Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2019:2601

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
25-09-2019
Datum publicatie
03-10-2019
Zaaknummer
22-004234-16
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2020:1570
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden wegens de heling van gestolen auto’s en de oplichting van (potentiële) kopers van die auto’s via marktplaats.nl. Uitvoerige bewijsoverwegingen over wetenschap criminele herkomst auto’s. Betrouwbaarheid van de volledige herkenning door politie van de verdachte op de camerabeelden. Geen aanleiding te twijfelen aan de herkenning van de verdachte door de verbalisanten. Dat de verbalisanten geen specifieke kenmerken hebben genoemd waaraan zij de verdachte herkennen doet daaraan niet af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-004234-16

Parketnummer: 10-750193-15

Datum uitspraak: 25 september 2019

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 14 september 2016 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1986,

[BRP-adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 11 september 2019.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 1 deels (derde en vierde onderdeel) en onder 3 ten laste gelegde ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 deels (eerste en tweede onderdeel) en onder 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts is een beslissing genomen omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Het door de officier van justitie ingediende hoger beroep is voor aanvang van de behandeling van het beroep ingetrokken.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is in eerste aanleg vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 1 deels (derde en vierde onderdeel) en onder 3 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en mitsdien mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissingen tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraken.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en voor zover nog aan het inhoudelijke oordeel van het hof onderworpen - ten laste gelegd dat:

1.
hij op verschillende tijdstippen in de periode van 10 februari 2015 tot en met 21 december 2015 te Rotterdam en/of Vlaardingen en/of Spijkenisse en/of Dordrecht, althans in Nederland (telkens), tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, hierna genoemde auto's heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van de hierna genoemde auto's wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat deze door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goederen betrof te weten:

-een in de periode van 17 tot en met 18 augustus 2015 in Delft weggenomen Volkswagen Polo (voorzien van chassisnummer [1]) [Zaaksdossier 1], en/of -een in de periode van 9 tot en met 10 juni 2015 in Rotterdam weggenomen Volkswagen Golf (voorzien van chassisnummer [2]) [Zaaksdossier 2], en/of

2.
hij op verschillende tijdstippen in de periode van 7 tot en met 29 augustus 2015 te Rotterdam althans in Nederland (telkens), tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door (een of meer) listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels hierna genoemde (potentiële) kopers van auto's heeft bewogen tot de afgifte van hierna genoemde geldbedragen, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

-die/een auto via een advertentie op www.markplaats.nl en/of www.autoscout24.nl te koop aangeboden en/of

-nadat een (potentiële) koper zich had gemeld, een afspraak voor een ontmoeting en/of bezichtiging van die auto gemaakt althans laten maken en/of

-nadat de (potentiële) koper de verkoper van de in de advertentie genoemde auto had ontmoet, zich uitgegeven voor de rechtmatige eigenaar en/of althans als een te goeder trouw zijnde verkoper en/of

-(aan) die (potentiële) koper die/een auto, laten zien en/of

-(daarbij/daarmee) gezegd en/of de indruk gewekt dat het een "eerlijke" auto betrof en/of

-(vervolgens), nadat er al dan niet over de prijs was onderhandeld en/of er een verkoopprijs overeen was gekomen, die (potentiële) koper meegenomen naar een overschrijfpunt teneinde die auto op naam van die (potentiële) koper te laten overschrijven en/of

-nadat de auto op naam van de (potentiële) koper was overgeschreven, de bij die auto aanwezige papieren en/of sleutels, aan die (potentiële) koper overhandigd,

waardoor die (potentiële) koper (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte, te weten

-met betrekking tot een Volkswagen Polo (voorzien van chassisnummer [1]) op verschillende tijdstippen in de periode van 18 tot en met 29 augustus 2015 in Spijkenisse althans in Nederland, de heer [benadeelde partij 1] een geldbedrag van 9.600 euro [Zaaksdossier 1], en/of

-met betrekking tot een Volkswagen Golf (voorzien van chassisnummer [2]) op verschillende tijdstippen in de periode van 9 juni 2015 tot en met 7 augustus 2015 in Dordrecht althans in Nederland, de heer [benadeelde partij 2] een geldbedrag van 10.000 euro [Zaaksdossier 2].

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 (voor zover nog aan de orde) en onder 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet helemaal verenigt. Het hof komt met name tot iets andere bewezenverklaringen en een andere strafoplegging dan de rechtbank.

