Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2019:2916

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
12-11-2019
Datum publicatie
18-11-2019
Zaaknummer
200.261.928/01
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

verstek kort geding ontruiming krakers

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.261.928/01

Zaak-/rolnummer rechtbank : C/10/571920 / KG ZA 19-328

arrest van 12 november 2019

inzake

Stichting Woonbron,

gevestigd te Rotterdam,

appellante,

hierna te noemen: Woonbron,

advocaat: mr. T.A. Vermeulen te Rotterdam,

tegen

Zij de verblijven in het perceel gelegen [adres],

geïntimeerden,

hierna te noemen: de krakers,

niet verschenen.

Het geding

Bij exploot van 13 juni 2019 is Woonbron in hoger beroep gekomen van een door de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam tussen partijen gewezen vonnis van 17 mei 2019 (hierna: het bestreden vonnis). Tegen de krakers is op de rolzitting van 9 juli 2019 – terecht – verstek verleend. Bij memorie van grieven met producties heeft Woonbron zes grieven aangevoerd.

Tenslotte heeft Woonbron arrest gevraagd.

De feiten

1. De door de voorzieningenrechter in het bestreden vonnis genoemde feiten zijn niet in geschil. Met inachtneming daarvan en van hetgeen verder aannemelijk is geworden, gaat het in deze zaak om het volgende.

2. Woonbron is sinds 24 april 2019 erfpachter van een perceel grond met de zich daarop bevindende opstallen gelegen aan [adres] (het pand).

3. Het pand werd tot maart 2018 gebruikt voor opvang van psychiatrische patiënten. Na een periode van leegstand is het pand sinds begin april 2019 zonder recht of titel gebruikt door de krakers.

4. Woonbron heeft de krakers gesommeerd het pand te verlaten, maar zij weigeren dit. Woonbron heeft vervolgens de onderhavige procedure aanhangig gemaakt.

5. Woonbron is op dit moment in onderhandeling met Stichting De Verre Bergen over de verkoop van het recht van erfpacht. Uit een concepthuurkoopovereenkomst blijkt dat zij beoogden de notariële akte uiterlijk op 23 oktober 2019 te laten verlijden.

6. Bij vonnis van 14 augustus 2019 heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam een vonnis tussen Woonbron enerzijds en [betrokkene] en de overige krakers anderzijds gewezen in een separate procedure (C/10/577586 / KG ZA 19-689) (hierna: de separate procedure). De voorzieningenrechter heeft [betrokkene] en de overige krakers daarin veroordeeld tot ontruiming. De voorzieningenrechter heeft verder bepaald dat deze veroordeling binnen een jaar ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt, binnentreedt en telkens wanneer zich dat voordoet.

7. Mr. Vermeulen heeft de griffier desgevraagd telefonisch meegedeeld dat het pand op 31 augustus 2019 is ontruimd.

De vordering in eerste aanleg en de beslissing van de voorzieningenrechter

8. Woonbron vorderde in eerste aanleg (samengevat) om de krakers bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen terstond na betekening van het vonnis het pand te ontruimen en te bepalen dat dit vonnis gedurende één jaar na de uitspraak hiervan ten uitvoer gelegd kan worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt, binnentreedt en telkens wanneer zich dat voordoet.

9. De in eerste aanleg verschenen [betrokkene] heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen, omdat Woonbron volgens hem hierbij geen spoedeisend belang heeft. De overige krakers zijn in eerste aanleg niet verschenen.

10. Bij het bestreden vonnis heeft de voorzieningenrechter verstek verleend tegen de overige krakers en de vorderingen van Woonbron jegens alle krakers afgewezen. Daartoe heeft hij - kort gezegd - het volgende overwogen. Niet zonder meer kan worden aangenomen dat er een (potentiële) huurder voor het pand is gevonden en ook niet dat [betrokkene] onzorgvuldig met het pand omgaat. Hier komt nog bij dat het door Woonbron gestelde (spoedeisende) belang niet opweegt tegen het belang van [betrokkene] bij afwijzing van de vordering mede gelet op diens toezegging, waarvoor hij een gebruiksovereenkomst wil aangaan, het pand vrijwillig te verlaten als duidelijk is wat er met het pand gaat gebeuren.

De grieven en de beoordeling daarvan

11. Woonbron vordert in appel vernietiging van het bestreden vonnis en alsnog toewijzing van haar vorderingen met veroordeling van de krakers in de proceskosten van beide instanties. Woonbron stelt, ondanks het vonnis in de separate procedure, hierbij nog steeds belang te hebben vanwege de proceskostenveroordeling en het feit dat in de separate procedure mogelijk nog een rechtsmiddel wordt aangewend.

