Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2019:302

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
29-01-2019
Datum publicatie
15-02-2019
Zaaknummer
22-001528-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft samen met haar echtgenoot als feitelijk leidinggevenden van de [zorgverlener] gedurende een langere periode opzettelijk PGB verantwoordingsformulieren vervalst. Onder meer daardoor heeft de stichting meer geld van het Zorgkantoor ontvangen dan waarop zij recht had. Het met fraude verworven geld is onder meer besteed ten behoeve van een nieuw zorgproject op Curaçao. Daarnaast hebben verdachte en haar echtgenoot een valse overeenkomst van geldlening opgemaakt om de door hen aan de stichting onttrokken gelden een ogenschijnlijk legitiem karakter te geven.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaren. Voorts wordt een taakstraf voor de duur van 240 uren opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

PROMIS

Rolnummer: 22-001528-14

Parketnummer: 09-997106-10

Datum uitspraak: 29 januari 2019

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 1 april 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen) op [geboortejaar] 1961,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op

18 december 2018 en 15 januari 2019.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 primair, het onder 2 en het onder 3 primair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest. Voorts is een beslissing genomen omtrent de vordering van de benadeelde partij zoals opgenomen in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.


[zorgverlener], op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 19 oktober 2010 te Den Haag, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal

een groot aantal verantwoordingsformulier(en) Persoons Gebonden Budget - Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (PGB-AWBZ), waaronder

1. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [budgethouder 1] over de verantwoordingsperiode 18-3-2008 tot 30-6-2008, ondertekening d.d. 31 juli 2008 (DOC/051-18), en/of

2. een verantwoordingsformulier PGB met betrekking tot budgethouder [budgethouder 1] over de verantwoordingsperiode 01-07-2008 tot en met 31-12-2008, ondertekening d.d. 10-01-2009 (DOC/051-21), en/of

3. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [budgethouder 2] over de verantwoordingsperiode 01-07-07 tot 31-12-07, ondertekening d.d. 8-01-08 (DOC/053-13), en/of

4. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [budgethouder 2] over de verantwoordingsperiode 01-01-08 tot 30-06-2008, ondertekening d.d. 31-7-2008 (DOC/053-14), en/of

5. een verantwoordingsformulier PGB met betrekking tot budgethouder [budgethouder 3] over de verantwoordingsperiode 01-04-2007 tot en met 31-12-2007, ondertekening d.d. 07-01-2008 (DOC/057-17), en/of

6. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [budgethouder 3] over de verantwoordingsperiode 01-01-2008 tot 30-06-2008, ondertekening d.d. 08-08-2008 (DOC/057-29), en/of

7. een verantwoordingsformulier PGB met betrekking tot budgethouder [budgethouder 4] over de verantwoordingsperiode 09-04-2007 tot en met 31-12-2007, ondertekening d.d. 13-07-2008 (DOC/054-23), en/of

8. een verantwoordingsformulier PGB met betrekking tot budgethouder [budgethouder 4] over de verantwoordingsperiode 01-01-2008 tot en met 30-06-2008, ondertekening d.d.10-01-2009 (DOC/054-24), en/of

9. een verantwoordingsformulier PGB met betrekking tot budgethouder [budgethouder 5] over de voorschotperiode 4-5-2007 tot en met 31-12-07, ondertekening d.d. 13-03-2008 (DOC/058-09), en/of

10. een verantwoordingsformulier PGB met betrekking tot budgethouder [budgethouder 5] over de verantwoordingsperiode 01-01-08 tot en met 30-06-08, ondertekening d.d. 01-08-08 (DOC/058-10), en/of

11. een verantwoordingsformulier PGB met betrekking tot budgethouder [budgethouder 6] over de verantwoordingsperiode 01-07-2008 tot en met 31-12-2008, ondertekening d.d. 07-04-2009 (DOC/062-18), en/of

12. een verantwoordingsformulier PGB met betrekking tot budgethouder [budgethouder 6] over de verantwoordingsperiode 12-3-08 tot en met 30-06-08, ondertekening d.d. 01-01-08 (DOC/062-20), en/of

13. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [budgethouder 7] over de verantwoordingsperiode 01-07-07 tot 01- -07, ondertekening d.d. 8-01-08 (DOC/063-56), en/of

14. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [budgethouder 7] over de verantwoordingsperiode 01-01-08 tot 30-06-08, ondertekening d.d. 01-08-2008 (DOC/063-59/60), en/of

15. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [budgethouder 8] over de verantwoordingsperiode 01-07-07 tot 31-12-07, ondertekening d.d. 8-01-08 (DOC/072-38), en/of

16. een verantwoordingsformulier PGB met betrekking tot budgethouder [budgethouder 8] over de verantwoordingsperiode 01-07-2008 tot en met 31-12-2008, ondertekening d.d. 09-04-2009 (DOC/072-41),

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk heeft/hebben doen opmaken en/of doen vervalsen,

immers heeft/hebben genoemde rechtspersoon en/of haar mededader(s) (telkens) valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven-

- op voornoemde verantwoordingsformulier(en) (telkens) (een) andere bedrag(en) vermeld en/of laten vermelden dan waarvoor in werkelijkheid zorg was verleend, en/of

- op voornoemde verantwoordingsformulier(en) (telkens) (een) ander(e) zorgvorm(en) vermeld en/of aangekruist en/of laten vermelden en/of aankruisen dan in werkelijkheid was/waren verleend, en/of

- op voornoemde verantwoordingsformulier(en) (telkens) (een) zorgvorm(en) vermeld en/of aangekruist en/of laten vermelden en/of aankruisen, die in werkelijkheid in zijn geheel niet, althans niet voor het volledige bedrag zoals genoemd in dat/die verantwoordingsformulier(en), heeft/hebben plaatsgevonden en/of is/zijn verleend,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafba(a)r(e) feiten verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


zij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 19 oktober 2010 te Den Haag, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met [medeverdachte] en/of (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal

een groot aantal verantwoordingsformulier(en) Persoons Gebonden Budget - Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (PGB-AWBZ), waaronder

1. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [budgethouder 1] over de verantwoordingsperiode 18-3-2008 tot 30-6-2008, ondertekening d.d. 31 juli 2008 (DOC/051-18), en/of

2. een verantwoordingsformulier PGB met betrekking tot budgethouder [budgethouder 1] over de verantwoordingsperiode 01-07-2008 tot en met 31-12-2008, ondertekening d.d. 10-01-2009 (DOC/051-21), en/of

3. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [budgethouder 2] over de verantwoordingsperiode 01-07-07 tot 31-12-07, ondertekening d.d. 8-01-08 (DOC/053-13), en/of

4. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [budgethouder 2] over de verantwoordingsperiode 01-01-08 tot 30-06-2008, ondertekening d.d. 31-7-2008 (DOC/053-14), en/of

5. een verantwoordingsformulier PGB met betrekking tot budgethouder [budgethouder 3] over de verantwoordingsperiode 01-04-2007 tot en met 31-12-2007, ondertekening d.d. 07-01-2008 (DOC/057-17), en/of

6. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [budgethouder 3] over de verantwoordingsperiode 01-01-2008 tot 30-06-2008, ondertekening d.d. 08-08-2008 (DOC/057-29), en/of

7. een verantwoordingsformulier PGB met betrekking tot budgethouder [budgethouder 4] over de verantwoordingsperiode 09-04-2007 tot en met 31-12-2007, ondertekening d.d. 13-07-2008 (DOC/054-23), en/of

8. een verantwoordingsformulier PGB met betrekking tot budgethouder [budgethouder 4] over de verantwoordingsperiode 01-01-2008 tot en met 30-06-2008, ondertekening d.d.10-01-2009 (DOC/054-24), en/of

9. een verantwoordingsformulier PGB met betrekking tot budgethouder [budgethouder 5] over de voorschotperiode 4-5-2007 tot en met 31-12-07, ondertekening d.d. 13-03-2008 (DOC/058-09), en/of

10. een verantwoordingsformulier PGB met betrekking tot budgethouder [budgethouder 5] over de verantwoordingsperiode 01-01-08 tot en met 30-06-08, ondertekening d.d. 01-08-08 (DOC/058-10), en/of

11. een verantwoordingsformulier PGB met betrekking tot budgethouder [budgethouder 6] over de verantwoordingsperiode 01-07-2008 tot en met 31-12-2008, ondertekening d.d. 07-04-2009 (DOC/062-18), en/of

12. een verantwoordingsformulier PGB met betrekking tot budgethouder [budgethouder 6] over de verantwoordingsperiode 12-3-08 tot en met 30-06-08, ondertekening d.d. 01-01-08 (DOC/062-20), en/of

13. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [budgethouder 7] over de verantwoordingsperiode 01-07-07 tot 01- -07, ondertekening d.d. 8-01-08 (DOC/063-56), en/of

14. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [budgethouder 7] over de verantwoordingsperiode 01-01-08 tot 30-06-08, ondertekening d.d. 01-08-2008 (DOC/063-59/60), en/of

15. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [budgethouder 8] over de verantwoordingsperiode 01-07-07 tot 31-12-07, ondertekening d.d. 8-01-08 (DOC/072-38), en/of

16. een verantwoordingsformulier PGB met betrekking tot budgethouder [budgethouder 8] over de verantwoordingsperiode 01-07-2008 tot en met 31-12-2008, ondertekening d.d. 09-04-2009 (DOC/072-41),

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk heeft doen opmaken en/of doen vervalsen,

immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven-

- op voornoemde verantwoordingsformulier(en) (telkens) (een) andere bedrag(en) vermeld en/of laten vermelden dan waarvoor in werkelijkheid zorg was verleend, en/of

- op voornoemde verantwoordingsformulier(en) (telkens) (een) ander(e) zorgvorm(en) vermeld en/of aangekruist en/of laten vermelden en/of aankruisen dan in werkelijkheid was/waren verleend, en/of

- op voornoemde verantwoordingsformulier(en) (telkens) (een) zorgvorm(en) vermeld en/of aangekruist en/of laten vermelden en/of aankruisen, die in werkelijkheid in zijn geheel niet, althans niet voor het volledige bedrag zoals genoemd in dat/die verantwoordingsformulier(en), heeft/hebben plaatsgevonden en/of is/zijn verleend, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

2.


zij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van april 2007 tot en met april 2010 te Den Haag, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met [medeverdachte] en/of (een) ander(en), althans alleen,

- een geldleningovereenkomst overeengekomen tussen [medeverdachte] en [zorgverlener] d.d. 1 april 2007 voor een bedrag van 475.000 euro (DOC/128)

zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk heeft/hebben doen opmaken en/of doen vervalsen,

immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s) valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven-

- een fictieve geldleningovereenkomst opgemaakt en/of op laten maken, en/of

- bovengenoemde geldleningovereenkomst voorzien van een te vroege datum en/of doen en/of laten voorzien van een te vroege datum,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

3.


zij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 19 oktober 2010 te Den Haag, in elk geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen meermalen, althans eenmaal, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) (een) charta(a)l(e) of gira(a)l(e) en/of contant(e) geldbedrag(en) van totaal 708.679,35 euro (zaaksdossier witwassen), althans (een) geldbedrag(en),

verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, en/althans gebruik gemaakt van dit/deze charta(a)l(e) of gira(a)l(e) geldbedrag(en), terwijl voornoemde persoon en/of haar mededader(s) wist(en) dat dit/deze geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk- afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven;

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 19 oktober 2010 te Den Haag, in elk geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen meermalen, althans eenmaal, schuldig heeft gemaakt aan schuldwitwassen, immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) (een) charta(a)l(e) of gira(a)l(e) en/of contant(e) geldbedrag(en) van totaal 708.679,35 euro (zaaksdossier witwassen), althans (een) geldbedrag(en),

verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, en/althans gebruik gemaakt van dit/deze charta(a)l(e) of gira(a)l(e) geldbedrag(en),

terwijl voornoemde persoon en/of haar mededader(s) hadden moet(en) vermoeden dat dit/deze geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk- afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven;

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 en 3 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.


[zorgverlener], op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 19 oktober 2010 te Den Haag, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal

een groot aantal verantwoordingsformulier(en) Persoons Gebonden Budget - Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (PGB-AWBZ), waaronder

1. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [budgethouder 1] over de verantwoordingsperiode 18-3-2008 tot 30-6-2008, ondertekening d.d. 31 juli 2008 (DOC/051-18), en/of

2. een verantwoordingsformulier PGB met betrekking tot budgethouder [budgethouder 1] over de verantwoordingsperiode 01-07-2008 tot en met 31-12-2008, ondertekening d.d. 10-01-2009 (DOC/051-21), en/of

3. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [budgethouder 2] over de verantwoordingsperiode 01-07-07 tot 31-12-07, ondertekening d.d. 8-01-08 (DOC/053-13), en/of

4. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [budgethouder 2] over de verantwoordingsperiode 01-01-08 tot 30-06-2008, ondertekening d.d. 31-7-2008 (DOC/053-14), en/of

5. een verantwoordingsformulier PGB met betrekking tot budgethouder [budgethouder 3] over de verantwoordingsperiode 01-04-2007 tot en met 31-12-2007, ondertekening d.d. 07-01-2008 (DOC/057-17), en/of

6. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [budgethouder 3] over de verantwoordingsperiode 01-01-2008 tot30-06-2008, ondertekening d.d. 08-08-2008 (DOC/057-29), en/of

7. een verantwoordingsformulier PGB met betrekking tot budgethouder [budgethouder 4] over de verantwoordingsperiode 09-04-2007 tot en met 31-12-2007, ondertekening d.d. 13-07-2008 (DOC/054-23), en/of

8. een verantwoordingsformulier PGB met betrekking tot budgethouder [budgethouder 4] over de verantwoordingsperiode 01-01-2008 tot en met 30-06-2008, ondertekening d.d.10-01-2009 (DOC/054-24), en/of

9. een verantwoordingsformulier PGB met betrekking tot budgethouder [budgethouder 5] over de voorschotperiode 4-5-2007 tot en met 31-12-07, ondertekening d.d. 13-03-2008 (DOC/058-09), en/of

10. een verantwoordingsformulier PGB met betrekking tot budgethouder [budgethouder 5] over de verantwoordingsperiode 01-01-08 tot en met 30-06-08, ondertekening d.d. 01-08-08 (DOC/058-10), en/of

11. een verantwoordingsformulier PGB met betrekking tot budgethouder [budgethouder 6] over de verantwoordingsperiode 01-07-2008 tot en met 31-12-2008, ondertekening d.d. 07-04-2009 (DOC/062-18), en/of

12. een verantwoordingsformulier PGB met betrekking tot budgethouder [budgethouder 6] over de verantwoordingsperiode 12-3-08 tot en met 30-06-08, ondertekening d.d. 01-01-08 (DOC/062-20), en/of

13. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [budgethouder 7] over de verantwoordingsperiode 01-07-07 tot 01- -07, ondertekening d.d. 8-01-08 (DOC/063-56), en/of

14. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [budgethouder 7] over de verantwoordingsperiode 01-01-08 tot 30-06-08, ondertekening d.d. 01-08-2008 (DOC/063-59/60), en/of

15. een verantwoordingsformulier PGB-AWBZ met betrekking tot budgethouder [budgethouder 8] over de verantwoordingsperiode 01-07-07 tot 31-12-07, ondertekening d.d. 8-01-08 (DOC/072-38), en/of

16. een verantwoordingsformulier PGB met betrekking tot budgethouder [budgethouder 8] over de verantwoordingsperiode 01-07-2008 tot en met 31-12-2008, ondertekening d.d. 09-04-2009 (DOC/072-41),

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk heeft/hebben doen opmaken en/of doen vervalsen,

immers heeft/hebben genoemde rechtspersoon en/of haar mededader(s) (telkens) valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven-

- op voornoemde verantwoordingsformulier(en) (telkens) (een) andere bedrag(en) vermeld en/of laten vermelden dan waarvoor in werkelijkheid zorg was verleend, en/of

- op voornoemde verantwoordingsformulier(en) (telkens) (een) ander(e) zorgvorm(en) vermeld en/of aangekruist en/of laten vermelden en/of aankruisen dan in werkelijkheid was/waren verleend, en/of

- op voornoemde verantwoordingsformulier(en) (telkens) (een) zorgvorm(en) vermeld en/of aangekruist en/of laten vermelden en/of aankruisen, die in werkelijkheid in zijn geheel niet, althans niet voor het volledige bedrag zoals genoemd in dat/die verantwoordingsformulier(en), heeft/hebben plaatsgevonden en/of is/zijn verleend,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafba(a)r(e) feiten verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

2.


zij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van april 2007 tot en met april 2010 te Den Haag, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met [medeverdachte] en/of (een) ander(en), althans alleen,

- een geldleningovereenkomst overeengekomen tussen [medeverdachte] en [zorgverlener] d.d. 1 april 2007 voor een bedrag van 475.000 euro (DOC/128)

zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk heeft/hebben doen opmaken en/of doen vervalsen,

immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s) valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven-

- een fictieve geldleningovereenkomst opgemaakt en/of op laten maken, en/of

- bovengenoemde geldleningovereenkomst voorzien van een te vroege datum en/of doen en/of laten voorzien van een te vroege datum,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

3.