Bewijsoverwegingen

Door de raadsvrouw is met betrekking tot zaaksdossier 1A bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 (eerste en tweede onderdeel en onder 2 (eerste onderdeel) ten laste gelegde. De verdachte heeft zich allereerst niet voorgedaan als eigenaar. De aangever spreekt ook over “verkoper”. Daarnaast kan het telefoonnummer [nr.], waarmee berichten zouden zijn verstuurd en gesprekken zijn gevoerd, niet aan de verdachte worden toegeschreven. Verder wist de verdachte niet dat het om gestolen auto’s ging en dat de autopapieren vervalst waren. Hij heeft ook een aannemelijke verklaring voor zijn aanwezigheid bij de verkoop en het aantreffen van zijn vingerafdruk op het valse kenteken. Bovendien kan de advertentie niet naar de verdachte worden herleid, ook niet op basis van de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2].

Tot slot ontbreekt het opzet bij de verdachte in het kader van heling. Hij wist niet dat de auto gestolen was en hoefde dat ook redelijkerwijs niet te vermoeden.

Met betrekking tot zaaksdossier 2A heeft de raadsvrouw bepleit dat de herkenning niet voldoet aan de vereisten van een betrouwbare herkenning. Daarnaast kan ook hier de advertentie niet worden herleid naar de verdachte, ook niet via de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2].

Tenslotte ontbreekt bij alle ten laste gelegde feiten ieder bewijs voor de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking.

Zaaksdossier 1A

Het hof is van oordeel dat uit de feitelijke omstandigheden zoals die volgen uit de gebezigde bewijsmiddelen, in samenhang bezien, blijkt dat de verdachte de auto’s voorhanden heeft gehad in de wetenschap dat deze auto’s uit misdrijf afkomstig waren.

Ten aanzien van zaaksdossier 1A, betreffende de als gestolen geregistreerde Volkswagen Polo die met kenteken [a] op www.marktplaats.nl te koop is aangeboden, overweegt het hof daartoe het volgende. De genoemde auto is op 17 of 18 augustus 2015 gestolen. Vervolgens werd deze auto op 24 augustus 2015 aangeboden op internet. Aangever [benadeelde partij 1] heeft vervolgens telefonisch contact gehad met de verkoper, die te bereiken was op telefoonnummer [nr.] en zich voorstelde als “[naam]”. Er is een afspraak gemaakt met de verkoper op 29 augustus 2015 en tijdens deze afspraak heeft [benadeelde partij 1] de autopapieren overhandigd gekregen, zodat hij de auto op een later tijdstip zelf zou kunnen overschrijven. [benadeelde partij 1] heeft € 9.550,00 contant betaald aan de verkoper. De overschrijving bleek niet mogelijk, omdat het chassisnummer van de auto niet overeenkwam met het geregistreerde kenteken. De kentekenplaten met nummer

[a] bleken vals en ook de overgedragen kentekenbewijzen bleken te zijn vervalst. Direct na de verkoop was de verkoper voor de koper telefonisch onbereikbaar. Uit onderzoek is gebleken dat voor de advertentie waarin de auto te koop werd aangeboden is betaald door [getuige 2], die de verdachte heeft herkend als de haar bekende ‘[verdachte]’, die haar meermalen heeft gevraagd haar rekening te mogen gebruiken voor de betaling van advertenties. Bij de partner van [getuige 2], [getuige 1], is de verdachte in verband met soortgelijke verzoeken bekend onder de naam ‘[verdachte]’.

Tijdens de observatie van deze verkoop op 29 augustus 2015 is door verbalisanten gezien dat de Volkswagen Polo met kenteken [a] werd bestuurd door de verdachte. Na de verkoop liep de verdachte weg en werd hij opgepikt door een andere auto. Uit onderzoek blijkt dat op de valse kentekenplaat met nummer [a] verscheidene vingerafdrukken van de verdachte zijn aangetroffen.

Naar het oordeel van het hof kan het de verdachte, die ter terechtzitting bij de rechtbank heeft verklaard dat hij een autobedrijf had en veel auto’s inkocht en verkocht, overigens niet ontgaan zijn dat de kentekenplaten niet de vereiste echtheidskenmerken bezaten en dat de valse of vervalste kentekenpapieren een ander chassisnummer vermeldden dan op de auto was aangebracht. De verdachte heeft in ieder geval geen aannemelijke verklaring gegeven voor de (hiervoor geschetste) omstandigheden waaronder hij de genoemde auto voorhanden heeft gehad en heeft verkocht aan [benadeelde partij 1].