11. Tegen de krakers is in hoger beroep verstek verleend. Dit laat onverlet dat het hof – in het kader van de devolutieve werking van het hoger beroep – de grieven van Woonbron (ex nunc) zal beoordelen met inachtneming van hetgeen door [betrokkene] in eerste aanleg is aangevoerd.

13. De grieven laten zich als volgt samenvatten. Grief 1 is gericht tegen de afwijzing van de vorderingen tegen de overige krakers, terwijl tegen hen verstek is verleend. Het in eerste aanleg verleende verstek betekent volgens Woonbron dat de vorderingen tegen hen alleen hadden mogen worden afgewezen wanneer deze onrechtmatig of ongegrond voorkwamen. Grieven 2, 3 en 4 komen op tegen het oordeel dat Woonbron geen spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen, althans dat een belangenafweging in het voordeel van [betrokkene] uitvalt. Grieven 5 en 6 zijn gericht tegen de proceskostenveroordeling en het dictum.

14. De grieven lenen zich voor een gezamenlijke behandeling.

15. Voor toewijzing van een vordering in kort geding is allereerst vereist dat de eisende partij een spoedeisend belang heeft bij een voorziening in kort geding. Daarvan is sprake als niet van de eisende partij kan worden gevergd dat hij de beslissing van de bodemrechter afwacht. Gezien de aard van de gevorderde voorziening die ingrijpend en onomkeerbaar is, dient bij de beoordeling van de vraag of voldoende spoedeisend belang bestaat, terughoudendheid te worden betracht.

16. Naar het oordeel van het hof heeft Woonbron – in hoger beroep – voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een spoedeisend belang bij haar vorderingen heeft. Als gevolg van het feit dat het pand gekraakt is, dreigt de opstalverzekeraar van Woonbron de opstalverzekering voor het pand mogelijk op te schorten dan wel in te trekken. Woonbron wil het recht van erfpacht door middel van een huurkoop zo snel mogelijk overdragen aan Stichting De Verre Bergen. In een e-mail van 29 juli 2019 heeft De Verre Bergen bevestigd dat partijen hierover nagenoeg overeenstemming hebben bereikt. Zij heeft daarbij wel aangegeven dat zij de notariële akte alleen ondertekent als het pand leeg is. In de huidige conceptovereenkomst is een bepaling opgenomen die het mogelijk maakt de overeenkomst te ontbinden indien de krakers op een nog nader door Woonbron en De Verre Bergen te bepalen datum het pand niet hebben verlaten. Ten slotte geldt dat diverse buurtbewoners zich tot Woonbron hebben gewend met klachten over de krakers. Bij deze stand van zaken wegen de bezwaren van Woonbron zwaarder dan de belangen die [betrokkene] in eerste aanleg kenbaar heeft gemaakt, en wel in die mate dat niet van Woonbron kan worden gevergd dat zij de bodemprocedure afwacht. Nu niet bestreden is dat de krakers zonder recht of titel in het pand verblijven, kan de vordering tot ontruiming in dit kort geding worden toegewezen.

17. Woonbron heeft, zo blijkt uit overweging 16, in hoger beroep haar in eerste aanleg ingenomen stellingen ten aanzien van haar spoedeisend belang nader toegelicht. Op grond hiervan moet achteraf worden geoordeeld dat Woonbron in eerste aanleg wel een spoedeisend belang had. Bij die stand van zaken slaagt ook de grief tegen de proceskostenveroordeling in eerste aanleg. Nu alle vorderingen in hoger beroep worden toegewezen, kan grief 1 onbehandeld blijven.

18. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep slaagt. De krakers zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van de procedure in eerste aanleg en hoger beroep worden veroordeeld.

Beslissing

Het hof:

- vernietigt het bestreden vonnis behoudens voor zover daarin verstek is verleend tegen de overige krakers;

en, in zoverre opnieuw rechtdoende:

- veroordeelt de krakers om binnen 24 uur na betekening van dit arrest de onroerende zaak aan de Kleiweg 314 te Rotterdam met alle daarin aanwezige personen en zaken te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden en de sleutels af te geven aan Woonbron;

  • -

    bepaalt dat deze veroordeling tot een jaar na heden ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet;

  • -

    veroordeelt de krakers in de kosten van de procedure in eerste aanleg, aan de zijde van Woonbron tot op 17 mei 2019 begroot op € 639,-- aan griffierecht en € 980,-- aan salaris voor de advocaat;

  • -

    veroordeelt de krakers in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Woonbron tot op heden begroot op € 741,-- aan griffierecht en € 1.074,-- aan salaris voor de advocaat;

  • -

    verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.Y. Bonneur, J.E.H.M. Pinckaers en H.J.M. Burg en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 november 2019 in aanwezigheid van de griffier.