Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2019:3737

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
08-01-2019
Datum publicatie
02-03-2020
Zaaknummer
200.238.042/01
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Eiser niet-ontvankelijk in vordering tot herroeping omdat uitspraak niet in kracht van gewijsde is gegaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer: 200.238.042/01

Zaaknummer hof Amsterdam: 200.093.246/01

Arrest van 8 januari 2019

in de zaak van:

[naam] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser tot herroeping,

hierna te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. K.H.A. Troeijen te Boxtel,

tegen

Evelyne Korn in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van de vennootschap naar het recht van Luxemburg Daytona Investments S.A.,

kantoor houdende te Luxemburg, Luxemburg,

gedaagde tot herroeping,

hierna te noemen: Korn q.q.,

advocaat: mr. J.A. Dullaart te Naaldwijk.

Het geding

Bij exploot van 14 december 2016, hersteld bij exploot van 22 december 2017, heeft [eiser] een vordering tot herroeping van het arrest van het hof Amsterdam van 7 april 2015 ingesteld.

Vervolgens zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de bevoegdheid van het hof. Op 15 mei 2018 heeft [eiser] een akte uitlating bevoegdheid genomen. Op 29 mei 2018 heeft Korn q.q. een akte houdende uitlating bevoegdheid genomen.

Bij rolbeslissing van 18 september 2018 zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de ontvankelijkheid van [eiser] in zijn vordering tot herroeping. Op 2 oktober 2018 heeft [eiser] een akte uitlating ontvankelijkheid genomen. Op 16 oktober 2018 heeft Korn q.q. een akte houdende uitlating niet-ontvankelijkheid genomen.

Ten slotte is arrest bepaald.

Beoordeling van de ontvankelijkheid van de vordering tot herroeping

1. In de onderhavige zaak vordert [eiser] herroeping van het arrest van het hof Amsterdam van 7 april 2015 gewezen in de zaak 200.093.246/01. Ingevolge artikel 382 Rv kan alleen een uitspraak die in kracht van gewijsde is gegaan worden herroepen. Het arrest van het hof Amsterdam van 7 april 2015 is echter door de Hoge Raad bij arrest van 16 september 2016 vernietigd en is derhalve niet in kracht van gewijsde gegaan.

2. [eiser] betoogt in zijn akte – kort gezegd – dat het arrest van het hof Amsterdam van 7 april 2015 niet geheel is vernietigd. De niet-vernietigde onderdelen zijn in kracht van gewijsde gegaan. Ten aanzien van die onderdelen is herroeping mogelijk. Dat een uitspraak is gecasseerd, betekent immers niet dat alle daarin opgenomen beslissingen opnieuw ter beoordeling voorliggen. Beslissingen die in cassatie niet of tevergeefs zijn bestreden, binden de verwijzingsrechter.

3. Dit betoogt faalt. In zijn arrest van 16 september 2016 heeft de Hoge Raad het arrest van het hof Amsterdam van 7 april 2015 volledig vernietigd. De Hoge Raad heeft immers in het dictum van zijn arrest aan die vernietiging geen beperkingen gesteld. Dat de verwijzingsrechter bij de opnieuw te nemen beslissing gebonden is aan alle in cassatie niet of tevergeefs bestreden beslissingen, betekent niet dat die beslissingen niet zijn vernietigd.

4. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [eiser] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering tot herroeping. [eiser] zal in de proceskosten worden veroordeeld.

Beslissing

Het hof:

- verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vordering tot herroeping;

- veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure tot herroeping, tot op heden aan de zijde van Korn q.q. bepaald op € 318,- aan griffierecht en op € 1.074,- aan salaris voor de advocaat.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.E.H.M. Pinckaers, M.M. Olthof en M.C.M. van Dijk en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 januari 2019 in aanwezigheid van de griffier.