Al deze omstandigheden bijeengenomen rechtvaardigen de conclusie dat de verdachte (ook ten tijde van het voorhanden krijgen van de auto) wist dat de betreffende auto van misdrijf afkomstig was en zich dus heeft schuldig gemaakt aan opzetheling, en dat hij vervolgens de koper van de genoemde auto heeft opgelicht.

Zaaksdossier 2A

Ten aanzien van zaaksdossier 2A, betreffende de als gestolen geregistreerde Volkswagen Golf die met kenteken [b] op www.marktplaats.nl te koop is aangeboden, overweegt het hof daartoe het volgende.

Aangever [benadeelde partij 2] heeft telefonisch contact gehad met de verkoper, die te bereiken was op telefoonnummer [nr.]. Op 7 augustus 2015 is er een afspraak gemaakt met de verkoper bij winkelcentrum Sterrenburg in Dordrecht. Aangever [benadeelde partij 2] heeft verklaard dat hij bij de verkoop € 10.000,00 contant heeft betaald aan ‘[verdachte]’.

Deze ‘[verdachte]’ is door verbalisanten bij het bekijken van de camerabeelden van 7 augustus 2015 van het winkelcentrum Sterrenburg te Dordrecht volledig herkend als zijnde de verdachte.

Tijdens de observatie van deze verkoop is gezien dat de verdachte in de Volkswagen Golf kwam aangereden, contact had met enkele personen, een proefrit maakte met deze personen en vervolgens met deze personen naar de Bruna in het winkelcentrum ging. Uiteindelijk verliet de verdachte het winkelcentrum en reden de kopers met de Volkswagen Golf weg.

Aangever [benadeelde partij 2] heeft verklaard dat hij en ‘[verdachte]’ de auto direct bij de Bruna hebben overgeschreven, waarna ‘[verdachte]’ meteen is vertrokken en telefonisch niet meer bereikbaar was. Op het nieuwe kentekenbewijs bleek vervolgens een ander kenteken te staan, te weten [c].

Uit onderzoek blijkt dat de kentekenplaten en kentekenbewijzen behorende bij kenteken [b] vals c.q. vervalst zijn. Uit onderzoek is voorts gebleken dat voor de advertentie waarin de auto te koop werd aangeboden is betaald door [getuige 1].

Uit de verklaring van de eerdergenoemde [getuige 1] blijkt dat ‘[verdachte]’, die [getuige 1] heeft herkend als de verdachte, samen met ‘[medeverdachte]’, die [getuige 1] heeft herkend als de medeverdachte [medeverdachte], wel eens advertenties op www.marktplaats.nl zet. Zij maakten daarbij gebruik van het rekeningnummer van [getuige 1]. [getuige 2] heeft een soortgelijke verklaring afgelegd. Er werd door onder meer de verdachte ook gebruik gemaakt van haar rekeningnummer en van dat van haar dochter. [getuige 2] heeft het zoals eerder overwogen echter over ‘[verdachte]’ en herkent ‘[verdachte]’ als de verdachte.

Bij gebrek aan een aannemelijke verklaring voor de betrokkenheid van de verdachte voor de (hiervoor geschetste) omstandigheden waaronder hij de in dit zaaksdossier centraal staande auto voorhanden heeft gehad en heeft verkocht aan [benadeelde partij 2], komt het hof tot het oordeel dat de verdachte zich tevens heeft schuldig gemaakt aan de opzetheling van de aan de aangever [benadeelde partij 2] verkochte auto en dat hij ook hem heeft verleid tot betaling van een fors geldbedrag en ook hem dus heeft opgelicht. Het kan niet anders dan dat de verdachte ook reeds ten tijde van het voorhanden krijgen van (ook) deze auto wist dat het ging om een van misdrijf afkomstige auto, terwijl de verdachte in dit geval de koper van de auto de indruk heeft gegeven dat hij de eigenaar van de auto was. Ook hier geldt overigens dat het de verdachte, die ter terechtzitting bij de rechtbank heeft verklaard dat hij een autobedrijf had en veel auto’s inkocht en verkocht, niet ontgaan kan zijn dat de kentekenplaten niet de vereiste echtheidskenmerken bezaten en dat de “nieuwe” kentekenpapieren een ander kenteken vermeldden dan op de auto was aangebracht.