zij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 19 oktober 2010 te Den Haag, in elk geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen meermalen, althans eenmaal, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) (een) charta(a)l(e) of gira(a)l(e) en/of contant(e) geldbedrag(en) van totaal 708.679,35 euro (zaaksdossier witwassen), althans (een) geldbedrag(en),

verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, en/althans gebruik gemaakt van dit/deze charta(a)l(e) of gira(a)l(e) geldbedrag(en), terwijl voornoemde persoon en/of haar mededader(s) wist(en) dat dit/deze geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk- afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

Ten aanzien van de onder 1 bewezen verklaarde valsheid in geschrifte

Ter terechtzitting heeft de raadsman van de verdachte zich – overeenkomstig de door hem overgelegde pleitnota – op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder 1 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Hiertoe heeft de raadsman aangevoerd dat de verantwoordingsformulieren wel degelijk correct zijn ingevoerd aangezien daar de gedeclareerde zorg is ingevuld en niet de verleende zorg. Voorts heeft de raadsman betoogd dat op de deze verantwoordingsformulieren weliswaar niet alle door [zorgverlener] verrichte werkzaamheden in de juiste categorie zijn gefactureerd, maar dat dit geen frauduleuze facturatie oplevert aangezien het binnen de regeling aangaande het Persoonsgebonden budget (hierna: PGB) is toegestaan om PGB budget te besteden aan andere functies dan waarvoor de indicatie is verleend en er met functies kan worden geschoven.

Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat er teveel twijfel bestaat over de juistheid van de getuigenverklaringen van de 10 cliënten van [zorgverlener] die in het dossier per zaaksdossier zijn opgenomen alsmede de verklaring van getuige [getuige], zodat deze niet tot het bewijs kunnen dienen. Tot slot kunnen naar oordeel van de verdediging de 10 zaaksdossiers van genoemde cliënten [zorgverlener] geen voldoende representatief en betrouwbaar beeld vormen voor het totale aantal cliënten van [zorgverlener].

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Met de raadsman is het hof van oordeel dat de in de verantwoordingsformulieren genoemde bedragen zien op hetgeen door de budgethouder, te weten de cliënt, aan de zorgverlener, te weten [zorgverlener], is betaald en niet op de door [zorgverlener] verleende zorg(uren), zodat dit geen valsheid oplevert. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is evenwel gebleken dat door [zorgverlener] op de verantwoordingsformulieren andere zorgvormen zijn verantwoord dan in werkelijkheid zijn verricht. De omstandigheid dat de PGB regeling mogelijkheden bood om het budget aan andere zorgvormen te besteden dan waarvoor de budgethouder een indicatie heeft ontvangen, laat onverlet dat deze verschuivingen wel door de zorgverlener correct dienen te worden geregistreerd en verantwoord, hetgeen niet is gebeurd.

Dat cliënten van [zorgverlener] niet (geheel) de zorg(vormen) hebben ontvangen zoals door [zorgverlener] op de verantwoordingsformulieren is geregistreerd, wordt eveneens bevestigd door de zich in het dossier bevindende getuigenverklaringen van cliënten van [zorgverlener]. Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat de uitgewerkte zaaksdossiers, alsook de bijbehorende getuigenverklaringen en de verklaring van getuige [getuige] tot het bewijs kunnen dienen. Het hof overweegt hiertoe dat deze bewijsmiddelen niet op zichzelf staan maar worden ondersteund door de zich in het dossier bevindende verantwoordingsformulieren alsook door getuigenverklaringen van werknemers van [zorgverlener] zoals [getuige 2] en [getuige 3]. Gelet op het voorgaande komt het hof tot het oordeel dat de verdachte samen met haar medeverdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan het meermalen plegen van valsheid in geschrift.

De verweren van de raadsman worden verworpen.

Ten aanzien van het onder 3 bewezen verklaarde gewoontewitwassen

Ter terechtzitting heeft de raadsman van de verdachte zich – overeenkomstig de door hem overgelegde pleitnota – op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder 3 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Hiertoe heeft de raadsman aangevoerd dat op grond van het procesdossier niet kan worden vastgesteld dat de naar de Nederlandse Antillen overgemaakte geldbedragen voor een substantieel gedeelte van misdrijf afkomstig zijn.

Het hof overweegt hiertoe als volgt.

