aangeefster], terwijl die [aangeefster] de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt en/of

-[aangeefster] heeft aangeworven en/of meegenomen met het oogmerk die [aangeefster] in een ander land er toe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling en/of

- [aangeefster], geboren op [geboortejaar] 1993, ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die [aangeefster] enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [aangeefster] zich daardoor beschikbaar stelt zou stellen tot het verrichten van die handelingen, terwijl die [aangeefster] de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt en/of

- opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die [aangeefster], geboren op [geboortejaar] 1993, met of voor een derde tegen betaling, terwijl die [aangeefster] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt,

immers heeft/hebben verdachte en/of verdachtes mededader(s)

- afspraken gemaakt met betrekking tot het zoeken en vinden van één of meer meisjes in Hongarije met de bedoeling genoemd(e) meisje(s) in de prostitutie te brengen in Nederland en/of afspraken gemaakt voor wie die één of meer meisjes vervolgens in Nederland in de

prostitutie moest(en) gaan werken en/of

- die minderjarige [aangeefster], geboren op [geboortejaar] 1993 vanuit Hongarije naar Nederland vervoerd, overgebracht, gehuisvest, opgenomen, medegenomen en/of laten vervoeren, laten overbrengen, laten opnemen, laten mede nemen en daarvoor een geldbedrag van 300 euro, althans enig geldbedrag, ontvangen en/of

- die [aangeefster] vanuit Hongarije naar Nederland meegenomen en/of laten meenemen met de bedoeling die [aangeefster] in de prostitutie te brengen in Nederland en/of

afspraken gemaakt voor wie die [aangeefster] vervolgens in Nederland in de prostitutie moest(en) gaan werken en/of

- die [aangeefster] gedwongen en/of opgedragen met één of meer mannen seks te hebben en/of

- die minderjarige [aangeefster], geboren op [geboortejaar] 1993, als prostituee laten werken, althans die [aangeefster] haar seksuele diensten laten aanbieden en/of

meerdere klanten voor die [aangeefster] geregeld en/of vervolgens (het) door die [aangeefster] met/in de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk door die [aangeefster] aan hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s), doen afstaan

en/of doen afdragen en/of

- die [aangeefster], geboren op [geboortejaar] 1993, zodanig in de gaten gehouden en/of bewaakt dat die [aangeefster] zich niet vrij kon bewegen en/of niet vrijwillig de woning waarin die [aangeefster] verbleef kon verlaten en/of

- die [aangeefster], geboren op [geboortejaar] 1993, gecontroleerd en/of laten controleren en/of naar werkplaatsen en/of klanten gebracht en/of laten brengen en/of (vervolgens) van werkplaatsen en/of klanten opgehaald en/of laten ophalen en/of

- bepaald waar die [aangeefster], geboren op [geboortejaar] 1993, als prostituee moest werken.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

mensenhandel, terwijl het in artikel 273f, eerste lid, onder 2°, 3° en 5° van het Wetboek van Strafrecht omschreven feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de persoon ten aanzien van wie dat feit wordt gepleegd, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan mensenhandel. Hij heeft samen met zijn mededader het slachtoffer in de auto van Hongarije naar Nederland vervoerd. Tijdens de reis is de verdachte op de hoogte geraakt van de minderjarigheid van het slachtoffer. Desalniettemin heeft hij haar in Nederland in contact gebracht met personen die haar in de prostitutie te werk wilden stellen. Het hof neemt het de verdachte zeer kwalijk dat hij het minderjarige slachtoffer op dat moment of later toen zij in Nederland waren aangekomen, niet naar een veilige plek heeft gebracht. Seksuele uitbuiting is een zeer ernstig feit, waarbij de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer geheel ondergeschikt wordt gemaakt aan het geldelijk gewin van de uitbuiters. Slachtoffers van dergelijke feiten kunnen doorgaans nog lange tijd de psychische gevolgen ervan ondervinden. De verdachte heeft op geen enkele wijze rekening gehouden met de grote kwetsbaarheid en de jeugdige leeftijd van aangeefster en heeft kennelijk puur uit eigen financieel gewin gehandeld. Het hof rekent hem dit ernstig aan.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 2 januari 2019, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van andersoortige strafbare feiten (overtredingen).

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zestien maanden een passende en geboden reactie vormt.

Het hof overweegt met betrekking tot de redelijke termijn in hoger beroep het volgende. Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindarrest binnen twee jaar nadat het hoger beroep is ingesteld, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. De in de onderhavige zaak tijdens de berechting in hoger beroep ontstane vertraging van ruim vier jaren is in belangrijke mate veroorzaakt door de lange periode voorafgaand aan de regiezitting bij het hof en door de ten behoeve van het horen van de verzochte en toegewezen getuigen in het buitenland gedane rechtshulpverzoeken waardoor de zaak ook een lange periode heeft gelegen bij het kabinet van de raadsheer-commissaris. Het onderzoek in hoger beroep heeft voorts langer geduurd doordat niet alleen de strafzaak tegen de verdachte, maar ook de strafzaken tegen de medeverdachten zijn verwezen naar de raadsheer-commissaris voor nader onderzoek. Deze omstandigheden maken dat het hof van oordeel is dat het niet opportuun is dat de verdachte wederom zal worden gedetineerd gelet op de aanzienlijke tijd die in hoger beroep is verstreken. Aan de verdachte zal in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zestien maanden een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden worden opgelegd.

Het hof acht het geboden dat bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht rekening wordt gehouden met de in het buitenland door de verdachte in detentie doorgebrachte periode, te weten van 2 september 2011 tot 1 november 2011.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 57, 63 en 273f van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart het Openbaar Ministerie ontvankelijk in de vervolging.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. M.I. Veldt-Foglia,

mr. A.S.I. van Delden en mr. L.C. van Walree,

in bijzijn van de griffier mr. C.M.A. Ellens-Veenhof.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het

hof van 31 januari 2019.

1 Beschikking van het hoofdcommissariaat van Politie van de provincie [plaats] over het beëindigen van het onderzoek d.d. 13 juni 2011 met nummer 03000/89/2011/Bü (gevoegd in het RHC-dossier).