Betrouwbaarheid herkenning

Met betrekking tot de betrouwbaarheid van de volledige herkenning van de verdachte op de camerabeelden van 7 augustus 2015 van het winkelcentrum Sterrenburg te Dordrecht overweegt het hof nog het volgende.

Het hof stelt voorop dat inderdaad behoedzaam dient te worden omgegaan met herkenningen en de bewijskracht daarvan. Herkenning geschiedt doordat het gezicht als geheel, dat wil zeggen holistisch, in het geheugen wordt opgeslagen in visuele vorm. Een herkenningsproces-verbaal hoeft daarom niet perse te vermelden waaraan de verbalisant de verdachte heeft herkend. Van belang is derhalve of de beelden voldoende duidelijk en helder zijn om daarop een herkenning te baseren, en voorts hoe goed de verbalisant de verdachte (visueel) kent en het aantal herkenningen, die onafhankelijk van elkaar zijn gedaan.

Het hof heeft vastgesteld dat de stills van de bewegende beelden van goede kwaliteit zijn. De stills zijn in kleur en laten zowel contouren als details zien. Het gezicht van de hierop afgebeelde persoon is goed waar te nemen en er zijn voldoende duidelijk onderscheidende persoonskenmerken zichtbaar, in ieder geval zodanig, dat deze een betrouwbare positieve herkenning mogelijk maken.

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] kennen verdachte ambtshalve en hebben de verdachte beiden stellig en zonder enig voorbehoud herkend.

Gelet op het voorgaande heeft het hof geen aanleiding te twijfelen aan de herkenning van de verdachte door de verbalisanten. Dat de verbalisanten geen specifieke kenmerken hebben genoemd waaraan zij de verdachte herkennen doet daaraan niet af.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.
hij op verschillende tijdstippen in de periode van 9 juni 2015 10 februari 2015 tot en met 29 augustus 2015 21 december 2015 te Rotterdam en/of Vlaardingen en/of Spijkenisse en/of Dordrecht, althans in Nederland (telkens), tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, hierna genoemde auto's heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van de hierna genoemde auto's wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat deze door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goederen betroffen te weten:

- een in de periode van 17 tot en met 18 augustus 2015 in Delft weggenomen Volkswagen Polo (voorzien van chassisnummer [1]) [Zaaksdossier 1], en/of - een in de periode van 9 tot en met 10 juni 2015 in Rotterdam weggenomen Volkswagen Golf (voorzien van chassisnummer [2]) [Zaaksdossier 2], en/of -een in de periode van 10 tot en met 11 februari 2015 in Leiden weggenomen BMW 116i (voorzien van chassisnummer [3]) [Zaaksdossier 3], en/of

-een op 12 november 2015 weggenomen Volkswagen Golf (voorzien van chassisnummer [4]) [Zaaksdossier 4];


2.
hij op verschillende tijdstippen in de periode van 9 juni 2015 7 tot en met 29 augustus 2015 te Rotterdam althans in Nederland (telkens), tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door (een of meer) listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels hierna genoemde (potentiële) kopers van auto's heeft bewogen tot de afgifte van hierna genoemde geldbedragen, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- die/een auto via een advertentie op www.markplaats.nl en/of www.autoscout24.nl te koop aangeboden en/of

- nadat een (potentiële) koper zich had gemeld, een afspraak voor een ontmoeting en/of bezichtiging van die auto gemaakt althans laten maken en/of

- nadat de (potentiële) koper de verkoper van de in de advertentie genoemde auto had ontmoet, zich uitgegeven voor de rechtmatige eigenaar en/of althans als een te goeder trouw zijnde verkoper en/of

- ( aan) die (potentiële) koper die/een auto, laten zien en/of

-(daarbij/daarmee) gezegd en/of de indruk gewekt dat het een "eerlijke" auto betrof en/of

- ( vervolgens), nadat er al dan niet over de prijs was onderhandeld en/of er een verkoopprijs overeen was gekomen, die (potentiële) koper meegenomen naar een overschrijfpunt teneinde die auto op naam van die (potentiële) koper te laten overschrijven en/of

- nadat de auto op naam van de (potentiële) koper was overgeschreven, de bij die auto aanwezige papieren en/of sleutels, aan die (potentiële) koper overhandigd,

waardoor die (potentiële) koper (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte, te weten

- met betrekking tot een Volkswagen Polo (voorzien van chassisnummer [1]) op verschillende tijdstippen in de periode van 18 tot en met 29 augustus 2015 in Spijkenisse althans in Nederland, de heer [benadeelde partij 1] een geldbedrag van 9.550 9.600 euro [Zaaksdossier 1], en/of

- met betrekking tot een Volkswagen Golf (voorzien van chassisnummer [2]) op verschillende tijdstippen in de periode van 9 juni 2015 tot en met 7 augustus 2015 in Dordrecht althans in Nederland, de heer [benadeelde partij 2] een geldbedrag van 10.000 euro [Zaaksdossier 2].