Zoals hiervoor overwogen heeft de verdachte zich samen met haar medeverdachte schuldig gemaakt aan het feitelijk leiding geven aan het plegen van valsheid in geschrift door de [zorgverlener]. Het hof concludeert aan de hand van het dossier dat de facturen die ten grondslag hebben gelegen aan de PGB-verantwoordingsformulieren vals zijn. Volgens de Sociale Inlichtingen– en Opsporingsdienst bedraagt het wederrechtelijk verkregen voordeel op basis van een vergelijking tussen de werkelijk gewerkte uren met door [zorgverlener] gefactureerde uren € 627.452,73. Dit bedrag is door [zorgverlener] niet geregistreerd en verantwoord. Blijkens het procesdossier is in de tenlastegelegde periode van de bankrekening van [zorgverlener], exclusief de eigen salarissen van de verdachten, een bedrag van

€ 16.326,25 overgemaakt naar de bankrekening van de verdachte en een bedrag van € 74.732,89 naar de bankrekeningen van de medeverdachte. Vervolgens heeft er vanaf deze privérekeningen betalingsverkeer naar en op Curaçao plaatsgevonden. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte aangegeven dat de bestemming van het geldbedrag dat vanaf de rekening van [zorgverlener] op haar eigen rekening is gestort, een nieuw op te zetten revalidatiecentrum op Curaçao was. Daarnaast is een totaalbedrag van € 447.364,07 in gedeelten rechtstreeks van de zakelijke rekening van [zorgverlener] besteed aan betalingsverkeer naar en op Curaçao. Het hof stelt vast dat deze bedragen tezamen, te weten een bedrag van

€ 538.423,21 een substantieel deel vormt van vorengenoemd wederrechtelijk verkregen voordeel van € 627.452,73 en dat deze geldbedragen op voren omschreven wijze zijn omgezet. Op basis van het voorgaande is het hof van oordeel dat de verdachten een gewoonte hebben gemaakt van witwassen.

Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 primair verklaarde levert op:

medeplegen van valsheid in geschrift begaan door een rechtspersoon, terwijl zij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging,

meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van valsheid in geschrift,

Het onder 3 primair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van van het plegen van witwassen een gewoonte maken.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft samen met haar echtgenoot als feitelijk leidinggevenden van de [zorgverlener] gedurende een langere periode opzettelijk PGB verantwoordingsformulieren vervalst. Onder meer daardoor heeft de stichting meer geld van het Zorgkantoor ontvangen dan waarop zij recht had. Het met fraude verworven geld is onder meer besteed ten behoeve van een nieuw zorgproject op Curaçao. Daarmee is een aanzienlijk geldbedrag witgewassen. Daarnaast hebben verdachte en haar echtgenoot een valse overeenkomst van

geldlening opgemaakt om de door hen aan de stichting onttrokken gelden een ogenschijnlijk legitiem karakter te geven. De verdachte heeft door haar handelen niet alleen misbruik gemaakt van het vertrouwen dat bedrijven en instanties in de juistheid van bepaalde geschriften en documenten moeten kunnen stellen, maar ook van het Nederlandse PGB systeem. Dit systeem wordt door dergelijk misbruik ernstig ondermijnd. De verdachte heeft hiervoor geen oog gehad. Het witwassen van crimineel verkregen vermogen vormt bovendien een aantasting van de legale economie en is, mede vanwege de corrumperende invloed ervan op het reguliere handelsverkeer, een bedreiging voor de samenleving. Het hof heeft in het voordeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 28 november 2018, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder met politie of justitie in aanraking is gekomen.

Tevens neemt het hof in aanmerking dat niet gebleken is dat de verdachte en haar echtgenoot persoonlijk aanzienlijk financieel voordeel van het bewezenverklaarde hebben genoten. Het geld dat door de [zorgverlener] uit de fraude is verkregen is door de verdachte en haar echtgenoot voornamelijk geïnvesteerd in (de bouw van) een revalidatiecentrum op Curaçao.

Ten slotte houdt het hof naast de ouderdom van de zaak rekening met het feit dat de verdachte reeds persoonlijk is getroffen aangezien de onderhavige strafzaak heeft geleid tot een persoonlijk faillissement.

Het hof is – alles overwegende – en mede gelet op de zeer forse overschrijding van de redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden ter zake van de procedure in eerste aanleg en in hoger beroep, van oordeel dat, in plaats van een op zichzelf passende geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden, een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur alsmede een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormen.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 821.006,82.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 821.006,82.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de vordering van de benadeelde partij wegens een onevenredige belasting van het strafgeding.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 51, 57, 225 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 en 3 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, 2 en 3 primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit arrest is gewezen door mr. H.C. Plugge,

mr. W.J. van Boven en mr. E. van Die,

in bijzijn van de griffier mr. F. van Vliet.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 29 januari 2019.

Mr. E. van Die is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.