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

opzetheling, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

oplichting, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig heeft gemaakt aan de heling van twee gestolen auto’s. Deze auto’s heeft hij vervolgens met valse kentekenplaten te koop aangeboden via www.marktplaats.nl. Naar aanleiding van de geplaatste advertenties hebben potentiële kopers telefonisch contact opgenomen met de verdachte, waarna zij bij de koop ervan de verdachte contante geldbedragen hebben overhandigd. Later bleek aan de kopers dat het om gestolen auto’s ging, dat de kentekenplaten en kentekenbewijzen vervalst waren en dat een correcte overschrijving van de auto’s op hun naam, niet mogelijk was. De verdachte heeft zich derhalve ook schuldig gemaakt aan oplichting van deze kopers.

Door aldus te handelen heeft de verdachte groot financieel nadeel toegebracht aan de betrokkenen en misbruik gemaakt van hun vertrouwen. Het hof neemt het de verdachte kwalijk dat hij zich bij het plegen van de onderhavige feiten uitsluitend heeft laten leiden door geldelijk gewin en zich op geen enkele manier heeft bekommerd om de gevolgen voor de benadeelden. Het handelen van de verdachte heeft daarnaast bijgedragen aan het voortbestaan van de door misdrijf ontstane onrechtmatige vermogensrechtelijke toestand.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 26 augustus 2019, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke en andersoortige strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof moet – met de raadsvrouw - constateren dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, nu er drie jaren zijn verstreken tussen het namens de verdachte en door de officier van justitie instellen van hoger beroep en het eindarrest. Het hof heeft bij het bepalen van de strafmaat in matigende zin rekening gehouden met deze overschrijding in die zin dat de in beginsel passend en geboden geachte geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden indien de redelijke termijn niet zou zijn overschreden, met één maand wordt verminderd.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van als gevolg van het aan de verdachte onder 2 (eerste onderdeel) ten laste gelegde geleden materiële schade, tot een bedrag van € 9.550,00, en tevens tot vergoeding van geleden immateriële schade, tot een bedrag van € 250,00

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 9.800.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van het materiële deel van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en tot niet-ontvankelijkverklaring van het immateriële deel van de vordering.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte niet anders betwist dan met een beroep op vrijspraak.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 9.550,00 materiële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het onder 2 (eerste onderdeel) bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 augustus 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het hof is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het onder 2 (eerste onderdeel) bewezen verklaarde. In dit opzicht zal de vordering dan ook worden afgewezen.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 9.550,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag, te vermeerderen met wettelijke rente, aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1].

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op € 384,00, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 2]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 (tweede onderdeel) ten laste gelegde, tot een bedrag van € 10.000,00.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 10.000,00.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte niet anders betwist dan met een beroep op vrijspraak.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 (tweede onderdeel) bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 augustus 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 2]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 10.000,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag, te vermeerderen met wettelijke rente, aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 2].

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 57, 63, 326 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 derde en vierde onderdeel en het onder 3 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 eerste en tweede onderdeel en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 eerste en tweede onderdeel en onder 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 9.550,00 (negenduizend vijfhonderdvijftig euro) bestaande materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 1], ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 9.550,00 (negenduizend vijfhonderdvijftig euro) bestaande uit materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 82 (tweeëntachtig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 29 augustus 2015.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 384,00 (driehonderdvierentachtig euro).

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 10.000,00 (tienduizend euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 2], ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 10.000,00 (tienduizend euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 85 (vijfentachtig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 7 augustus 2015.

Dit arrest is gewezen door mr. W.P.C.M. Bruinsma,

mr. A.E. Mos-Verstraten en mr. B.P. de Boer, in bijzijn van de griffier J.J. Mossink.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 25 september 2019.